De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De plaats van de bisschop van Rome in de vroege christelijke kerk (tot het jaar 461)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De plaats van de bisschop van Rome in de vroege christelijke kerk (tot het jaar 461)

5 minuten leestijd

Zonder meer blijkt, dat al spoedig de bisschop van Rome een belangrijke plaats in de kerkelijke hiërarchie innam.

Enkele maanden geleden plaatsten we in ons blad een artikel over de complexe situatie van de kerken in het midden-oosten en gaven we een kort overzicht van de herkomst van de verschillende kerken.
In een tweetal artikelen gaat dr. G. J. van der Heide, Kampen, nu in op de voornaamste plaats die Rome in de vroegchristelijke kerk kreeg. We menen dat dit een goede aansluiting is op het eerder genoemde artikel.

Red.


Zonder meer blijkt, dat al spoedig de bisschop van Rome een belangrijke plaats in de kerkelijke hiërarchie innam. Het gereformeerde ideaal, dat het ene ambt niet zou heersen over het andere heeft in de oude kerk geen verwerkelijking gevonden. Men dacht in die tijd in termen van leiding geven en geleid worden, van machthebbers en ondergeschikten. Een anders geaarde samenleving was ondenkbaar. Dit gold ook voor kerk, zowel voor de gemeenteleden tegenover de ambtsdragers als voor de ambtsdragers onderling.

De kerk heeft zich in haar geografische organisatie aangesloten bij die welke voorhanden was, die van het Romeinse rijk. Daarom werd al gauw Rome de eerste in de rangorde, Alexandrië in Egypte de tweede en Antiochië de derde. Jeruzalem, dat blijkens Handelingen 15 in het eerste begin duidelijk een centrale plaats innam, was uitgeschakeld en kreeg pas bij het concilie van Chalcedon (451) weer enig aanzien als bisschopszetel. Toen werd ook Constantinopel, de ruim honderd-jarige nieuwe hoofdstad van het imperium als concurrent voor de andere grote bisschopssteden naar voren geschoven.

Hoog is de waardering geweest voor het Imperium Romanum, zowel binnen als buiten de kerk. De benaming 'goddelijk Rome' werd niet overgenomen door de christenen, maar men zag het rijk wel als van God gewild, als het beste en het hoogste dat op deze aarde mogelijk was. Zelfs nog de kerkvader Augustinus schrijft in dit verband dat het bestaande niet afgekeurd mag worden, dat het nut heeft. En 'immers het slechte heeft in het geheel geen wezen'. Daarom had de kerk geen moeite met zich aan te sluiten bij de organisatie van het rijk.

Brief van Clemens

Het oudste geschrift dat getuigt van de invloed van de bisschop van Rome, is de eerste brief van Clemens, geschreven aan de gemeente van Corinthe, tegen het einde van de eerste eeuw. Daarbij valt op:

1. Niet de bisschop, maar de gemeente van Rome wordt genoemd als de afzender. Clemens gaat dus niet uit van het bijzondere van de bisschopsstoel, maar van het speciale van de gemeente.

2. Duidelijk wordt de bijzondere plaats van de ambtsdragers verdedigd. Er wordt van de gemeenteleden geëist dat ze gehoorzaamheid zullen betonen jegens de bisschop.

Overigens is het hier vemelde en bestreden feit, dat de gemeente een ambtsdrager kan ontheffen van zijn ambt, meteen een bewijs dat de hiërarchie nog niet zo vast gevestigd is.

Paasdatum

Nog al eens zijn er conflicten geweest omdat men elders in de kerk niet bereid was, de aanspraken en het gezag van de bisschop van Rome te erkennen. Een telkens terugkerend thema is de juiste datum, waarop het paasfeest in de christelijke kerk gevierd moet worden. Meerdere malen heeft Rome geprobeerd zijn opvattingen door te zetten, maar dat is nooit geaccepteerd en tot vandaag de dag is er op dit punt geen eenstemmigheid.

De eerste keer ontbrandde de strijd, toen bisschop Victor van Rome (189-198) de gemeenschap met de kerken van Asia verbrak om deze reden. Dit werd de aanleiding tot protesten allerwege. Ook de kerkvader Ireneus van Lyon schreef aan Victor een vermanende brief. Hij 'deed zijn naam eer aan' en mocht er aan medewerken, dat de vrede werd hersteld. Men heeft in het Oosten geen reden gevonden, toe te geven aan Rome.

Later, op het concilie van Nicea was dit ook een discussiepunt, maar daarbij is de bijzondere inbreng van Rome niet na te gaan. Wel in de briefwisseling tussen Leo de Grote (440-461) en de bisschop van Alexandrië, Proterius. In een uitvoerig schrijven rekent deze Leo voor, hoe men moet komen tot de juiste berekening en hij laat er geen twijfel aan bestaan dat hij van plan is, vast te houden aan de eigen regel.

Wederdoop

Een heftige strijd ontbrandde toen bisschop Stephanus (254-259) de wederdoop verbood van ketters die tot de kerk terugkeerden of zich aanmeldden als nieuwe leden. Daarbij eiste hij als een primatus van heel de kerk gehoorzaamheid van alle andere bisschoppen. Hij was niet bereid, over deze zaak te onderhandelen en verbrak daarom de band met de kerken van Noord-Afrika en van Asia. Van alle kanten komt er dan verzet tegen dit eigenmachtig optreden. Ook Cyprianus van Carthago, die zelf getroffen werd door deze maatregel tekent verzet aan. Hij is bereid, de regel die te Rome geldt als een alternatieve regel te erkennen, maar het zal nog lang duren voordat die regel ook in Noord-Afrika is overgenomen. Ten stelligste bestrijdt hij de eigenmachtigheid van Stephanus en het recht dat deze meent te hebben, om aan andere gemeenten en bisschoppen zijn visie als bindend op te leggen. Wel is hij bereid, aan Rome een belangrijke plaats in de rangorde te geven, maar dit betekent niet, dat de bisschop van Rome anderen de wet voor mag schrijven. Bij het begin van het conflict met de Donatisten uit Noord-Afrika wordt door keizer Constantijn de Grote de bisschop van Rome, Miltiades aangewezen als rechter om een oordeel te vellen over de zaak, die aanleiding was van het geschil. Deze roept dan op eigen initiatief nog een vijftien bisschoppen uit de omgeving op om zodoende niet alleen te moeten beslissen. Duidelijk is, dat een onfeilbaarheidsaanspraak wordt afgewezen en dat hij wel de voorzitter wil zijn van een kleine synode, maar niet alleen wil beslissen wat goed of verkeerd is, zelfs of misschien juist wel waar het gaat om zaken die het leven en het gedrag van een bisschop betreffen.

G. J. v. d. Heide

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1983

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De plaats van de bisschop van Rome in de vroege christelijke kerk (tot het jaar 461)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1983

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's