Globaal bekeken
In het hervormd kerkblad Voetius voor het land van Altena en Heusden troffen we het volgende stukje aan onder de titel 'De Bijbel en het kompas...'
'Onder deze titel heeft de kenner van Urk Tromp de Vries een aantal rijmpjes op delen van vissersschepen van Urk uit andere plaatsen langs de Zuiderzee verzameld en gepubliceerd, zoals die in de vorige, maar ook nog in deze eeuw op botters, schokkers, bonzen, blazers en aken waren aangebracht.'
'Er werd in windstille dagen door de vissers veel over de Waarheid gesproken en daarmee bedoelden zij de Heilige Schrift. Vaak waren ze er uitstekend in thuis en wisselden zij onderling hun geestelijke bevindingen uit', aldus De Vries, die er op wijst, dat het vierde gebod: Gedenkt den Sabbatdag, dat gij dien heiligt... voor de schippers in verband met varen, vissen en verkopen op de dag des Heeren zijn problemen opwierp. De neerslag ervan treft men in de rijmpjes aan. De bijeenkomsten in de vooronders, als de vissers "verwaaid" lagen in een haven, of de schepen zij aan zij dreven op een spiegelgladde zee, werden vaak begonnen en beëindigd met psalmgezang. Talrijke psalm-en gezangverzen treft men als opschriften aan en ook variaties daarop zijn te vinden. Ook in rubrieken als Daar is een tijd van sterven... Wat mijn vermaning is... Wil ons Uwen zegen schenken, blijkt de invloed van de bijbel op de vissersman of schipper die met een rijmpje op zijn schip uiting gaf aan zijn geloof en overtuiging. Een kleine keuze uit het gepubliceerde materiaal geeft daarvan een bewijs. Op de UK (Urk) 10 werd het heel duidelijk gezegd:
Het is mij niet genoeg
De zoute zee te peilen.
Maar ik wens nog bovendien
Den hemel te bezeilen:
De mens is als een schip.
De wereld als de zee.
De bijbel het kompas.
De hemel is de ree.
Op de MK (Marken) 84 stond het volgende:
De zee geeft uit haar diepte
Ons broze lichaam spijs,
Gods Woord maakt uit haar schatten
De ziel voor eeuwig wijs.
Met kleine onderlinge verschillen lieten degenen die de VD 105 (Volendam), EH26 (Enkhuizen) en UK 25 (Urk) van een rijm hadden voorzien, blijken, dat de bijbel hun niet onbekend was, getuige het belerende:
God sprak naar Zijn welbehagen
In de week zijn zeven dagen,
Zes daarvan zal Ik u geven
Om te werken voor uw leven,
Maar de zevende is voor Mij,
Dan zal Ik u onderwijzen
Mij te dienen. Mij te prijzen.
Lieve mens, vergeet het niet
Wat de Heer, Uw God gebiedt.
(Luister dan naar het dierbaar Woord
en spreek niet van Zuid of Noord).
Deze laatste zin heeft uiteraard betrekking op het varen op zondag in zuidelijke of noordelijke richting, in het algemeen op het uitvaren op die dag. Ook elders was het korte, maar krachtige rijmpje van de UK 29 bekend:
Geen schoner les
En meer van kracht
Dan Micha zes
En wel vers acht.
"Aan het roer staande heeft de schipper heel wat nagedacht over tijd en eeuwigheid. Onverbloemde angst of rustige zekerheid klinken om beurten in de rijmen door. Soms zijn de versregels eigen vinding, in andere gevallen werden ze wellicht versterkt door schoolmeester of predikant", constateert Tromp de Vries. Ook dan wordt niet zelden naar de bijbel gegrepen, zoals op de UK 134, waarop men las:
Salomo verheven
Heeft met veel beleid
Ons dit woord gegeven:
Alles heeft zijn tijd Schoon
de mensen zwerven
Door de wereld heen,
Daar is een tijd van sterven
Voor een iedereen;
Maar waar dit zal wezen,
Hoe, en ook, wanneer.
Staat ons niet beschreven,
want de Opperheer
Houdt dit zeer verholen.
Wonderlijk is dit,
Daarom wordt bevolen:
Arbeidt, Waakt en Bidt.'
(Bron: Tromp de Vries, Verzen van Vissers, in: Neerlands Volksleven, 19e jaargang, nr 4.
***
Op 4 september a.s. wordt allerwegen weer de collecte voor de medische zending voor de Generale Diakonale Raad, de Raad voor de Zending en de Gereformeerde Zendings Bond gehouden. Hier volgt een greep uit de projecten die in 1982 werden gesteund:
Wat houdt medisch werk in?
Het medische werk van de Raad voor de Zending, Gereformeerde Zendingsbond (in de N.H.-Kerk) en de Generale Diakonale Raad houdt in dat zij in overleg en samenwerking met de kerken overzee proberen te werken aan het opbouwen van een goed en rechtvaardig gezondheidszorgsysteem.
