Bevinding in de Prediking
Dr. v. Brummelen gaat er vanuit dat de bevinding in de prediking niet gemist kan worden.
Onder deze titel kwam er eind vorig jaar een boekje uit van de hand van dr. A. van Brummelen. Jammer dat deze pennevrucht van hem beperkt is gebleven tot een boekje van 40 bladzijden. Dat ligt niet aan de schrijver. De kennis van zaken waarmee hij over dit onderwerp schrijft, bewijst dat. Het is een uitgave van de Willem de Zwijgerstichting. Deze stichting wil haar naam eer aan doen door in korte, maar krachtige uitgaven de reformatorische beginselen in ons volksleven verdiepen en versterken. Vandaar dit boekje van klein formaat. Maar de inhoud is er des te groter en rijker door. Deze stichting is in haar opzet hier zeker in geslaagd. We wensen dat deze pennevrucht in handen komt van ieder gemeentelid en bijzonder in handen van hen, die van week tot week geroepen worden het Evangelie te verkondigen en dagelijks in het pastoraat geroepen zijn mensen te bewegen tot het geloof.
Dit boekje is ook een uitnemende bijlage bij 'Transponeren', een homiletische handreiking, die nog niet zolang geleden uitkwam bij Kok te Kampen. In deze uitgave schrijft dr. v. Brummelen homiletische wenken voor de prediking. Om maar een beeldspraak van de schrijver zelf te gebruiken: Wat hij ons aanreikt in 'Transponeren' over homiletische wenken is de rand van een kerkklok. Wat hij ons geeft in het boekje 'Bevinding in de prediking' is de hamer van de klepel van de klok. Beide brengen het klokgelui voort dat tot in de verre omtrek wordt gehoord. Maar nu beperken wij ons tot de uitgave van de Willem de Zwijgerstichting. Dr. v. Brummelen gaat er vanuit dat de bevinding in de prediking niet gemist kan worden. Is dat wel zo dan geeft de prediking alleen maar een metaalharde klank, zonder warmte en leven. Zo'n prediking raakt wel het verstand, maar niet het hart. Hij neemt daarbij de omschrijving van Brienen over: 'Bevinding wordt gezien als beleving van het geloof. Wie echter het boek van Brienen leest over de Bevinding en daarnaast wat v. Brummelen daarover schrijft, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hetzelfde zeggen niet altijd betekent hetzelfde bedoelen.
Het voorwerpelijke
In de bevindelijke prediking is het voorwerpelijke het uitgangspunt. Het geloof in de heilswaarden, de grote daden Gods en het machtige werk van de Christus, gaan voorop. Uit deze heilswaarheden komt de onderwerpelijke prediking op. Deze laatste legt de nadruk op de Heilige Geest en Zijn werking. Vooral het onderwerpelijke geeft antwoord op de vraag hoe de ziel kennis krijgt, deel krijgt, aan de genade, hoe leef ik met God.
Het gaat dr. v. Brummelen vooral om het evenwicht in de prediking. Zowel de voorwerpelijke genade in Christus als het werk van de Heilige Geest moet aan de orde komen. Het één mag niet ten koste gaan van het ander. Het onderwerpelijke mag in de prediking niet overwoekeren, maar evenmin daarin verschrompelen. Ik zou daarbij willen aantekenen dat we de zaak niet te veel uit elkaar moeten halen. Niet dat dr. v. Brummelen dat doet. Als men hierover schrijft moet men de zaken nu eenmaal na elkaar noemen. Toch wil ik er graag op wijzen dat het voorwerpelijke en het onderwerpelijke in de prediking wel te onderscheiden is, maar nooit te scheiden. Het meest vruchtbare, en naar ik dacht, meest bijbelse, is als het werk van Christus buiten ons en het werk van de Heilige Geest in ons in de prediking samenvloeit, ongemerkt in elkaar opgaat. Beide moeten, om het zo te zeggen, elkaar bevruchten. Dat geeft bloedwarmte aan de prediking en maakt de verkondiging van het Woord nooit vrijblijvend.
De afkeer tegen de bevinding in de prediking schrijft dr. V. Brummelen toe aan het onthullende karakter van deze prediking. Zij brengt ons het gemis aan geloofsbeleving aan de dag. Die afkeer komt vaker voor dan wij vermoeden. De oorzaak van deze afkeer ligt in de onwetendheid, gebrek aan kennis van de eerste beginselen van het geloof. Hij noemt dit het misverstand van de bevinding.
Misbruik
Er is ook misbruik van de bevinding, verglazing. Een systematische preek, waarin steeds op de voorgrond staat wat de mens moet kennen en welke weg hij door moet maken om tot de kennis van Christus te komen, werkt verstarring van de levende verkondiging in de hand. Dat trekt ook door in de gemeente. Het eigenlijke leven vindt zó zijn centrum niet in de Schrift, maar in de moraal van de wereld. Het kloppend hart van het Evangelie wordt gemist. We moeten daarom ook altijd maar terug vallen op de Schrift zelf. Dr. v. Brummelen doet dit ook. Maar als hij vanuit de Schrift wil aantonen dat er bevindelijk gepreekt moet worden, raakt hij in verlegenheid. Niet omdat dit dan niet te bewijzen is. Ook al komt het woord 'bevinding' maar éénmaal in de bijbel voor, nl. in Rom. 5 vers 5, heel de Schrift is naar zijn aard bevindelijk. Heel de Schrift beproeft ons op de echtheid van ons geloof. Bevinding is geen rationele overlegging van humanistische aard, maar het zijn de meemakingen, de echo' s der ziel op het geluid van de Heere God. Dat geluid is geen ander, dan Zijn Woord, geheel Zijn Woord.
