Vrouwen in de dienst
Hier wordt een ernstige poging gedaan om de Schrift (- gegevens) m.b.t. het ambt en de plaats van de vrouw in de gemeente te verstaan.
Bijbelse studie naar de diensten in de christelijke gemeente en de plaats van de vrouw daarbij (rapport Studiegroep van Chr, Ger. Theologen te Utrecht; te bestellen door overmaking van 6, 50, inklusief porto op girorekening 5469469 .n.y. mevr. J. M. Baaij, Utrecht).
Bovengenoemd studierapport is afkomstig van een groep theologen, die afkomstig zijn uit de Chr. Ger. kerken en die op de één of andere manier een binding hebben met Utrecht. Aldus de eigen aankondiging. Het is een gestencilde brochure van 80 pagina's, dat zij aandienen als een definitief rapport-resultaat van een jarenlange studie inzake het ambt en de plaats van de vrouw in de gemeente. Een m.i. alleszins lezenswaardig stuk, dat metterdaad getuigenis aflegt van een diepgaande bezinning. Hier wordt een ernstige poging gedaan om de Schrift (- gegevens) m.b.t. het ambt en de plaats van de vrouw in de gemeente te verstaan. En iedere lezer wordt vriendelijk uitgenodigd om mee te luisteren. Dat heb ik dan ook zoveel als in mijn vermogen was, gedaan. Vanwege het gewicht van de zaak zelf en vanwege de intensieve wijze, waarop in dit rapport wordt gewerkt aan een adaequaat antwoord op de vele vragen, die hier liggen, zou ik gaarne dit werktuk in handen willen zien van vele geïnteresseerde lezers. Dat betekent evenwel niet, dat ik na lezing an het rapport niet een aantal gewichtige vragen overhoud waarvan ik geloof dat zij óf niet genoeg of op een onjuiste wijze antwoord krijgen in deze studie. Ik stip deze vragen nu alleen maar aan zonder op de zaken zelf in te gaan. Een beraadsgroep, ingesteld door het H.B. van de Gereformeerde Bond is immers in een reeks studiedagen daar uitvoerig mee bezig (geweest). En hopelijk krijgt de lezer (ook de groep chr. ger. theologen, van wie genoemd studierapport afkomstig is), binnen afzienbare tijd de resultaten daarvan onder ogen. Daarop in deze bespreking vooruit te lopen, zou onjuist zijn. De vragen, die bij mij rezen bij het lezen van de vermelde studie, wil ik echter wel opsommen. Wellicht kunnen ze dienen tot verdere doordenking. Ik noem ze in volgorde van belangrijkheid:
1. Zou het niet bevorderlijk zijn geweest voor een meer ontspannen, evenwichtig rapport, als niet was ingezet met allerlei vragen m.b.t. het ambt, maar met een breder thema, nl. dat van de bijbelse verhouding van man en vrouw?
2. Is het inzake de omgang met de Schrift (mede toegespitst op de aan de orde zijnde vragen) niet van groot belang, dat we duidelijkheid hebben inzake de relatie tussen de tijdbetrokkenheid van een Schriftwoord en de 'theologische' relevantie daarvan voor alle tijden en ook voor onze tijd? M.a.w. hoe zwaar laten we de historische (kulturele) kontekst van een Schriftwoord wegen? En hoe zwaar weegt ook onze eigen kulturele situatie in onze overwegingen?
3. Zijn de scribenten er zich van bewust, dat een eigentijdse denkmethode in funktionele kaders net zo goed een bepaalde benaderingswijze van de Schriftgegevens met zich meebrengt als een denken in institutionalistische ambtelijke denkkaders?
4. Waarom hebben de medewerkers aan dit rapport niet wat meer moeite gedaan om de verhouding tussen eenheid en gedifferentieerdheid inzake de participatie van man en vrouw in het beeld Gods onder woorden te brengen? Een pleidooi voor eenheid (geen ongelijkwaardigheid) gaat gepaard met een even stellig pleidooi voor gedifferentieerdheid en ongelijkheid. Een eerlijke exegese van Gen. 1 en 2 en van wat Paulus over de man-vrouw verhouding zegt, voert tot beide.
5. Zijn de scribenten zich bewust van het gevaar van een selectief Bijbel gebruik, als zij b.v. het diakonia-karakter van alle arbeid in de gemeente en (ander voorbeeld), als zij het beeld van de gemeente als lichaam zo exclusief benadrukken, dat andere noties van de Schrift (b.v. de notie van de volmacht en b.v. de notie van de gemeente als ekklesia) niet meer uit de verf komen?
6. Zou het niet goed zijn geweest, als de schrijvers van de studie aandacht hadden besteed aan de vraag, of en in welke mate de gereformeerde (Calvijnse) ambtsopvatting wezenlijke Bijbelse noties naar voren haalt (ik denk aan de ouderling-figuur, die in dit studierapport veel te weinig aandacht krijgt). Wij kunnen voor een beantwoording van de vraag naar de plaats van de vrouw in de gemeente-nu, in elk geval niet heen om de vraag, of er binnen de ruimte van de klassiek gereformeerde ambtsopvatting geen mogelijkheid bestaat van een bijbelse invulling van de positie van de vrouw in de gemeente. En als we deze vraag met nee wensen te beantwoorden, dan blijft nog die andere vraag, nl. wat we dan precies met de gereformeerde traditie doen?
Dit zijn zo maar een paar vragen. Misschien kunnen ze helpen om verder te doordenken. Dat wij de handen vol hebben aan een rechte verwoording van wat de Schrift ons voorhoudt m.b.t. de plaats van de vrouw in de gemeente, moeten we zeker zeggen. We hebben er de handen vol aan omdat ons gebruikelijke gemeentepatroon bepaald geen blauwdruk van het Schriftuurlijke gemeentebeeld kan heten. En we hebben er de handen vol aan, omdat we in ons spreken over de plaats van de vrouw altijd en ogenblikkelijk met een feministische tijdgeest te maken hebben, waardoor de dingen o zo gemakkelijk op drift raken.
Dat ik het niet eens ben met de conclusie van het rapport (blz. 74), nl., dat het weren van vrouwen uit de ambten een onevangelische situatie is, hindert mij evenwel niet in de hoop, dat christelijk gereformeerden en hervormd-gereformeerden elkaar in de nabije toekomst mogen dienen in een wezenlijke en grondige doordenking van de vele vragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's