‘Gedenkt Hij Zijns verbonds gestadig’
Gesprek met ds. J. H. Cirkel
Ds. Cirkel was kortgeleden 45 jaar predikant en hield derhalve een gedachtenispreek in zijn eerste gemeente. Leerbroek.
Eerder hadden we in ons blad vraaggesprekken met ds. W. L. Tukker, ds. Jac. Vermaas, dr. H. Bout, ds. L. Kievit en ds. C. van der Wal. Het volgende gesprek in deze reeks is met ds. J. H. Cirkel, thans emeritus-predikant in Woudenberg. Ds. Cirkel was kortgeleden 45 jaar predikant en hield derhalve een gedachtenispreek in zijn eerste gemeente. Leerbroek. Hoewel dat alweer enkele weken geleden is willen we nu toch in een gesprek met hem ook nader ingaan op zijn ambtelijke dienst in de Hervormde Kerk. Aan ds. C. B. Roos, praeses van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk, liet hij per brief weten, wat de kerk voor hem in deze jaren betekend heeft. We weten hoe hij liefde voor de kerk heeft, dat blijkt vanaf het eerste moment dat men met ds. Cirkel in gesprek is.
Personalia
Jan Hendrik Cirkel werd op 12 mei 1910 te Amersfoort geboren. Zijn vader was afkomstig uit de Vrije Gereformeerde Gemeente, die samenkwam in de zogenaamde 'Trapkerk'. Overgrootvader Cirkel was daar één van de eerste ouderlingen. Daar preekten predikanten als Roelofsen en Boone. Moeder Cirkel stamde uit een hervormde familie uit Scherpenzeel. Haar moeder was gedoopt door ds. Detmar te Ede. Moeder Cirkel had van huis uit veel indrukken meegekregen. Haar vader kon niet met de Doleantie mee en zó moeder ook niet. Moeder zei: 'De Heere heeft mij gevonden in de Hervormde Kerk. Ik kan Hem de scheidbrief niet laten zien'. En ze wenste innig voor haar zoon dan ook een plaats in de Hervormde Kerk. Toch blijft een mens alleen over voor God. Vader en moeder vallen daar een keer tussen uit.
Anderzijds heeft moeder Cirkel toch een dermate beslissende betekenis gehad, dat ds. Cirkel zegt: 'De kerk is mijn moeder via mijn moeder'. Hier blijkt het 'van geslacht tot geslacht' van betekenis te zijn. Toen moeder Cirkel stierf heeft ds. Cirkel haar op het sterfbed bedankt voor datgene, wat zij over haar ouders had verteld. 'De psalmen gaan dan leven; de Heere is ons een toevlucht van geslacht tot geslacht.'
Ds. Cirkel herinnert zich, dat hij als een kleine jongen naast moeder in de kerk zat. Daaraan bewaart hij diepe herinneringen, hoewel hij uiteraard de preken toen nog niet begreep. Wel vroeg hij: 'Hoeveel keer bidt die dominee?', want dan moest hij telkens zijn ogen dicht houden, maar de hele dienst maakte een diepe indruk, nam hem helemaal in beslag. Toen ontstond al het verlangen om dominee te worden.
Op school was hij echter een gewone leerling, die niet eens graag naar school ging. Of zijn linkshandigheid, die gedwongen werd rechtshandigheid te worden daarvan oorzaak was laat hij in het midden, hoewel hij wel het woord 'frustratie' gebruikt als het gaat om rechts te moeten schrijven. Een feit was, dat Cirkel aan het eind van de eerste klas nog net zoveel wist als aan het begin, namelijk niets. 'Ik ging niet graag naar school. Ik meed zelfs de straat, waar de school lag.' Wel praatte hij veel met zijn moeder, maar hij durfde er niet over te praten dat hij dominee wilde worden. Op een bepaald moment vroeg de meester: 'Jan, je wilt zeker naar de Mulo of naar de Ambachtsschool of wil je helemaal van school af? ' Jan zei: 'Ik wil graag naar het Gymnasium' . Maar, zou dat wel kunnen? Het hoofd van de school zei: 'Laat hem z'n gang maar gaan'. Het werd het Stedelijk Gymnasium, vroeger de Latijnse School te Amersfoort. Ds. Cirkel toont mij een boek, geschreven ter gelegenheid van het 450-jarig bestaan, uit 1926. Het gaat daarin over een periode van deze school van 1376 tot 1926. De school was een neutrale school. Maar haar boeiende, klassieke opleiding heeft hij dankbaar ervaren als van grote betekenis voor zijn daarop volgende theologische ontwikkeling.
