De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Vierschaarbeleving (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vierschaarbeleving (2)

Pastorale overwegingen

5 minuten leestijd

De zekerheid is er ook nimmer in de opbouw op grond van doorleefde toestanden en ervaringen, maar alleen in Christus en Zijn volbrachte middelaarswerk.

Niet iets maar Iemand

In het eerste artikel over 'de vierschaarbeleving' ging ik in op de betekenis van het woord 'vierschaar'. Toen poogde ik een omschrijving te geven van wat men onder de beleving verstaat, waarbij ik een 'vierderlei' rechtvaardigmaking meende te moeten afwijzen. Nu moet ik er ook terstond op wijzen, dat men vaak meer nadruk legt op beleving van bepaalde toestanden en gebeurtenissen, dan op de geloofskennis van Christus. Wanneer de Heere ons bekend maakt met ons verloren leven voor Gods aangezicht, dan denken we aanvankelijk, dat we iets moeten doen of hebben of doorleven om God gunstig te stemmen. We zijn al maar bezig om de Heere te bewegen tot gunstbetoning aan ons. We denken ook nog veel te kunnen doen. Hoe noodzakelijk is het te leren, dat we echter niet iets maar Iemand zijn kwijtgeraakt. We hebben God vaarwel gezegd in Adam. En de ware vrede in het hart is er niet, als we niet met God verzoend zijn.

God moet ons en wij moeten God weer terug hebben om zo te zeggen. In die weg komt er ook plaats in het hart voor de schuldovernemende Borg. Hoe heerlijk is het om Hem te ontdekken in de Schrift, door de prediking, in de kracht van de Heilige Geest. Wat een ruimte is er in Hem en in Zijn offer. Maar Hij moet ook worden toegepast, wil een schuldig zondaar belijden Hij is de mijne en ik de Zijne. 't Gaat om de geloofskennis van Christus. In Zijn bloed is de vergeving van alle zonde. Het komt voor, dat een kind van God nadat God zo Zijn genade heeft verheerlijkt, meer leeft uit zijn bekering of rechtvaardiging dan uit Christus en Zijn borggerechtigheid. Dat geeft een verheffing en een hoogmoed, waardoor men bijkans onverdragelijk wordt voor anderen. Gelukkig als men zichzelf eeas terugkrijgt, om bij vernieuwing als een arm en verloren zondaar teruggeworpen te worden niet op iets maar op de Heere Zelf.

Staan naar 'de grote zaak'

We ontmoeten wel eens mensen, die zeggen: dominee, ik sta nog voor de grote zaak. Ze bedoelen daarmede, dat ze nog niet met een bewust geweten kunnen spreken van de vergeving der zonden en van het kindschap Gods. Ik maak ook daarbij een enkele kanttekening. We moeten leren, dat de Heere zo vrij is, ook in de wijze van toebrenging en leiding van Zijn kinderen. Wel kunnen we er blij om zijn, als er verlangen is naar de gemeenschap met God. Licht zijn we zo zelfgenoegzaam. Snel zijn we over ons en met wat we beleefden tevreden. Dat men zo graag zekerheid zou hebben, is te verstaan en te waarderen. Maar waar gaat het om? Hebben we voor onszelf overdacht, hoe de Heere het zou kunnen en moeten doen? Zouden we graag bewust weten een kind van God te zijn, omdat we dan ook kunnen meepraten over de dingen uit eigen ondervinding? Hoe arglistig is het hart. Ooit hoorde ik de uitdrukking van een reeds jaren geleden ontslapen dienaar des Woord: liever bestreden leven op de beloften Gods dan vastzitten op een verroeste rechtvaardigmaking. Niet ieder komt even ver op de weg der zaligheid. En toch is er bij elk oprecht mensenkind een verlangen om te delen in de vrijspraak van schuld en straf. Nogal eens wordt de zekerheid der zaligheid verkeerd gezocht. 't Gaat niet buiten het gepast, ootmoedig en gelovig gebruik van de genademiddelen om. De zekerheid is er ook nimmer in de opbouw op grond van doorleefde toestanden en ervaringen, maar alleen in Christus en Zijn volbrachte middelaarswerk. Vandaar dat we wel uiterst voorzichtig moeten zijn met een kenmerkenprediking.

En de bevinding dan?

Ik schrok deze week toen ik een ouderling hoorde vertellen, dat een predikant geen beroep naar een bepaalde gemeente zou krijgen, omdat men hem daar te schriftuurlijk vond. In 't ziekenhuis hoorde ik van een gemeentelid, dat van een buurvrouw op zaal best haar bijbeltje mocht gebruiken - bij de plotselinge opname had zij 't vergeten mee te nemen - omdat ze een boekje had, veel mooier dan de bijbel. Het bleek een bekeringsboekje te zijn. Daar worden we bang van. Moeten menselijke geschriften boven het Woord worden gesteld? Als we dat zeggen, krijgen we snel de beschuldiging 'zeker tegen bevindelijke prediking' te zijn! Nu deert ons niet, wat mensen zeggen. Bevindelijk preken blijkt nogal eens verstaan te worden in de zin van 'bevinding(en) te preken'. Dat is mis. Dat verduistert de heerlijkheid van Christus. Als de christen in plaats van de Christus gepredikt wordt, doen we te kort aan de opdracht Gods. Of eigenlijk: we miskennen de roeping Gods te prediken in de naam van de gekruiste, en verheerlijkte Christus bekering en vergeving van zonden. Dan worden toestanden van de ziel beschreven. De gemeente wordt snel gemanoeuvreerd in de rol van toeschouwer. De ware bevinding des geloofs bloeit altijd weer op uit het Woord door de werking van de Heilige Geest. 't Gaat in de worsteling om de zekerheid des geloofs niet buiten de ervaring om. Maar nimmer is deze grond voor de eeuwigheid. Hoe gevaarlijk om de vrucht - als de vrucht er nog is! - aan te zien voor de grond. Bedenken we voorts ook dat het bijbelse woord voor bevinding alles te maken heeft met proefondervindelijk, beproefdheid. Ik denk zelfs, dat een voorwerpelijk zuiver Schriftuurlijke prediking het langer houdt en meer bevredigt op de duur dan een bevindelijke prediking in de zin van ervaringen van Gods volk preken. Trouwens van het volk van God is niet zoveel goeds en bijzonders te zeggen, maar wel alles goeds van de God van dat volk en van de Zaligmaker. Ook de vierschaarbeleving preken we niet als centraal punt der verkondiging. Maar 't gaat om de uitstalling en aanprijzing van de Heere Jezus en Zijn werk en van Zijn komen in de gemeente en tot verloren zondaren. Niet tenslotte de beleving van wat dan ook is nodig tot de zaligheid. Maar zoals Ledeboer het eens zei: 'het moet Jezus, Jezus, Jezus zijn'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1983

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Vierschaarbeleving (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1983

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's