Nogmaals: de ICU (1)
Enige maanden geleden is in dit blad aandacht besteed aan de plannen tot oprichting van een internationale christelijke universiteit (ICU).
Twijfels
Enige maanden geleden is in dit blad aandacht besteed aan de plannen tot oprichting van een internationale christelijke universiteit (ICU). In de discussie rond dit initiatief is toen mede door twee bekenden uit de Geref. Bond, te weten ir. J. v. d. Graaf en dr. C. A. Tukker, een standpunt ingenomen.
In de gedachtengang van ir. v. d. Graaf domineert de aarzeling en twijfel. Dr. Tukker poogt in een antwoord de gronden aan die aarzeling te ontnemen, om aldus de start van een ICU te kunnen rechtvaardigen. Nu meen ik dat in de motivering, die ir. v. d. Graaf verleent aan zijn (door mij gedeelde) twijfels een dimensie ontbreekt, welke m.i. van essentieel belang is. Ook in het artikel van dr. Tukker is niets te vinden van dit bedoelde element. Weliswaar spelen zaken als confessionele en/of kerkelijke gebondenheid, een al dan niet fundamentalistische inslag van EH en ICU, en de door dr. Tukker benadrukte secularisatie in de huidige wetenschapsbeoefening inderdaad een rol in de diskussie. Echter, als men het gesprek tot deze onderwerpen beperkt, verliest men t.a.v. EH en ICU iets wezenlijks uit het oog. Tot deze overtuiging kwam ik na bestudering van een in 1935 door de grote hervormde theoloog dr. O. Noordmans gehouden rede. Het doordenken nl. van deze rede biedt de mogelijkheid om aan aarzelingen een vaster grond te verlenen; een grond die m.i. noodzakelijk is om ons hervormd-zijn te waarborgen, zowel in leer als leven. Door een korte weergave van Noordmans' referaat wil ik nu proberen het bedoelde ontbrekende element boven water te krijgen.
‘Critieke spanningen’
Noordmans hield zijn rede destijds aan de VU, onder de titel: 'Critieke spanningen in de Gereformeerde Theologie' (bron: G. Puchinger, 'Een, theologie in discussie'. Kampen, 1970). Hij gaat uit van de verlegenheid waarin men in zijn tijd kerkelijk en theologisch verkeerde. De 'critieke', niet weg te nemen spanningen komen voort uit de tweeërlei taak der kerk: prediking en ordening van het leven. In de noodzakelijke bezinning gaat het om de vraag in hoeverre wij ons als leden van de kerk hebben te organiseren en of zulks nóg betekenis heeft; het betreft de verhouding kerk en wetenschap/cultuur/staat.
Omdat de geschiedenis niet dadelijk een antwoord oplevert, moet men terug naar de Bijbel om te kijken of men wel goed gelezen heeft. Allereerst zal dan de Schrift in haar aard van troostboek naar voren treden. Maar daarnaast zal ook de exegese zélf aan invloeden onderhevig zijn. Het letterlijke wijkt voor het pneumatische (geestelijke). De dingen komen in een nieuw verband te staan.
In de preek b.v. gaat het van schepping naar verlossing, van Adam naar Christus. Dat is de gang van zaken ook in de Bijbel. Zo brengen de nood des tijds en de behoefte aan troost ons bij het normatief gezag der prediking, en aldus voegen wij ons bij de kerk.
Dit zich terugtrekken van school naar kerk, van natuur/cultuur naar het kruis, noemt Noordmans ascese. In de calvinistische visie op het leven gaat het om de richting; van cultuur naar kruis of andersom.
Als voorbeeld voor de bezinning kiest Noordmans de plaats van de algemene genade. Men kan deze enerzijds zien als genadige terughouding der zonde. Bij Kuyper keert de gebedshouding steeds terug, hij had een open kant naar Kohlbrügge en Gunning. Maar de algemene genade is anderzijds ook, meer positief, een begin van cultuurfilosofie. Deze positieve vertolking heeft volgens Noordmans de belangstelling bovenmate naar de in stand gehouden schepping zélf getrokken. Vele gereformeerden kwamen op cultureel en politiek terrein ver, maar de rem van de kerkelijke ascese (de 'eeuwigheidsschroom', de negatieve zijde) viel weg en het verband tussen christendom en cultuur/wetenschap/politiek werd te direkt. Iemand als dr. K. Schilder ontlaadt de algemene genade van haar negatieve zijde, en laadt ze positief. Algemene genade wordt algemene roeping, Jezus Christus wordt cultuur-redder. De beginselen doen hun intrede.