Moeder
Ik mag iets uit de levensgeschiedenis van moeder Cirkel niet ongenoemd laten, omdat dit kennelijk van beslissende betekenis toch is geweest in het leven van ds. Cirkel. Ds. Cirkel kent het leven van zijn moeder. Ze was, als gezegd, afkomstig uit Scherpenzeel. Daar waren gezelschappen. Moeder had kennelijk, hoewel ongeschoold, een bepaalde intellectuele instelling. Al spoedig kwam ze in een intellectuele crisis met betrekking tot het evolutievraagstuk. Ze was in betrekking in Amersfoort en daar zei men tegen haar: 'Jij moet wel beter weten', als het ging om vragen van geloof. Bij het afleggen van belijdenis des geloofs op Goede Vrijdag kreeg ze een zilveren horloge van de mevrouw, waar zij werkte. Maar het was geen échte belijdenis des geloofs. Na afloop heeft ze alleen maar gehuild, omdat ze wist: ik heb niet, wat vader en moeder hebben en ze kwam er maar niet uit wat betreft het gezag van de Bijbel. Bij de komst van de eerste baby zei een buurvrouw: 'Je moet maar bidden, kind'. Ze kon echter niet bidden, maar pas nadat de tweede baby geboren was brak het geestelijke leven door. Dit kind heeft slechts 4 weken geleefd en is toen gestorven. In die tijd dacht de dokter, dat ze wel naar een inrichting zou moeten, maar 'ze was nog nooit zo goed geweest'.
Wat is de conclusie, die ds. Cirkel uit dit korte verhaal trekt? 'Als God de mens bekeert, kan hij zo uit het lood geslagen worden, dat hij niet meer begrepen wordt door z'n omgeving, zelfs niet door een dominee.' Er was één dominee, die haar wél begreep, namelijk ds. G. W. C. Vunderink (1877-1965). Toen Cirkel later bij de studie de colleges hoorde van prof. Van Rijn, zei deze een keer, dat Vunderink een predikant was, die zoiets begreep. 'Dat vertelde ik daarna tegen moeder', aldus Cirkel.
En tenslotte: moeder Cirkel had nog graag een meisje gehad. Toen de vierde kleine kwam, was het weer een jongen. Dat was Jan Hendrik. Later was er de verwondering: 'Wie ben ik, dat een kind van mij dominee heeft mogen worden? '
Studietijd
Wat de studietijd in Utrecht betreft, spreekt dominee Cirkel met dank en respect over prof. Severijn, die voor hem betekenis had tijdens een crisis in zijn studietijd. Hij kon niet met de wijsbegeerte uit de voeten: wat is waarheid, leven we niet in een lege wereld zonder hoop en verwachting? En verder: ben jij nou die jongen, die dominee moet worden? Student Cirkel is er toen even tussen uit geweest, moest de studie even staken.
Severijn - juist hij die in z'n eerste colleges moeilijk te volgen was - gaf een college over Openbaring. 'Wijsbegeerte gaat van praemissen uit', zei hij. Is dat zo'n bijzondere opmerking? 'De manier, waarop hij het deed, was echter zo, dat ik ontdekte', aldus Cirkel, 'het is Openbaring, als God je ogen opent'. In die tijd kreeg hij zicht op het kruis van Christus, door de geestelijke crisis heen. 'O God, ik heb de weg geweten. Ik ben op U geworpen vanaf de jeugd, het is rechtvaardig als ik verloren ga.' Maar toen: zicht op Christus. 'Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten.' Het zicht op Christus als de schuldbetalende Borg. Later in het leven blijft de geloofsstrijd om in te gaan, maar dat zicht op Christus is beslissend geweest.
