Uit de pers
Kerk en wereld
Waar ligt de grens tussen kerk en wereld? Die vraag stelt dr. C. Bezemer aan de orde in het Hervormd Weekblad van 1 sept. Bezemer is zich bewust van de problemen die aan deze vraagstelling verbonden zijn. De vraag kan immers het misverstand oproepen als zou het gaan om een soort Berlijnse muur. We voegen er aan toe dat er over de antithese soms wel eens op een wijze gesproken is, dat vergeten werd dat die dwars door de gemeente of de kerk heenliep. Bezemer wil in aansluiting van artikel 10 van de K.O. bij het woord 'kerk' denken aan de Christusbelijdenende kerk die van Godswege in de wereld gesteld is. Maar wat verstaan we onder 'wereld'.
‘We willen het woord "wereld" dus niet verstaan in de zin van: de goddeloze massa, die van God noch Zijn gebod weten wil en min of meer als afgeschreven kan worden beschouwd. Bijbels gezien mogen we zo ook niet denken en redeneren. Waar het wel om gaat is de werkelijkheid van het leven met al zijn sociale, economische en politieke beslommeringen, waarmee niet alleen de volkeren te maken hebben en erin betrokken zijn, maar ook de enkeling, ook al kan niet van iedereen gezegd worden dat hij of zij zich dat bewust is. Wanneer nu van de kerk gezegd moet worden dat ze kerk in de wereld is en zich daarvan ook terdege bewust dient te zijn, dan betekent dit, dat ze zich niet op een veilige afstand kan terugtrekken van alle "wereldse" problemen en verwikkelingen en doen alsof het haar niet aan gaat. Temeer niet omdat allen, die tot de kerk behoren ook in de genoemde problemen betrokken zijn en er dagelijks mee geconfronteerd worden. Vanuit dit gezichtspunt gezien neemt de kerk geen bijzondere positie in, in de zin van: dit raakt ons niet; wij hebben onze eigen beslommeringen, maar die liggen op een ander terrein. De kerk kan wel een struisvogelpolitiek willen voeren zoals vroeger wel gebeurd is, maar in deze tijd is dat niet meer mogelijk. De kerk kan er in de twintigste eeuw niet meer onderuit zich met de problemen van de samenleving in het groot en in het klein bezig te houden.'
Daar voegt de schrijver aan toe, dat de kerk als geloofsgemeenschap zich voor alles moet bezig houden met de vragen van geloof en belijden. Anders mist ze het fundamentele. Hoe zit het nu echter met de grens of het grensgebied tussen kerk en wereld?
‘Er is tussen kerk en wereld sprake van een grensverkeer, waarbij allerlei zaken aan de orde (kunnen) komen, die zowel de kerk als de wereld aangaan. Het is duidelijk, dat de initiatieven op dit punt liggen aan de kant van de kerk. Wel moeten we ons afvragen of de grenzen van het betamelijke door de kerk niet meer dan eens overschreden worden en overschreden zijn. Een ieder weet, dat de meningen daarover sterk verdeeld zijn. Ten aanzien van zaken, waarvan de één meent, dat de kerk gelukkig bij de tijd is, is een ander van oordeel, dat de kerk zich bemoeit met dingen, waarmee ze niets te maken heeft. De verslagen over de pas gehouden Assemblee van de Wereldraad van Kerken in Vancouver zijn wat dat aangaat ook niet mis te verstaan. Toen de vergadering tot de helft gevorderd was, merkte iemand (misschien niet helemaal terecht) op: Ze hebben nu over van alles en nog wat gepraat; wanneer zouden ze met de geloofsvragen beginnen? Kan hetzelfde niet gezegd worden het oog op de kerk(en) in ons eigen land? De synodetafels liggen vol met verslagen en rapporten over "wereldse" zaken. Menigeen vraagt zich af of er ook nog ruimte is om te spreken over de zaken van geloof en belijden. En wanneer er over gesproken wordt, of dit dan ook gebeurt in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen, waarbij men zich geroepen weet te weren al wat het belijden der kerk weerspreekt.
Ik zou niet willen beweren, dat de kerk over allerlei "wereldse" problemen niet zou mogen spreken. Maar ze dient daarbij wel alle voorzichtigheid in achte te nemen, zich ervan bewust zijnde, dat ze zich daarmee bevindt in het grensgebied van kerk en wereld. In het grensgebied tussen twee landen is men wederzijds kwetsbaarder dan in het achterland, dat veel verder van dat grensgebied verwijderd is.'
