De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vreugden en zorgen van het studeren

Bekijk het origineel

Vreugden en zorgen van het studeren

De relatie student-gemeente in de praktijk

12 minuten leestijd

Wetenschapsbeoefening kan grote vreugde betekenen. Wetenschapsbeoefening kan ook doen duizelen.

In de tijd van Luther, een tijd van opbloei in wetenschap en cultuur, zei Ulrich van Hutten: 'De wetenschappen bloeien, de geesten ontwaken, het is een lust om te leven' .

Daarnaast plaats ik het woord van de wijze Prediker: 'Wie wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart'. (Pred. 1 vers 18). Deze twee woorden schijnen tegenover elkaar te staan. Uit de eerste uitspraak spreekt optimisme ten aanzien van het menselijk kennen en kunnen. De vreugde van het leven wordt er om zo te zeggen door bepaald. De Prediker peilt echter dieper. Wetenschapsbeoefening brengt, althans zeker voor degene die God vreest, ook zorg, moeite, 'smart' met zich mee.

Wat het eerste betreft, wetenschapsbeoefening kan grote vreugde betekenen. Dóórdringen tot in de geheimen van het heelal, in de natuurwetenschappen, zoeken naar samenhang van verschijnselen, vorsen in de geschiedenis van landen en volken, het is verrijkend en mag - met Psalm 8 - tot de verwonderde uitroep brengen ''Heere, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde".

Maar wat het tweede betreft, wetenschapsbeoefening kan ook doen duizelen. Wetenschapsbeoefening kan - gezien de huidige secularisering daarvan - jonge mensen ook grondig doen twijfelen aan de Waarheid, der Schriften, aan de vastheid en zekerheid van die dingen, die van de vaderen overgeleverd zijn. Wie echt wetenschappelijk bezig is, leert immers genuanceerd, kritisch denken. Datzelfde genuanceerde, kritische kan overslaan op het godsdienstige. Het is dan ook niet voor niets, dat het devies van Voetius was: ''De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid". Het gaat om wetenschap met godsvrucht.

Verruimde mogelijkheden

Vroeger - zég tot aan de Tweede Wereldoorlog - was studeren slechts voor enkelen weggelegd. Vooral in de kleinere gemeenten waren het eenlingen, die gingen studeren. Soms was het letterlijk 'één uit een dorp'.

De ene kerkelijke kring was overigens de andere soms ook vooruit als het om verder studeren ging. Met name de kerkelijke Gereformeerden leverden in een vroeg stadium al veel studenten, voor onderscheiden studierichtingen. Vandaar dat de gereformeerden over een uitgebreid kader van academici beschikten, wat tot uitdrukking kwam in de diverse politieke en maatschappelijke verbanden. Hoeveel vooraanstaande politici bijv. hebben de Gereformeerde Kerken niet geleverd. Anderzijds was ook te constateren dat velen, die uit de Gereformeerde Kerken gingen studeren, hun gereformeerde bagage aflegden. Hoevelen zijn niet terug te vinden in geseculariseerde kringen van wetenschap, literatuur en andere vormen van cultuur.

In de naoorlogse jaren gingen ook méér en méér jongeren uit de kleinere kerken van de Gereformeerde Gezindte en uit de Gereformeerde Gezindte als geheel studeren. Aanvankelijk waren het vooral jongens, later ook meisjes. Aanvankelijk was er sterke belangstelling voor Delft, later kwamen ook de alpha-wetenschappen meer en meer in het blikveld. Vandaag is het zo, dat vele jongeren van gereformeerden huize na hun middelbare opleiding verder studeren, hetzij in een exacte studierichting, hetzij in één van de alpha-vakken, maar vandaag ook in toenemende mate in de menswetenschappen. Het algemene beeld, dat jongeren uit alle lagen van de bevolking veel meer de kans gekregen hebben om te gaan studeren, heeft ook zijn weerslag gehad op de kerken van gereformeerde signatuur. Zélfs voor de studie theologie geldt het, dat er een enorme toename van het aantal studenten te signaleren valt, wat zonder meer ook samen hangt met de verruimde studiemogelijkheden.