Een goed en rechtvaardig gezondheidszorgsysteem betekent dat goede en betaalbare gezondheidszorg op bereikbare afstand beschikbaar is voor alle mensen. Dat ideaal is nog lang niet bereikt en er moet nog heel wat veranderen voordat het zover is.
Wij proberen zoveel mogelijk daarbij te helpen en wij richten onze aandacht vooral op de volgende aspecten van de gezondheidszorg:
- dorpsgezondheidswerk; - werk in kleine en middelgrote ziekenhuizen; - medicijnvoorziening.
Dorpsgezondheidswerk Op veel plaatsen zijn al kleine kliniekjes neergezet waar polikliniek voor kinderen en zwangere vrouwen gehouden wordt, waar wordt ingeënt en voorlichting gegeven wordt. Op plaatsen waar die kliniekjes nog niet zijn komt vaak toch wel op regelmatige tijden een team om polikliniek te houden.
Toch blijkt dat ondanks die gezondheidscentra en poliklinieken lang niet iedereen er gebruik van maakt en dat er nog veel ziekten zijn die makkelijk te voorkomen
Welke projecten werden gesteund?
In 1982 hebben de GDR, RvdZ en GZB onder meer de volgende projecten gesteund:
Generale Diakonale Raad
Ghana: een organisatie van kerkelijke ziekenhuizen, waarbij ca. 35 ziekenhuizen en tientallen gezondheidscentra betrokken zijn ƒ 26.500.-
Senegal, Centre de Bopp: in dit centrum, gelegen in de havenstad Dakar, is een oogkliniek ƒ 10.000, -
Israël: psychiatrische inrichting Kfar Shaul in Jeruzalem. Voor renovatie en nieuwbouw ƒ 100.000, -
Turkije: Balikli-ziekenhuis in Istanboel ƒ 20.000, -
Raad voor de Zending
Ghana: apparatuur t.b.v. ziekenhuizen in Bawku, Dormaa Ahenkro en Agogo ƒ 6.000, -
Nigeria: tuberculosebestrijding in de ziekenhuizen van Itigidi en Uburu ƒ 15.000, -
Equatoriaal Guinee: medisch-en landbouviwerk ƒ 15.000, -
Ghana: medicijnvoorziening ƒ100.000, -
Gereformeerde Zendingsbond
Kenya: ziekenhuis Safina, met o.a. moeder-kindzorg en behandeling van de meest voorkomende ziektes ƒ110.000, -
Kenya: kliniek in Turkana ƒ 65.000, -
Kenya: gezondheidscentrum in Amolem ƒ 50.000, -
***
In verband met het achtste lustrum van 'Kerknieuws' van Scheps wordt een symposium gehouden over het thema 'Burgerlijke ongehoorzaamheid', op woensdag 28 september In de Schakel te Nijkerk (van 10.00 tot 16.00 uur). Prof. dr. G. H. ter Schegget, hoogleraar aan de R.U. te Leiden, en prof. dr. J. Douma, hoogleraar aan de theologische Hogeschool van de Vrijgemaakt Gereformeerden te Kampen, zullen met elkaar de degens kruisen over dit thema, terwijl in een forum ook dr. J. Hoek, hervormd predikant te Veenendaal, drs. G. Manenschijn (V.U.), en prof. dr. W. E. Verdonk, Universiteit van Amsterdam, zitting zullen hebben. Hoezeer de visies van prof. Ter Schegget en prof. Douma tegenover elkaar staan moge blijken uit de volgende stellingen van beiden, die we zonder verdere commentaar doorgeven:
1. Aan de mondige burger zelf is de ethische beslissing, waar de grenzen liggen van zijn gehoorzaamheid aan de wet; de ethicus kan door zijn kritische wetenschap het ethos van de 'citoyen' dienen. Hij doet dit door het stellen van kritische vragen.
2. Door de ervaringen onder het nazisme en fascisme is duidelijk geworden dat de wereld aan gehoorzaamheid kan ondergaan. De uitmoording van hele bevolkingsgroepen berustte op uitgevaardigde Gesetze.
3. Calvijn heeft het recht van verzet behandeld alsof het een positief recht was, omdat naar zijn overtuiging, macht die dit recht ontkent tirannie is, waarvan het weerstaan een zaak van gehoorzaamheid aan God is.
4. De demokratie als altijd voortschrijdend proces stagneert waar het protest tegen ongekontroleerde machten in naam juist van die demokratie wordt getaboeiseerd.
5. Met name de economie is als zulk een ongekontroleerde macht een harde grens van de demokratie. Waar het geweldsmonopolie van de staat horig raakt aan het bestendigen van door de economie veroorzaakte onrechtmatigheden en ongelijkheden zijn wij in een gevaarlijke escalatie verzeild. Dit geldt temeer daar economische machten aan de bewapening(swedloop) verdienen. Dat het moderne wapen bij uitstek een massaverdelgingswapen is geeft in het bijzonder te denken.
6. Ongehoorzaamheid aan de wetten van de staat heeft dan zin en dient dan een doel en is dan geoorloofd, als de gepleegde formele ongehoorzaamheid materieel gehoorzaamheid betekent aan de roeping, de opgave en de 'zaak' van de staat die gelegen is in het vestigen van vrede en gerechtigheid door het opkomen voor verdrukten en gedepriveerden.
