Globaal bekeken
Vorige week gaven we n deze rubriek iets door uit het boek van L.C. Schuler tot Peursum Weggevlotene jaren, een boek met ervaringen van een dorps- en stadspredikant. Uit de Alkmaarse jaren worden herinneringen doorgegeven aan de toenmalige 'modernen', de echt vrijzinnigen, waaraan Noord-Holland in de vorige eeuw zo rijk was. Hier volgt een passage uit het boek over de moderne richting.
‘De edelsten der modernen, zeker ik heb ze in Noord-Hollandse omgeving ook wel ontmoet, maar men kwam ze daar onder de collega 's waarlijk niet ledere dag tegen, en evenzo kwam men met zelden, n botsing met hen, die misschien van eigen richting waren, maar waarlijk geen mannen naar ons hart die men liever niet bestreed, maar met wie men met ten strijde kon optrekken.
Ik heb zo goed kunnen begrijpen dat tegenover de onbehouwenheid en het gebrek aan piëteit van sommige vrijzinnigen, die klakkeloos en zonder gewijde vormen te ontzien, denkbeelden bespottelijk maakten wier betekenis zij niet zochten te peilen, vele vromen ontrust den 74sten psalm opsloegen en klaagden: "Geef aan het wild gedierte de ziel uwer tortelduif niet over; uwe wederpartijders hebben in het midden uwer vergaderplaatsen hun tekenen tot tekenen gesteld; een ieder van hen werd er bekend als een die bijlen omhoog aanbrengt in de dichtheid van een geboomte”.
Maar evenzeer verstond ik de vurige, moderne, Waalsche predikant Vales, die uit diezelfde psalm treurde: daar is geen profeet meer, de geest der profetie wordt geblust, wanneer de gemeente haar dienaren een slot op de mond legt en hun voorschrijft, wat zij al dan niet verkiest te horen.
Wie met dat alles meeleefde en telkens daarin betrokken werd, wist met te zeggen van welke zijde het meeste gevaar dreigde en waar groter zondenregister was, openbaring van onkunde en tacteloosheid.
• Uit de reeks der voorbeelden, die mij voor de geest staan, doe ik slechts een enkele greep. Want vaak had ik moeite mijn ergernis te overwinnen en zag ik hoe juist naar zulke staaltjes van ruwheid een gehele richting werd beoordeeld. In mijn Noord-Hollandse omgeving heb ik eens een doopsbediening bijgewoond. De vader van het kind was overleden. De hele toespraak: "Kind! gij zijt een kind der tranen en der smarten. Uwe moeder heeft reeds veel geschreid en weent nu. Op die tranen moederliefde doop ik u". Er werd water gesprenkeld. “Amen!”
Was Christelijke doop en moest het niet lang duren rechtzinnige vrienden iets goeds wilden horen van “die moderne kerels? ”
• Op de overwegend moderne Classicale vergade-, langs mij heen, een dorpscollega aan een vrienden om volstrekt nodige preekhulp voor de ^.J^J^ krijgen Ik stelde ^: , ^h^„„h: i.h^^^ t or, mij beschikbaar, t Was vriendelijk; maar iemand van mijn richting kon hij niet gebruiken; zijn gemeente tegemoetkomend mogelijk zijn; 's middags had ik Catechismusbeurt over het gebod: gij zult niet stes morgens voor zijn gemeente bejandelde?
“Zeker niet! wanneer gij althans trouw zijt aan uw beginsel. Immers dam moet uw slotsom wezen: dit gebod houdt niemand; gij, verderven zondaren, kunt het niet houden, want God helpt te houden, want Christus heeft die weg voor u vervuld en dus zijt gij virj van de wet. Zo mag mijn kudde niet geleid worden op het spoor der zedeloosheid’”.
Regelmatig hebben we in ons blad aandacht gegeven aan de kwestie van de christen-Turken, met betrek verblijfsvergunning in Nederland. In een .Nederlandse Kerken' betuigt Cicek, aartsbisschop van de Syrisch-orthodoxe gemeenschap in Nederland en Midden-Europa, zijn dank aan de kerken. Hier volgt de brief.