Emancipatie

Intussen betekent het loutere feit dat vele jongeren (gaan) studeren emancipatie, vrij vertaald ontwikkeling. Letterlijk betekent emancipatie 'vrijstelling van het vaderlijk gezag'. In die zin is er overigens óók binnen de kerken van gereformeerde confessie sprake van persoonlijke emancipatie. Als ik de foto's nog eens bezie uit mijn eigen studententijd, groepsfoto's van de C.S.F.R., de studentenvereniging die haar studenten vooral uit de Gereformeerde Gezindte betrekt, dan treft het hoevelen er zijn, die uit de oorspronkelijke 'eigen kring', zijn weggeraakt. Men heeft zich geëmancipeerd, zich ontworsteld aan het 'vaderlijk gezag'. De ruimte van eigen kring was te eng geworden.

Maar in de meer algemene betekenis genomen: studeren bracht ook emancipatie in de zin van ontwikkeling naar een andere wijze van denken, naar een ander niveau van bezig zijn. Concreet gezegd, de vele organisaties en organen, die hetzij kerkelijk, hetzij interkerkelijk in de laatste tientallen jaren zijn opgekomen in kringen van gereformeerde confessie, zijn niet los te denken van de emancipatie, die het gevolg is geweest van verdere studie.

Reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs, organisaties ter bezinning op ethische of maatschappelijke vragen, een gereformeerde sociale academie, nieuwe persorganen of ontwikkelingen op het terrein van de media waren alleen mogelijk dankzij het feit dat er mensen waren, die op één of andere wijze gestudeerd hadden en betrokken konden worden bij de nieuw gevormde verbanden. En niet zodra zijn zulke verbanden of organen van de grond gekomen of verdere doordenking is gewenst. Men moet zich gaan bezig houden met vragen, waarmee anderen in de samenleving, vanuit hun overtuiging (christelijk of niet-christelijk) zich al langer bezig houden. Men wordt betrokken in de moeite van de eigentijdse vragen. Men wordt ook geroepen om het resultaat van de doordenking dóór te vertalen naar de eigen kring (wanneer raken we overigens eens van het lelijke discriminerende woord achterban af? ). Dat laatste kan weer betekenen onbegrip, spanning, 'het is niet meer zo als vroeger'. Om de eenvoudige reden dat andere vragen ook binnen het blikveld gekomen zijn, die niet simpelweg zijn af te doen met herkenbare gedachtengangen, die vooral het persoonlijke geestelijke leven raken. De samenlevingsvragen komen om hun rechten. Soms kan de geschetste emancipatie in denken zelfs lijden tot polarisatie, tot een elkaar niet meer verstaan. Daarom is van groot belang dat er wezenlijk contact is tussen studerenden en hun gemeente. Niet om studerenden als een aparte categorie te beschouwen. Wat dit betreft meen ik, dat de zogenaamde 'studenten-ecclesia', de studentengemeente die in universiteitssteden opgeld maakt, niet de geëigende vorm is. De gemeente is een harmonisch geheel van mensen van verschillende rang en stand, van verschillend geslacht, van verschillende ontwikkeling, maar samen één, vanuit één overtuiging.

C.S.F.R.

