Geloven door woord en geest (3)
bij Hermann Friedrich Kohlbrugge
Eerst Christus!
De beleving centraal
De eerste richting is dus die van de beleving, de ervaring. Deze richting gaat uit van de beleving van het werk van de Heilige Geest in het hart van de zondaar. Heel globaal genomen komt het hierop neer dat de zondaar, na een diepgravend zelfonderzoek aan de hand van een nauwkeurig stelsel van kenmerken, op grond van de (toe-)stand van het geestelijke leven, kan bepalen of hij en zo ja, waar hij staat op de weg van het heil. Het geschreven Woord schijnt hier een nogal ondergeschikte plaats in te nemen.
We hebben hier vooral van doen met de 'pneumatocraten' uit een vorig artikel en theologen uit de Nadere Reformatie. Kohlbrugge wil hier niets van weten, dit is voor hem een aanslag op de soevereiniteit van Woord en Geest. Dit is speculatie, na-denken, mee-denken met God.
Van Ruler heeft later over deze vorm van theologiseren gezegd: 'Men volhardt in het denken. Men vergeet te existeren. Men vergeet de werkelijkheid. Men vergeet het Evangelie'.
Niet zo verwonderlijk dat, zoals W. Aalders eens zeer terecht opmerkte, de geschriften van deze theologen allemaal zulk een neerslachtige en deprimerende toonzetting hebben, allemaal zo donker en somber en kil en monotoon zijn.
'Men vergeet het Evangelie...'. Welaan, dat gaat, zo leerde ons Kohlbrugge, met het levende Woord heel anders, dat is leven, dat bruist en dat tintelt. Geen trappenwerk, geen drempelwerk, geen onbereikbaar ver heilslichtje waardoor de mens dreigt te verstikken in koudheid, hulpeloosheid en hardheid, in de zonde blijft.
Eerst Christus!
Hoort hoe hij schrijft n.a.v. Hebr. 10 : 22 'Laat ons toegaan met een waarachtig hart' met als thema 'Is het voor mij? ' (Hij kende die mensen als geen ander)!
'Zeker arglistig is het hart: het heeft een verbond gesloten met den duivel, om verre te blijven van de vrije genade... Daarom is het raadzaam ons hart evenmin te gelooven als den duivel.'
Nee, niet in het hart, niet zoeken naar kenmerken, u vindt er toch nooit een, trouwens, wat is dat voor verfoeilijke theologie die de arme zondaar plaagt met kenmerken?
'Moet echter de genezing eerst aanwezig zijn, en dan de Medicijnmeester? Eerst de kenteekenen van ware genade, en dan de genade? ... De duivel en het versaagd geweten zouden gaarne de fondamenten der aarde en des hemels omkeeren, maar ik zeg: eerst de Medicijnmeester met de balsem Gileads, en Hem den wond en de schande ontdekt, alsdan de genezing; en eerst de genade, de ware, die alleen genade is, en dan de kenteekenen, maar deze niet in ons gezocht, maar in de opene litteekenen des Heeren, waarin Thomas haar vond, kenteekenen, niet naar ons verstand, oordeel en meening (dat is denken! P.J.S.) maar naar het oordeel, de uitdeeling en meening der genade. Eerst het geloof, dan het werk. Laat ons echter op den Heere zien, en laat ons intusschen de handen stilhouden terwijl Hij het ons wil voordoen.'
Voortdurend Christus!
In dit op de Heere zien, in dit stilhouden, in deze geloofspassiviteit zullen wij 'voor den Heiligen God niet ledig verschijnen, maar naar Zijn bevel doen, gelijk Hij wil dat wij tot Hem naderen zullen'.
Ach, hij weet het wel: 'Zekerheid der genade, al was het ook de geringste genade, zou men toch zoo gaarne smaken, dan zou men niet meer twijfelen; ... men mag haar gelooven, ach ja, men heeft haar te gelooven'. En daarom, niet naar kenteekenen gezocht in ons hart; 'laat ons slechts geen bladeren en vruchten bij en in onszelven zoeken, maar laat ons de bloeienden staf van Aaron in eere houden! "Uw vrucht is uit Mij gevonden" spreekt den Heere Heere... Daarom, al klaagt ons hart ons aan, laat het ons aanklagen. Wat ons aangaat, laat ons slechts horen naar de stem des Heeren.' Die stem die tot ons komt in het levende Woord.
Waar dat levende Woord het voor het zeggen heeft, gezag voert, daar valt de mens weg, daar valt de godsdienst weg, daar valt verstand en geheugen weg en hart en bevinding en gevoel, ja alles valt weg, daar blijft van de mens niets overeind. Alleen dat levende Woord, dat gestalte krijgt, dat vlees en bloed wordt in Jezus Christus de gekruisigde en opgestane blijft daar over. Predik de Christus!
