De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

9 minuten leestijd

Ad Pontes! Terug naar de bronnen, zeggen we, als het gaat om het wezenlijke van onze religie. Samen terug naar de bronnen, dan moeten we de ware eenheid wel weer vinden. Het volgende aardige toepassende verhaal uit de zendingsgeschiedenis knipten we uit de Kontaktbrief 'Kerk overzee' van de Nederlandse Zendingsraad.

'Rood water is echt!

Hoog in de bergen, bij gletsjers en nooit verdwijnende sneeuwvelden, ontsprong een rivier. Met grote snelheid bruiste en kolkte hij naar de laagte. Op zijn lange grillige tocht naar de zee schuurde hij zich een bedding door het landschap. Hij nam zoveel gruis en stof in zich op, dat zijn watermassa er door gekleurd werd. Bruinrood was het tenslotte geworden. Aan het strand, bij de monding van de rivierstonden mensen te kijken. Honderden kilometers verwijderd van de bergtop.

Ze stootten elkaar aan en wezen naar een grote roodbruine vlek in het water van de zee, vóór de riviermonding. En ze riepen: Zo ziet het water er dus uit, dat van de bergen komt. Bergwater - zuiver water - is rood. Van toen af moesten de kinderen daar uit het hoofd leren wat die mensen ontdekt hadden. In atlassen en taaiboekjes stond vetgedrukt: bergwater is rood; zuiver water is rood. Tot in verre omtrek werden deze mensen daarom roodwater-riviermensen genoemd.

In diezelfde tijd stonden, ver weg, helemaal aan de andere kant van de bergrug, ook wat mensen aan het strand. Bij hun zee. Daar stroomde ook een rivier do grote wijdte in. Breed en statig. En de zon weerkaatste in het diep groene water, dat als een brede vlek in de zee verder gleed. De mensen riepen vol ontzag: Zó ziet het water er dus uit dat van de bergrug komt. Bergwater - zuiver water - is groen. Vanaf dat ogenblik moesten de kinderen daar, met hun taalboekjes en atlassen, uit het hoofd leren: bergwater is groen; zuiver water is groen. Geen wonder dus dat deze mensen de naam kregen van groenwater-riviermensen. Hun rivier was in de hoogvlakte gekomen aan de andere zijde van de bergrug. Hij had zich een weg gegraven in een ander landschap. Stof en gruis van een andere samengestelde bodem hadden zich al meer vermengd met het koude klare bergwater En die mensen aan het strand zeiden dan ook wat hun ogen zagen: Dit water is groen. Bergwater is groen.

Veel later maakte iemand van de roodwater-riviermensen een gevaarlijke tocht over de bergkammen. Toen hij na maanden weer thuiskwam, werd hij weggejaagd. Dan zouden wij onze atlassen en taalboekjes moeten herschrijven? Nooit! Scheer je weg.

Maar een man in het dorp van de groenwater-riviermensen kreeg een ingeving. Hij had zwijgend geluisterd toen de roodwater-rivierman van zijn dorp vertelde, aan de andere kant van de bergen, waar een rode rivier in zee stroomde. Ineens begreep hij dat je naar de oorsprong van de rivieren moest reizen om te zien wat zuiver bergwater is.

En misschien, zei hij tot zijn vrouw, misschien kunnen we dan ons rivierwater filteren. Misschien kunnen we de groene kleur wegnemen of verminderen. Als het lukt schrijven we aan de rood-waterriviermensen wat we ontdekt hebben. Dan kunnen zij er hun voordeel mee doen.

Misschien kunnen zij en wij samen nog eens dezelfde atlassen en taalboekjes gebruiken.

Hij ging de bergen in. Naar de bronnen, ver in het hoogland. Het was een moeilijke tocht. Soms meende hij aan de voet van de oorsprong te staan om dan te ontdekken dat hij nog hoger moest klimmen. Of hij zijn doel bereikte? Daarover bestaan in zijn dorp verschillende verhalen. Tegenstrijdige zelfs.'

***

In het blad Aktie van Youth for Christ stond een interview met een jonge, christelijke begrafenisondernemer. Hier volgen enkele van zijn uitspraken.

‘Ten grave gereden Zijn er meer veranderingen aan te wijzen?

“Tegenwoordig zie je vaak dat men de kist niet laat dalen in de groeve, maar hem zo laat staan. Het dalen van de kist is inderdaad het meest emotionele moment. Ik zal de mensen ook niet dwingen dat mee te maken. Maar als men twijfelt, zeg ik: u heeft die ander zo lang begeleid, laat u hem nu dit laatste eindje alleen. ?

Ook is het gebruik geworden de kist op een wagentje naar de groeve te rijden. Bij mij gebeurt dat nooit, het staat me tegen.' In de bijbel werden de mensen ten grave gedragen, niet gereden. We dragen de kist dan ook, hoog op de schouders."

Geen eersteklas begrafenissen. Wat is het moeilijkste in je werk?

"Ik vind het heel erg als mensen me niet vertrouwen, als ze alleen aan geld denken. Ik erger me aan grote uitvaartmaatschappijen die het publiek inpompen dat kleine ondernemers er op uit zijn woekerwinsten te maken. En dat terwijl ze zelf met lage prijzen schermen, waar achteraf van alles niet bij blijkt te horen. En dan praat ik nog niet eens over de zeer onpersoonlijke behandeling. Het is erg als mensen alleen maar aan de begrafenis denken als aan een zakelijke aangelegenheid die zo goedkoop mogelijk moet worden afgehandeld zonder dat ze er bij stilstaan wat de overledene zelf zou hebben gewild. Als mensen vragen: zorg maar voor een eersteklas begrafenis, is mijn reaktie: die ken ik niet Ik wil iedereen even goed behandelen, of hij nu burgemeester is of eenvoudig arbeidsman."

