Noodzakelijk werk
Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 1 Cor. 2 : 10.
Wat kan een ander soms een raadsel voor je zijn! Je hoort iemand iets zeggen en je vraagt je af: Waarom zegt hij dat? Je ziet iemand iets doen en je vraagt je af: Waarom doet die ander dat? En dat we deze vragen stellen en het vaak bij het stellen van deze vragen blijft is ook wel te begrijpen. Want ik kan nooit zeggen wat de diepste gedachten van een ander zijn die de achtergrond vormen van wat hij doet of zegt. Die diepste gedachten blijven een verborgenheid, tenzij die ander het openbaart. En ook als die gedachten geopenbaard worden, dan weet je nog niet of dat nu de diepste gedachten zijn. Want wie van de mensen, zo zegt Paulus, weet hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is. Alleen mijn geest kent mijn diepste gedachten.
Maar waar dat nu geldt van de mensen onderling, daar geldt dat zeker van de mens tegenover de Heere. Geen mens weet van zichzelf wat de diepste diepten van God zijn. Die diepste gedachten van God zijn voor de mens zeker een verborgenheid. Daar ligt een sluier over. En waar dan, naar het woord van Paulus, alleen de menselijke geest weet, wat des mensen is, daar weet ook iemand, naar hetzelfde woord van Paulus, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods. Die Heilige Geest weet wat Gods onpeilbaar diepe gedachten zijn. Die Geest weet wat in het hart van God is. Die Geest weet dat alleen, want, zo zegt de tekst, de Geest onderzoekt de diepten Gods, zoals hij alle dingen onderzoekt. Ja maar, wat zijn dan die diepten Gods? Wel, wat zijn dat anders dan Zijn Goddelijke besluiten? Wat is dat anders dan Zijn eeuwige en Goddelijke raad. Zijn eeuwige en Goddelijke raad aangaande de verlossing van verloren en gevallen Adamskinderen? Zijn eeuwige en Goddelijke raad aangaande de redding en verheerlijking van die mensenkinderen, die door de zonde zo diep verdorven zijn. Die raad weet de Heilige Geest. Ja, maar al weet die Geest het nu, dan weten wij het nog niet! Dan blijft voor ons kleine, zondige mensen, nog een verborgenheid, een geheimenis. Jazeker, maar dan zien we tegelijk ook de uiterste noodzakelijkheid van Pinksteren. Dan zien we de noodzaak van de uitstorting van de Heilige Geest die reeds beloofd was onder het oude verbond en verworven is door de Heere Christus. Dan zien we dat pinksteren een onmisbare schakel is in de gouden keten der heilsfeiten die de kerk in verwondering mag gedenken. Dan zien we de noodzaak van het feit, dat de Geest Gods woning maakte op deze aarde in de kerk. Want wat verborgen is kan alleen maar ontsloten worden door openbaring. En dat noodzakelijke werk doet nu de Heilige Geest. Hij doet datgene, waarvan onze tekst ook spreekt: Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest. Wat heeft God dan geopenbaard door Zijn Geest? Wel, wat is dat anders dan hetgeen het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord en in het hart des mensen niet is opgeklommen en hetgeen God bereid heeft, dien, die Hem liefhebben? Wat is dat anders, dan het heil in haar volle omvang? Wat is dat anders dan de zaligheid, die totaal onverdiend is? Want ach, waar wij gezondigd hebben tegen de Heere en nog dagelijks tegen Hem zondigen in gedachten, woorden en werken, daar is van onze kant toch geen mogelijkheid te bedenken om behouden, om gered te worden. Neen, het enige, waartoe wij kunnen en moeten besluiten als wij zien onze zonde en ongerechtigheid, dat is dat de Heere ons moet verdelgen voor eeuwig. Dat de Heere ons doet omkomen. Ja, maar dat zijn nu juist de diepten Gods, dat de Heere nochtans zulke zondaren wil verlossen en zaligmaken. Hoe dan? Wel, in een weg, in Zijn eeuwige raad bepaald, waarin Zijn Goddelijke wijsheid blijkt en schittert. Wijsheid, die zo groot is, dat ze alle menselijke wijsheid verre te boven gaat en die openbaar komt in de Heere Jezus Christus. Want dan heeft God