De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Daarom is wel een reden!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Daarom is wel een reden!

6 minuten leestijd

Hierom zal ieder heilige U aanbidden in vindenstijd. Psalm 32 vers 6a

Wij kennen allemaal dat prachtige begin van deze Psalm. Welgelukzalig is Hij, wiens overtreding vergeven en wiens zonde bedekt is.

Dat is de taal van een dankbaar hart, daarom verwondert het u misschien wel dat er boven deze onderwijzing staat: Boetpsalm. Maar dat is niet zo verwonderlijk, wanneer we verder lezen dan die eerste verzen. Toen ik zweeg werden mijn beenderen verouderd.

Daar is geen dankbaarheid; daar is smart, alleen maar smart.

David zweeg, maar dat zwijgen was zonde voor God, zoals ook de aanleiding tot dat zwijgen zonde was. Het heeft alles te maken met die donkere bladzijde uit Davids leven. Hij heeft gezondigd, grotelijks gezondigd tegen de Heere en tegen Uria. En toen dat allemaal gebeurd was en Bathseba in het paleis woonde, heeft David gedaan alsof er niets gebeurd was. David de man naar Gods hart zweeg. Hij zweeg twaalf maanden lang. Een heel jaar leefde hij onder het ongenoegen van God. Hij sloot zijn hart voor de Heere toe. David leefde in donkerheid en dat door eigen schuld. Hij leed er onder, omdat hij zichzelf overeind wilde houden. En... en hij wilde er niet mee breken.

Je kan het nog wel eens tegenkomen, dat men zegt: Het is zo dor van binnen. Vroeger kon ik nog wel eens zingen, maar nu? Het lijkt wel alsof ik het verleerd ben. Hoe zou dat komen? Zou het niet kunnen zijn, dat ook wij, net als David met onbeleden schuld voor de Heere blijven lopen? Waardoor we onszelf geestelijk gezien in de weg staan. En dat kan wel eens lang duren.

David liep er al een jaar mee rond, zonder dat hij het aangezicht des Heeren zocht. Misschien zijn er onder u ook wel, die met onvrede en onrust rondlopen, zodat uw mond gesloten is voor de Heere. David zegt: 'Toen ik zweeg werden mijn beenderen verouderd'. Eigenlijk staat er: Kwam er verrotting in mijn beenderen. Gods hand was zwaar op mij, dag en nacht.

Ontzettend is dat, wanneer dat maar doorgaat in het leven van een mens. En wanneer de Heere David niet ter hulp was gekomen, dan was hij nog langer doorgegaan, ja dan was hij met een onverbroken hart de eeuwigheid ingegaan. Maar, en dat is het wonder in het leven van David. De Heere zag naar hem om. De profeet Nathan wordt naar hem toegezonden en deze stelt heel dat zondige leven van David aan de kaak. En wanneer David dan uitroept: maar die man is des doods schuldig, dan klinkt het hem tegemoet: 'Gij zijt die man’.

David wordt door de Heilige Geest opnieuw ontdekt aan zijn zonden en schuld. Ze puilen als het ware aan alle kanten naar buiten en schreiend moet hij het uitroepen: 'Tegen U ja U alleen heb ik gedaan wat kwaad was in Uw oog’.

David, hij werd zondaar voor God. Alles werd hem uit handen geslagen, maar daarmee kwam hij op de knieën voor God.

Verstaan wij het onderwijs van deze man? Zijn wij ook alles al kwijt? Hebben wij het al geleerd, dat wij niets in onszelf hebben, waarop wij ons verlaten kunnen? Zalig als dat waar is!

Niet, en luister a.u.b. goed, niet omdat daar de zaligheid in zou liggen! De zaligheid ligt nooit in het gemis, maar in de vervulling. Maar wanneer dat nu de nood is in ons leven, dan zullen we niet meer kunnen zwijgen voor de Heere. De verslagenen van hart, zij zullen en kunnen niet rusten, voordat ze de liefde van de Heere mogen proeven en smaken.

En nu zegt David: 'Hierom zal ieder heilige U aanbidden in vindenstijd'. Daarom, omdat de Heere die zondaar nog ontdekken wilde en niet liet liggen. David kwam weer tot nieuw leven, al was het dan ook eerst in het wenen om zijn zonden. Hierom was hij de Heere al dankbaar. Hiermee kwam de Heere aan Zijn eer. Wij denken vaak, dat de Heere pas aan Zijn eer komt, wanneer we Hem loven en prijzen, maar dat is niet waar. De lof des Heeren begint daar, waar een mens zich buigt voor Hem en het zegt: 'Heere ik heb gezondigd tegen U alleen’.

Er is echter nog meer, waarom hij de Heere mocht aanbidden in vindenstijd.

Want zie nu eens, toen David zijn zonden beleed, toen kwam de Heere ook met Zijn liefde, zodat Nathan ook mocht zeggen: 'De Heere heeft uw zonden van u weggenomen'. Wat een wonder!

David, Hij had de Heere bedroefd, en hij had de Heere vergeten en nu komt de Hee­re toch met Zijn genade en Zijn vergeving. Hoe is dat nu mogelijk, zegt u, want dat had David toch niet verdiend?

Nee, dat had hij zeker niet. Er is trouwens niemand, die het verdiend zou hebben, maar dat kon en kan nu alleen om die grote Davidszoon, die komen zou en die gekomen is.

Dat kon alleen om Christus’ wil.

De Heere kon David vergeven, om wille van Hem, die de schuld en zonde van zijn volk op Zijn schouders nam.

Hierom, omdat de Vader in Christus Zijn liefde nog wil betonen aan zondaren. Is dat geen wonder, dat de Heere nu nog met zulke albedervers van doen wil hebben.

Wacht eens, maar daar staat toch heilige in onze tekst en geen zondaar? U heeft gelijk. Maar weet u, wat nu een heilige is? Dat is een mens, die van genade mag leven, die aparte gezet is. Die is niet heilig in zichzelf, maar dat zijn de tollenaren en zondaren geheiligd in Christus.

Dat zijn nu degenen, die de Heere Jezus Christus leerden nodig krijgen.

Mag ik u vragen: zwijgt u nog, ligt u nog onder de toorn Gods? Of... of bent u verslagen door de Heilige Geest, zodat u zeggen moet: ik ben die man, ik ben die vrouw! Dan wijs ik nogmaals op de Zoon van het eeuwig welbehagen, want in Hem geldt het: geen vlek of rimpel meer aan u.

Nog kan het, nog wordt Hij u gepredikt. Zwijg dan niet, maar roept Hem aan, totdat u het zeggen mag: 'Ik heb de Heere lang gezocht, en Hij heeft Zich tot mij gewend'. Dat is nu Zijn werk. En daarom wordt Hij geloofd en geprezen. Daarom zal ieder heilige Hem aanbidden tot in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Daarom is wel een reden!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's