De trinitarische formulering in de kanselgroet (2)
Pastorale overwegingen
Wel of niet de Heilige Geest?
Bij de zegengroet, aan het begin van de dienst, bezigt men meestal woorden, ontleend aan het aanhef van een van de brieven van Paulus. Ook wel wordt gebezigd, ik doe dat steeds in de namiddagdiensten, de aanhef uit de Openbaring van Johannes. Nu valt het op, dat in de groet van Paulus gesproken wordt over 'God de Vader, en de Heere Jezus Christus'. De genade en de vrede vloeien als gaven en weldaden voort uit God door de Middelaar, Die genade en vrede heeft aangebracht. Wie zich strikt houdt aan de bijbeltekst, kan met een beroep daarop het noemen van de Heilige Geest achterwege laten, omdat de Schrift Zelf het daar ook niet doet. Maar enige kanttekeningen veroorloof ik me daarbij. Persoonlijk geloof ik niet dat de apostelen de Heilige Geest niet noemen, omdat ze niet de groeten overbrengen van Iemand, Die er al lang is, nl. in de gemeente. Dat leidt zeer gemakkelijk tot - als het dat al niet is - optimistisch automatisme. Daarmee kan ten zeerste ook samenhangen de visie op de gemeente die de ambtsdrager voor zich heeft. Een predikant, door één der ouderlingen er op aangesproken, waarom in de prediking nimmer de Heilige Geest en Zijn werk aan de orde kwam, zei: 'dat behoef ik niet te doen, de Geest is er eenvoudig al'. Zeker, het gaat niet om een onheilige kretologie: 'De Geest, de Geest'. Maar weglating van het werk van de Geest in de verkondiging betekent een verschraling en verobjectivering, die niet terecht is. De Heiland onderwees wel degelijk Zijn jongeren in de komst en het werk van de Heilige Geest. Menige tekst uit de apostolische brieven bepaalt ons bij het zo wondere en noodzakelijke werk van de Heilige Geest. Het is maar goed dat in de leerdiensten bij uitstek de Catechismus nog aan de orde komt - ook soms de Ned. Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Een afzonderlijke zondag zelfs - 20 - wordt aan de Persoon en het werk van de Geest gewijd. Eerder kan men denken aan het woord van Paulus: 'Niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige Geest'. Het zou evenwel diepe zin kunnen hebben om te bedenken, dat ook de zegengroet zo radicaal verschilt van het roomse sacramentele denken. De Geest is er zo maar niet vanzelf en automatisch; op gedachte of commando van de voorganger. Met dr. Tukker ga ik daarom wel graag mee, als hij wijst op het verband tussen protestantse eredienst en de pneumatologie. Daarbij kan ik me ook wel vinden in de argumentatie van P. Biesterveld, die sterk benadrukt, in onderscheid van de zegenbede aan het slot van de dienst, dat bij de groet Gods weldaden toegezegd worden. Daarom is ook de toevoeging 'door de Heilige Geest' in dit licht gezien stellig niet af te keuren. Trouwens, bij het gebruik van de groet uit Openbaring is zelfs sprake van 'de zeven Geesten, die voor Zijn troon zijn'. Hier is sprake van de volheid, de rijkdom, de bedieningen van de Heilige Geest. Reeds in Jesaja 11 vers 2 vinden we ook van een zevenvoud ten aanzien van de Geest gesproken, rustend op Immanuel. Daar wordt de Geest bovendien nog genoemd tussen de Vader en de Zoon in.
De zegenbede
De trinitarische formulering is er zeker bij de zegenbede ter afsluiting van de eredienst. In de oudste orden van dienst wordt met voorliefde gebruikt de hogepriesterlijke zegenbede uit Numeri 6. Later ook die uit de tweede Korinthebrief. Daarbij klinkt ook verschil in zegswijze door. De ene voorganger zegt: ...'is met u allen', de andere 'zij met u allen'. In het oorspronkelijk staat het werkwoord niet in de verklarende noch in de wensende zin, eenvoudig 'met u allen'. Wie dus de woorden 'is' of 'zij' gebruikt, is eigenlijk aan de verklaring van de zegenbede bezig. Beide is mogelijk. Ik citeer even wijlen ds. D. v. d. Ent Braat (In Antwoord): 'vullen wij "zij" aan, dan is de zegen een wens, een bede, en dat is goed! Vullen wij "is" aan, dan is de zegen een belofte, een werkelijkheid. En dat is ook goed, omdat de gemeente krachtens Gods genadeverbond onder de zegen van God staat! Tegen beide zijn ook bezwaren in te brengen. Bij "zij" kan de zekerheid, die de gemeente heeft, voorbij gezien worden. Bij "is" kan de zekerheid te nadrukkelijk zijn, alsof de gemeente de zegen in handen heeft'. Deze overleden dienaar des Woords voelde zelf het meest voor 'zij', omdat uiting daarbij wordt gegeven aan aanhankelijkheid en aan afhankelijkheid. Daarbij sluit ik me heel graag aan. Wezenlijk verschil is er niet of de bede wordt uitgesproken door een in het ambt bevestigde dienaar des Woords, die de zegen oplegt, dan wel door een candidaat of anderszins bevoegde voorganger 'zij met ons allen'. De zegen is er niet minder werkelijk om.
Overigens: verstaan we de rijke inhoud ervan? Kunt u zonder de zegen van God niet, net zo min als de Middelburgse gemeente destijds onder de bediening van ds. Smijtegeld? Vanwege de weigering om belasting te betalen, kon en wilde hij de gemeente niet zegenen in Christus' Naam. Toen begreep men, dat de zegen niet maar een plechtig slot was van de kerkdienst, maar levende werkelijkheid, in gehoorzaamheid aan God en de overheden te ontvangen. Wel, de zegen Gods zij met u en met mij!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's