Gods zorg voor de kleinen
Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen in de hemelen altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is. Matth. 18 : 10b
Wie is nu de meeste in deze wereld en tegen wie kijkt men in deze wereld nu het meeste op? Wel, het antwoord op deze vraag is gauw gegeven. Want u hoeft maar even in de krant te kijken om te zien dat in deze wereld alles draait om de machtigen, de sterken, de rijken. Zij staan in het centrum van de belangstelling. Zij zijn de meesten, de grootsten. Maar wie is nu de meeste in het Koninkrijk der hemelen? Wie is nu de meeste in dat Koninkrijk, waarvan Christus de Koning is en waarvan mensen, zondaren, Adamskinderen, onderdaan worden door de genade van de wedergeboorte gewerkt door de Heilige Geest? Wel, het antwoord dat op deze vraag gegeven moet worden staat haaks op het antwoord op die vorige vraag. Want de meeste in het Koninkrijk der hemelen is niet de machtige en de grote, maar dat is de kleine en de nederige. Want zo zegt de Heere Christus: Zo wie dan zichzelf zal vernederen gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen. En toch, helaas, gebruikt men, om te beoordelen wie de meeste is in het Koninkrijk der hemelen , vaak niet de maatstaf die de Koning aangeeft maar de maatstaven van de wereld. Ook daar acht men dan vaak de grootsten de meesten te zijn en veracht men de kleinen. Vandaar dat Christus dan ook zegt in de woorden, voorafgaande aan onze tekst: ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht. Ziet toe, dat u niet laag op deze kleinen neerziet. Veracht ze niet, die kinderen Gods, die leerden en telkens weer moeten leren om geen grote gedachten van zichzelf te hebben. Die leerden en telkens weer moeten leren om klein van zichzelf te denken, waar de Heilige Geest hen deed en telkens weer doet zien, dat ze onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Veracht ze niet, die tere en zwakke plantjes. Veracht ze niet, die nederig en stil hun weg gaan. Veracht ze niet, die niet zulke grote en geweldige dingen van zichzelf kunnen en durven zeggen. Veracht ze niet, die voor zichzelf maar ene naam weten: zondaar. Veracht ze niet die als arme en ellendige zondaren in zichzelf op niet anders kunnen hopen dan op de genade Gods in Christus. Veracht ze niet, die telkens weer niet anders overhouden dan te roepen: O God, wees mij zondaar genadig. Ja maar, waarom dan niet? Wel, zo zegt de Heere Christus, juist die kleinen staan onder de speciale zorg van de Heere in de hemel. Dat blijkt reeds uit wat we lezen in het Oude Testament. Immers daar zegt de Heere: Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. Maar die bijzondere zorg voor de kleinen blijkt met name uit wat Christus zegt in de tekstwoorden: Want Ik zeg u dat hun engelen... En nu zijn deze woorden vaak gebruikt om de leer van de beschermengelen te verdedigen, zoals die onder andere geleerd wordt door de rooms katholieke kerk. Maar die leer heeft geen grond in het geheel van de Heilige Schrift en dus ook niet in onze tekst. Maar toch - en dat zijn we, en dat wellicht als reactie op die r.k. leer en ook als gevolg van het hedendaagse denken, waarin geen plaats meer is voor het bovennatuurlijke, wat uit het oog verloren - is er nog steeds die dienst der engelen. Al wordt er weinig over die engelen gesproken en al wordt er nog minder uit datgene wat de Heilige Schrift zegt aan vertroostende woorden over de dienst der engelen geleefd, toch is er ook nu nog dat werk der engelen, waarvan de Schrift op zovele plaatsen zoveel verschillende dingen zegt. Want ook nu nog geldt wat de Hebreënbriefschrijver zegt: Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen? En nu juist die kleinen, die de zaligheid beërven zullen, zijn, omdat de Heere hen niet veracht, maar met bijzondere zorgen omringt, aan de hoede der engelen toevertouwd. Ik kan het ook anders zeggen: De gelovigen zijn aan de hoede der engelen toevertrouwd; want wat zijn de gelovigen anders dan klein in zichzelf en als het goed is denken ze klein van zichzelf en groot van de Heere en Zijn Christus.