Intussen is van groot belang dat studenten van gereformeerde levensovertuiging elkaar ook ontmoeten, om samen na te denken over de vragen, die zich vóór doen inzake de verhouding van het (schrift)geloof en hun vakwetenschap. Er zijn in dit verband verenigingen en kringen van uiteenlopende aard. In de artikelenserie, waarvan dit artikel het eerste is, zal daaraan aandacht worden gegeven. Persoonlijk bewaar ik de meest dankbare herinneringen aan de studentenvereniging C.S.F.R. De ontmoeting van studenten van andere studierichtingen bewaarde voor vak-éénkennigheid. Me dunkt dat het zeer heilzaam is (ook voor studenten theologie) om diegenen te ontmoeten, die op een ander front staan als het gaat om de doordenking van de vragen rondom geloof en wetenschap. Maar zéér heilzaam was ook de ontmoeting met studenten uit andere kerkelijke kring. Elkaar ontmoeten en samen denken over de zich voordoende vragen vanuit eenzelfde beginsel, zij het vanuit verschillende kerkelijke achtergrond, bewaart voor kerkelijke eenkennigheid. De C.S.F.R. is voor velen een waardevolle ontmoetingsplaats geweest, waar ze een stukje vorming ontvingen voor latere posten in de samenleving, om dan ook met mensen 'in de poort' te kunnen spreken.

Ook in de gemeente

Toch mag de gemeente de aandacht voor de studerenden niet delegeren aan de studentenverenigingen. Er is ook een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Hoevelen bewaren niet een dankbare herinnering aan een pastor, die een horend oor en een begrijpend hart had voor de vragen waarmee zij in hun studietijd worstelden. Die het ook hébben kon als er eens, om zo te zeggen, een schilderij scheef hing. Wil een pastor zijn studerende schapen overigens kunnen begrijpen dan zal hij in zijn studententijd zélf ook verder moeten hebben gekeken dan zijn theologische neus lang is. Van aanstaande predikanten mag óók een all-round vorming worden verwacht, zodat ze dat wat leeft in de gemeente, onder verschillende lagen van de gemeenteleden, onderkennen en verstaan.

Maar wat kan het verder ook bindend werken, naar de gemeente toe, wanneer in de gemeente studerenden in kringen bijeen komen om samen na te denken over de moeilijke vragen van vandaag, vragen waarmee ze in aanraking komen, door de opleiding die ze ontvangen en door de posten die ze in de samenleving moeten gaan bekleden.

Geen intellectualisme

Intussen gaat het er niet om dat een soort intellectualisme wordt gekweekt. Het. kan verrijkend zijn voor een gemeente als er onder haar leden zijn, die door hun opleiding en verdere oriëntatie met kennis van zaken over bepaalde dingen, die zich in het leven van elke dag, politiek en maatschappelijk afspelen, kunnen spreken, en derhalve mee leiding kunnen geven. Maar wat is het evenzeer verrijkend wanneer we in de gemeente elkaar stimuleren mogen, in oprechte omgang met elkaar voor Gods Aangezicht, waarbij alle onderscheid tussen geleerd en ongeleerd wegvalt en slechts óver blijft het geleefde leven in de gemeenschap met God, waaruit het gebed voor elkaar ook opbloeit. Er is iets fout in de gemeente wanneer studerenden zich verheven achten boven hen, die minder letters hebben gegeten. Wijsheid is iets anders dan wetenschap. Wijsheid komt men in brede schakering in de gemeente tegen. Mensen van wetenschap kunnen soms wijsheid missen. En mensen die niet gestudeerd hebben, kunnen wijsheid soms in hoge mate bezitten. De vreze des Heeren is het beginsel van wijsheid. De hand kan daarom in de gemeente niet zeg­gen tegen de voet: ik heb u niet nodig. In de gemeente zijn we samen afzonderlijk in de wereld gesteld en hebben zo samen afzonderlijk verantwoordelijkheid voor elkaar. Juist ook studerenden kunnen dan ook korrektie behoeven vanuit het geheel van de gemeente. Maar in de gemeente zal er ruimte mogen zijn voor een open behandeling van vragen waarmee ieder voor zich heeft te kampen, ook studerenden.