In de kamer van ds. Cirkel hangt een afbeelding van Christus op het kruis, zoals trouwens de hele studeerkamer vol hangt met teksten, foto's, gedichten, die elk voor zich een pastorale herinnering inhouden. De prent van Christus op het kruis ontving hij van een mevrouw in Huizen, die nogal 'recalcitrant' was. Ds. Cirkel zat met haar te praten, terwijl die prent aan de muur hing. Op een bepaald moment zei hij: 'Mevrouw, u zit verkeerd. U zit met uw rug naar dat schilderijtje toe, waar Christus op is afgebeeld'.
Later ontving hij, toen hij al in Bodegraven stond, de afbeelding. Deze hangt kennelijk als een kostbare herinnering op de kamer.
Het is niet toevallig, dat Cirkel zijn proefpreek in Utrecht, onder voorzitterschap van prof. dr. M. J. de Vrijer, op 13 maart 1937 deed over Mattheüs 17 : 2-5. 'Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb, hoort Hem.' In Leerbroek - de eerste gemeente - was de intreetekst 'Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt'.
De gemeenten
In het gesprek hebben we echt niet een dwarsdoorsnede gegeven van de gemeenten, die ds. Cirkel heeft gediend. Het ging voornamelijk over de eerste gemeente. Cirkel was dankbaar met een beroep, dat hij kreeg. 'De begaafde Kalf' zat net voor hem, die maaide alle gras voor de voeten weg. Zélf ontving hij beroepen uit Wijngaarden, Waverveen en Leerbroek.
Hoewel er nog enkele gemeenten zouden komen, nam hij Leerbroek aan. Ondanks het feit, dat een ouderling gezegd had, dat het een moeilijke gemeente was. Hij dacht: 'Laat die gemeente zijn wat zij is, er zal wel niets verkeerds te vinden zijn wat ik ook niet in mijn eigen hart vind'. Een predikant zei: 'Sla die lastige mensen maar over', maar Cirkel moest toch voor de hele gemeente dominee zijn? Het hervormd-gereformeerd zijn was in de gemeente wat té vanzelfsprekend, maar verder was er sprake van 'godsdienstige onkerkelijkheid' . Dat wil zeggen: van gezelschappen, die zich buiten de kerk ophielden. De mensen van die gezelschappen zeiden wèl van Cirkel: 'Hij is geen vijand'. Dat was al heel wat. Er zijn in de loop van de tijd bepaalde mensen uit die kring in de kerk gekomen, en ook wel in de kerkeraad. Er is zelfs iemand terug gekomen, die eens het oordeel over de kerk had uitgesproken. Er was ook een 'thuiszitter', die zijn vrienden vertelde: 'die dominee weet alles van me'. Dat betekende uiteraard, dat hij bij die dominee het zijne kwijt kon.
Vreugden en teleurstellingen
Wat zijn nu de grootste vreugden en de grootste teleurstellingen, die een dominee opdoet in zijn gang in zijn gemeenten? Ds. Cirkel betrekt het van meet af weer op de gemeente Leerbroek. Hij heeft sterk een gevoel van dankbaarheid gehad over het feit, dat hij de steun van een kerkeraad had. Een gevoel; dat hij ook later in de gemeenten steeds weer gehad heeft. Soms was er sprake van een 'opgesloten vroomheid'. Tot één van de grootste vreugden voor hem behoorde als hij het Woord ingang zag vinden onder ouderen en jongeren én, dat de kerkeraad helemaal deelnam aan het Heilig Avondmaal. Later heeft hij het er héél moeilijk mee gehad, als er in andere gemeenten sprake was van avondmaalsmijding bij ambtsdragers, terwijl de ambtsdrager, die zelf niet aan het Avondmaal ging, wèl diegenen wilde doen bezoeken, die aan het Avondmaal waren aangegaan. Waarbij dan nog kwam dat er op een bepaalde wijze soms wantrouwen was als de predikant goede contacten had met mensen die hierin tot ruimte gekomen waren. Het moeilijkste wat hij in dit opzicht ooit kon meemaken was een persoonlijke aantijging omtrent eigen roeping en geestelijk leven. Maar wat was het dan bevrijdend: 'In het verborgen als nooit de Vadernaam gespeld en op de lippen genomen te krijgen'.
