De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vrijheid van inrichting van onderwijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrijheid van inrichting van onderwijs

Drs. G. V. Leyenhorst bij opening H.B.O.-v te Ede

11 minuten leestijd

Over de vrijheid van onderwijs moet niet alleen beschikt worden, zij moet vooral ook gevuld worden en aldus maatschappelijk gelegitimeerd.

Gelukwens

Ik wil beginnen u, bestuur, docenten, studenten en alle andere betrokkenen van harte geluk te wensen met uw h.b.o.-v. In mijn vorige hoedanigheid heb ik een steentje aan de tot standkoming ervan mogen bijdragen; in bescheidener mate weliswaar dan eertijds aan de Gereformeerde Sociale Akademie. Daar zijn, zoals enkelen uwer zich zullen herinneren, zelfs Tweede Kamerdebatten aan gewijd.

Ede kent thans drie protestants-christelijke instellingen voor hoger beroepsonderwijs: een sociale akademie, de h.b.o.-v., die al een twee-eenheid vormen en een pedagogische akademie. In het kader van de groei naar meer samenhang binnen het h.b.o. en naar het hoger onderwijs nieuwe stijl is dit een zaak van niet geringe betekenis. Ik hoop dat deze instellingen elkaar op het goede moment op passende wijze zullen weten te vinden.

Ik spreek thans niet over het hoger beroepsonderwijs en ook niet over het hoger beroepsonderwijs voor verpleegkundigen als zodanig. Dan zou de minister hier hebben moeten staan. Daarom heb ik ook niet een op het departement voorgefabriceerde toespraak meegebracht maar heb ik een eigen verhaal gemaakt, waarin ik met u wil meedenken over de plaatsbepaling van uw protestants-christelijke h.b.o.-v. in ons Nederlandse onderwijsbestel.

De plaats van uw instelling wordt deels bepaald door de overheid, maar - en dit staat centraal in mijn betoog - in nog sterkere mate door uzelf. Met uzelf wordt bedoeld het bestuur, de schoolleiding, de docenten, de studenten en de andere betrokkenen die, al of niet onder het regiem van een medezeggenschapsorgaan, de h.b.o.-v. een warm hart toedragen.

Overheid

Ik begon met de overheid. Zodra we denken aan de relatie overheidonderwijs, dan komen we onmiskenbaar in aanraking met wat voor ons bestel zo kenmerkend en waardevol is: de vrijheid van onderwijs. Uw protestants-christelijke h.b.o.-v. is daar zelf een voorbeeld van. Alle godsdienstige richtingen vinden in dit bestel samen met het openbaar onderwijs een gelijkwaardige plaats. De driedeling van de vrijheid van onderwijs in vrijheid van richting, vrijheid van oprichting en vrijheid van inrichting is ook in dit verband van belang. De wensen van de levensbeschouwelijke groepen die een eigen h.b.o. voor verplegenden wilden hebben zijn gehonoreerd, de stichting of oprichting van de opleiding is mogelijk gemaakt. Dus aan twee van de drie componenten is voldaan. Degenen die nu echter zouden vaststellen dat het met de vrijheid van onderwijs wat u betreft wel in orde is, moet ik noodzakelijkerwijs terechtwijzen. Er is immers nog de derde component.

De vrijheid van inrichting en het is deze pijler van de vrijheid van onderwijs waarmee u in de uitbouw van uw instelling intensief mee te maken zult krijgen. Vanwege de overheid?

Ja, maar veel meer nog vanwege uzelf, door wat uzelf weet te maken van de instelling die u protestants-christelijk op gereformeerde grondslag noemt. Terzijde: een pleonasme feitelijk. Maar daarover twisten we niet. We begrijpen elkaar. Voordat ik verder op die inrichtingsvrijheid inga nog een opmerking vooraf. Wij kunnen niet genoeg dankbaar zijn dat de vrijheid van onderwijs in ons staatsrecht een zo ruime plaats heeft gekregen. Voor deze verworvenheid is zoals bekend dan ook gedurende honderd jaar een zware strijd gestreden. Ik wil er evenwel voor waarschuwen dat men niet moet denken dat die verworvenheid daarmee voor alle tijden is veilig gesteld. Ook anno 1983 is de vrijheid van onderwijs nog steeds een aangevochten zaak. Zij die de kamerverslagen lezen weten dat dit thema in de afgelopen tien à twintig jaar als een rode draad door vrijwel elk onderwijsdebat heenliep. Een ieder zal zich ook herinneren de jongste discussie over de kosten van wat men noemt ons verzuilde onderwijssysteem. Denk ook aan de gebroken ruit van Nijpels.

Recent voorbeeld

En om nog een heel recent voorbeeld te noemen: bij de behandeling van de Overgangswet op het Basisonderwijs vlak voor de zomer werden er vanuit de Tweede Kamer voorstellen gedaan die, zo ze waren zijn aangenomen, een ernstige aantasting zouden hebben betekend van de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Wij moeten dan ook bij voortduring op onze qui vive zijn om het goed van de vrijheid van onderwijs te blijven garanderen.