Je loopt bijna altijd in 't zwart. Is dat niet vervelend?

"Nou ja, dat hoort erbij hè, 't wordt van je verwacht. Na m'n werk verkleed ik me meestal wel hoor. Deze pakken komen trouwens van een speciaalzaak in Bergambacht, waar ook veel dominees hun kleding kopen. Het is maatwerk en alle maten zitten in de computer. Als ik plotseling een streepjesbroek nodig heb, is die er binnen twee dagen. Zijden hoeden, dat is wel een probleem. Die maken ze in Nederland nauwelijks meer, zeker niet van degelijke kwaliteit. We erven ze meestal van mensen die er ooit 'es een gekocht hebben voor hun huwelijk."

Symbool van zaaien. Een eigenaardige vraag, maar - heb je plezier in je werk?

“Ja, ik zou nooit meer iets anders willen. Bij de politie had je te maken met allerlei regels, met chefs, rangen en standen. In dit werk bén je iemand, je betekent iets voor de mensen. De sociale dienstenverlening staat voorop''

Als je zelf overlijdt, wat wil je dan dat er gebeurt?

“Ik wil begraven worden. Een steen op het graf wil ook ja, een mens is tenslotte geen nummer. Als m 'n vrouw eerder zou sterven dan ik, zou ik er echter nooit heengaan. Bij zo'n graf vind je immers niets. Ik zou me beslist niet willen laten kremeren. Voor mij heeft begraven de symboliek van zaaien. Je zaait een dood lichaam, dat eens zal worden opgewekt in heerlijkheid..."

***

Al enkele malen citeerde ik in deze rubiek iets uit de boeken van S. Ulfers (schuilnaam), zoals Harro Walther en Overdenkingen. Het meest bekende boek van deze schrijver is Oostloorn, waarin de ervaringen van een jonge predikant in zijn eerste gemeente worden beschreven. Een bekend verhaal uit dat boek is dat van de klokkenluider. Hier volgt de kern van dat verhaal. De klokkenluider zegt tot de dominee*

‘Als je pas dominee bent, dan begin je met een grote moed en met veel verwachting. Je preekt alsof je het alle zondagen van je leven een plezier zult vinden. Doch als je zo enige jaren bent bezig geweest, dan begin je jezelf te voelen, alsof je uitgepreekt bent En dan zit je op je studeerkamer, met de gedachte: "Wat moet ik nu toch zeggen aan de mensen? Ik heb het hun alles gezegd, en sommige dingen zelfs al twee malen!" Dat is een moeilijke tijd voor een dominee. Maar na die moeilijke tijd, als je de rechte man bent voor je ambt, dan krijg je de diepte. Sommige dominees krijgen dat doordat zij een kind verliezen. Andere dominees doordat zij tegengewerkt worden van hun eigen gemeenteleden. Anderen alweer doordat zij erg arm zijn, en niet weten, hoe zij rond moeten komen van hun traktement, als eerlijk man. Maar in elk geval krijgen zij dat door een grote smart, die zij moeten doormaken; zonder de smart gaat het niet. Maar dan krijgen zij de diepte. En als zij zover zijn, dan kunnen zij pas preken! Al het vorige is niets daarbij! En dan eerst krijgen zij hun ambt lief, zoals zij niet gedacht hadden het ooit lief te zullen hebben. En kijk eens, aan zo'n dominee moetje nu eens vragen: "verveelt het je niet om alle zondagen te preken? " Wat die je wel antwoorden zou? ' (...)

'Hoe ik dat weet, dominee? Dat horen wij, wij die in de banken zitten, en die allen naar je kijken, terwijl je bezig bent. Daar hebben hier al zo veel dominees gepreekt; toen de oude dominee ziek lag; en toen de ringdominees kwamen in de vacature; wij hebben ze van alle soort gehad. Maar dacht je dat wij het niet horen konden, wie de grote smart al gehad hadden en wie niet? '

'Maar, dominee, nu heb ik nog niet uitgepraat, zei de de klokkenluider, "wat ik daar van een dominee gezegd heb, is ook van toepassing op een klokkeluider, al is het in de verte. Als wij beginnen te luiden, kort na onze aanstelling, dan doen wij het ook met de ijver van een beginner. Wij zijn blij met onze aanstelling, en met de verdienste, die eraan verbonden is. En wij trekken het touw goed laag, en laten het hoog schieten. Zie je, zo kan je een goede ruk doen! Maar als wij het een tijd lang gedaan hebben, dan is de nieuwheid er af. Wij denken er niet meer om, dat er loon aan verbonden is, en zijn vergeten dat nog twintig anderen tegelijk met ons er om gesolliciteerd hebben. En dan gaan onze armen loom de hoogte in, en zij zakken vanzelf; hoe kan dan de ruk flink zijn? De mensen kunnen het best horen aan het luiden, hoeveel jaren dienst een klokkenluider heeft. Denk je van niet, dominee? ...En dan in het latere leven, dan komt pas de diepte. Dan komt je ziel in de klok. De mensen zeggen het van mij, en zij mogen lachen; maar het is zo! Als ik nu het doe, dan weet ik wat ik doe. O, dat grote geluk, om de mensen te zeggen 's zondags: Houdt nu op met zorgen en werken, en komt nu, de dominee wil jelui zeggen wat God heeft geboden!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's