Terug naar Leerbroek. Cirkel denkt met dankbaarheid terug aan mensen als Maaike in haar tentje. Haar man vertelde kennelijk altijd na de dienst de preek. Op een bepaalde dag was hij thuis gekomen en ze had gezegd: 'Je hoeft me nu de preek niet meer te vertellen, want ik weet het al'. Ze ging, om zo te zeggen, mee de preekstoel op, had het Woord gelezen en kwam bij dezelfde tekst uit, als waarmee de jonge dominee de preekstoel opging. Een preek, die voor haar tot geestelijke zegen was.
Is de prediking vruchteloos geweest? 'Al heeft de prediking maar vrucht gedragen voor één - zei Maaike - dan is de bediening niet zinloos geweest.' Het was dan ook de grootste vreugde, als geestelijk leven werd gewekt. Ds. Cirkel vertelt een verhaal uit Genemuiden. Daar woonde een 'heel eenvoudige ziel', die haar gedachten nauwelijks kon verwoorden, maar die wel de Heidelbergse Catechismus uit het hoofd kende. Ze kon je alleen maar aankijken en tenslotte, kort voor haar sterven, werd het: ze zag de hemel open. 'God kan', aldus Cirkel, 'alles gebruiken, het verstand, de wil en het gevoel. Bij haar was kennelijk het gevoel over, dat van bijzondere betekenis was'.
Een sterke band heeft ds. Cirkel gehad met de gemeente Ede. In die tijd ontving hij ook een beroep naar de gemeente Huizen. Het geval wilde, dat hij zowel in Leerbroek als in Genemuiden een keer gedroomd had van een bepaalde kerk, waar hij nog een keer dominee zou zijn. Toen hij vanuit Genemuiden in Huizen beroepen was en hij uitstapte bij de Oude Kerk, was dat de kerk van zijn dromen. Toch kon hij het beroep niet aannemen. Vanuit Ede werd hij opnieuw in Huizen beroepen en ook toen kon hij het beroep niet aannemen. Pas vanuit Woudenberg kon hij naar Huizen toe. Daar was zijn intredetekst: 'Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook Christus verhoogd worden'. Aanvankelijk had hij gedacht, dat Calvijn zo weinig van deze tekst zei, maar Calvijn zei er juist zoveel van. De verhoging van Christus vindt juist plaats door de prediking. Dat had Van Ruler óók een keer gezegd.
Huizen ligt ds. Cirkel na aan het hart, ik mag dat van hem zeggen, al woon ik er zelf. Hij heeft het sterke besef, dat hij daar écht de verhoogde Christus heeft mogen verkondigen. Dat was zijn grootste vreugde. De openheid om dat Woord te ontvangen was groot. Je zag het doorbreken op ziekbedden, maar ook in het gewone leven. Er was meeleven met elkaar rondom het Avondmaal. Een sterke gemeenschap heeft hij gevoeld. Mensen spraken met elkaar over het geestelijke leven. Het bederf van het beste is echter het slechtste. 'Ds. C. B. Holland', is naar de indruk van ds. Cirkel, 'wat dit betreft in Huizen misschien wel eens wat té afsnijdend geweest', hoewel niét als het gaat om de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze.
Toch moest Cirkel, na 10 jaar predikant te zijn geweest in Huizen, weg naar Bodegraven. Het leek een toevalligheid. Ds. Zwijnenburg was overleden en hij moest als noodgeval hem vervangen in Bodegraven. Het werd een herroep en het beroep moest worden aangenomen. Met veel pijn is hij uit Huizen weggegaan en hij was dankbaar, dat op de avond van zijn afscheid de kerk van zijn droom in de mist lag.
Aardig is nog te vermelden, dat ds. Cirkel in Leerbroek een keer gepreekt had over Jezus in Gethsémané en dat hij halverwege de preek niet verder kon. Later durfde hij nooit meer over dit thema te preken, maar in Woudenberg durfde hij het weer opnieuw. Met vreugde ging hij naar de kerk en op die zondag was er een beroepingscommissie uit Huizen. Ze vroegen of ze de preek op de band mochten overnemen. Dit sloeg de vreugde kennelijk dicht, maar in Huizen aangekomen bleek, dat de broeders de preek niet op de band hadden staan. De opname was mislukt. Toen moesten ze toch gewoon verslag geven. Na een moeilijke beslissing nam ds. Cirkel aan en kon hij zeggen toen hij door de telefoon de kerkklokken hoorde: 'Laat nu de klok maar luiden'.
