Op het scherp van de snede
Verdeelde wereldkerk
Wie in Gods Naam vandaag nog het oordeel aanzegt aan allen die buiten God en Zijn Woord voortleven valt onder scherpe menselijke oordelen als: heilsegoïsten, mensen die een wissel trekken op de eeuwigheid, godsdienst als opium van het volk.
Veelvuldig zijn we de laatste weken door middel van de media in aanraking gekomen met wat zich afspeelt in de wereldkerk, onder christenen van allerlei inslag in de wereld. Eerst was er het Amsterdamse congres van 'rondreizende evangelisten', waar op initiatief van Billy Graham ongeveer vierduizend mensen uit de hele wereld werden toegerust voor hun evangelisatietaak. In Vancouver werd de zesde assemblee van de Wereldraad van Kerken gehouden, onder het thema 'Jezus Christus het leven der wereld'. In beide gevallen bleek uit de reacties op deze gebeurtenissen hoezeer de wereldkerk verdeeld is, hoezeer er een kloof is als het gaat om de vraag wat de (eerste) roeping van kerk en christenheid in de wereld is. We kunnen de problematiek gevoeglijk terug brengen tot de vraag of het (allereerst) gaat om de verandering van de individuele mens, om diens bekering tot God, of dat het (allereerst) gaat om de verandering van de wereld, tot een leefbaar bestaan voor de mensheid, of gaat het om beide?
Persoonlijk
Wat men ook van de aanpak van Billy Graham en zijn evangelisten zeggen moge, feit is dat zij doordrongen zijn van de noodzaak om de straat op en zo de wereld in te gaan om de mensen bekering tot God te betuigen, om hen duidelijk te maken dat er sprake is van twee wegen, die van eeuwig heil en die van eeuwig oordeel. Dat alleen in Christus heil voor de mens ligt tot eeuwig behoud en dat wie buiten Christus is voor eeuwig verloren is. Tegen deze toch voluit bijbelse gedachte, waarin de mens voor Gods Aangezicht hoogst ernstig wordt genomen, toornt vandaag vrijwel al wat christen heet. Wie in Gods Naam vandaag nog het oordeel aanzegt aan allen die buiten God en Zijn Woord voortleven valt onder scherpe menselijke oordelen als: heilsegoïsten, mensen die een wissel trekken op de eeuwigheid, godsdienst als opium van het volk. Alsof het dan in de eerste plaats om de mens zélf zou gaan. Het gaat er allereerst om dat God aan Zijn eer komt in het behoud van in zichzelf goddeloze mensen. Daarom wil Hij toch mensen roepen tot kennis van Zijn Naam in Christus, in Wie verzoening mogelijk is! En daarom kunnen mensen tot hun eigenlijke bestemming weer komen. De boodschap van verzoening voor verloren mensen is onopgeefbaar. En daarom heeft Billy Graham gelijk als hij evangelisten wapent om de boodschap van bekering en vergeving in de wereld uit te roepen, hoezeer ook methode en achtergronden, vanwaar uit die motivatie plaats vond, ter kritische discussie staan. Intussen vielen - net als in 1954 toen Billy Graham hier op tournee was - velen over hem heen in nietsontziende kritiek. Daarachter blijkt gewoon te zitten de gedachte dat men mensen niet moet oproepen tot bekering. Het gaat vandaag hoogstens om dialoog tussen kerk en wereld, tussen de godsdiensten onderling ook. De oproep tot bekering is discriminerend. Neemt de ander, de andere godsdiensten ook niet voldoende serieus. Achter dit alles ligt in feite - als men er tenminste nog dieper over nadenkt - de gedachte van algemene verzoening of al verzoening. De wereld is verzoend, zorg nu nog voor een bétere wereld. De ernst van het eeuwige oordeel, van het gericht, van de hel is weg. En daarom ook de vreugde om het eeuwige heil, om verzoening van schuld, om de eeuwige heerlijkheid, die wacht voor allen die God vrezen. Kortom het hiernamaals is ingewisseld voor het hiernumaals.