Christusprediking is Christus' komst
En zó alleen kan Kohlbrugge zeggen: 'Waar dus dit Woord komt, maakt het terstond de dingen heel anders dan ze vroeger waren, daar is opeens een nieuwe schepping, een nieuw verbond, een nieuwe mens, want... daar komt Christus en brengt mede Zijn leven. Zijnen Geest, Zijn genade. Zijn vrede, ware blijdschap, eeuwige kwijtschelding van alle zonden, waarachtige verlossing van den duivel en van den dood, daar komen alle oude dingen niet in aanmerking. Er is een geheel nieuwe toestand daar, waarin men overgaat!'
Het is de toestand van het hemelburgerschap, van het eeuwige leven, van het burgerschap van het rijk van Christus. Hiervan geldt toch zeker het woord 'Het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden!'
Dat nu is waarachtig leven, waarachtige levendmaking. Dat nu is het levende Woord bij Kohlbrugge dat levend maakt en het leven koestert ja, dat ons in leven houdt. Dat nu is het geheim van Woord en Geest, zij doen Christus komen als levend water en als Brood des levens, ja als het Leven zelf midden in onze dood. En dit kan ook niet anders, zou een dode in zichzelf leven kunnen vinden? Zou een dode in staat zijn om te zoeken naar kenmerken van het Leven in zijn hart? Natuurlijk niet! Niet vooraf, niet als voorwaarde, dat is onmogelijk.
Maar wel kan hij weten dat het Leven is gekomen achteraf als geschenk, als genade door Woord en Geest. Dat levende Woord door hetwelk alle dingen zijn. Dat scheppende Woord dat de wereld uit niets schiep, dat de dode stof tot een levende ziel maakt. Dat levende Woord doet het, daar niets aan toe, daar niets aan af. Aldus de 'Waarheidsvriend' Kohlbrugge in navolging van profeten en apostelen. Al zeggen duizend dominees het anders, al zeggen tienduizend kerkmensen dat dit niet zomaar kan, weet dat dit het Evangelie Gods is.
En een ieder die iets anders zoekt hoort voor Kohlbrugge bij hen die met een geest dwepen die niet kan staan naast dat, wat er geschreven staat. Wij hebben in leven en sterven genoeg aan de woorden van de twaalfde Psalm 'de redenen des Heeren zijn reine redenen, zilver gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal' en Psalm 19 'de Wet (d.i. 't Woord) des Heeren is volmaakt, bekeerende de ziel, de getuigenis des Heeren is gewis, de slechten wijsheid gevende'. En Psalm 119 : 84: 'O, Heere! Uw Woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen'. Zo roept de Heere Jezus tot de Joden, Joh. 5 : 39: 'Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben, die zijn het die van Mij getuigen!'
Daarom tot het Woord en nergens anders heen!
Kohlbrugge's houding in dit opzicht tegenover de Nadere Reformatie
Zo moge tegelijk duidelijk zijn welke Kohlbrugge's houding was met name tegenover die Nadere Reformatie-theologen die alles hebben gecentreerd in de innerlijke kenmerken. Deze houding was niet tweeslachtig of ambivalent, een indruk die het overigens boeiende en lezenswaardige artikel 'Kohlbrugge's prediking in het licht van de Nadere Reformatie' van C. Graafland in het Kerkblaadje, jrg. '68, nr. 25, bij de lezer achterlaat. Met A. A. van Ruler vond ook Kohlbrugge haar 'een legitiem geestelijk en theologisch experiment' nl. in haar diagnose en in haar intenties. Maar met W. Aalders vond hij haar, zowel in haar begin als in haar voortgang, even hartgrondig 'een jammerlijk ziekteverschijnsel' nl. in haar therapie en in haar consequenties. Vandaar zijn critische stellingname die als een rode lijn door heel zijn werk loopt.
Daarom ook heeft A. de Reuver het op zijn eigen wijze zo kort en bondig geformuleerd toen hij schreef 'Kohlbrugge was thuis in de Nadere Reformatie maar hij voelde zich thuis in de Reformatie'. Nogmaals, niet de beleving van wat voor soort ook, zij ons rustpunt, onze draagkracht, maar het Woord, het levende Woord alleen. Wie zich daarop laat vallen zal ondervinden dat het een draagbaar is met wonderlijke, draagkracht dat alleen ons draagt door leven en door sterven tot in de schoot en in het hart van Hem uit Wie het is uitgegaan, eeuwig, vast en onveranderlijk!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's