7. Ongehoorzaamheid die geen rekenschap van haar daden wil afleggen is geen burgerlijke ongehoorzaamheid in de goede zin des woords.
8. Ongehoorzaamheid die opsporing en terechtstaan wil verhinderen is evenmin burgerlijke ongehoorzaamheid in de goede zin.
9. Ongehoorzaamheid die op zuiver ideologische gronden wordt gepleegd zonder voortgekomen te zijn uit de direkte nood, bedreiging, ondergaan onrecht, gevaar van de groep zelf die haar pleegt, is geen burgerlijke ongehoorzaamheid in de goede zin.
10. Ongehoorzaamheid die haar grenzen niet ziet, zich geen uitzondering gevoelt, zich niet van haar tijdelijkheid bewust is en niet van haar partieel-zijn doordrongen is, is geen burgerlijke ongehoorzaamheid in de goede zin.
11. Men zij voorzichtig met het bijvoeglijk naamwoord ongehoorzaam. Er mag veel meer dan velen denken en sommigen gewenst achten!
12. Ongehoorzaam handelen als burger is altijd riskant. Dit is geen argument tegen het protest. Het risiko moet echter wel berekend worden en gehanteerd. Het risico is allengs toegenomen door allerlei oorzaak.
G. H. ter Schegget
1. Onder burgerlijke ongehoorzaamheid versta ik (rekening houdend met wat C. J. M. Schuyt e. a. daarover zeggen): het demonstratieve optreden waarin bewust de wet wordt geschonden om op een dwingende - zij het geweldloos bedoelde - manier verandering in een wet of maatregel van de overheid tot stand te brengen.
2. Burgerlijke ongehoorzaamheid, die de gewetensvolle naam mag dragen van een uiterst middel in een noodsituatie, is in de democratische Nederlandse samenleving wel een studeerkamerprodukt, maar geen concrete realiteit. Wat men als burgerlijke ongehoorzaamheid aanmerkt, zijn doorgaans (uit de hand lopende) buitenparlementaire acties.
3. Het meest serieus is de toepassing van ons onderwerp op het vraagstuk van de plaatsing van kernwapens. Burgerlijke ongehoorzaamheid echter, die zich zou keren tegen de beslissing in een zaak, waarin pro en contra jarenlang breed zijn afgewogen, en waarin het parlement het beslissende woord heeft, zou niet anders dan een aanval op onze democratische regeringsvorm zelf zijn.
4. Burgerlijke ongehoorzaamheid is volgens de Heilige Schrift meer dan: gehoorzamen zolang de overheid ons dit gehoorzamen gemakkelijk maakt. Ook als zij dat niet doet, blijft de overheid (ongeacht ons eigen aandeel in de vorming daarvan) een instelling van God, waaraan wij onderworpen zijn (Rom 13: vv). Onrecht lijden in de navolging van Christus betekent onder meer dat wij het dreigen nalaten (1 Petr. 2:17vv).
5. Aan burgerlijke gehoorzaamheid is een grens. Voor een christen ligt de grens daar waar zijn plicht om God meer te gehoorzamen dan de mensen en om (het leven van) zijn naaste lief te hebben hem tegenover een tirannieke overheid plaatst (Matth. 22:37-40; Hand. 5:39). Ook dan zal echter de stijl van zijn handelen - steun zoekend in voorbeelden uit de Heilige Schrift (Ex. 1 : 17; 1 Kon. 18 : 4; Dan. 6 : 11; Hand. 17:6v) en uit de geschiedenis van de kerk - door het uitvoeren van Gods wil en niet door het demonstreren tegen de overheid (Stelling 1) gekenmerkt moeten zijn. Deze eigen houding van de kerk en haar leden sluit niet uit dat tegenover een tirannieke overheid, die (grond-)wettelijk vastgelegde rechten van de onderdanen systematisch schendt, (gewapend) verzet via politieke instanties gerechtvaardigd is.
6. In het hierboven aangebracht onderscheid weerspiegelt zich de calvinistische overtuiging dat het geestelijk rijk van Christus en de politieke orde zaken zijn die zeer veel van elkaar verschillen (Calvijn, Institutie IV, 20, 1).
Daarom staat de inhoud van de christelijke vrijheid op gespannen voet met elke bevrijdingsideologie die als leus heeft dat 'de armen' tot hun recht moeten komen. Een kerk die over dit betrekkelijk recht absoluut spreekt, en verzwijgt dat ook armen arm blijven als zij niet in Jezus Christus als verlosser van hun zonden geloven, verliest haar bestaansrecht.
7. Opvallend is dat de moderne 'rechten van de mens' een zodanige - ook wettelijk vast te leggen - vulling kunnen krijgen (voorontwerp Wet Gelijke Behandeling; gelaakte christelijke hulpverlening aan homofielen), dat voor een christen in Nederland burgerlijke ongehoorzaamheid geen denkbeeldige zaak is.
J. Douma
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's