Pastoraat rondom het Avondmaal
Miskenning van het Avondmaal leeft in de grond der zaak van dezelfde fout als overschatting. Bij beide ontbreekt het aan diep schuldbesef.
Inleiding
In de loop der eeuwen is er rondom het Avondmaal heel veel geschreven en nog houdt het gesprek daarover niet op. Blijkbaar blijft het telkens in de belangstelling staan en daarom alleen al is het goed van tijd tot tijd voor bepaalde gezichtspunten aandacht te vragen. Het spreekt geheel vanzelf dat ook de dwaalleer het sacrament niet onberoerd laat. Daardoor treedt telkens misvorming op. Maar dit alles laat ook het hart van de gemeente niet koud. Er onstaat afdwaling, vereenzijdiging, verstarring enr vervaging. Het Woord Gods moet dan telkens weer rechttrekken en verhelderen, datgene wat in een verkeerde baan terechtkwam. In deze lezing wensen wij een paar aandachtspunten naar voren te brengen, die wij telkens kunnen tegenkomen, twee verkrommingen in de viering van dit sacrament, die overal plaatsvinden.
Overschatting
Wij constateren als eerste verschijnsel de zogenaamde materialistische overschatting van het heilig Avondmaal. Hiervan vinden wij de sporen in de sacramentsleer, niet alleen van de Roomse, maar ook van de Lutherse kerk en vooral niet minder bij zovele richtingen en stromingen als wij ook buiten die kring in verschillende standen ontdekken. Met een geleerd woord kunnen wij deze richting de krypto-romaniserende noemen. Wij vatten er onder die gedachte, dat het sacrament méér is dan het Woord Gods. Er bevindt zich een tendens in, om de waardering van het sacrament bovenmatig te beklemtonen. Weliswaar misschien niet in theorie, maar wel in de praktijk. Men zegt het ook niet met evenzoveel ronde woorden, maar de strekking is deze, dat men van het Avondmaal verwacht datgene wat het Woord belooft. Waar deze stroming heerst, ligt doorgaans een sterke nadruk op de roeping om het Avondmaal te vieren. Er wordt grote aandacht geschonken aan de Avondmaalszondagen. In de prediking wordt de nodiging dwingend bijna en concreet gebracht. Toetst men evenwel zorgvuldig wat nu de gemeenschap met Christus aan het Avondmaal inhoudt, dan is er een merkwaardige vaagheid in de prediking te bemerken. Het lijkt het wel of de geloofsverbondenheid met Christus enkel en alleen in de ceremoniële handeling van de viering bestaat en overigens niet of nauwelijks aanwezig is. Althans men bemerkt weinig uitwerking van de geloofsgemeenschap met Christus in het dagelijkse leven van de gemeente. De actuele handeling volstaat. Alles wordt gezet op het Avondmaal. Geloof en bekering komen weinig aan de orde in het geheel van de prediking.
Hoe moeten wij hierover nu oordelen? Een te sterkte accentuering van het Avondmaal voert tot ritualisme en formalisme. Men drijft de gemeente niet tot Christus, maar tot het Avondmaal. Natuurlijk tekenen wij hier caricaturen, maar het komt voor. Zo is na tijdenlange verwaarlozing van het Avondmaal een tendens naar voren gekomen, die doorslaat naar de andere kant. De genade is niet automatisch met het gebruik van het genademiddel gegeven. Met name achten wij onder dit hoofd het gevaar aanwezig van het verbondsautomatisme. Men acht alles gewonnen, wanneer alle lidmaten ten Avondmaal gaan. Nu is dit wel een ideale toestand, maar een overtrekking van de gemeente.
Wij oordelen niet, dat deze overschatting van het Avondmaal overal aanwezig is, maar wij bespeuren soms de aanzet daarvan in een te ongearticuleerde prediking. Het zit om zo te zeggen in de lucht. De prediking onderscheidt te weinig. De genade is te goedkoop. Er is een vereenzelviging in van Woord en sacrament. Het boze hart van de mens wordt te weinig ontleed en ontbloot voor het aangezicht van God. Dan gaat er geen vrees meer uit van het Woord. Er is geen Godsontmoeting meer. De bediening van het Woord geschiedt te rationeel. Er is te weinig diepte. Het is wel nodig scherp te ontleden hoe breed en diep dit geestesverschijnsel in de gemeente aanwezig is. Vergissen wij ons niet, dan kunnen wij deze stroming daar op het spoor komen, waar in de gemeente een vrij optimistische levenstoon heerst. Een hoge dunk van menselijk kunnen en kennen. Een zelfingenomen levenshouding, die van de genademiddelen de genade zelf verwacht. Ten diepste heerst er een fijnzinnige onverschilligheid. Waar de macht der zonde geloochend wordt, is een genadewerking Gods tot geloof en bekering de meest overtollige zaak van de wereld. Maar dat is nu juist de zaak. Wij hebben al die oude goede woorden nog steeds. Maar het leven is er aan ontzonken. Het zijn geen realiteiten meer. Het ontbreekt ons niet aan rechtzinnigheid. O néén, wij hebben alles nog rechtzinnig voor en na. Maar dit is het kwaad, dat ons verontrust: de rationaliteit doorwoekert en overwoekert de rechtzinnigheid en dat is het begin van het einde. Juist dat rationele denken voegt de sacramentsbediening óók bij het godsdienstig beleven, maar ziet niet in dat wij over de genade nooit vrijmachtig kunnen beschikken. De spanning wijkt uit het geloofsleven weg. De vanzelfsprekendheid komt er voor in de plaats.