De schrijver waarschuwt voor grensoverschrijding. Geloofwaardig spreken van de kant van de kerk betekent ook weloverwogen spreken. Ik zou er aan toe willen voegen dat er niet alleen sprake is van grensoverschrijding, maar ook van infiltratie binnen de kerken. Is er ook niet een stuk nood daarin, dat binnen kerken vaak zo door en door werelds gesproken en gehandeld wordt, werelds in die zin dat niet Woord en Geest de toon aangeven, maar het eigen gelijk. Het is al een eeuwenoud vraagstuk. U komt het al tegen in de gemeenten van de nieuwtestamentische tijd. Men denke aan de brieven aan Corinthe en de eerste brief van Petrus, om me te beperken tot die voorbeelden. De spanning van het 'in de wereld, zonder van de wereld te zijn' is vaak maar moeilijk vol te houden. Een risicoloos bestaan is ons niet toegezegd. Maar wel wordt de kerk geroepen tot gehoorzaamheid om in het grensgebied te letten op de richtingwijzers van het Woord. Wordt haar spreken en handelen daardoor gedragen dan vindt ze op die weg ook de belofte dat de Geest ons wil leren wat wij te zeggen hebben. Zou de geloofwaardigheid ten diepste niet daardoor bepaald worden?
***
Samen op weg of samen weg?
De discussie over en de bezinning op de beweging 'Samen op weg' blijft voortduren. Dat kan een goede zaak zijn, al vraagt de lezer die het zoveelste artikel onder ogen krijgt zich wel eens af, wanneer het verzadigingspunt bereikt is. Het is wel duidelijk dat in die discussie zowel het verleden (Kuyper, Hoedemaker, Kohlbrugge) als het heden (de oecumene, de wereldkerk) als de toekomst (hebben de kerken nog toekomst? ) meespreken. In het Centraal Weekblad van 25 augustus schrijft dr. J. v. d. Linden over dit onderwerp, waarbij hij zijn vertrekpunt neemt in de aarzelingen van hervormde zijde en de waarschuwing niets te forceren. Over het standpunt van de Geref. Bond merkt hij op:
‘Wie geen vreemdeling is op het kerkelijk erf, zal dat zelf ook kunnen vaststellen. In de Gereformeerde Bond staat men nog altijd in de berm, als ik het zo mag zeggen. Maar wat erger is, de vervreemding in de kringen van die Bond van onze kerken neemt nog steeds toe. Wij, de gereformeerden, zijn gewogen en te licht bevonden en dat is na Beltsazar het zwaarste oordeel in die kringen. Nu zou misschien iemand de weegschalen van de Bond wel eens een beetje willen bijstellen, maar een feit is dat er in ons geen vertrouwen meer gevonden wordt in die kringen. En dat is toch zeker eerste voorwaarde onder mensen die samen willen bouwen aan de muren van Jeruzalem. Het zou diep te betreuren zijn als wij door een geforceerd tempo de Gereformeerde Bond, nu nog daargelaten de aard van de bezwaren in die kring, nog verder van ons zouden vervreemden. De katholiciteit van de toekomstige kerk zou daardoor ernstig schade lijden en van eenheid zou dan niet meer gesproken kunnen worden. Samen op Weg zou dan alleen maar uitlopen op een herverkaveling van de kerken in Nederland. Maar dan zou het grote doel wel zijn gemist. Want in de wereld van vandaag zal het getuigenis van de kerk alleen waargemaakt kunnen worden in een eenheid die dan de kracht van de kerk zal zijn.
Dat heeft het hervormde moderamen gezien en daarom dat schot voor de boeg. Onze kerken beide, zijn niet gediend met een geforceerd tempo van bovenaf om het ideaal van eenheid te bereiken dat tot grotere verdeeldheid leidt.'
Van der Linden meent dat men de lessen van de geschiedenis niet ongestraft kan negeren. Zij vervullen een signaalfunctie. En in dat verband wijst hij op de diepste motieven van de Afgescheidenen:
‘Want zij die stappen durfden zetten tot afscheiding en doleantie, wisten daartoe geroepen te zijn. Zij hebben alles overgehad om te kunnen luisteren naar wat zij als de blijvende opdracht van de kerk verstonden: de bijbelse verkondiging. Zij liepen er uren voor. Die bijbelse verkondiging was schaars geworden in die dagen. In de kringen van afscheiding en doleantie wist men dat één van de wezenstrekken van de kerk is en blijft: de verkondiging van het "bevrijdend heil en bindend recht" van de Heer der Kerk. Zij wilden een kerk zijn die Jezus Christus belijdt naar de Schriften. In die kerk zijn wezenlijke, onopgeefbare dingen, waaraan allen die Christus erkennen als hun Zaligmaker, gebonden zijn.
