De Gereformeerde Bond en ‘Samen op Weg’
In de dagbladen verscheen dezer dagen het bericht dat door het moderamen van de hervormde synode besloten heeft ondergetekende te benoemen tot lid van de Raad van Deputaten Samen op Weg.
In de dagbladen verscheen dezer dagen het bericht dat door het moderamen van de hervormde synode - kennelijk in overleg met het moderamen van de synode van de Gereformeerde Kerken - besloten heeft ondergetekende te benoemen tot lid van de Raad van Deputaten Samen op Weg. De uitgebreide berichtgeving daarvan en commentaar daarop maakten duidelijk dat één en ander in breder verband gezien werd dan een persoonlijke benoeming. Daarom volgt hier in het kort een toelichting.
Kritisch
Door de jaren heen is in de kolommen van ons blad kritisch gereageerd op het streven van 'Samen op Weg'. Vanwege het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond is ook enkele malen een verklaring uitgegeven. Eerst in 1976. Zorg werd uitgesproken over de plaats van de belijdenis bij een samengaan van beide kerken en geconcludeerd werd: 'in zo'n situatie, en wij zeggen het met leedwezen en bewogenheid maar ook in zorg om het belijden der kerk kunnen we de nu nagestreefde éénwording niet begeren'.
In 1979 werd een tussentijdse evaluatie gegeven, waarin opnieuw de grote zorg werd verwoord maar waarin ook werd gezegd: 'dat betekent evenwel niet dat we ons aan de bezinning kunnen onttrekken'.
De laatste tijd zijn de zorgen alleen maar scherper nog verwoord, gezien het feit dat het proces 'Samen op Weg' onder grote druk van jaartallen is komen te staan. Zorg om de grote haast, die aan de dag werd gelegd, werd intussen ook verwoord door het moderamen van de synode in een speech van dr. R. J. Mooi op de laatste Combi-synode, een toespraak die daarna het predikaat 'trap op de rem meekreeg'. Na die combi-synode hebben negentien hervormde synodeleden de voorstellen van de combi-synode niet kunnen ratificeren, bekrachtigen. Uit alles werd duidelijk dat met name in de Hervormde Kerk grote delen in de beweging, die aan de gang is zo niet mee kunnen komen. Op de juni-vergadering van de hervormde synode heeft synode praeses ds. C. B. Roos toen nog weer eens duidelijk gemaakt dat de Hervormde Kerk alleen met 'de hele handel die ze in huis heeft' mee mag in 'Samen op Weg'. Intussen deed hij een beroep op de Gereformeerde Bond om ook zó in het proces van Samen op Weg te gaan staan, zoals dat. altijd in het geheel van de Hervormde Kerk was geschied.
Uitnodiging
Een en ander heeft geleid tot een correspondentie tussen het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en het moderamen van de synode. Het hoofdbestuur had een officiële uitnodiging onvangen om iemand voor te dragen voor de werkgroep 'Kernen van Belijden', één van de vier werkgroepen, die onder de auspiciën van de zogeheten 'Raad van Deputaten Samen op Weg' werkzaam is. In genoemde werkgroep heeft een aantal jaren zitting gehad prof. dr. C. Graaland, terwijl thans van hervormd-gereformeerde zijde dr. S. Meyers participeert. Dr. Meyers had - gezien zijn kritische opsteling, die tot uitdrukking kwam in toespraken die hij op de synode hield - niet alleen zélf behoefte aan een tweede man uit hervormd gereformeerde kring, maar de werkgroep zélf voelde dat het absoluut noodzakelijk was, dat nog iemand uit de kring van de Gereformeerde Bond werd gevraagd. Eén en ander heeft tot een voorstel van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond aan het moderamen van de hervormde synode geleid. Van een officiële benoeming van deze werkgroep is echter kennelijk nog niets bekend. Wel wil ik hier al opmerken, dat het hoofdbestuur meende dat het in de lijn van de eerder genoemde uitspraak 'Wij kunnen ons aan de bezinning niet onttrekken'. Lag dan ook vanuit het hoofdbestuur zélf te participeren in organen, waar het overleg over 'Samen op Weg' intensief plaats vindt.
