Grenzen eerbiedigen
Kerk en politiek
Ook de overheid handelt, wil het wel zijn in de samenleving, bij het licht van het Woord Gods.
Het kan mijn bedoeling niet zijn in het bestek van één artikel een uitgewerkte beschouwing te geven over de verhouding van kerk en politiek, van kerk en staat. Uitgangspunt bij wat hieronder volgt is intussen wél de overtuiging dat kerk en staat een wederkerige relatie tot elkaar hebben in het licht van het Koninkrijk Gods. Calvijn sprak van tweeërlei regering, waaronder de christen leeft. De geestelijke regering, vanuit het Woord Gods, in de kerk. Daarbij gaat het om vrijwillige gehoorzaamheid. En de burgerlijke regering, die zich uitstrekt over 'goeden en kwaden', om een leefbaar leven voor allen mogelijk te maken.
Ook de overheid handelt, wil het wel zijn in de samenleving, bij het licht van het Woord Gods. Het Droit Divin, het goddelijk recht, om het met Groen van Prinsterer te zeggen, geldt ook de samenleving en de politiek. Het gebod Gods, ons ten goede en mét een belofte, wil ook norm zijn bij het politieke handelen. En voor het politieke leven geldt dan, in het licht van het Koninkrijk Gods, zelfs het perspectief dat de koningen de eer en de heerlijkheid der volkeren zullen indragen in het Nieuwe Jeruzalem (Openb. 21 vers 24). De politiek is meer dan een menselijk zaakje. Het politieke leven voltrekt zich Coram Deo, voor Gods Aangezicht. En daarom hebben kerk en staat een verantwoordelijkheid voor elkaar. De staat beschermt de kerk, zodat zij in vrijheid kan spreken, naar binnen en naar buiten. De kerk heeft naar de overheid toe de roeping van de profetie en heeft ook de politieke voorbede (voor koningen en allen die in hoogheid zijn) te betrachten.
CDA-congres
Op 13 september werd in Utrecht door het CDA een congres gehouden over Kerk en politiek voor mensen, die op één of andere wijze leiding geven aan het kerkelijk leven, van welke kerk of politieke overtuiging dan ook. Op dat congres sprak o.a. dr. A. Houtepen, die onlangs de assemblee van de Wereldraad van Kerken in Vancouver meemaakte.
Eén van de stellingen van Houtepen was: 'Christenen zijn nergens ter wereld nog de enige dragers en in veel landen zelfs niet de eerste dragers van deze verantwoordelijkheid voor de polis der mensen... Daarom moeten alle resten van theocratisch denken... geleidelijk worden uitgebannen met het oog op de geloofwaardigheid van de profetische kritiek en de christelijke solidariteit in het streven naar vrede en gerechtigheid'. Het gaat Houtepen om een autonome (eigenwettige) politieke orde, met vrijheid voor profetisch-kritisch spreken van de kerk.
Ik acht dit een inconsequentie, als men tenminste niet aangeeft waaraan die autonome politieke orde genormeerd moet zijn. De overheid heeft inderdaad een eigen, zelfstandige verantwoordelijkheid. Maar ze heeft die, naar gereformeerd theocratische overtuiging (ik gebuik dit woord tóch héél bewust, ondanks alle devaluatie ervan sinds Khomeini de wereld van de Islam beroert), niet los van het Droit Devin, het goddelijk recht. Hoe zou zich de overheid iets gelegen moeten laten liggen van profetische kritiek van de kerk, als ze zélf niet op het gebod Gods aanspreekbaar mag zijn? Me dunkt dat profetisch-kritisch spreken van de kerk naar de overheid toe dan óók geen spreken kan zijn vanuit het profetisch Woord. In het betoog van dr. Houtepen komt echter geen enkele keer het beroep op de Schrift (voor het bedrijven van christelijke politiek) voor.