Hagepreek en beeldenstorm

Toen in 1966 de studentenvereniging C.S.F.R. het derde lustrum vierde, dus vijftien jaar bestond, werd een boekje uitgegeven onder de titel 'Hagepreek en beeldenstorm'. De titel was zo gekozen, omdat het in 1966 precies vier eeuwen geleden was dat de beeldenstorm plaats vond en er sprake was van de hagepreken. Men wilde zó de verbondenheid, die men als studerenden had met de Reformatie, tot uitdrukking brengen. In een eerste hoofdstuk 'Rondblik over de C.S.F.R.' schreef de toenmalige praeses B. J. van der Vlies, (thans ir. en parlementariër) het volgende, waarmee ik van harte instem en dat ik ter afsluiting graag doorgeef, omdat de kern van de zaak als het gaat om de relatie student-gemeente ermee is geraakt:

‘Het is ons een behoefte op deze plaats uitdrukkelijk te verklaren dat we ons in en met de C.S.F.R. nauw verbonden weten met de gereformeerde gezindte, met die sector van kerkelijk Nederland dus welke meestal aangeduid wordt met "bevindelijke kringen". Deze verbondenheid is er om de daar doorleefde radicale verdorvenheid van de mens en het absolute karakter van de genade, waardoor inderdaad de mens op het diepst wordt vernederd, maar God op het hoogst wordt verheerlijkt. Elke verdenking uit welke hoek ook, op dit punt, doet ons in feite pijn. Wat we echter in alle bescheidenheid vragen, is allereerst gezonde, kritische begeleiding, maar verder ook ruimte. Geen ruimte om onze wieken in deze wereld uit te slaan. Wel ruimte om met een innerlijke verbondenheid met het bijbels-bevindelijke geloof present te zijn in deze tijd. De Reformatie en de Nadere Reformatie werden méér dan wij vaak vermoeden en zelfs voor mogelijk houden, gekenmerkt door een openheid naar de wereld. Maar dat niet om gulzig te consumeren. Om te prediken Jezus Christus en Die gekruisigd. Om op te roepen tot en voorleven van bekering in alles. Deze bekering werkt door tot het gehele leven, dit strekt zich uit tot alle structuren van de maatschappelijke en zedelijke orde. Het is dure plicht dit te vertalen voor deze tijd en dit inhoud te geven in deze tijd. Bij woorden alleen kan het niet blijven. Onze tijd schreeuwt in nood om waarachtig christelijke doordenking van haar structuren, waarin vele van haar zekerheden slechts vermeend blijken te zijn. Haar nood spreekt ten diepste van gemis aan de zekerheid, welke het geloof deelachtig is door Woord en Geest in Christus. Wat zondig egoïstisch zou onze gezindte zijn als zij op dit punt niét mede-deelzaam zou zijn. In haar God is toch rijkdom?

Op de school, in de gemeente, in de fabriek, in de politiek en noem maar op zal de christen-academicus temidden van vele vragen en moeilijkheden zeker gaan als hij gaat in onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de Schrift. Hij moge zich dan gesteund weten door een integrale vorming. Moge het onze vereniging gegeven worden na deze 15 jaren nog vele jaren middel te zijn tot deze vorming. Het gebed moge levend zijn om Goddelijke Omvorming. Zonder die zullen wij het Koninkrijk Gods niet zien.'


In overleg met studenten van het studentensamenwerkingsverband C.N.I. waarin participeren gereformeerde studentenorganisaties als E.S.B. Ichthus, S.S.R. - Nu, de commissie I.F.E.S. en de C.S.F.R., is besloten een aantal artikelen in ons blad te plaatsen over de relatie tussen het christelijk studentenwerk en de gemeente. De volgende onderwerpen zullen aan de orde komen: 'Bijbelse oriëntatie op de relatie student-gemeente", "Plaats en taak van het studentenwerk en de relatie student-gemeente in de praktijk", "De theologiestudie in het geheel van de universitaire wereld", "Historische schets van het Nederlands studentenwerk", "Ontstaan en werkwijze I.F.E.S. en invloed in Nederland". "Leefwereld van de student anno 1983", "Waarde en opdracht van het studeren", "Toekomst... wat kan er concreet gedaan worden ?". Bijgaand openen we de serie met een algemeen oriënterend artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vreugden en zorgen van het studeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's