Een morgenlied met een benauwd begin
Velen staan tegen mij op Psalm 3 : 2b
Psalm 1 spreekt van twee manieren van leven voor ieder mens persoonlijk: naar God toe of van God af. Psalm 2 over tweeërlei instellingen van de volken en hun leiders: tegen God gericht de ondergang tegemoet, of onder de van God gegeven koning de vrede in het verschiet. In de psalmen merken wij telkens weer de persoonlijke instelling van de dichter in de situatie waarin hij verkeert met zijn volk. Het zijn persoonlijke liederen, maar niet van mensen op een eiland ver van wat er in de wereld gebeurt. De psalmdichters klagen en bidden, belijden en loven als mensen naar God getrokken, maar ook betrokken op wat er met hen en om hen heen gebeurt in hun land en in de wereld. Die beide aspecten, in de twee inleidende liederen aangegeven, maken de psalmen actueel voor alle tijden. Want wij mensen blijven bij alle veranderingen hierin dezelfden: wij zijn geschapen tot de gemeenschap met God, maar de zonde vervreemdt ons van deze gemeenschap. Dat is onze onrust en onzekerheid. Door Gods genade worden wij toch weer geroepen tot die gemeenschap met God. En ook de samenleving vertoont in alle tijden de trekken van psalm 2, de opstand tegen God, waaruit wij geroepen worden tot de vrede met God door de Koning ons gegeven, om te leven naar zijn orde en niet naar de wanorde van de boze. De psalmen zijn dus geen wereldvreemde liederen, waarin de dichters zich terugtrekken tot hun verhouding tot God, los van de kaders waarin zij leven. Het zijn ook geen liederen, waarin de storm van het wereldgebeuren raast om schepen die niet voor anker liggen. Integendeel: van hoeveel benauwdheid en zorgen deze liederen ook zingen, Gods belofte is de grond onder de voeten van deze zangers. In hun aanvechting roepen zij tot God, niet als een kreet van vertwijfeling, maar als een reactie op de roepende stem van God, die niet beschaamt die op Hem hopen.
Zo spreekt ook psalm 3, het morgenlied, waarmee de bundel verdergaat na de twee inleidende psalmen. Hier voor het eerst een opschrift, met het woord 'psalm'. Dat is de griekse vertaling van een hebreeuws woord dat betekent: een lied gezongen met de begeleiding van een snaarinstrument. In Israël werden de psalmen anders gezongen dan wij gewend zijn. Wij vertalen de woorden in strofe-vorm, in vaste kaders-van accenten en rijmschema's en zingen ze bij het orgel met zijn vele mogelijkheden: 's lands wijs, 's lands eer. Als wij maar niet denken dat onze manier de enig mogelijke is. Integendeel: in Israël zong men de psalmen in een wat lichtere toonaard: bij het tokkelen van snaren, zeg maar: bij een gitaar. En bij bepaalde lofpsalmen kwamen er zelfs bekkens bij te pas en tamboerijnen. Daar is onze trompet op de feestdagen dus nog niets bij. Deze psalm vermeldt ook de dichter en de omstandigheden, waaronder het lied is ontstaan: David, toen hij vluchtte voor zijn zoon Absalom. Dat geeft meteen al de benauwdheid aan, waarmee dit lied inzet. David, koning krachtens Gods beschikking. Maar nu heeft zijn volk zich tegen hem gekeerd en tegen God. Die David koning maakte. En de eigen zoon van de koning staat aan het hoofd van zijn tegenstanders. Diep verdriet om wat zijn eigen kind hem aandoet én teleurstelling vanwege de houding van zijn volk, dat hij nota bene bevrijd had van heel wat vijanden. Maar dat zijn ze blijkbaar vergeten. Ze maken zich los van zijn koningschap. En maar niet hier of daar wat ontevreden mensen, die je altijd hebt, nee, 2 Samuël 15 : 13 vertelt, dat heel Israël partij gekozen heeft voor Absalom. Dat is voor David iets verschrikkelijks geweest, dat zovelen zich tegen hem keerden. De psalm zet er mee in: hoe zijn mijn tegenpartijders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op. Het hebreeuwse woord voor 'veel, talrijk' komt vier keer voor in deze psalm en in vers 7 geeft hij het aan met: tienduizenden. De mensen van zijn eigen volk zijn zijn tegenstanders geworden. En zij laten het niet bij innerlijke