Uit de pers
Luther in de DDR
Onder het opschrift 'Luther aan de lantaren' gaat dr. W. Aalders in het Kerkblaadje van 16 sept. in op de Lutherherdenking zoals die door de staat georganiseerd is in de DDR, een van de communistische volksrepublieken. Werd in het recente verleden Luther of doodgezwegen of als vorstenknecht afgeschilderd tegenover de ware volksheld Thomas Müntzer, nu organiseert ook de staat een herdenking waarbij Luther als held wordt binnengehaald. Wat moeten we van deze omkeer denken? Aalders wijst op de propagandistische trekken in deze herdenking.
'Hoe heeft het Oost-Duitse communistische regiem het meesterstuk volbracht om Luther voor zijn zegekar te spannen? Wij worden het gewaar in de catalogus van de tentoonstelling in het Museum für Deutsche Geschichte. Zowel historici als theologen hebben Erich Honecker en zijn partij als gewillige lakeien hand-en spandiensten verleend. Aan het illustratieve gedeelte van de catalogus gaat vooraf een aantal artikelen, die Luther en zijn werk plaatsen in zijn tijd en die zó zijn betekenis als wegbereider, maar ook zijn beperktheid in het licht willen stellen. Het eerste is van de historicus Adolf Laube en draagt als veelzeggende titel: Martin Luthers Reformation - Teil der deutscheti Revohaion; het tweede is geschreven door de theoloog Gerhard Brendler en heeft als opschrift: Gegen das Geschaft nut der Seligkeil.
Kort samengevat komt de inhoud van het eerste artikel hierop neer: Maarten Luther komt een wezenlijke plaats toe in de revolutionaire traditie van de Duitse geschiedenis tegen de feodale en burgerlijke onderdrukking en uitbuiting: een traditie, die in onze eeuw door de arbeidersklasse en het gehele volk is opgenomen en onder nieuwe omstandigheden doorgezet, en die in de zege van het socialisme in de DDR zijn hoogtepunt vindt. Luther dus als pionier van het marxistische socialisme en als vroegtijdige vaandeldrager van het opstandige proletariaat! Dat, waarin hij is te kort geschoten, is aangevuld door de machtige lekeprediker Thomas Münzer, die met recht de leidende ideoloog van de gewapende volksstrijd is genoemd.
Het opstel van de theoloog Brendler is nog sterker ideologisch gekleurd. De aflaatstrijd wordt er voorgesteld als louter een protest tegen de machts-en bezitsdrang van de kerk. Kerk en geloof worden er geschilderd als de belichaming van het kapitalisme, van het grootgrondbezit. De priesters waren de functionarissen van een onderdrukkingssysteem. Religie diende om de mensen zoet te houden en om met de troost van het hiernamaals de armoede te doen vergeten. Het boetesacrament was het meest geraffineerde en probate middel om het volk eronder te houden. Luther doorzag dit bedrog en keerde zich tegen de macht van dit verderfelijke instituut. De aflaatkramer Tetzel was voor hem het symbool van al dat kwaad. Daarom zijn de 95 stellingen het revolutionaire manifest tegen de terreur van Rome.
De strekking van dit alles is duidelijk. Wij hebben te maken met een verschijnsel, dat karakteristiek is voor alle ideologieën en dat voor het eerst in de Hitler-jaren in Duitsland onverhuld naar voren is gekomen, namelijk de "Gleichschaltung". De vertaling met het Nederlandse woord: gelijkschakeling is veel te zwak. Er ligt namelijk iets gewelddadigs, iets oneerlijks, iets van opzettelijk bedrog in. De bedoeling is om misbruik te maken van goed vertrouwen en om eenvoudige geesten arglistig om de tuin te leiden. "Gleichschaltung" is woordzwendel. Niet openlijk en rechtuit, maar vervuld en onder schone schijn wordt de leugen aan de massa verkocht. Joseph Goebbels en Alfred Rosenberg waren de grootmeesters van dit woordbederf in het Derde Rijk. En hoe talloos velen zijn niet door de schuifelende gang en de listige taal van deze ongeesten in verwarring geraakt en meegesleurd in het nationaal-socialistische verderf!’
Terecht wijst Aalders op het gevaar van de misleiding in deze inkapseling van Luther in het systeem. Het laat ons bovendien zien hoe gevaarlijk een ideologie is, van welke snit ook. Het historisch beeld dat dan getekend wordt is altijd een vertekend beeld waarbij de gegevens ondergeschikt gemaakt worden aan de bedoelingen van de heersers of partijideologen. Ten aanzien van Luther kan men zeggen: ''Zeg mij welk beeld van Luther ge tekent en ik zal zeggen wie u bent". Het is zaak dan maar goed te luisteren en Luther zelf uit zijn geschriften te laten spreken.