De wereld
Op de assemblee van de wereldraad van kerken in Vancouver was zeker ook weer sprake van die eenzijdige wereldgerichtheid, zonder zicht op het persoonlijke van het heil. Te generaliseren valt hier niet, want op zo'n massale meeting als in Vancouver, waar vertegenwoordigers van kerken van zo geheel uiteenlopende soort aanwezig zijn, klinken ook geheel verschillende stemmen. Het algehele tijdbeeld was ook zo, dat deze assemblee minder 'progressief' en minder 'radicaal' overkwam dan de vorige in Nairobi, waarmee intussen van het bijbelse gehalte nog weinig is gezegd. Feit is dat opnieuw zeer radicale stemmen hebben geklonken. Ik behoef maar te herinneren aan de toespraak van de Duitse theologe Dorothee Sölle. De tekst van haar verhaal stond geheel afgedrukt in Hervormd Nederland. Toen ik dit puur horizontahstische, van elk bijbels zicht op de noodzaak van geloof en bekering voor het welzijn van de mens gespeende verhaal las, moest ik denken: deze leer, deze theologie zij vervloekt. Hier wordt het evangelie verkracht tot humanisme, hier wordt het heil volkomen vermaatschappelijkt, verpolitiekt. Hier is er alleen maar sprake van dat wij door leniging van wereldnood, door het ijveren voor betere structuren, het nieuwe Rijk vestigen zullen. Hier is het evangelie vóór de armen ingeruild voor een evangelie van de armen. Hier krijgt de wereld stenen voor brood, hoezeer ook brood voor stenen wordt bepleit.
In een artikel in Trouw, een terugblik op Vancouver, wordt gezegd dat de assemblee met Jan Pronk - de vroegere minister van ontwikkelingssamenwerking, v. d. G. - heeft moeten vaststellen dat de wereld geen steek verder gekomen is sinds de vorige assemblee in Nairobi. Duidelijker kan het niet worden gezegd. Hier komt de desillusie van alle wereldverbeteraars, die het heil voor de wereld uitsluitend verwachten van onze inspanningen voor betere structuren, duidelijk aan het licht.
Er wordt nog wel eens gezegd: tweeduizend jaar christendom heeft de wereld niet veranderd. Hier wordt door hen, die menen pas nu op de goede weg te zijn met de kerk in de wereld, namelijk door maatschappijkritisch in te gaan op de wereldverhoudingen, gezegd: zeven jaren Wereldraad van Kerken heeft de wereld niet veranderd. De politieke boodschappen niet, de marxistische theologie, die het Rijk hier en nu in het vooruitzicht stelt niet, de dialoog met de wereld en met de wereldgodsdiensten niet.
Wat dit laatste betreft, hier - bij het punt van de dialoog - ligt dunkt me toch de sleutel. Prof. dr. D. C. Mulder van de dialoogcomissie van de Wereldraad heeft gezegd, aldus het Nederlands Dagblad, dat de roeping tot dialoog in onze tijd belangrijker is dan de opdracht tot zending, waaraan hij toevoegde dat evangelieverkondiging de dialoog met andere religies in gevaar kon brengen. En dan te denken dat Paulus zegt: wéé mij als ik het Evangelie niet verkondig! Wat is een christendom zonder evangelieverkondiging aan hen die dicht bij en aan hen die veraf zijn? Hier krijgt het ware christendom de nekslag, omdat een streep wordt gehaald door het unieke van Christus, die alleen de Weg, de Waarheid en het Leven is, of omdat het heil in Christus direct universeel, voor alle mensen wordt gemaakt.
Ik zou willen zeggen dat de visie op zending en evangelisatie, het zicht op de noodzaak van persoonlijke bekering voor christen en Jood, voor moslim en boeddhist, voor kerk en wereld, de scharnier is waar alles om draait. Wie die noodzaak ontkent kan niet anders dan alle bijbelgegevens, die over het heil in Christus' handelen universeel duiden en maatschappelijk, zeg maatschappijkritisch toe spitsen. Daarom moet men dunkt me ook die betogen in Vancouver, waarin wèl veelvuldig de bijbel gebruikt werd, kritisch toetsen aan het totaal van het bijbels getuigenis.
En-én, niet óf-óf
Intussen zal duidelijk zijn dat het in het bovenstaande gaat om uitersten. Wie alleen de persoonlijke mens stelt voor Gods Aangezicht verwaarloost het totaal getuigenis van de Schrift. Wie het heil laat opgaan in het hier en nu vervalst de Schrift. Maar wie de bijbel 'van kaft tot kaft' als het Woord Gods aanvaardt zal beide elementen moeten honoreren. Het gaat om de mens voor Gods Aangezicht, het gaat ook om de wereld voor Gods Aangezicht.