‘Broeders en zusters!
Tot mijn grote vreugde zijn onlangs opnieuw aan veel leden van de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap verblijfsvergunningen uitgereikt. Bijna allen, die naar Nederland zijn gevlucht, hebben nu bericht ontvangen, dat zij in Nederland mogen blijven. De blijdschap daarover is groot onder mijn volksgenoten. Aan de spanning en de angst, die lange tijd en in steeds grotere mate het leven van velen teisterden, is nu en einde gekomen. Dankbaar ben ik de staatssecretaris van justitie, die in zo korte tijd tot een voor ons volk gunstige beslissing is gekomen. Dankbaar ben ik ook de Nederlandse kerken voor hetgeen zij voor de leden van de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap hebben gedaan.!
Ik richt mij met dit dankwoord namens de gehele Syrisch-Orthodoxe gemeenschap in Nederland tot allen, die op enigerlei wijze zich met het lot van mijn volk begaan hebben betond. Voor alle inspanningen, die de Raad van Kerken in Nederland en in het bijzonder diens commissie voor vluchtelingenproblematiek zich voor het welzijn van mijn volk hebben getroost, zijn wij zeer erkentelijk! Het vele werk, dat naast de kerken in landelijke verbanden als de Aktie 41 plus en het Landelijk Steun Komité Christenen uit Turkije ten bate van ons volk is verricht, gedenken wij dankbaar! Wij danken ook, en zeker niet in de laatste plaats, alle leden van de Nederlandse kerken, wier persoonlijke hulp en interesse voor onze gemeenschap in het algemeen en voor de individuele leden van ons volk in het bijzonder van zo grote betekenis is geweest!
Aan het verzoek om solidariteft met mijn volksgenoten, dat ik in een voor hen uitzichtloze periode op 25 januari 1981 door middel van en open brief aan de Nederlandse kerken heb gedaan, gaven velen gehoor. In de hulp, die de Nederlandse kerken mijn volk hebben betoond, vooral in het meeleven en de betrokkenheid van vele leden van Nederlandse kerken persoonlijk, meen ik een oecumenische verbondenheid te hebben mogen constateren, die mij bijzonder verheugt. In Nederland hebben leden van kerken, meer dan in enig ander land in de wereld, een voorde eenheid van de kerken goed voorbeeld gegeven. Ik hoop, dat de verbondenheid tussen ons als christenen mag blijven bestaan en gestalte mag krijgen in een gemeenschappelijke arbeid in het Koninkrijk van onze Heer en in een voortdurend onderling dienstbetoon. Wie zich in de geschiedenis van mijn volk in Nederland in de voorbije jaren verdiept, wordt - het kan niet anders - herinnerd aan de woorden van Jezus, dat een ieder, die een ontheemde huisvesting verleent. Hem, de Heer Zelf, herbergt Moge dit ook eenmaal worden gezegd aan allen, die zich het lot van mijn volksgenoten aantrokken, toen dezen In een voor hen hopeloze situatie in Nederland om onderdak aanklopten! Het is mij bekend, dat enkele families, die ook al lang in Nederland zijn, nog niet weten waaraan zij toe zijn. Hen blijven wij in de voortdurende aandacht en zorgt van de Nederlandse kerken aanbevelen!’
De Bond tegen het Vloeken heeft enkele jaren achter de rug7, waarin de overheidssubsidie in allerlei gemeenten op de tocht kwam te staan. Intussen is (daardoor) het kerkelijk meeleven met de werkzaamheden van de Bond, met name ook in de financiële bijdragen, toegenomen. Het jaarverslag 1982 meldt het volgende:
• Kerkelijke bijdragen
Konden we in het vorig verslag melding maken van de gelijkopgaande trend in de stijging van onze inkomsten tussen de particuliere bijdragen en die van de kerken, dit jaar is de verhouding danig verstoord. De bijdragen uit de kerken namen nl. deze periode toe met een bedrag van ƒ 10.600, - of m.a. w. ze stegen in het geheel van onze inkomsten van een aandeel van 28, 1 tot dat van 32, 1%.
