De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De relatie student - gemeente in de praktijk

Bekijk het origineel

De relatie student - gemeente in de praktijk

8 minuten leestijd

De verhouding student - gemeente is wel voor verbetering vatbaar.

Men heeft mij gevraagd in het kader van deze artikelenserie over student en gemeente iets te schrijven over de praktijk. En over de rol die de diverse interkerkelijke studentenverenigingen daarin spelen. Nu is het wat moeilijk over 'de' student of over 'de' gemeente iets te zeggen. De ene student is de andere niet, en de kerk is helaas zeer verdeeld.

Om bij het laatste te beginnen, ook de kerken van gereformeerde signatuur in ons land zijn nogal verschillend en hun onderlinge contacten zijn, om het voorzichtig te zeggen, niet al te goed. Juist in hun studententijd komen veel mensen veelvuldig en intensief met leden van andere kerken in aanraking. De interkerkelijke studentenverenigingen bevorderen dat alleen al door hun bestaan. Die contacten met anderen kan men zeker positief waarderen. Het kan een verruiming van blik en een verrijking van het geloof betekenen die de eenheid der christenen bevordert. Het is een goede zaak als men ook elkaars kerkdiensten van tijd tot tijd eens meemaakt. Maar dan ervaart men tegelijk ook de pijn van de verdeeldheid. Ouders en kerkeraden vragen zich soms bezorgd af of de jongeren in hun studententijd niet losgeweekt worden van de 'eigen' kerk. Er zijn inderdaad heel wat studenten die critischer komen te staan tegenover wat zij van huis uit hebben meegekregen. Niet in absolute zin maar wel verhoudingsgewijs komt het in de studententijd vrij vaak voor dat jongeren overgaan naar een andere kerk. Soms speelt hechte vriendschap of het vinden van een levenspartner daarbij een rol. Het gebeurt ook wel dat leden van de kleinere kerken lid worden van de 'grote' Hervormde kerk en dat zij dan meteen of op de lang duur, opschuiven naar een zeer links-radicale modaliteit binnen die kerk. Ik wil maar zeggen dat interkerkelijke contacten heel wat problemen met zich mee kunnen brengen. Maar dat is natuurlijk géén reden om ze te mijden! Voor zover ik weet, stellen de studentenverenigingen zich hierbij verstandig en voorzichtig op. Men wil echt interkerkelijk zijn. De ene student is de andere niet, zei ik. Het maakt een groot verschil of men heen en weer reist of op kamers gaat wonen. En in het laatste geval: of men de weekends naar huis gaat of in de stad van de studie doorbrengt en daar ter kerke gaat.

Ook studenten die in de woonplaats van hun ouders blijven wonen en voor hun studie heen en weer reizen (en vrij vaak geen lid zijn van een studentenvereniging), hebben recht op aandacht van hun gemeente. Misschien zij wel het meest! Waarom zou men in de gemeente wel aandacht geven, onder andere in de voorbede, aan hen die in militaire dienst zijn en niet aan hen die studeren? Student zijn is heel wat ingrijpender dan soldaat zijn, denk ik. Velen maken in hun studententijd een crisis door. Openbare universiteiten en hogescholen leggen onze jonge mensen bepaald niet in de watten. Het is van groot belang dat studenten in hun gemeente begrip vinden voor hun moeilijkheden. Dat er een goede pastorale zorg is, die niet alleen maar bestaat uit waarschuwen voor de gevaren.

Het is te hopen dat door de ouders het lid worden van een studentenvereniging gesti­muleerd wordt. Helaas leert de praktijk dat slechts een vrij klein percentage van hen die gaan studeren inderdaad lid worden. De bezuinigingen, en alles wat daarmee samenhangt, werken dat nog in de hand.

Wanneer men er om allerlei principiële en praktische redenen vanuit gaat dat aparte studentengemeenten niet de ideale oplossing zijn, dan mag men mijns inziens beweren dat christen-studentenverenigingen een welhaast onmisbare functie vervullen. Vandaar ook deze artikelen-serie. Ik denk dat het beslist gevaarlijk is iemand te laten studeren zonder dat hij opgenomen wordt in een bezield verband van medestudenten, waar hij opgevangen en gevormd wordt. Daar zullen wij dan ook tijd en geld voor over moeten hebben.

Welke verenigingen zijn er?

In ons land functioneren interkerkelijke studentenverenigingen. Ik noem, in een ietwat willekeurige volgorde, hier enkele namen. Allereerst de Civitas Stusiosorum in Fundamento Reformato (C.S.F.R.) met in totaal ca. 300 leden. Deze vereniging doet veel aan bijbelstudie en vorming. Er zijn zeven plaatselijke afdelingen, disputen genaamd: 'Johannes Calvijn' in Delft, 'Sola Scriptura' in Utrecht, 'Ichthus' in Rotterdam, 'Panoplia' in Leiden, 'Dei Gratia' in Wageningen, 'Amstelodamense' in Amsterdam en 'Yir'at Adonay' in Groningen. Men geeft een landelijk verenigingsblad uit: 'De Civitate’.

Dan is er verder de Evangelische Studenten Beweging 'Ichthus' (niet te verwarren met het bovengenoemde Rotterdamse dispuut!). Deze heeft elf plaatselijke afdelingen en in totaal ca. 450 leden. Bij Ichthus ligt de nadruk meer op evangelisatie onder medestudenten, zowel tijdens het studiejaar (bijvoorbeeld bezoekacties) als in de vakantie (kampwerk).