Van de beginselen naar het Woord terug
In deze verabsolutering van de leer der algemene genade vindt volgens Noordmans een ontheiliging der Schrift plaats. Hij zegt het modernisme nimmer zo duidelijk op klompen de kerk te hebben horen binnenkomen. Thans moet meer nadruk worden gelegd op die negatieve zijde, de ascese. Een nieuw geheel zal pas in de eeuwigheid oprijzen, hier hebben wij slechts troost en onderpand. De algemene genade was vroeger de brug, waarlangs de heiden in de kerk kwam, thans is zij de loopplank waarop de christen de kerk verlaat. Deze methode heeft haar dienst gedaan, zij kan gaan. Men moet scherper terugvallen op het Woordkarakter van de Schrift. Gods beloften zijn ons in 't Woord, niet zakelijk, gegeven. Christelijke beginselen kunnen de plaats van het gepredikte Woord niet vervangen. Paulus spreekt over de eerste beginselen der wereld steeds in ongunstige zin (b.v. Kol. 2 vers 8 en 20). Zo niet Schilder. Deze laat Paulus, in diens woord: 'Gods medearbeiders zijt gij', teruggrijpen naar de eerste beginselen der wereld. 'Van hier gaat de spanning uit in de geref. theologie. Wij moeten van de beginselen naar het Woord terug', aldus Noordmans' slotwoorden.
Creationisme en het ontbrekende element
EH, en dus ICU, leunen sterk op het zgn. creationisme (verklaring van de verschijnselen uit de schepping, red.). Daarin krijgt voor hen het christelijk geloof een wetenschappelijke gestalte en dient als zodanig ook het beginsel van de vakwetenschappen te worden (ICU). Welnu, mijn stelling is deze (en daarin ligt de aktualiteit van Noordmans' referaat t.a.v. de diskussie inzake een ICU): het creationisme is in vrijwel alle opzichten een verschijningsvorm van datgene waartegen Noordmans ageert. Het zou niet moeilijk zijn om dit aan de hand van creationistische literatuur te beargumenteren. Laat ik mij hier beperken tot enige zinsneden uit het betoog van de Hervormde dr. Tukker: '...ik ...heb geleerd dat Nederland en eigenlijk heel West-Europa de wetenschappelijke doordenking van het creationisme voor verschillende vakgebieden nog in het geheel niet kent.' (Deze wijze van formuleren houdt een acceptatie-bijvoorbaat van het creationisme in, KB); '...de creationistische literatuur, die dus op een of andere wijze met de historiciteit en wetmatigheid van de schepping en de "oergeschiedenis" ernst maakt...'; het beginsel van de Schepper (hier wordt de Schepper Zelf in het beginsel opgenomen, KB) en de schepping volgens Bijbelse wetmatigheden (wat zijn dat? , KB)...; 'het scheppingsbeginsel'; 'Voor het Nieuwe Testament hebben de onovertroffen F. F. Bruce en Donald Guthrey op allerlei gebied ... het beginsel van het creationisme doordacht en de historiciteit van de heilige Schrift serieus genomen (is dat dan nieuw of uniek? , KB). Zonder hun boeken over de betrouwbaar heid van de nieuwtestamentische geschriften en over de inleiding tot het Nieuwe Testament is ons bezig-zijn met inleidingsvragen rond het Nieuwe Testament nauwelijks denkbaar'.; 'Wat doen wij voor de creationistische doordenking van de geschiedwetenschap? '
Deze opmerkingen, en ook de geest, waarin het artikel van dr. Tukker is geschreven, vind ik typerend. Ik denk dat hier de peilingen en waarschuwingen van dr. Noordmans aktueel worden. Want een prominente Hervormde trekt hier (onbewust? ) (een deel van) de achterban mee in een 'verkeerde richting', blijkens diens voorlaatst geciteerde uitspraak zelfs op het terrein der Schrift-beschouwing! Via het indragen van creationistische beginselen wordt hier aan de kerk een bodemvastheid op aarde verleend, die haar niet past; een bodemvastheid die wordt geïnstitutionaliseerd in de ICU. Is de losse opmerking van dr. Tukker dat 'een aanhanger van de volkskerk en van de theokratie alleen maar met pijn en koorts kan staan naar een eigen christelijk opleidingsinstituut' niet een wel zéér magere verdiscontering van diens Hervormdzijn in deze diskussie? Toch gelooft dr. Tukker dat de tijd ervoor gekomen is. Ik geloof dat de tijd gekomen is voor christenstudenten om van de beginselen naar het Woord terug te gaan.
Nu zal ook duidelijk zijn dat aan de motivering van de twijfels van ir. v. d. Graaf een essentieel element ontbreekt. Hij peilt onvoldoende diep de aard van het creationisme.
Het is al weer enige tijd geleden dat een gedachtenwisseling plaats vond overeen te starten Internationale Christelijke Universiteit (ICU). Na een inleidend artikel van ondergetekende volgde een uitvoerige reactie van dr. C. A. Tukker te Urk. We ontvingen nu nog een uitvoerige verhandeling over deze zaak van de hand van de heer C. P. Boele, student economie te Rotterdam, voorheen studerend aan de Evangelische Hogeschool. We plaatsen deze bijdrage in twee afleveringen. Ook nu doen we dat zonder commentaar. We willen aan de gedachtenvorming over dit thema graag ruimte geven. De visie in deze artikelen verwoord is voor rekening van de schrijver. Met name de kwestie van de algemene genade zou verdere doordenking waard zijn. De ICU in oprichting kan er zélf winst mee doen. De schrijver is in discussie met dr. Tukker, dr. Aalders en ondergetekende. We menen met deze bijdrage echter de discussie te moeten afsluiten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's