Bange klachten en de hoop der belofte
En het geschiedde, als haar ziel uitging (want zij stierf), dat zij zijn naam noemde Ben-oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin Genesis 35 vers 18
De weg van het geloof loopt dwars door het alledaagse leven, en alle zorgen van het leven stempelen dan ook de beleving van het geloof. We leven niet in een oase, in een windstilte, waar het rumoer van het wereldgebeuren ons niet raakt. Integendeel, de bange klachten van het leven maken deel uit van de worsteling van de gelovige. Zo wordt het ons ook geschilderd in Genesis 35. Het is zomaar een hoofdstuk uit het leven van Jacob en zijn familie. Allerlei gebeurtenissen zijn hier bijeen geplaatst en worden op zodanige wijze beschreven dat de bange klachten van het leven afgewisseld worden door de hoop die Gods belofte schept.
Rachel vertolkt de klacht: noem mijn zoon Ben-oni. En die naam betekent: zoon van mijn smart. Maar naast haar staat Jacob en hij neemt het woord en zegt: neen, hij zal Benjamin heten, en die naam betekent: zoon van mijn rechterhand. Daarin komt de keerzijde van het geloof naar voren. Zoon van hoop en verwachting, en deze naam vertolkt de hoop die geboren wordt uit Gods belofte. Rachel en Jacob brengen samen de worsteling van het éne geloof onder woorden!'
Letten we eerst even op het hele hoofdstuk. De klacht van Rachel en de verwachting van Jacob worden daar in bredere samenhang beschreven.
Het is nog niet zo lang geleden dat ze oom Laban verlaten hebben, en nu zijn ze op weg naar Isaäk, de vader van Jacob. Genesis 35 vertelt ons iets over die reis. Een paar dingen vallen dan op. Allereerst keert het woord 'opbreken', 'optrekken', steeds weer terug. En dat is meer dan alleen maar een aanduiding voor een nomadenvolk. Dat woord geeft ook de gebrokenheid van het leven aan. De echo van Genesis 3 klinkt er in door, de onrust die zich van ons heeft meester gemaakt toen we wegvluchtten van het aangezicht des Heeren. Sindsdien heeft de mens geen innerlijke en uiterlijke rust meer, en de rust van het beloofde land kennen we nog niet. Jacob moet steeds weer opbreken en je proeft in dit gedeelte de gebrokenheid vanwege de zonde. Boven dien valt op dat drie keer de doodsklokken luiden in de tenten van Jacob. Eerst sterft Debora, de voedster van Rebekka, dan Rachel en tenslotte wordt het overlijden van Isaäk vermeld. Het is een menselijke geschiedenis, vol van onrust en verdriet. Misschien verschilt het maar heel weinig van uw leven. Toch wordt hier meer geboden dan alleen maar een beschrijving van de menselijke nood. Het zijn bange klachten die voortkomen uit de wortel van alle kwaad: de zonde. God had Adam en Eva geroepen en gezegd: waar zijt gij? Ze waren op de vlucht geslagen, en nog steeds gaat de mens vluchtend voort door de wereld. En nog steeds herinnert ons de dood aan de straf op de zonde. Wanneer we daar midden in staan, dan komen de bange klachten over onze lippen: Heere, wat zijn we toch ver verwijderd van Uw Koninkrijk! Hoe diep is toch de kloof tussen de heilige God en de realiteit van een mensenleven!
Daarnaast horen we echter ook een ander geluid: God vernieuwt de belofte aan Jacob. De Heere belooft: Ik zal met u zijn, Ik zal u dit land geven, uw zaad zal het in bezit nemen. Temidden van al die menselijke nood geeft God de belofte des levens. De onrust zal ons niet eeuwig in de greep houden, want de Heere Zelf zal zorgen voor eeuwige vrede en eeuwige gerechtigheid. De belovende God trekt Zelf mee. Dat is de enige hoop en verwachting voor een mens die zich omringd weet door de bange klachten van het leven. De Heere is er. Hij bevestigt Zijn Woord.
Keren we nu terug naar Jacob en Rachel. Rachel ligt in het kraambed en geeft het leven aan een zoon. Maar zij zelf heeft het hard te verduren. God had gesproken: met smart zult gij kinderen baren. Welnu, die smart wordt hier zo hevig dat het letterlijk een dodelijke smart wordt. Ze sterft. En als zij dan haar leven overziet moet ze zeggen: noem mijn zoon Ben-oni. Met die naam legt ze haar eigen hart bloot. Ze wordt helemaal in beslag genomen door de smartelijke uitwerkingen van de zonde: leed, tegenslag en verdriet. Met deze naam moet nu haar kind rondgaan over de aarde om het verdriet a.h.w. levend te houden. Kind van mijn smart. Dat woord 'smart' zal allereerst ingegeven zijn door de pijnlijke bevalling. Maar het heeft ook de bijbetekenis van ongerechtigheid en zonde. De smart wint het hier van de hoop. Rachel kan haar leven alleen maar zien als een door God verlaten leven. Het is zo ver verwijderd van Gods bedoelingen. Het paradijs is verleden tijd en het beloofde land wordt geen werkelijkheid. Ze vat alles samen in deze naam. Kijk toch eens hoe het leven opengebroken is door de zonde, kijk toch eens hoe het bedreigd wordt door de dood! Maar dan neemt ook Jacob het woord. Hij deelt net zo goed in het verdriet en het leed, hij moet zijn allerliefste bezit hier prijsgeven. Maar hij kan niet toestaan dat er voorrang verleend wordt aan de klacht. Hij wil dat er in de toekomst een ander geluid zal klinken. Noem hem Benjamin, zegt hij. Zoon van mijn rechterhand. Daarin klinkt de hoop en de verwachting van het geloof door. Met die naam moet het kind verder leven. Jacob weet dat we een God hebben die Zijn beloften waarmaakt.
In de worsteling van het geloof wisselen de stemmen van Rachel en Jacob elkaar af. U zult ook wel eens momenten hebben dat u Rachel bij moet vallen. De teleurstellingen in het leven kunnen groot zijn, er is smart, er zijn misschien open plaatsen. En wat kan het leven niet uiteen gescheurd worden door de tirannieke macht van de zonde. Wordt het niet nog verschrikkelijker wanneer we moeten belijden: Heere, het is onze eigen schuld, het is vanwege de grote scheiding tussen U en ons.
Maar daarnaast staat Jacob, ook hem moeten we bijvallen. Hij snijdt zijn vrouw de pas af en geeft voorrang aan de werkelijkheid der belofte. Noem hem Benjamin. Naar die naam zal het kind straks luisteren. Zo moet Gods volk verder trekken, levend uit de verwachting en de hoop.
Geeft u ook die stem van Jacob een kans in uw leven? Staat u ook op om de bange klacht in te wisselen tegen een leven uit de belofte? We zullen het alleen kunnen als we de belovende God Zelf ontmoet hebben. Dan gaan we ook zien dat beide stemmen samenkomen in Jezus Christus. Hij is neergedaald in een wereld die bepaald wordt door de klacht: Ben-oni. Hij is gekomen in het zondige vlees en heeft de klacht van Rachel tot het einde toe volgehouden. Als de Man-van-smarten is Hij de weg van het kruis gegaan. En juist in deze weg is Hij ons tot een Benjamin geworden, tot een teken van hoop en verwachting. Ja, zelfs meer. Hij is de vervulling van de belofte, Hij is het nieuwe leven.
Als we Hem kennen verstomt de klacht van Rachel niet, maar toch zeggen we temidden van de angsten van het leven: noem me geen smartekind, zijn we niet kinderen van de hoop?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's