Toen in de zeventiger jaren evangelischen en gereformeerden gingen samenwerken, is vaak de vraag opgeworpen of dat wel kon, die beide samen. Er waren immers verschillen. Afgezien van dogmatische verschillen, van verschillen als het gaat om de heilstoeëigening (het werk van de Heilige Geest), van zicht op ambt en confessie, werd toen ook gesproken over het verschil in visie op de maatschappelijke betekenis van het evangelie. Het is met de Reformatie gegeven, dat de Bijbel ook zeggenschap heeft op de terreinen van staat en maatschappij; dat er ook sprake moet zijn van sociale consequenties, niet als iets dat er bij hangt maar als een nerf van het Evangelie. Wie de Bijbel als het Woord Gods ernstig neemt kan er niet omheen dat er zowel sprake is van de ernst van het gericht, waarin een mens eenmaal vrijgesproken of veroordeeld wordt, als ook van de zorg voor armen en verdrukten, voor ontrechten en misdeelden. Jezus zocht het verlorene en ook het gebrokene. De bijbelgedeelten, die terzake in Vancouver werden aangehaald - ook door Dorothee Sölle - zijn wel bijbelgedeelten. In het verhaal over de rijke jongeling gaat het wel over het verkopen van alles wat we hebben om het de armen te geven. En al is er geen sprake van Evangelie van de armen, er is wel het evangelie vóór de armen, dat behalve hun geestelijke situatie ook hun dagelijksebestaanssituatie raakt.
Nu, zoveel jaren na evangelisch-gereformeerde contacten, blijkt dat de Evangelische wereld zelf verdeeld raakt, juist inzake de vraag van de maatschappelijke relevantie van het Evangelie. Er is een linkse en een rechtse vleugel ontstaan. Ik zie nu voorbij aan het feit dat die linkse vleugel zich in de Wereldraad een plaats toegewezen weet. Zijn bepaalde evangelicals nu de Wereldraad (van de weeromstuit zou men kunnen zeggen) vooruit? Belangrijker is dat ontdekt is dat het Woord Gods ook het maatschappelijke samenleven raakt.
Ergernis
Intussen keert zich de probleemstelling op zich ook tot allen, die gereformeerd willen zijn. Waar staan wij? Het Woord Gods, het Evangelie des Kruises, is voor de natuurlijke mens een ergernis. Dat geldt niet alleen als het gaat om de vraag of we al het onze in geestelijk opzicht prijs willen geven om onze gerechtigheid alleen buiten onszelf, in Jezus Christus te zoeken. Dat geldt ook in materieel opzicht. De rijke jongeling ging bedroefd heen, want hij had vele goederen. Zijn we zelf ook niet zo dóór en dóór vermaterialiseerd dat alleen al een preek over de rijke jongeling - en dan gebracht volgens de letterlijke bedoeling van de tekst - ons ergert? Het Evangelie blijkt ook hier een ergernis. Maar het Woord van God is niet gebonden. Geloofwaardig is de kerk alleen dan wanneer ze én de geestelijke nood van de mens ernstig neemt én diens sociale nood. Dat is in de zending de jaren door tot uitdrukking gebracht: verkondiging én opbouw van de samenleving. Zou de kerk zo niet teken, heenwijzing moeten zijn naar een toekomstig leven, dat hier reeds begint, en eenmaal in volle heerlijkheid zich ontplooien zal?
In preken in de Gereformeerde Gezindte is het nog wel eens gebruikelijk om de sociale kwestie in een tussenzin af te doen. 'Natuurlijk' moeten we ook aandacht hebben voor (de wereldnood) maar... Laten we ook in de Gereformeerde Gezindte echter met twee woorden spreken en de ergernis van het Evangelie daarin niet ontgaan. Opdat we gereformeerd blijven en geloofwaardig.
In de Gereformeerde Gezindte is er veel kritiek op de Wereldraad (terecht) en ook op het Billy Graham congres. Maar wat willen we zélf?
Willen we de boog van het Evangelie spannen in aandacht voor het maatschappelijk verstotene? Waar is dan óns kader, waarin we dat willen verwerkelijken?
Het gaat hier op het scherp van de snede. Het gaat om het totale Woord Gods voor de totale mens. Wee mij als ik het (volle) Evangelie niet verkondig!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's