Datzelfde gold voor een benoeming in de Raad van Deputaten Samen op Weg, waartoe een verzoek om een naam te noemen bij het hoofdbestuur was gekomen. Na ampel beraad heeft het hoofdbestuur besloten ondergetekende bij het moderamen van de hervormde synode voor te dragen voor een benoeming in deze Raad. Daartoe is nu kennelijk besloten, gegeven wat erover in de pers naar buiten kwam. Persoonlijk hecht ik eraan te zeggen dat, hoewel het uiteraard om een benoeming op persoonlijke titel gaat, ik deze taak niet los kan zien van mijn werk in het geheel van de Gereformeerde Bond, zodat deze wat mij betreft alleen kan worden uitgevoerd in directe relatie tot het hoofdbestuur. Maar dat ligt ook in de lijn van de gevoerde correspon dentie tussen het moderamen en het hoofdbestuur.
Het is immers duidelijk, dat de door de jaren heen geuite zorg van het hoofdbestuur als geheel en van mij ook persoonlijk niet afgezwakt is louter door een benoeming als deze. Maar door zowel in de werkgroep Kernen van Belijden, als in de Raad van Deputaten vanuit het hoofdbestuur zelf aanwezig te zijn kunnen zorg en kritiek ook het meest adequaat aan de orde worden gesteld.
Hoe?
Het hoofdbestuur heeft de bereidheid tot deelname in de brief aan het moderamen als volgt geformuleerd:
‘Hoewel wij als hoofdbestuur de bereidheid hebben om consequenties te trekken uit de standpuntsbepaling in de publicatie van 1979, is de ontwikkeling sindsdien echter van zodanige aard geweest, dat onze bezorgdheid alleen nog maar toegenomen is. Zonder op alle aspecten van die bezorgdheid nu verder in te gaan achten wij het met name een bedenkelijke zaak, dat het proces 'Samen op Weg' in de vergaderingen van de Generale Synode reeds is getermineerd en door bepaalde beleidsorganen reeds sterk wordt gestimuleerd en voorbereid, terwijl het eigen recht der gemeenten in deze wordt genegeerd: het oordeel van de gemeenten zelf werd nog niet gevraagd. Wellicht mede als gevolg daarvan leven sterke weerstanden tegen 'Samen op Weg' bij grote delen van het kerkvolk, zeker ook bij het deel dat de Gereformeerde Bond representeert.
Ons standpunt is intussen, dat de Gereformeerde Bond in de beweging 'Samen op Weg' zich zal moeten blijven inzetten voor het voortbestaan van de Nederlandse Hervormde kerk als vaderlandse kerk en naar een duidelijk normatieve plaats daarin van de klassieke belijdenis der Reformatie'.
Hoe één en ander zich verder zal ontwikkelen is nu uiteraard nog niet te voorzien. Het is, gezien de grote dingen die op het spel staan, van het grootste belang dat de hele kerk bij de beleidsvorming betrokken is en dat er geen beslissingen worden geforceerd, zeker niet in afwezigheid van diegenen, die hun ernstige verontrusting over de aan de gang zijnde ontwikkelingen hebben laten blijken. Worden we bij deelname aan de bezinning in de beleidsorganen dan niet medeplichtig aan het geheel? Nèt zo medeplichtig als we zijn door ons loutere zijn in de Hervormde Kerk. We participeren in (centrale) kerkeraden, op classicale vergaderingen, op de synode en ook op de Combi-synodevergaderingen, en dan bovendien wel allereerst, gewoon als leden van de kerk waartoe we behoren en niet allereerst als leden van de Gereformeerde Bond. We staan thans in het geheel van de kerk voor belangrijke beslissingen, die diep kunnen gaan ingrijpen in de plaatselijke gemeenten, waar toch intussen het hart van de kerk klopt. Alleen uit zorg om en liefde tot de kerk der vaderen besloot het hoofdbestuur om zich aan de bezinning, daar waar deze het meest intensief en beleidsbepalend wordt gevoerd, niet te onttrekken.
Ik sluit af met de zinsnede, waarmee de situatieschets van 1979 van het hoofdbestuur afsloot: 'Wanneer het spoor van de belijdenis geheel verlaten zou zijn rijst wel de vraag: wat dan? Daaromtrent geven we niet bij voorbaat een program. We weten niet hoe de Heere zijn kerk verder leiden zal. Wel weten wij - en daarmee zijn we getroost en bemoedigd - dat Hij gezegd, heeft: Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld' .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's