***
Wheaton 1983
Deze zomer werd in Wheaton College (USA) een congres van de WEF, de insternationale vergadering van Evangelical theologen gehouden over het thema: 'Ik zal mijn Gemeente bouwen'. Bijeen waren 320 afgevaardigden uit de Evangelische allianties uit 60 landen. Meer dan de helft was afkomstig uit niet-westerse landen, waaronder veel vertegenwoordigers uit plaatselijke gemeenten. Slotconclusie van dit congres, waar uiteraard ook verschillende nuanches in opvattingen te beluisteren vielen, was: 'De plaatselijke gemeente staat centraal in Gods missionaire handelen in deze wereld'. Ds. R. V. Esseiu een van de deelnemers vanuit ons land, bericht in Scheps Kerknieuws over deze vergadering. Uit zijn bijdrage citeren we:
'Veel van de "Westerse" deelnemers bleken nog in het "wij en zij"-patroon te denken. De deelnemers uit de Derde Wereld, lieten echter duidelijk merken dat zij partnerschap wensen en geen éénrichtingsverkeer. De kritiek werd trouwens ook door Amerikanen en Europeanen verwoord.
In de ontwerp slotverklaring van consultatie II werd bijvoorbeeld opgemerkt dat men gelooft dat de Westerse zendeling zijn tijd nog niet gehad heeft. "Wat is dat voor onzin?", 'riep iemand. "Wie heeft dat dan gezegd? " "Maar waarom moeten die nieuwe uitdagingen zo ver weg gezocht worden of onder de gastarbeiders in Europa? ", zo vroeg iemand. "Zijn jullie zélf geen zendingsveld? Wat hebben jullie te zeggen in de richting van de bewapeningsindustrie? " Ten diepste kwam de kritiek erop neer dat Consultatie II een heel pragmatisch stuk had geleverd, dat een soort "marktanalyse" leverde. Men had op een rijtje gezet aan wie men het evangelie kon verkondigen en met welke middelen dat zou kunnen. "Maar er ligt geen theologische visie aan ten grondslag", zei Kuzmic. En dr. Art Glasser, de missioloog van Fuller Seminary, merkte op dat het stuk niet over onze huidige wereld ging! "De kerk komt weer in een pré-Constantijns tijdperk en hier gaat men ervan uit dat alles doorgaat zoals het is!”
Hierbij moet trouwens wel opgemerkt worden dat allerlei voortreffelijke missiologen uitgerekend aan I (Glasser) of III (David Bosch, Andrew Kirk) deelnamen. Het gevolg van de kritiek tijdens de plenaire zitting was, dat Consultatie II besloot haar slotverklaring in te trekken. Pikant detail in het geheel is dat dr. Glasser de verklaring van de Wereldraad van Kerken over zending en evangelisatie (1982) van harte aanbeval als een belangrijke stap in de richting van de evangelicals.
In Consultatie III waren "radicale" evangelicals als Ron Sider (auteur van "Rijke christenen in een tijd van honger") en René Padilla uit Argentinië te vinden. In het boek dat de deelnemers toegestuurd kregen waren allerlei studies opgenomen, waarbij het opviel dat de kwestie van de kernbewapening totaal ontbrak.
Daar dit boek uitgangspunt was van de gesprekken in kleine groepen gedurende de eerste week, was het ook niet mogelijk dit vraagstuk te bespreken. Toen tijdens het tweede deel van het congres een deel van de aanwezigen hun onvrede hierover uitsprak, werd het toch nog op de agenda geplaatst. De slotverklaring van Consultatie III zegt letterlijk: "We zijn verontrust door het schandelijke misbruik van ontzaglijke hoeveelheden grondstoffen in de huidige bewapeningswedloop. Terwijl miljoenen van honger sterven worden kapitalen verspild aan het onderzoek en de produktie van steeds geraffineerder nucleaire wapensystemen. Daarbij komt dat de toenemende "wereldwijde handel in conventionele wapenen gelijk op gaat met het optreden van onderdrukkende regiems die geen rekening houden met de meest elementaire menselijke noden. Als christenen veroordelen we deze nieuwe uitingsvormen van onrecht en agressie en spreken ons voornemen uit naar vrede en gerechtigheid te streven. In het Licht van het rentmeesterschap over de schepping, waarover we gesproken hebben, roepen we de wereldwijde Evangelische gemeenschap op om de vragen rondom nucleaire bewapening en wapenhandel tot een gebedszaak te maken en deze op de agenda te plaatsen, om bestudeerd te worden en aktie te ondernemen”.