Ik blijf daar dan ook uitdrukkelijk uw daadwerkelijke belangstelling voor vragen. De politieke consequenties voor de komende jaren zullen van grote betekenis zijn. De regeerakkoorden die ten behoeve van opeenvolgende kabinetten zijn gesloten, mogen wat dit betreft wellicht enig vertrouwen inboezemen, maar bedacht moet worden dat deze niet dan na grote inspanning van mijn politieke vrienden tot stand zijn gekomen. Kortom, waakzaamheid zal ook voor de toekomst geboden zijn.

Met betrekking tot de vrijheid van onderwijs zijn in het parlement de felste debatten gevoerd over de vrijheid van inrichting. Ik noem o.a. de leerplanontwikkeling, de schoolbegeleiding, de medezeggenschap in de scholen. Een centrale vraag is altijd: waar liggen de grenzen tussen wat de overheid moet en mag doen en wat behoren de scholen te doen?

Hiermee stoten we op en gegeven dat in de politiek vaak moeilijkheden oplevert. De vrijheid van onderwijs is niet absoluut. Dat is ze nooit geweest.

Zo worden er door de overheid eisen van deugdelijkheid gesteld terzake van de kwaliteit van het onderwijs en voorts andere subsidievoorwaarden met het oog op een goed financieel beheer.

Vaststelling grens

Met deze grondwettelijke bepaling is in feite iedereen het eens. De moeilijkheden doen zich voor als bij nieuwe wetgeving of andere regelingen deze grens voor het eerst of opnieuw moet worden vastgelegd. Dan kunnen er subsidievoorwaarden worden voorgesteld, waarvan het de vraag is of deze de vrijheid van inrichting niet ten onrechte inperken.

Ik wil drie factoren noemen die de problematiek hier nog verzwaren.

1. Bij een constructief onderwijsbeleid, zoals wij dit een paar decennia kennen, wordt er heel wat op stapel gezet. Het beleid is intensief. De overheid die nog steeds stelt dat zij een voorwaardenscheppend beleid voert, moet zich evenwel steeds te binnen brengen dat haar bepaalde grenzen zijn gesteld. Het parlement moet daar dan bij voortduring een wakend oog op houden. Maar waar zo dikwijls die grens bepaald moet worden en de afweging in sommige gevallen niet zo eenvoudig is, bestaat het gevaar dat er grijze gebieden ontstaan, die op een goed - of beter een kwaad - moment door de overheid worden geannexeerd.

2. Een tweede probleem is dat er ook binnen elk overheidsbeleid lijnen lopen die kunnen botsen en daarmee ook de vrijheid van onderwijs onder spanning zetten. Bestuurlijke decentralisatie is terecht een vrij algemeen beleid, beleidsdoelstelling. Maar pas je die toe op het onderwijs, bijvoorbeeld door regelgeving van het rijk te delegeren naar de gemeenten, dan komen we wel onder een gans ander regiem terecht hetwelk zich niet verdraagt met de Grondwet.

Een andere beleidsdoelstelling van dit kabinet is deregulering.

Ook hier staan we helemaal achter. In ons land zijn we immers in een te dicht netwerk van regelingen terecht gekomen . Maar met betrekking tot het onderwijs moet bedacht worden dat globalisering van de wetgeving er wel eens toe kan leiden dat de tot nog toe zo zorgvuldig geregelde financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs - misschien onbedoeld - wordt ondergraven. Met andere woorden deregulering mag dus niet rüsichtlos worden toegepast, maar dient onder het criterium van de doelmatigheid te worden gebracht.

3. Als laatste verzwarende factor noem ik de ontwikkelingen van de laatste tijd in de samenleving. Er zijn mensen die het vreemd vinden dat 2/3 deel van de scholen protestant-christelijk of rooms-katholiek zijn, terwijl maar een deel van de Nederlanders op christelijke partij stemt. Er is verzet tegen het bestaande planningssysteem en men vindt dat de koepelorganisaties daarbij te veel macht hebben. En altijd zijn er stromingen geweest die een ander schooltype hebben gepropageerd, te weten de school waarin de onderscheidene richtingen alle afzonderlijk en met elkaar optimaal tot hun recht kunnen komen. De samenwerkingsschool, vaak met als leidend beginsel aangeduid de gevulde algemeenheid. Ik herinner ook aan de ongeveer tien jaar geleden gevoerde discussie over het tertium, wel gezien als een soort tussenvorm van openbaar en bijzonder onderwijs.