Ja maar, waaruit bestaat dan die zorg des Heeren voor de kleinen door middel van de dienst der engelen? Wel, zo zegt de Heere Christus, hun engelen zien altijd het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is. En we hebben ons dat als volgt voor te stellen: Christus tekent hier de troonzaal Gods als een Oosters hof. En daar waren rondom de troon een aantal dienstknechten, die heel dicht bij de koning stonden, opdat ze elk bevel uit de mond van de koning zouden opvangen en elk bevel van de koning direct zouden kunnen uitvoeren. En zo is het nu ook met die engelen, wier lust het is om op Gods wenk te staren. Ze horen het direct als de Heere hen wat beveelt ten aanzien van die kleinen. En deze zorg wordt zo ontzaglijk groot als we bedenken, dat toen de Heere der engelen, Christus leed en stierf aan het kruishout des schande op Golgotha er niet die zorg van de Vader was en er toen geen engelen waren, die Hem te hulp kwamen. Toen kwam er geen bevel van de Vader aan de engelen om Zijn Zoon te ondersteunen. Toen ging Hij en hing Hij daar alleen in de allergruwelijkste Godverlatenheid en werd zelfs een weinig minder dan de engelen. Want die engelen zien altijd het aangezicht van de Vader. Maar in de duisternis van Golgotha zag Hij dat niet meer. Maar ook dat was plaatsvervangend, want zo baande Hij de weg voor de zorg des Vaders voor de kleinen door middel van de engelen. Zo opende Hij niet alleen de weg tot de zaligheid maar ook de weg voor de hulp des Vaders aan de kleinen op de weg die leidt tot het beërven van de zaligheid. En opdat aan een klein en ellendig volk in zichzelf zou vervuld worden wat de psalmdichter zingt; De engel des Heeren legert zich om degenen die Hem vrezen en rukt hen uit. En zien we dat al niet direct nadat Christus Zijn werk heeft volbracht? Want dan komt daar de zorg des Heeren voor de kleinen uit in die engelen bij die kleine twijfelmoedigen in de hof van Jozef van Arimathea. Dan komt daar die zorg des Vaders uit in die engelen bij die kleinen na de hemelvaart van Christus en bij die kleinen in de gevangenis, voor wie de engel de deur opent.
En nu gaat het er om, dat wij de genade ontvangen, waardoor ook wij groot van de Heere leren denken en klein van onszelf. Waardoor ook wij leren om, vanwege onze zonde en grote schuld bij de Heere ons te vernederen voor de Heere en leren smeken om de genade van de Heere. Ja dat we als een klein kind worden door wedergeboorte, waardoor we leren het niet meer van onszelf te verwachten, maar van de Heere. Want wie groot is in eigen oog en sterft als een grote in eigen oog zal voor eeuwig vernederd worden. Maar wie klein in eigen oog voor de Heere leerde buigen en als een bedelaar om genade leerde smeken en van het gegeef te leven, zal door de Heere niet veracht worden. Want voor kleinen zorgt de Heere door middel van Zijn engelen om Christus' wille. En die zorg strekt zich uit over het leven der gelovigen. Het leven met zijn moeiten en zorgen, zijn aanvechtingen en bestrijdingen, zijn twijfel en ongeloof, zijn strijd met de zonde en de zondige aard en met al die stenen waaraan je voet zich stoot en je over struikelt en valt. Maar ze gaat ook verder. Want er staat van zo'n kleine, zo'n bedelaar geschreven met het oog op zijn sterven: En het geschiedde, dat de bedelaar (Lazarus) stierf en van de engelen gedragen werd in de schoot van Abraham. Gods zorg voor de kleinen door de engelen om Christus' wille strekt zich uit tot het sterven, ja tot in eeuwigheid. En dan zullen diegenen, die klein zijn hier op aarde met de engelen eeuwig de Heere dienen en nooit zullen ze meer veracht zijn. Ja, dan zullen ook zij het aangezicht des Vaders zien, zoals nu de engelen. Maar veel heerlijker. Want de engelen zien dat aangezicht als dienstknechten, maar zij zien het als kinderen. Omwille van de Zoon.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's