De conclusie, dat we 1982 met een minimaal voordelig saldo konden afsluiten vooral aan de kerken te danken is, lijkt gerechtvaardigd. Onze in het verleden jaar uitgesproken verwachting is in dezen niet beschaamd. Dat geeft moed voor de toekomst. Dan is er daarnaast nog het meeleven in positieve en opbouwende zin, zoals dat van een kerkeraad uit één van onze provinciehoofdsteden. De betreffende kerkeraad meende dat de indruk wordt gevestigd, dat tot misbruik van Gods Naam enkel, of vooral vloekwoorden of spottend gebruikte teksten uit de H. Schrift worden gerekend. De vegadering bepleitte een verzet tegen het vloeken op bredere basis. De kerkeraad meende zelfs dat er sprake van' 'christelijk vloeken” kan zijn.
Het bestuur heeft de vraagstelling van deze kerkeraad overgenomen en op de jaarvergadering van 1983 zal deze problematiek door een gastspreker van buiten worden ingeleid.
Tot slot volgt hier nog riet overzicht van de diverse kerken, die ons min of meer regelmatig een bijdrage doen toekomen (tussen haakjes de aantallen over 1981): Hervormde Gemeente 486 (480); Chr Geref. Kerken 166 (160); Geref. Kerken in Ned. 713 (678); Geref. Kerken vrijgem. 100 (93); Ned. Geref. Kerken 44 (40); Geref Gemeenten 152 (148); Geref Gemeenten in Ned. 33 (33); Vrije Evang. Gemeenten 23 (22); Oud. Geref Gemeenten 27 (24); Evang. Lutherse Kerk 1 (1); totaal 1.745 (1.679).
• Overheidssubsidies
Hoewel er dit jaar geen sprake was van een zo grote klap als in 1981, toch blijven de bezuinigingen hun tol eisen en het aantal subsidiërende overheidsinstanties blijft teruglopen. Per 31 dec. waren er nog 222 gemeente-en provinciebesturen, die hun waardering van onze arbeid tot uiting brachten in het voortzetten van de subsidiëring. Dat aantal is dus vergeleken met het vorig verslagjaar met 20 teruggelopen. Op dit moment ziet het er evenwel naar uit, dat er volgend jaar nog geen 200 instanties overblijven. Dat is een heel verschil met ons jubileumjaar 1967, waarin h/iinister Roolvink tijdens zijn jubileumrede vermeldde, dat van de bijna 1.000 gemeentebesturen toentertijd er ongeveer 650 de Bond steunden met een bijdrage. Voorde oppervlakkige toeschouwer is het misschien goed om te vermelden, dat verschillende gemeentebesturen in hun schrijven ons melden, dat de afwijzende beschikking niet betekent, dat die in mindering gebracht moet worden op de waardering voor de arbeid van de Bond tegen het vloeken, integendeel!
Een feit blijft dat het voor het bestuur soms een hard gelag is, als een bepaald gemeentebestuur afhaakt, waarvan dat eigenlijk niet wordt verwacht, omdat de raad ter plekke over een duidelijk confessionele meerderheid beschikt. Hoe grillig het soms in dit hoofdstukje toegaat, blijkt uit het eindbedrag dat onze accountant in zijn rapportage over 1982 opnam aan overheidssubsidies, nl. / 11.900, - . Vergeleken met 1981 is dat een vooruitgang van / 1.300, -!
De verwachte uitspraak door de enkelvoudige kamer van de afd. Rechtspraak van de Raad van State inzake het beroepschrift tegen de beëindiging van het subsidie door de gemeente Amsterdam was opnieuw positief voor de Bond. De beslissing van de Amsterdamse gemeenteraad werd vernietigd en het wachten is op een reaktie, waaruit moet blijken welke consequentie Amsterdam aan de uitspraak verbindt. De raad is een voorstel toegezegd van het college van B& W om het subsidie alsnog te verlenen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's