Dan is er in Utrecht de vereniging: S.S.R.-N.U. die zichzelf beschouwt als de vernieuwde voortzetting van de vroegere, landelijke reformatorische studentenvereniging S.S.R. die in het oude spoor verder wil gaan, met als doel de vorming van haar leden in bijbelse zin en bevordering van de amicitia. Min of meer als zusterverenigingen zijn te beschouwen: de Christelijke Studentenvereniging 'Alpha' in Enschede, de Vereniging van Christelijke Studenten 'Hendrik de Cock' in Groningen, de Vereniging van Christelijke Studenten in Amsterdam en de Civitas Studiosorum Reformatorum (C.S.R.) in Delft.

Over het reilen en zeilen van al deze verenigingen kan ik niet zoveel zeggen. Dat is van plaats tot plaats nogal verschillend. Sommige van de bovengenoemde verenigingen hebben ook nog allerlei internationale contacten via de International Fellowship of Evangelical Students (I.F.E.S.) en het Internationaal Christelijk Studiecentrum.

Hoe is de relatie student - gemeente in de praktijk?

Hierover kan ik eigenlijk alleen maar spreken vanuit mijn eigen ervaringen in Utrecht. Een behoorlijk percentage van de kerkgangers in 'onze' gemeente bestaat uit studenten. Dat lijkt mij een goede zaak: zij doen mee in de 'gewone' gemeente. Ik heb de indruk dat het stimulerend werkt te weten dat er critische maar zeer meelevende jongeren in de kerk zijn, die vanuit zeer verschillende achtergronden komen. Je wordt wel gedwongen de uiterste zorg te besteden aan de kerkdienst.

Na de kerkdienst zie je groepjes studenten bij de uitgang met elkaar staan praten, of in de zaal waar koffie gedronken wordt. Je merkt ook dat men elkaar dan uitnodigt voor een bezoek op de kamer. Zodoende is de kerkdienst ook een belangrijke plaats van ontmoeting voor veel studenten. Ook de catechisanten bestaan voor een behoorlijk percentage uit studenten. Jaren geleden heb ik wel eens terloops gesuggereerd dat er misschien een aparte studenten-catechese moest komen. Die suggestie werd met nadruk van de hand gewezen! Terecht, denk ik.

Dan zijn er vrij veel studenten die meedoen in bijbelkringen, gesprekskringen, in het evangelisatiewerk, bij het bezoeken van nieuw-ingekomenen, enz. Ook hebben wij de laatste jaren altijd wel enkele kerkeraadsleden die student zijn.

Een bezwaar is natuurlijk dat studenten meestal na enkele jaren weer vertrekken. Maar daar staat tegenover dat zij in die tijd dan toch vaak een zeer goede functie vervullen. Het is moeilijk (en onnodig) te zeggen wie er van deze relatie het meest profijt heeft: de studenten of de gemeente. Ik denk en hoop van beide evenveel.

Niet elke student heeft tijd om intensief mee te werken in de gemeente. Ik denk dat men als algemene regel zou kunnen stellen: doe liever één ding in de gemeente goed al is het nog zo'n eenvoudige taak, dan een heleboel dingen slecht.

De verhouding student - gemeente is wel voor verbetering vatbaar. Wij hebben daarover ook wel overleg gehad met vertegenwoordigers van de bovengenoemde studentenverenigingen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een ontmoetingsavond aan het begin van het studiejaar, in september. Daar zouden leden van studentenverenigingen en kerkeraden eens kunnen overleggen hoe men elkaar van dienst kan zijn. Het minste dat een gemeente zou kunnen doen is toch wel ervoor zorgen dat wijk-en kerkbladen gratis bezorgd worden op plaatsen waar de studenten plegen te vergaderen. En zou het niet goed zijn als vertegenwoordigers van de verschillende studentenverenigingen van tijd tot tijd eens iets schreven in de genoemde bladen? Wat meer bekendheid is toch heus wel nodig, blijkens het vrij geringe aantal leden van die verenigingen. De kerk bereikt vaak studenten die de vereningingen niet bereiken (en omgekeerd!). En wat is er tegen om aan het begin van een nieuw seizoen na een kerkdienst speciaal nieuw-ingekomenen eens uit te nodigen voor een ontmoeting bij een kopje koffie? Dan ontmoeten studerenden en anderen elkaar en kunnen er goede contacten ontstaan. Want uiteindelijk gaat het erom dat allerlei soorten mensen, studenten en niet-studenten, zeer geleerden en ongeletterden, jongeren en ouderen, deel hebben aan hetzelfde heil, dat in de zondagse eredienst der gemeente verkondigd en beleden en gevierd wordt. En dat zij zo hun verantwoordelijkheid tegenover de samenleving en haar noden in kerk en maatschappij verstaan.


In Nederland studeren ruim 100.000 studenten aan instellingen voor universitair onderwijs. Hieronder bevinden zich ook vele jongeren uit de eigen kring. Hoe zijn hun contacten met de plaatselijke gemeenten? Zijn er ook christelijke studentenverenigingen waar deze studenten elkaar regelmatig ontmoeten? Vanuit zijn ervaringen als wijkpredikant in een universiteitsstad gaat ds. A. Kool op deze vragen in.
Ds. A. Kool studeerde van 1949 tot 1954 theologie in Utrecht. Daarna heeft hij de gemeenten van Brandwijk en Rijssen gediend. Sinds 1966 is hij als predikant verbonden aan de wijkgemeente Jacobikerk te Utrecht. Door het werk in deze in het centrum van de stad gelegen wijkgemeente, heeft ds. Kool al vele jaren uitgebreide contacten met de Utrechtse studenten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De relatie student - gemeente in de praktijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's