Het wordt dunkt mij duidelijk wat hij bedoelt als hij in een eerdere stelling zegt dat de principiële scheiding van kerk en staat in West-Europa, en het proces van secularisering en dé-confessionalisering de onontbeerlijke voorwaarde is geweest voor een gezonde verhouding van geloof en politiek. Maar wat is dan voor Houtepen wél de norm voor het profetisch-kritisch spreken van de kerk? 'De oecumenische beweging is van dit gezamenlijk zoeken naar een eigentijdse bijdrage van christenen aan de samenleving gevolg en draagster beide', zegt hij. Hij meent daarbij dat de politieke theologie en bevrijdingstheologie en de oecumenische sociale ethiek van de Wereldraad van Kerken alle de bedoeling hebben om getuigenis en dienst op elkaar af te stemmen. Christelijke politiek moet zich dan ook vandaag laten inspireren door de sociaal-politieke ethiek van de Wereldraad. Nogmaals: géén beroep op de Schrift, wél een beroep op de oecumene; de Wereldraad en de verwante politieke theologie en bevrijdingstheologie. Hier is de theocratie - en dan niet wat vormgeving van het staatkundig leven betreft - maar als leidinggevend principe, zoals dat in artikel 36 van de N.G.B., in de theologie van de Reformatie (met name Calvijn) en bij de grondlegger van de christelijke politiek hier te lande (Groen van Prinsterer) fungeert, afgedaan.
Bevrijdingsbewegingen
Intussen kan men zich afvragen of de uitwerking van deze visie van Houtepen niet veel radicaler is dan die van de theocratische visie. Let wel, we handelen over de verhouding van kerk en politiek.
In de theocratische visie gaat het om de profetie van de kerk naar de samenleving toe. Maar bij Houtepen gaat het om vereenzelviging van de Kerk met concrete bewegingen en de samenleving. In Houtepens visie gaat het om maken van keuzen (door de kerken), in uiterste gevallen zelfs om vormen van 'burgerlijke ongehoorzaamheid' en van excommunicatie van mensen die synodale uitspraken (in het verlengde van de bevrijdingstheologie, v. d. G.) ongehoorzaam zijn. Men moet die uitspraken namelijk als 'staat van belijden' ('status confessionis') achten.
De Wereldraad van Kerken heeft, als consequentie van de bevrijdingstheologie, praktische support gegeven aan de bevrijdingsbewegingen, die de weg van de revolutie kiezen (vaak met geweld) voor de omverwerping van de status quo in bepaalde landen van de wereld. Voor dit doel heeft de Wereldraad zelfs het Speciale Fonds, waaruit bevrijdingsbewegingen worden gesteund. Voor goed verstaan, dit fonds ontvangt alleen vrijwillige giften. Wat de Hervormde Kerk betreft: er gaan geen directe kerkelijke gelden heen. Maar de Wereldraad zelf steunt bevrijdingsbewegingen duidelijk. De Kerk wordt hier zo echter zelf partijganger. Zo worden de grenzen van Kerk en politiek niet geëerbiedigd.
De Hervormde Kerk is tot heden niet verder gegaan dan het contact met bevrijdingsbewegingen, zonder zich met de doelstellingen ervan te identificeren. De eerlijkheid gebiedt echter ook te zeggen, dat synodale besluiten met betrekking tot contacten met de bevrijdingsbewegingen, vaak met krappe meerderheid vóór en altijd met grote minderheid tégen, genomen zijn. Een groot deel van de kerk acht contact met bevrijdingsbewegingen in strijd met de roeping van de kerk. Men kan de doelstelling van bevrijdingsbewegingen (zoals het ANC) nu eenmaal niet in stukjes uiteen leggen. Bovendien krijgen contacten met bevrijdingsbewegingen in beleidsorganen van de kerk vaak een méér dan vrijblijvend karakter. Ze hebben vaak het karakter van sympathie, adhesie.
Waarom ik dit hier te berde breng? Omdat zeer recent de Generale Commissie voor de behandeling van Bezwaren en Geschillen een synodale uitspraak van november 1982 vernietigd heeft, namelijk dat de synode uitspreekt 'te blijven streven naar contacten met bevrijdingsbewegingen, in het bijzonder het ANC, in zoverre deze dit doel (nl. het bestrijden van de apartheidspolitiek) dienen'. De commissie heeft haar uitspraak onder andere gedaan met betrekking tot artikel VIII van de Kerkorde, waarin het gaat om het apostolaat. Hoewel ik niet kan beoordelen of een juridische commissie een inhoudelijke uitspraak kan doen (in dit verband over het functioneren van het apostolaat), ben ik volstrekt de overtuiging toegedaan, dat de inhoud van artikel VIII zich niet verdraagt met het contact leggen met bevrijdingsbewegingen. De leden 3 en 4 van dit artikel zeggen namelijk:
‘De kerk richt zich in het werk der zending, in gehoorzaamheid aan het bevel van Christus, onder uitoefening van de dienst der barmhartigheid in de geestelijke en lichamelijke noden, met het Evangelie des Koninkrijks tot de volkeren in de niet-gekerstende wereld;
zij vervult de dienst der barmhartigheid in de geestelijke en lichamelijke noden van deze volkeren;
zij brengt hen, die zijn gekomen tot geloof en de Heilige Doop hebben ontvangen, bij de bediening van Woord en sacramenten tezamen in gemeenten;
zij dient deze gemeenten bij de inrichting en opbouw van een eigen kerkelijk leven; zij arbeidt bij dit alles ook aan de kerstening der samenleving.