Miskenning
Een tweede gevaar voor iedere gemeente is de spiritualistische miskenning van het Avondmaal. Als vertegenwoordigers van deze richting mogen gelden: de socinianen die Doop en Avondmaal als bloot uitwendige ceremoniën opvatten, waardoor men eenvoudig toont zich bij de christelijke gemeente te voegen en dankbaar aan des Heeren dood te gedenken. Daarbij behoren ook de Quakers, die niet slechts het woord sacrament, maar ook de zaak ten enenmale verwerpen, terwijl zij geen andere dan een geestesdoop en een geestelijk Avondmaal met Christus in de zin van Openbaring 3 : 20 kennen. Wij denken daarbij ook aan de rationalisten, die, zo zij ook al het teken op zichzelf onaangerand laten, de eigenlijke hoofdzaak, daardoor aangeduid, voorbijzien of loochenen. Wij laten nu maar rusten, dat er velen meer zijn die de sacramenten als instellingen van Christus zelf ongetwijfeld met een zekere eerbied beschouwen, maar nauwelijks gevoelen zouden iets wezenlijks te missen, wanneer die achterwege bleven of afgeschaft waren.
Onder het mom van een schijnbaar hoog geestelijke prediking kan het sacrament geheel vervluchtigen en daardoor buiten het gezichtsveld der gemeente geraken. Wij menen, dat in vele van onze gemeenten deze spiritualistische tendens zijn duizenden heeft verslagen. Door middel van deze geestelijke stroming is het Avondmaal geheel buiten het leven der gemeente komen te staan. Een muur van glas heeft zich gesteld tussen de gemeente en de viering van het sacrament. Er heerst soms een rechtzinnige leer, maar deze is verstrakt en verglaasd geworden. Er bestaat geen enkele levensverwantschap meer tussen die leer en het leven van het gemeentelid. Men leeft eigenlijk twee levens. Eén dat God, en één, dat de wereld tot middelpunt heeft. Het godsdienstige leven doordringt het natuurlijke niet. Men is tevreden wanneer men in aardse zaken rechtvaardig en getrouw handelt en met matigheid geniet. Maar men komt er niet toe om alles, tot eten en drinken toe, ter ere Gods te doen en van heel het leven een godsdienst te maken. Zijn dogmatiek ontleent men aan de Schrift, zijn moraal aan de wereld. Wijst de prediker er dan op, dat heel het gebied van het leven voor God wordt opgeëist - men ziet hogelijk verbaasd. Wordt de gemeente onder het liefdesbevel van het Avondmaal gezet - er ontstaat vijandschap. Men wordt kregelig. Het komt te dichtbij. Men leefde o zo gerust in de Avondmaalsmijding op orthodoxe grondslag. Het zijn de slechtste gemeenteleden niet, die in stille gesprekken wel eens hun zorg uitspreken over de overschatting van het Avondmaal aan de ene kant. Zij weten dat de Heere vrij is in de bediening van Zijn genade.
Zij merken evenwel óók op hoe kwaad het is met een gemeente, wanneer er een automatisch verzuim is van de Dis des Heeren. Miskenning van het Avondmaal leeft in de grond der zaak van dezelfde fout als overschatting. Bij beide ontbreekt het aan diep schuldbesef. Hoogmoedig zelfvertrouwen rust vals op het gebruik der genademiddelen. Trage lijdelijkheid schuwt de genademiddelen. Het zijn de twee grootste hinderpalen van alle waarachtig geestelijk leven. Maar per slot van rekening is ook de brute miskenning van het Avondmaal - hoe geestelijk ook bemanteld - onverschilligheid ten aanzien van de inzettingen Gods.
Vindt men nu veelvuldige Avondmaalspraktijk bij een optimistische levenstoon, het is doorgaans zo dat een schaars Avondmaalsgebruik nogal eens aanwezig is en een gemeente met een pessimistische levenstoon. Het gaat er dan om te onderscheiden uit welke wortels de gemeente leeft. Er is ook een schijndiep perssimisme. De levenstoon is ernstig, de levensgewoonte sober, maar het blijkt soms dat er toch geen strijd is om een genadig God te mogen kennen. Men laat eigenlijk alles maar over zich heengaan. Er worden jammerkreten gehoord over de boosheid van het menselijk hart. Weeklachten over de ellende der wereld, maar alles even onbepaald en algemeen. Gaat de Avondmaalsoverschatting met het sacrament te werk als met een tovermiddel, de miskenning loopt met een brede boog er omheen. De Heere bedoelt noch het een, noch het ander.