Invloeden
Sterke invloed heeft ds. Cirkel ondergaan van ds. K. J. v. d. Berg. Diens prediking vroeger in Amersfoort was niet opvallend exegetisch, maar was wel 'voorwerpelijk onderwerpelijk', of ook 'dogmatisch-bevindelijk'. Het had ook best wat verbondsmatiger gekund. In die tijd bracht de Heere God Cirkel persoonlijk bij de belijdenisgeschriften en de formulieren van Doop en Avondmaal, om zo het verbond te leren verstaan. Niet in Kuyperiaanse zin, maar wel zo dat vrouw Brouwer in Genemuiden het een keer tegen hem zei: 'Dominee, ik ben zo blij, dat u de deupe zo naar voren brengt'. Maar al was ds. v. d. Berg in de prediking niet zo verbondsmatig, hij was toch wel zéér pastoraal. 'Dat heb ik van hem geleerd. God werkt door het Woord, via de prediking.' Vaste uitdrukkingen van K. J. v. d. Berg zijn hem altijd bijgebleven, als 'het welbehagen Gods', 'vrije genade', 'het behaagt de Heere', 'de schuldbetalende Borg', 'heb ik omgezien, naar die die naar Mij omziet? ' Toch was v. d. Berg een man van distantie, maar de gemeente kleefde hem aan. Hij had beslag én hij kende je, hij kende zijn schapen. V. d. Berg bevestigde ook het huwelijk van het echtpaar Cirkel met de tekst: 'De godzaligheid is tot alle dingen nut; hebbende de belofte van nu en van het toekomende leven'.
Ds. K. J. V. d. Berg stond intussen midden in de kerk. Als hij het over de tucht in de gebroken kerk had, dan sprak hij over geestelijke tucht. Cirkel had dit juist nodig in verband met zijn verweer tegen (christelijke-)gereformeerde medescholieren, die het allemaal niet begrepen hoe iemand in de Hervormde Kerk kon zijn en blijven.
Anderzijds heeft ds. Cirkel ook dankbare herinneringen aan ds. I. Kievit, die hij meer verbondsmatig achtte dan ds. v. d. Berg, al stond deze dan minder dan v. d. Berg in de praktijk van de kerkelijke vergaderingen. Hij heeft vooral de invloed van Kievit ondergaan op de contio van jonge predikanten. Hij noemt hier vooral de prediking over Psalm 84: 'Zelfs vindt de mus een huis, o Heer. Vaders en moeders, waar brengt u uw kinderen? Bij het altaar? Die vogeltjes zijn daar ongenode gasten, toch zijn zij genodigd. Zo ook mogen mensen worden genodigd tot het kruis'. Het verbondsmatige bij Kievit heeft ds. Cirkel kennelijk in de loop van de tijd aangetrokken.
Levenswegen
Het verbond heeft in het leven van ds. Cirkel een grote plaats gekregen door zijn eigen levensweg. Niet minder dan 3 kinderen hebben ds. en mevr. Cirkel in de loop van de tijd moefen afstaan. Het eerste kind verloren ze in Leerbroek, vijf dagen na de geboorte. Toen het kind geboren was leek er niets aan de hand. Toch ondervond Cirkel reeds direct: laat af van de kinderen. 'Ik wist, dat het kind zou sterven.' Toen kwam de preek van ds. I. Kievit over Psalm 84 terug. Met je kinderen mag je schuilen bij het altaar, bij Christus. Ook de trouwtekst bracht troost. De verborgenheid der godzaligheid is groot. En Christus was al Borg in de kribbe! Zo mocht hij het kind kwijt raken. Later moesten nog twee kinderen aan de schoot der aarde worden toevertrouwd in Genemuiden. Als Cirkel er over spreekt, spreekt hij tegelijk over zijn vrouw, die hem met grote nuchterheid terzijde heeft gestaan, waarvan hij zoveel steun heeft ontvangen. Samen zijn ze kennelijk ook de weg door lijden en leed heengekomen.