De kerk richt zich in de verbreiding van het Evangelie tot hen, die daarvan zijn vervreemd, om hen terug te brengen tot de gemeenschap met Christus en Zijn kerk, blijft in al haar geledingen strijden voor het reformatorisch karakter van staat en volk en wendt zich, in de verwachting van het Koninkrijk Gods, in de arbeid der kerstening tot overheid en volk, om het leven naar Gods beloften en geboden te richten’.
Apostolaat heeft zicht op kerstening van de samenleving, op terugbrenging van hen die van het Evangelie vervreemd zijn en op het reformatorisch karakter van staat en volk en, met het oog daarop, de oproep tot overheid en volk om het leven naar Gods geboden en beloften in te richten.
In dit artikel VIII van de kerkorde komt een duidelijk theocratische overtuiging door. Hoe zich op enigerlei wijze daarmee verdraagt contact vanuit de kerk met bevrijdingsbewegingen, die het recht der overheden miskennen (hoezeer ook profetisch kritisch te benaderen vanuit de kerk) en niet zelden op marxistische wortel stoelen, ontgaat me. Daarom ben ik blij met de uitspraak van de commissie. Staat de kerk nog achter dit artikel VIII? Zo ja, dan moet contact met bevrijdingsbewegingen worden uitgesloten. Zo nee, dan zou de kerkorde zelf op de helling moeten, wat ik overigens niet wil bepleiten op dit punt. Intussen is de synode en zijn mitsgaders de beleidsorganen van de kerk aan de uitspraak van de commissie gebonden. De vraag rijst wat het betekent als intussen het moderamen in een persbericht zegt dat de vernietiging van genoemde besluiten 'gezien de eerdere besluiten van de synode geen wezenlijke aantasting betekent van het beleid van de synode met betrekking tot Zuidelijk Afrika'. Betekent dit dat de synode zélf de uitspraak niet serieus neemt? Dan zou de kerkelijke ongehoorzaamheid van de synode een slecht voorbeeld zijn voor de gemeenten.
Overigens is duidelijk dat de Hervormde synode in concreto ten aanzien van de houding inzake de politieke vragen (althans in meerderheid) thans een lijn trekt, die dicht komt bij de eerder genoemde stellingen van dr. Houtepen. De oecumene en de oecumenische (bevrijdings) theologie zijn in grote mate richtinggevend. Anders is het dunkt me, ook onmogelijk dat de synode besluit tot officiële contacten met bevrijdingsbewegingen.
De bede
Het zou onjuist zijn dit artikel over kerk en politiek af te sluiten zonder met dankbaarheid te hebben genoemd dat de bede weer terug was in de troonrede. De kerk heeft een taak naar de overheid toe, ook in de voorbede. Ik ben er van overtuigd dat in veel kerken ook gedankt is voor het feit dat de overheid aan het slot van de troonrede de Naam weer heeft genoemd en het belang van Gods zegen op het werk onderstreepte.
Het Humanistisch Verbond mag zich er fel tegen gekant hebben en in kringen, waar men getoornd heeft over het weglaten van de bede, mag er helaas soms ook wel benepen commentaar zijn geweest, wij stellen met dankbare verwondering vast dat in een samenleving, waar de secularisatie en de deconfessionalisering hebben toegeslagen (voor dr. Houtepen voorwaarde voor de gezonde verhouding van kerk en politiek) de overheid niet geschroomd heeft de Naam opnieuw te belijden. We beseffen dat ook in de samenleving aan Gods zegen alles gelegen is. Daarom is er de voorbede in de kerken vóór de overheid. De bede in de troonrede is er een echo van. Kerk en overheid hebben een niet tot elkaar herleidbare maar wel wederkerige verantwoordelijkheid in het licht van het Koninkrijk Gods.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's