De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zijn ‘onze’ jongeren anders?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn ‘onze’ jongeren anders?

Onderzoek onder jongeren van 16 en 18 jaar

3 minuten leestijd

Zijn de jongeren uit de Gereformeerde Gezindte - hoe breed of hoe smal men deze gezindte ook nemen wil - anders dan andere jongeren uit algemeen protstants-christelijk milieu? Van tijd tot tijd verschijnen - de laatste tijd weer in toenemende mate - berichten in de pers over onderzoeken, waaruit blijkt dat de belangstelling van de jongeren voor kerk en geloof afneemt, dat het nog een kwestie is van enkele jaren, of enkele decennia en het is óver. De kerk is - als men al die deprimerende berichten geloven moet, een aflopend verschijnsel: Bij zulke berichten ben je telkens geneigd te vragen: waar en onder welke jongeren werd het onderzoek verricht? We kunnen immers nog wel andere sectoren in de kerken aanwijzen waar toch nog wel wat anders van te zeggen valt: tóch nog kerkelijke meelevendheid, bezoek aan de catechisatie, afleggen van belijdenis des geloofs, kringwerk, waaronder bijbelkringen, voor jongeren, en her en der behoorlijk functionerende jongerenclubs.

Ik bedoel dan die kringen, waar kerkelijke meelevendheid nog in ere is, en dan bedoel ik met name de gereformeerde sector van de kerken, ook al is het daar niet overal rozegeur en manenschijn, en ook al weet ik best dat er ook evangelische kringen zijn, waar de jongeren sterke betrokkenheid tonen: terwijl het óók weer niet zo is, dat meelevendheid alléén beperkt zou zijn tot deze gereformeerde of evangelische kringen.

Maar we weten intussen best daf uiterlijke meelevendheid het alleen niet is. Juist in de prediking binnen de Gereformeerde Gezindte is er immers de steeds herhaalde waarschuwing dat de hoorders niet moeten denken dat het met trouwe kerkgang en met kerkelijke meelevendheid op zich wel goed zit. Soms denk ik wel eens: zeg dit ook niet al te veel! Want anders lopen we weer het gevaar om de door God gegeven middelen te gaan onderschatten. Vorige week memoreerde ik in een artikel, dat iemand in Oost Duitsland de kerk zijn 'eerste ervaring van God' noemde, omdat we daar immers voor het eerst en telkens opnieuw het Woord mogen horen.

Een onderzoek

Aanleiding tot dit artikel is een boek van de heren L. van Driel en I. A. Kole, getiteld 'Godsdienstbeleving van jongeren tussen veertien en achttien jaar'.

De heer Van Driel is godsdienstleraar op een protestants-christelijke school voor voortgezet onderwijs te Ridderkerk (Guillaume Farel). De heer Kole is godsdienstleraar op de scholengemeenschap, met pedagogische academie, de Driestar te Gouda, een 'reformatorische' scholengemeenschap. Ze hebben beiden gestudeerd aan 'Het Theologisch Katechetisch Instituut' te Tilburg en hun afstudeerscriptie hebben ze nu omgezet in een publicatie voor breder publiek. In 1982 hebben ze een enquête gehouden onder een kleine 1000 leerlingen op in totaal zes scholen voor voortgezet onderwijs, drie van algemeen protestants-christelijke signatuur en drie die de naam 'reformatorisch' dragen.

De auteurs werden gestimuleerd door boeken van Gerard C. de Haas, die allerlei studie over jongeren het licht doet zien (meer sociologisch dan theologisch, vinden de schrijvers), o.a. 'De vaderen zijn niet meer', en van dr. J. Nieuwenhuis 'Volgend jaar misschien, geloven tussen twaalf en zeventien jaar'. Op zich vormt de doorlichting van de publicaties van deze auteurs al een belangrijke romp van dit boek. Maar me dunkt dat de enquête, die de schrijvers van dit boek hebben verricht - ook al hebben ze zélf geen pretenties het vakmatigdeskundig te hebben gedaan - belangrijke nieuwe (aandachts)punten oplevert, omdat het gaat om jongeren die bij gangbare enquêtes vaak buiten de boot vallen.

Conclusies

Het (vergelijkend) onderzoek op algemeen protestants-christelijke scholen en 'reformatorische' scholen leverde een 100-tal conclusies op van de samenstellers van het boek. Deze conclusies nemen we bijgaand in kader op:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1983

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zijn ‘onze’ jongeren anders?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1983

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's