Samenwerkingsschool-openbare school

Hoewel de totstandkoming van samenwerkingsscholen desverlangd mogelijk is en krachtens ons bestel zo mogelijk moet blijven, heb ik persoonlijk altijd moeite gehad met wat nu het wezenlijke verschil is tussen de samenwerkingsschool en de ideale open­bare school. En wat het tertium betreft voel ik me het meest thuis bij het heldere onderscheid dat de Grondwet maakt tussen de openbare school als school van de overheid rijk of gemeente enerzijds en de bijzondere school van welke aard dan ook, anderzijds. Maar afgezien hiervan is het relevant de vraag aan onszelf te stellen of het beginsel van de gevulde algemeenheid zelfs binnen het protestants-christelijke en het roomskatholieke onderwijs een zekere mate van ingang heeft gevonden. Erkend moet worden dat de vlag niet altijd de lading dekt en daarom is men dubbel kwetsbaar doordat de strijd zowel binnen als buiten de muren gestreden moet worden.

Er kan in dit land geklaagd worden over de inperking van de vrijheid van onderwijs, ik durf de stelling aan, dat die nog altijd groter is, dan de mate waarin het op levensbeschouwing gefundeerde onderwijs sinds de pacificatie van 1917 deze kans heeft aangegrepen om die ten bate van de eigen indentiteit ten nutte te maken.

Eigen invulling

Immers, de vrijheid van onderwijs vraagt en veronderstelt - vanuit het onderwijs zelf gezien - dat deze verworven vrijheid ook beoefend en ten nutte gemaakt wordt.

Dit verdraagt zich ook - en dat is op zichzelf belangwekkend genoeg - met een groeiende tendens in het overheidsbeleid om de scholen daar steeds meer de gelegenheid voor te geven, d.w.z. om de ruimte voor de eigen invulling van het onderwijs te vergroten. Denk aan de wettelijke verplichting van het opstellen van schoolwerkplannen in het basisonderwijs, maar eveneens voor 'hogere' vormen van het onderwijs. Van een schoolwerkplan of instituutswerkplan - denk bij dit laatste aan uw eigen h.b.o.-v. - wordt ervan uitgegaan dat de inrichting van het onderwijs in overeenstemming is met de doelstelling en daarmee met de grondslag van de school. Waar de vlag niet meer de lading dekt is er dus iets mis met de school. Ik benadruk dit aspect daarom zo sterk, omdat de vrijheid van onderwijs net als alle andere fundementele vrijheden elke dag opnieuw bevochten moet worden. Zij is niet - ik herhaal het nu in andere woorden - een eenmalig feit en daarmee voorgoed verzekerd. De waarde ervan moet elke keer waar deze vrijheid wordt gevraagd ook worden waargemaakt. Juist nu in de samenleving en ook in de politieke wereld de stemmen weer op klinken, die de onderwijsvrijheid minder hoogachten, moet het bijzonder onderwijs er een eer in leggen om de vrijheid ten volle te verwezenlijken. Op die wijze kan de kritiek op het levensbeschouwelijk gefundeerde onderwijs het beste weerlegd worden en wordt het behoud van de vrijheid van onderwijs met kracht gelegitimeerd.

Uitdaging

Nu u als h.b.o.-v. in de bonte rij van Nederlandse onderwijsinstellingen mag aantreden, wordt u uitgedaagd uw indentiteit in de praktijk te bewijzen. De vrijheid als gave hebt u een beetje ervaren, nu komt de vrijheid van onderwijs en vooral de vrijheid van inrichting als opgave aan uw poort. Ik besef dat u daarmee voor een zware taak staat. Mijn vriend ds. Noordegraaf zal daar nog wel het nodige over zeggen. Van mijn kant deze vraag: Beschikt u over een conceptie vóór het onderwijs aan adspirant-verplegenden die helder voortvloeit uit uw uitgangspunt en biedt uw instituutswerkplan daarvan een zodanige vertaling dat uw doelstelling herkenbaar is. Een kernvraag meen ik, maar eerlijk gezegd ook een pretentieuze vraag, als we deze plaatsen in een wereld die gebroken en zondig is, onszelf daarbij niet uitgesloten, en waarin alleen de Geest ons door het Evangelie van Jezus Christus bij al onze inspanningen - ook ten bate van de medemens - ons transparant maakt tot op de bodem van het bestaan.

Echter datzelfde Evangelie tilt ons ook op en roept ons op ons de opdracht die we met het oog op Hem op ons hebben genomen met moed en vertrouwen aan te vatten. Door uw opleiding stelt u zich in verbinding - zij het dan meestal indirect - met de zieke mens, de mens in nood. U boort nieuwe mogelijkheden aan en... u krijgt daarbij tevens de kans om in ons onderwijsbestel de vrijheid van onderwijs wat meer te vullen. Nog eens: over de vrijheid van onderwijs moet niet alleen beschikt worden, zij moet vooral ook gevuld worden en aldus maatschappelijk gelegitimeerd.

Tot slot. Ik ben altijd geboeid geweest door een uitdrukking die stamt uit de reformatie 'reformata quia reformanda', welke vrij vertaald luidt: je bent gereformeerd (of hervormd) omdat je steeds opnieuw moet worden gereformeerd (hervormd). Mag ik u dit ook met betrekking tot uw h.b.o.-v. in de dop van harte toewensen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vrijheid van inrichting van onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's