Dat de Gereformeerde Bond die trekken nu in onze kerken lijkt te missen, maakt mij ongerust. Is het zover met ons gekomen?
Wie de laatste jaren onze synode in haar geschipper volgde, kan gemakkelijk tot de conclusie komen dat wij in elk geval hard bezig zijn de lessen van afscheiding en doleantie te vergeten. Als er bij het afscheid aan het einde van de laatste synode gesproken wordt van "aftasten van de grenzen", dan doemt voor mij het beeld op van een man die zichzelf een blinddoek voorbond of zich liet voorbinden en nu tastend zoekt naar de grenzen, terwijl de onopgeefbare grensstenen vlak voor zijn voet liggen. Ik weet dat ik niet de enige ben die niet gerust is. Het moderamen van onze nieuwe synode mag wel weten dat het velen in onze kerken pijn en moeite kost om de synode te blijven volgen. Het zou wat zijn als onze nieuwe synode ook eens haar pastorale zorg richtte op de grote groep - ik aarzel niet te zeggen: de zwijgende meerderheid - die in de stem van de synode nog altijd een echo op de echte bijbelse verkondiging hoopt te vernemen. Die laatste groep voelt zich nu meer dan eens in de kou gezet en dat in deze wereld met haar catastrofen.'
Beslissend is de opbouw op het fundament van apostelen en profeten. Dat mag in een herenigingsproces geen vraag zijn, nl. of we op dit fundament willen bouwen. Het gaat om de bijbelse Christusverkondiging.
‘Waar die verkondiging gevonden werd, daar kwam het volk. Blijft het nu soms weg, omdat we aan "het aftasten van de grenzen" blijven? Zal in de nieuwe kerk soms een nieuwe theologie: het evangelie een mantra, of een visie op zonde en verzoening die niets maar dan ook niets meer te maken heeft met de bijbelse verkondiging, ja haar zelfs weerspreekt, de ruimte krijgen om het evangelie verder te vervalsen? Waar blijft dan het enig fundament van apostelen en profeten?
Waar de kerk weer echt kerk is van Jezus Christus, waar ze Hem belijdt, daar wordt het heil gevonden. Daar komt het volk dat hongert en dorst naar de gerechtigheid van haar Heer en Heiland. Waar dat beeld verbleekt, vervreemdt de kerk de mensen van zich zelf en wat veel erger is, van haar Heer.
Zo’n kerk is de grond niet waard, waarop zij meent te staan. Dan is te vrezen wat ik iemand al hoorde zeggen, nl. dat Samen op Weg zo uitloopt op: Samen... wég!'
Mij trof in dit artikel de sympathieke toon, de eerlijke poging om de zorg en verontrusting van hen, die zich verbonden weten met belijdenis der reformatie, te verstaan en ter harte te nemen. En wie de auteur uit zijn vele artikelen kent, weet dat als er één betrokken is bij de vragen van de eigen tijd dan dr. v. d. Linden. Maar zal de kerk op die vragen werkelijk kunnen antwoorden dan zal er aansluiting moeten zijn aan de bron. Ik meen dat diezelfde vraag ook ons geldt. Want de nieuwe theologie moge dan in onze kringen afgewezen worden, dat garandeert nog in geen geval automatisch een levende, schriftuurlijke prediking en een belijdende gemeente. Laten wij uit verontrusting om moderniserende tendenzen binnen een kerkgemeenschap niet vergeten dat verwereldlijking van een kerk ook de gedaante van de dode vormendienst en traditionalisme kan aannemen. Wat zou er veel gewonnen zijn als 'samen op weg' zou betekenen een eerlijke confrontatie van de eigen positie met het Woord - waarbij we niet meteen naar de ander kijken - en een oprechte bekering tot Hem die het Hoofd van zijn gemeente is. Opdat we zo samen mogen belijden in woord en daad de hoogte, breedte, lengte en diepte van de liefde van Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's