Ds. Cirkel mag nog zoveel ontvangen hebben van ds. I. Kievit, hij laat niet na te zeggen wel moeite gehad te hebben met diens verhandeling over 'de bewuste rechtvaardiging'. In samenhang hiermee denkt hij met dankbaarheid terug aan de omgang met ds. J. van Sliedregt. Dienst artikelen over de wedergeboorte in 'De Waarheidsvriend' verdienen alle aandacht. 'Ik heb dan ook nu nog veel gehad aan de artikelen van drs. K. Exalto over Luther, namelijk tegelijk zondaar en tegelijkertijd gerechtvaardigd. Ook Van Sliedregt is later op die bewuste rechtvaardiging, die hij aanvankelijk in Huizen sterk gepreekt heeft, terug gekomen.'
Collega's
Met veel nadruk stelt ds. Cirkel het belang van de goede contacten met collegae. Hij noemt namen als ds. Boer, ds Schipper, ds. Van Sliedregt, ds. v. d. Pol, terwijl ik voor mij besef dat hij er nog vele anderen bij had kunnen noemen. Hij noemt het woord 'gemeenschap' in dit verband. Die gemeenschap is juist ook nodig tussen predikanten onderling. Dan komt hij op een voor hem aangelegen punt. Hij zegt: 'Veel dominee's hebben nu te weinig aandacht voor emeriti'. Zelf maakt hij al jaren lang deel uit van hel Hervormd-Gereformeerde Emeriti Contact (H.G.E.C.). 'Er zijn emeriti-predikanten, die te weinig contacten hebben. De vergaderingen van het H.G.E.C, voorzien in een duidelijke behoefte.' Ik moet van ds. Cirkel nadrukkelijk opschrijven, dat hij het niet zo best vind, dat er emeriti-predikanten zijn, die zelf nog erg veel contacten hebben en niet op de vergaderingen van het H.G.E.C, komen, waar ook predikanten komen die kennelijk meer behoefte aan contact hebben dan zij. 'Ook hierin hebben we te volharden na Pinksteren in de gemeenschap.'
De kerk
Voor ds. Cirkel is de kerk moeder, als gezegd, via zijn moeder. Dat heeft hij geschreven aan ds. C. B. Roos, toen hij 45 jaar predikant was en de synode-praeses kennelijk hem een brief schreef, zoals gebruikelijk bij een dergelijk jubileum voor predikanten. De kerk is kerk van het Woord, als de kerk er niet was, hadden we het Woord niet. Ds. Cirkel houdt zijn hart weliswaar vast voor 'Samen op weg', want hij is beducht voor 'water in een papieren zak'. Het gaat er om, dat er bij ons het besef leeft dat de bede van Christus om de eenheid tegelijk de bede is: 'heilig ze in Uw Waarheid, want Uw Woord is de Waarheid'. In die Waarheid wordt alléén de eenheid geboren.
Cirkel heeft geleden aan de kerk. Hij is altijd op de kerkelijke vergaderingen aanwezig geweest. Hij kon dan ook met prof. Severijn niet mee, toen deze op een vergadering van ambtsdragers inzake de 'vrouw in het ambt', zei, dat we eventueel ambtelijke vergaderingen moesten verlaten. 'Ik heb toen, schuchter gezegd: als ik wegblijf dan geef ik de kerk prijs. Niet ik zit er verkeerd, maar die vrouw zit verkeerd. Ik kon niet wegblijven.'
Cirkel gebruikt dan het woord: 'Ik ben bereid om met de Hervormde Kerk door de modder te gaan, omdat ik zelf deel uitmaak van haar schuld en van haar nood. In de breuk van de kerk ben ik met heel de kerk verbonden'. Toen hij dat vroeger ontdekt had heeft hij belijdenis gedaan. 'Gij zult opstaan, ons beschermen, over Sion U ontfermen' en 'Elk heeft deernis met haar gruis'.