Therapie
Wij moeten deze uitersten scherpzinnig ontleden om tot een gezonde Avondmaalspraktijk te komen. Bij de materialistische overschatting van het sacrament zal een ontdekkende en ontledende prediking aan de orde dienen te zijn, die het formalisme van deze praktijk gestreng onthult en aan de kaak stelt. De genade zit niet in het gebruik van het genademiddel. Het genademiddel is er slechts het werktuig van. Met liefde en ernst moet dit aan de gemeente worden duidelijk gemaakt, vooral wanneer een lichtvaardige Avondmaalsgang wordt geconstateerd in overgrote mate. In dit geval is het niet wijs overdadig de aandacht op het sacrament te vestigen door middel van allerlei bijeenkomsten in de voorbereidingsweek, juist tot ondersteuning van het sacrament. Zij leggen teveel nadruk op de ceremonie als zodanig en kweken licht een ceremonieel Avondmaalgebruik. De objectieve, strakke ernst van de voorbereidingspreek is daar op zijn plaats. De censura morum worde in de kerkeraad met nadruk aan de orde gesteld en alles dient vermeden, waardoor de indruk ontstaat dat het sacrament staat boven het Woord. Men beklemtone het werk van de Geest. De geestelijke warmte verschroeie het formalisme. Er is in dit opzicht nodig meer geestelijke diepgang. Wie diep in zichzelf is afgedaald en telkens ernstig geprobeerd heeft zichzelf in eigen kracht te verbeteren, zal het hopeloze der poging en daarmee de volstrekte onmisbaarheid van een hogere kracht tot zijn geestelijke herschepping erkend hebben. Juist dat is dringende noodzaak bij de dienst der vormen.
Uitwendig middel
Bij de spiritualistische miskenning van het sacrament moet nadruk gelegd worden op het zichbaar Woord. Brood en wijn zijn zinnebeelden van het lichaam en bloed des Heeren. De noodzaak van de sacramentsbediening is tot zaligheid niet absoluut. Maar de Heere heeft ons er wel toe geordineerd. 'De Heere belieft zich te binden aan de tekenen en de zegelen in vrij souverein welbehagen. Wie is zo sterk in het geloof, dat hij het uiterlijke middel, het zichtbare pand, kan ontberen, waarmee de Heere onze zwakheid tegemoet komt? Wat voor een geloof is het, dat de eigen inzetting des Heeren meent te kunnen ontberen? Wie is de enkeling, die zich met de Heere en de onzichtbare kerk zo innerlijk verbonden waant, dat hij de zichtbare band kan ontberen? De miskenning van het Avondmaal leidt konsequent ook tot de loochening van de vleeswording. Alles vervloeit. De redeneerhouding wordt vrijblijvendheid. Hier past niet zozeer ontdekking als wel de fijnzinnige eis tot gehoorzaamheid. Wij moeten niet geestelijker willen zijn dan de Heere wil. Christus neemt ons vlees en bloed aan en neemt zo deel aan ons menselijk leven en aan onze wereld. Overschatting van het Avondmaal leidt tot het neertrekken van Christus in deze stoffelijke wereld, de miskenning ontvlucht het gebruik van de genademiddelen. Ja, leidt tot ontvluchting van het Woord als genademiddel. Geen van beide begeert eigenlijk verzoening door voldoening. Met aarzeling zouden wij hier periodiek willen aanbevelen een gemeenteavond te beleggen om deze dingen nader te belichten. Het spiritualisme in de miskenning komt onder schijngeestelijke gestalte en heeft daarom scherpere analyse nodig. Het scheidt doorgaans natuur en genade en is uiterst moeilijk te bestrijden.
Slotsom
Een juiste diagnose van de gemeente verschaft onder Gods genade ook een goede therapie aan de hand van het Woord. Over het algemeen helpt niet en nooit een drijverige prediking. Maar een harmonische Christus-prediking, waar zowel Wet als Evangelie evenwichtig aan de orde komen is de beste medicijn. Doorgaans is wel het beste niet alle aandacht op het Avondmaal te leggen, maar op de Heere van het Avondmaal. Men trekke tot Hem óf tone de diepe ernst van Hem af te blijven in het ongeloof van het hart. Een gezonde catechismusprediking doet hier voorts wonderen. Het Avondmaal is nooit vrijblijvend, evenmin als Christus ooit vrijblijvend is. Maar het eist altijd diepe eerbied. De diepste oorzaak van onze Avondmaalnood is dat wij immer weer te weinig onze ellende kennen. Er zijn vele bekommerden, maar ook bekommerden over de zonde? 't Moet onze opdracht zijn tot leniging van deze nood niet driftig naar nieuwe wegen te zoeken, maar de klassieke wegen van de kerk te volgen met vernieuwde trouw en gehoorzaamheid. Dat geeft zegen. Zo vele vernieuwingspogingen zijn al doodgelopen, dat het meer dan tijd wordt vernieuwing te zoeken langs de weg van het gebed en de onderwerping aan het Woord. Echte zegen komt uit de diepte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's