Confessies
Deze gedachte wordt ondersteund door de confessie. Dr. v. Brummelen gaat hiervoor bijzonder in op de Dordtse Leerregels. Hierin worden de werkingen van het genadeleven breed uitgestald. Daarom is het zo te betreuren dat dit belijdenisgeschrift zo weinig bekend is. Zij kunnen genezen van ziekelijke afwijkingen. Persoonlijk vind ik het daarom ook hoopvol dat er de laatste tijd, zowel bij predikanten als gemeenteleden, iets meer belangstelling komt voor de Dordtse Leerregels. Niet dat de uitwerking daarvan direct te merken is. Ook het onderricht uit dit belijdenisgeschrift werkt eerder als zaad dat gezaaid wordt dan als wonderolie die ingenomen wordt.
Na de confessie zijn er ook de klassieke geschriften, die duidelijk maken dat de bevinding in de prediking niet gemist kan worden. Dr. V. Brummelen beperkt zich tot Calvijn, Bunyan en Brakel. Voor Calvijn is bijzondier van belang het derde boek van de Institutie over de wijze, waarop de genade van Christus verkregen wordt. Er zijn er vanzelf meer te noemen. Waarom hij deze keuze doet is duidelijk. Calvijn is de man van de Franse helderheid van geest, Bunyan de man van de Engelse praktische toepassing en Brakel de man van de Hollandse eenvoud. Opmerkelijk is dat hij Kohlbrugge niet noemt. Is dat niet de man van de Duitse 'gründlichkeit' en tegelijk iemand van de latere tijd? Zou hij ook niet in de rij gepast hebben, juist omdat hij op een zo eigen wijze de bijbelse bevinding vertolkt? Maar er moest inderdaad een keuze gemaakt worden. Er zijn veel meer klassieke geschriften te noemen.
Buitenhof en binnenhof
Waar komt nu de bevinding bij uitstek aan de orde? In de voor hem eigen beeldende taal verdeelt de schrijver dit in het buitenhof en binnenhof. Het buitenhof is de bevinding naar buiten, het leven der heiligmaking. De bevindelijke prediking laat het licht van Gods Woord ruimschoots vallen over ons leven. Het stelt de verhoudingen tegenover God en de naaste aan de orde. Dat is juist ook het ontdekkende van deze prediking. Ik denk aan het Woord van Johannes: 'Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar. Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God en die zijn broeder niet lief heeft'. Dat is de bevinding van het begin tot aan het einde in het buitenhof.
Het binnenhof der bevinding is de werking van de Geest in de gelovigen. Dat zijn de menigerlei genade gaven Gods. De geestelijke vreugde, de vertroosting, de hoop, de verheffing van de ziel, de heilige genietingen, het vertrouwen van het hart, de vergevende genade, de liefde Gods, de lust aan Gods wet en de zegen der beproeving. Het is ontdekkend dit zó eens te lezen. De vraag komt dan bij ons boven of deze zaken aan de orde komen in onze prediking. Niet of zij genoemd worden of er bij gesleept worden, maar opkomend vanuit de Schrift. Het is dan een vereiste dat wij heel de Schrift door preken en ons hoeden voor een eenzijdige tekstkeuze. De bijbel reikt ons ten overvloede stof aan om te preken alles wat God buiten ons doet en wat Hij in ons werkt. Wie dit voor ogen houdt ontkomt aan eenzijdigheid in de prediking en aan het teveel scheiden van het voorwerpelijke en onderwerpelijke in de preek. Gods Woord stelt leer en leven, denken en doen, het verborgen en openbare leven aan de orde. Dr. v. Brummelen voert zo een pleidooi voor onderscheidenlijke prediking. Hij schrijft: 'Elke preek is bediening van de sleutelen van het hemelrijk; het wordt de gelovigen geopend, de ongelovigen toegesloten'.
Te leren?
Hoe is zulk bevindelijk preken te leren? Dat is de vraag waar dr. v. Brummelen tenslotte mee eindigt. Hij noemt dan de bekende trits: meditatio, tentatio en oratio. 'Wie deze oude middelen ter hand neemt, ook in deze moderne tijd, wordt geschoold in de Schrift, leert de diepte van het geloofsleven kennen en heeft als zodanig een klankbodem van het Woord in eigen hart en leven.' We kunnen ook zeggen: Op deze wijze leert de Heere door Zijn Geest vanuit Zijn Woord wat nodig is te weten en te preken voor eigen hart en voor het hart van de gemeente. Laten we dan voor die meditatio en tentatio dit boekje ovfer bevinding in de prediking ter hand en ter harte nemen. Het is niet alleen een beschrijving van de bevinding in de prediking. Het boekje zelf is een bevindelijke preek op zich, ontdekkend en vertroostend. Wie het eens gelezen heeft zal er goed aan doen het niet te zetten in de hoek van die boeken die voor eens en voor altijd gelezen zijn. De inhoud is het waard om het bij de hand te houden en in tijden van moedeloosheid en inzinking te herlezen. Het is medicijn tot versterking van het geloof.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's