Ds. Cirkel heeft dan ook zorg over jongere predikanten, die de Hervormde Kerk eigenlijk niet meer zien zitten. Zullen ze aansluiting zoeken of vinden bij de Oud-Gereformeerden? 'In alle kerkelijke vragen waar ook ik mee worstel zie ik dit niet als de weg voor de gemeenten, die aan onze verantwoordelijkheid zijn toevertrouwd. Het zal hen overigens wél tegenvallen als ze de aansluiting elders zoeken.' 'We zullen de kerk op het oog moeten hebben, ook in haar verval. We zullen ook in de gemeente niet de eigen groep moeten zoeken, maar het geheel van de gemeente.' Onbevangen spreekt Cirkel er over, dat zijn goede vriend, ds. Jacob van Sliedregt, aanvankelijk weleens in zijn prediking te veel geconcentreerd was op de groep, te veel de kern in de gemeente noemde en niet het geheel van de gemeente. Zijn armslag Werd echter steeds breder.
Ds. Cirkel heeft nooit de aanvechting gehad om de kerk te verlaten, zelfs niet in haar nood, in haar schuld, in haar verval.
Het geestelijk gesprek
Ds. Cirkel is gevoelig voor het geestelijke gesprek onderling in de gemeente. Hij heeft dat zelf in de gemeenten als een zegen ervaren. Vooral met bepaalde markante mensen, zoals mevrouw Brouwer in Genemuiden, die altijd sprak over 'het toevallend en het afsnijdend recht'. 'Er zijn mensen, die plotseling bekeerd werden, uit de wereld geroepen werden tot het Koninkrijk van Gods vvonderbare Licht, maar er zijn ook mensen, die vanaf de jeugd door God zijn geleid. Er zijn mensen die van het zoele zuiden en die van het barre noorden komen, maar samen zijn ze bij het kruis van Christus. Het geestelijke gesprek daarover is van grote betekenis.'
Veel heeft hij gesproken met zijn goede vriend ds. G. Boer, wiens bescheidenheid hij roemt. De band was zo sterk, dat ds. Cirkel de begrafenisdienst in Zoetermeer van zijn vriend Boer, heeft geleid.
Zending
Nog één enkel facet tenslotte. Het zendingswerk heeft de liefde van het hart van ds. Cirkel gehad. Van 1952 tot 1979 is hij lid geweest van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Zendingsbond. Het kostte, naar eigen zeggen, meer tijd dan soms verantwoord leek, maar het werd toch als een verrijking ervaren. 'Je ondervindt ook, dat de gemeente daardoor niet tekort komt. Dat het uiteindelijk ook haar ten goede komt. Je geeft niet alleen, maar je ontvangt ook weer zoveel terug.'
En dan nog twee dingen. Vanaf zijn Bodegraafse periode heeft ds. Cirkel de smaak te pakken gekregen van de zogenaamde 'lectio continua', dat wil zeggen: het in volgorde lezen van bepaalde schriftgedeelten. 'Wat ging het Woord dan open.' Hij noemt hier met name de Hebreeënbrief, die op die manier grondig gelezen werd.
En tenslotte, hij denkt weleens: 'Wat komen jonge predikanten vandaag in een veel moeilijker situatie dan predikanten vroeger. Maar ieder mag in zijn tijd de raad van God dienen. Een punt, waarop ds. L. Kievit wees bij de begrafenis van zijn vader in de daaraan voorafgaande kerkdienst. En Hij, Die vandaag roept, is ook vandaag de Getrouwe, Die het doen zal'.
'Bunschoten was mijn laatste gemeente. Een gemeente, die deerlijk geschonden werd door de Doleantie. Voordien zijn ds. K. J. v. d. Berg - als consulent - en ds. J. J. Pot er van grote geestelijke betekenis geweest. Ik ben dankbaar dat ik vóór mijn emeritaat de opbouw van deze gemeente nog een poosje heb mogen dienen in een wat moeilijke situatie.'
Maar aan het eind kan ds. Cirkel het niet laten toch nog een keer het Verbond te noemen.
'En Zijn grote Naam ten prijs, gedenkt Hij Zijns Verbonds gestadig' (Ps. 111).
Het staat gebeiteld op het graf van één van de kinderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's