Ook in deze consultatie bleek de invloed van de deelnemers uit de Derde Wereld. Wilde men aanvankelijk het begrip "ontwikkeling" in een bijbelse samenhang plaatsen, toch zag men ervan af. Voor velen was dit een te Westers begrip, waarbij erop gewezen werd dat ontwikkelingshulp soms afhankelijkheid en ongelijkheid bevordert.
Men koos voor het begrip "transformatie", dat bijbels gezien ook alomvattend is. Het doel van transformatie - verandering - is het Koninkrijk van God. Hier zien we hoe deze Consultatie nauw aansluit bij de gedachten die in Consultatie I ontwikkeld werden.
Heel opmerkelijk was de uitspraak dat men niet simpelweg-wilde herhalen wat Lausanne en Grand Rapids reeds hadden gezegd. Wat is daar dan gezegd? Dat de evangelisatie - de Woordverkondiging - altijd prioriteit heeft boven bijstand met de daad. In Wheaton sprak men nu uit dat men evangelisatie niet meer afzonderlijk wil noemen, want de verkondiging is een intergraal onderdeel van het totale antwoord dat wij christenen op de menselijke nood geven (Matth. 28 vers 18 tot 21).
De slotverklaring van Consultatie III doet een indringende oproep aan de plaatselijke gemeenten om haar verantwoordelijkheid te beseffen voor de weduwen, gevangenen, de armen en de vreemdelingen.
"Onze kerken moeten zich ook bezig houden met het onrecht in de plaatselijke gemeenschap en de bredere samenleving.”
Tenslotte sprak men uit dat men de plaatselijke gemeente erkent als hét instrument om het evangelie van Jezus Christus in woord en daad uit te dragen. Het is die gemeente die de wereld ook een infusie met hoop, zowel voor deze eeuw als de komende, moet geven.
Waarbij men er zijn vertrouwen over uitspreekt dat de Heilige Geest Degene is die deze wereld kan en zal transformeren. En het is deze Geest die ons Zijn gaven geeft, die ons toerust om de vijand te verslaan. Omdat Consultatie III zo'n ideale werkplaats was van mensen uit de verschillende stromingen, was daar groot onderling vertrouwen.
Men wist wat men aan elkaar had. Woorden en termen die argwaan wekten of te ideologisch gekleurd waren, werden door betere en meer bijbelse ingeruild. En zo kon er een brug van hoop geslagen worden. Waarbij het de vraag blijft of degenen die dit proces niet meemaakten het niet een "brug te ver" zullen vinden.’
Zo’n artikel biedt uiteraard niet meer dan een impressie. Het wachten is op de officiële rapporten van de conferentie. Duidelijk is wel dat de Evangelicals in het geheel van de oecumene een steeds belangrijker plaats gaan innemen. En dat voor een deel allerlei spanningen, zoals we die binnen de Wereldraad tegenkomen, ook hier niet helemaal afwezig zijn. Ik noem de relatie tussen christenen uit het Westen en de derde wereld, de spanning tussen een meer radicale vleugel en een meer verinnerlijke vleugel. Het is te hopen dat de begeerte te willen buigen voor de gehele Schrift en de erkenning van haar gezag zo samenbindend mag werken, dat de accentsverschillen en nuanceringen toch geen belemmering vormen voor een gezamenlijk schriftuurlijk getuigenis. Daarbij zullen we er meer en meer mee moeten rekenen dat de derde wereld ook een kritische kan zijn naar de kant van West-Europa. Onbewust kan men zo'n kritiek van de hand wijzen, vanuit een zeker meerderwaardigheidsgevoel, waarbij men zich dan gaat beroepen op de erfenis van de Reformatie. Die is ongetwijfeld waardevol, maar juist het reformatorische principe van de Schrift alleen moet ons er toe leiden ook te willen luisteren naar de ander die vanuit zijn of haar culturele en maatschappelijke context het getuigenis van de Schrift aan ons doorgeeft. Dat betekent toch ook ernst maken met de katholiciteit van de kerk, in de tijd en de ruimte. Ongetwijfeld is die katholiciteit verbonden met het belijden van de volheid van Christus. Maar juist de Efezebrief roept ons op dit samen met alle heiligen te doen. Daarom is het goed aandacht te schenken aan congressen als te Wheaton gehouden - en ik voeg er aan toe: hoe kritisch we ook staan ten opzichte van de Wereldraad, toch ook te volgen wat daar gezegd is. Want in een tijd waarin grenzen wegvallen kunnen we ons niet onttrekken aan wat anderen zeggen. En graag onderstreep ik wat Van Essen opmerkte, dat men voluit wil inzetten bij de plaatselijke gemeente als centraal gegeven in Gods missionaire handelen met deze wereld. Dat lijkt me een vruchtbaar en bijbels uitgangspunt, ook voor de situatie in ons land.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's