in Zijn raad een weg uitgedacht, waardoor onrechtvaardigen toch gerechtvaardigd kunnen worden, zonder dat God daardoor onrechtvaardig wordt. Dus met behoud van het recht Gods. En dat komt openbaar in Zijn Zoon, Die, hoewel de Vader Hem ontzaglijk liefheeft, door de Vader niet gespaard wordt. Maar die de Vader overgeeft om gekruisigd te worden en om zo te dienen als een zoenoffer. En in dat zoenoffer, in die gekruisigde Christus, schittert de wijsheid Gods, die openbaar komt in Zijn eeuwige raadsbesluit. Waarin God op het oog had de rechtvaardiging van onrechtvaardigen, de verhoging van gevallenen, de vereniging van datgene wat door de zonde verbroken is en bovenal Zijn eer. Ja, dat zijn de diepten Gods. En die openbaart nu de Heilige Geest aan Paulus en zijn medearbeiders. Opdat zij dat zouden verkondigen, zowel aan de Joden als aan de heidenen, die toch daarin gelijk zijn, dat zij zondaren zijn en dat er van hen uit geen weg terug naar God is: Jezus Christus en Die gekruisigd. Die diepten Gods openbaart de Geest Gods aan de kerk, opdat zij daar en daar alleen uit zouden leven en telkens weer opnieuw daar het leven allen in zouden vinden: Jezus Christus en Die gekruisigd. Ja maar hoe openbaart de Geest dat dan? Door stemmen of visioenen of dromen? Neen, door het Woord van God, dat vrucht is van de openbaring van de Geest. En waar nu die Geest dan dat Woord, die openbaring van de diepten Gods, brengt in het zondaarshart, jazeker, daar wordt de mens, daar worden u en ik ontdekt aan onze zonde en aan onze hemelhoge schuld bij God. Daar gaan we zien, wie we zijn, geworden zijn door de zonde. Daar gaan we onszelf zien, zonder de camouflages die we gebruiken om nog wat te lijken. En daar gaan we ook zien, dat het aan onze kant onmogelijk is om behouden te worden. Onmogelijk om weer in de gemeenschap van God, Die we verlaten hebben terug te keren. Dan slaan we een blik in de duizelingwekkende diepten van onze nood als Adamskinderen. In de afgronden van ons verdorven bestaan. Maar dan gaan ook open, die ontzaglijke diepten, die heerlijke diepten van God. Waarbij het een mens, een zondaar duizelt en hij alleen maar neer kan vallen in verwondering en aanbidding. Waarbij de mens stil wordt of soms een lofzang zingt. Want die diepten Gods hebben dan één gestalte en dat is Christus Jezus. Zijn kruis, waaraan hij stierf. Dragende de vloed van God en ondergaande in het oordeel van God. Zijn kruis, waar Hij, plaatsvervangend, de straf droeg. Maar ook Zijn opstanding, die een zichtbare bezegeling is van het feit dat aan het recht van de Vader is voldaan en die een zichtbaar bewijs is van Zijn overwinning. En daarin openen zich de oneindige diepten van de liefde Gods. Eeuwige en onbegrijpelijke en onmetelijke oceanen van liefde. Ja, dan gaan in Christus open voor een zondaar de diepten van het eeuwige hart van God en van Zijn gunstrijk welbehagen. En we kunnen niet anders dan met Paulus zeggen: O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods. En zo is dan het werk van de Heilige Geest noodzakelijk. Want als die Geest, Die Christus verworven heeft, die Christus niet openbaart, dan zien we die Christus niet. Dan geloven we niet in Christus. Dan gaan we aan Hem voorbij. Dan verlaten we ons niet op Hem. En dan wordt het een eeuwig omkomen. Maar waar die Geest in Christus openbaart de diepten van Gods liefde tegenover de diepten van onze verlorenheid, daar verbleekt alle wijsheid van mensen. Ja, de wijsheid der wijzen vergaat dan, maar daar schittert heerlijk de diepte der wijsheid Gods. En daar wordt wat gehoord. Wat? Wel het kloppen van het liefdehart Gods, waaraan een zondaar mag rusten om Christus' wille. En daar wordt, geleerd door de Heilige Geest, in een lied der aanbidding God grootgemaakt. Nu in gebrek en afgewisseld met perioden van stilzwijgen. Maar straks ten volle en zonder weerga.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's