weerstand, nee, zij komen gewapend overeind: velen staan tegen mij op. En het ergste is, dat zij van hem zeggen: hij vindt geen hulp bij God. Dat zei Simeï immers, toen David weggevlucht was uit Jeruzalem (2 Samuel 16 : 5-14). Alsof David zich zelf koning had gemaakt, alsof hij niet tot het koningschap geroepen was door de Heilige Israels. En niet alleen Simeï roept dat, velen zeggen van hem: hij vindt geen hulp bij God. Dat is zo'n verschrikkelijke uitspraak. Daarmee zeggen zij: niet alleen zijn zoon Absalom verzet zich tegen hem, niet alleen zijn volk staat tegen hem op, maar God in de hemel laat hem ook vallen, van Hem heeft hij geen hulp te wachten. Dat is ook daarom zo benauwend voor David, omdat zijn geweten hem beschuldigt, dat hij in zijn koningschap zwaar gezondigd heeft. Vandaar ook, dat David niet wil dat ze Simeï de mond snoeren. Hij heeft niet helemaal ongelijk, moet David erkennen. God hééft ook alle reden om zijn handen van David af te trekken. Het is niet uit de lucht gegrepen, als zij zeggen: God laat u los. Dat grijpt David aan in het diepste van zijn bestaan: zijn geloof in God. Daarmee staat of valt zijn leven: als God hem loslaat, is hij nergens meer.
Het volk Israël heeft in de geschiedenis van David telkens weer iets gezien van wat de eeuwen door zijn volk overkwam. Daarom bleven de psalmen leven onder Israël. Het waren liederen uit oude tijden, maar telkens weer was er de situatie van de benauwdheid, waaraan deze psalm uiting geeft. Zo werden deze woorden herhaald heel de lange geschiedenis van Israël, tot in de verachting van vandaag, met vele tegenstanders, die zeggen van dit volk: het vindt geen hulp bij God. Deze woorden kreunden in de synagogen van verdrukte Joden. Ze werden gefluisterd in de vernietigingskampen: geen hulp bij God. Maar ze werden, net als bij David, niet uitgesproken in een onbestemde verwarde klacht, maar geadresseerd: o Heere, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders. De beklemming werd uitgesproken tot de levende God, die de moeite en het verdriet aanschouwt opdat wij het in zijn hand geven. En met David, met Israël, hebben de gelovigen van alle tijden, ook uit de andere volken, er in horen weergeven de eigen beklemming en benauwenis. Vermenigvuldigd, zo niet de tegenstanders dan toch de tegenslagen - wie heeft er geen weet van? Ieder mens krijgt zijn deel aan de tegenspoed van het leven en sommigen krijgen zoveel, het een na het ander, zo erg, dat de gedachte als vanzelf opkomt: geen hulp bij God. Maar dat betekent: helemaal geen hulp meer, nooit en nergens. Dan is de grond onder je voeten weggeslagen . Dan ben je aan jezelf overgelaten in je benauwenis. Dat is om te verstikken in de ellende. Alles wat je leven bréékt vermenigvuldigt zich - en wat je leven zou redden, althans op de been houden, dat is er niet: geen hulp bij God. En als je dan ook nog diep in je hart, net als David, zeggen moet: de Heere heeft groot gelijk als Hij mij loslaat, ik heb Hem immers óók losgelaten telkens weer - dan slaat je leven dicht in troosteloze duisternis. Tenzij je doet, wat David hier doet: hij spreekt zijn benauwdheid uit voor Gods aangezicht. Dat wijst ook ons de weg. Is uw leven in de knel gekomen vanwege tegenspoed en zorg en diep verdriet? Spreek het uit voor God in uw gebed. Is uw geweten bezwaard omdat u tegen zijn wil gehandeld hebt telkens weer? Blijf er niet over wurmen en tobben, maar kom er mee voor de dag in uw gebed. Hoewel David moest zeggen: laten de mensen mij maar vervloeken (2 Samuel 16 : 10 en 11), ik kan ze niet eens ongelijk geven, want ik heb het er naar gemaakt - toch spreekt hij er over met God. Hij weet immers dat de Heere genadig is en barmhartig. Daarom is er ook voor ons geen enkele benauwdheid, of we mogen er uit roepen tot God. En in dat roepen wil Hij ons vertrouwen wekken, tegen alles in, zoals in deze psalm de klacht overgaat in de verwondering: hij heft mijn hoofd op.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's