Nogmaals: de ICU (2)
Wanneer Groen van Prinsterer in 'Ongeloof en Revolutie' spreekt over de 18e eeuwse revolutie-geest, is het opvallend dat hij daarbij zo veelvuldig wijst op de grote invloed van de anti-christelijke wijsbegeerte uit die tijd.
Andere Hervormden
Wanneer Groen van Prinsterer in 'Ongeloof en Revolutie' spreekt over de 18e eeuwse revolutie-geest, is het opvallend dat hij daarbij zo veelvuldig wijst op de grote invloed van de anti-christelijke wijsbegeerte uit die tijd. Een bekend hedendaags kenner en vertolker van Groen is dr. W. Aalders. In zijn Theocratie of ideologie trekt deze m.b.t. die wijsbegeerte de lijnen door naar ónze tijd. Op p. 87 schrijft hij: 'Hij (Groen) acht dat de christenen hier zeer in gebreke zijn gebleven en daarom mede de oorzaak zijn van de opkomst, bloei en overhand van de moderne wijsbegeerte. Er is ernstige en diepgaande christelijke studie nodig, opdat de Openbaring in de wetenschap de overhand krijgt en er moedig weerstand geboden wordt aan de heersende leugens, dwalingen en wanbegrippen'. Helaas moet dr. Aalders op p. 231 opmerken 'dat het protestantisme het aan zulk een christelijke filosofie ontbroken heeft', waaraan wel moet worden toegevoegd dat het teleurstellend is dat hij de wijsbegeerte van prof. Dooyeweerd volledig ongenoemd laat. Maar dat is wel verklaarbaar. Dr. Aalders verkeert, op boeiende en ontroerende wijze tegelijk, midden in de 'critieke spanningen' tussen prediking en ordening, geloof en wetenschap. Voor hem is Kuyper de verpersoonlijking van de 'ordening' (het 'Christus en de wereld'), terwijl Luther de verpersoonlijking van de 'prediking' is en aldus van het echt-reforrriatorische (het 'Christus en de ziel’).
Ontsporing
In zijn gelijknamige boek nu typeert dr. Aalders de theologie van Kuyper als 'De grote ontsporing'. En, evenals in zijn andere geschriften, probeert hij, op welhaast krampachtige, maar ook profetisch-overtuigende wijze, de christelijke gemeente voor die ontsporing te behoeden. Omdat Aalders zozeer is bevreesd voor de Kuyperiaanse geest, miskent hij m.i. dat Kuyper van de problemen aktuele vragen gemaakt wilde zien (een formulering van Noordmans!) en bovendien, dat deze een open kant naar Gunning en Kohlbrügge had. Wanneer nu Dooyeweerd heeft gepoogd een christelijke wijsbegeerte op te bouwen, dan ziet dr. Aalders deze zgn. Wijsbegeerte der Wetsidee zelfs niet, want zij heeft een Kuyperiaanse achtergrond. Zo sterk kan de diepe kloof tussen de twee richtingen doorwerken. Tóch is daar ook Aalders' pleidooi voor christelijke filosofie. Kennelijk ontkomt men daaraan evenmin, wanneer men de weg van cultuur naar kruis bewandelt. Een belangrijk gegeven voor de standpuntbepaling van zo dadelijk treft men aan in een uitspraak van Groen, waarin deze op christelijke wijsbegeerte een restriktie plaatst: 'Niet in de diepzinnigheid der wijsbegeerte, niet in de bespiegelingen der wetenschappelijke godgeleerdheid, niet in stelselmatig betoog en ijverige polemiek. Dit alles is nuttig, nodig, maar de weg wordt gebaand door verkondiging van de liefde Gods' (Ongeloof en revolutie', p. 130). Dit aspekt van (zelf-)beperking trof ik ook aan bij P. D. Chantepie de La Saussaye. In een voordracht over het evolutiegeloof (!) merkt hij op: 'Men kan een geestelijken stroom niet keeren of indijken door de theorie te bestrijden, waarmede hij in verband staat' ('Geestelijke Stroomingen', p. 266). Hier spreekt de kerkelijke ascese. In een ander toepasselijk hoofdstuk, over 'Christendom en cultuur', schrijft de la Saussaye op p. 347 (over het oorspronkelijk christendom): 'Geen vooruitzicht om iets blijvends te stichten op aarde; geen belangstelling om questies op te lossen of instellingen tot stand te brengen. Daarom is er altijd iets vreemds in wanneer men geldende beginsels voor alle tijden, grondslagen voor kerk of leer zoekt in woorden, waarin een geheel onwereldsche geest tintelt’.
Nogmaals: de ICU
Het initiatief voor een ICU is er en die ontwikkeling zet zich ongetwijfeld door. Hoe staat men daar als Hervormde nu in de praktijk, mét alle twijfels, tegenover? Ik geloof dat er tendensen waarneembaar zijn, die de gestalte van mensen als Noordmans, Groen, Saussaye en Aalders verdringen. Zo is men bezig zich van de laatste typische Hervormde geesten te ontdoen. Dat zou een groot verlies zijn, want er is toch al zoveel 'karakterschaarste' (Saussaye). De ICU gaat wellicht ver komen, maar als de gestalte van de rem der kerkelijke ascese weg gaat vallen, zal men, in leer én leven, verder van huis zijn dan oorspronkelijk. Het is een gestalte, die door de idee van het creationisme ondergraven wordt. Mits Hervormde wetenschappers én Hervormde studenten zich dit realiseren en er tegenin gaan, én mits de ICU de ruimte Iaat voor die gestalte, óók en juist in de wetenschap, kan men wellicht toch zijn medewerking en steun verlenen. Het zal echter wel moeilijk worden, want de 'critieke spanningen' blijven, daar een nieuw geheel pas in de eeuwigheid zal oprijzen. Wij moeten beter gaan luisteren naar iemand als Noordmans. Gelukkig wordt momenteel de goudmijn van zijn verzameld werk uitgegeven. Hij had een grote belezenheid, studeerde onafgebroken, doorzag zijn tijd en is aldus, in die gestalte, in die gang naar het kruis, één van de diepzinnigste christen-wetenschappers geweest! T.a. v. ICU tenslotte nog deze kanttekening: het studeren aan rijksuniversiteiten zal zoveel mogelijk voorrang moeten krijgen. Een persoonlijke noot moge een en ander wat motiveren.
Een persoonlijke noot
Gedurende het seizoen 1979/1980 heb ik de EH bezocht. Het was een fantastisch jaar. Ik werd aan het denken gezet, heb nieuwe indrukken opgedaan en ook nieuwe kennissen en vrienden gekregen. Hartelijk aanbevolen voor degenen die erover denken om naar Amersfoort te gaan! De EH wilde ons wapenen alvorens de academische studieaanving. En ja, dan ga je economie studeren, en de wapens moeten worden ingezet. Maar wat een teleurstelling, wat gaat dat moeizaam! Af en toe een diepgaand gesprek, waarin je dan nog vastloopt; de algemene genade is niet meer de brug, waarlangs de heiden in de kerk komt. Wel, dat is het dan zo'n beetje. In je enthousiasme vergeet je de kerkelijke ascese, die andere richting van Noordmans. Het gevaar is groot om christelijke economie, of creationisme te gaan verkondigen, om christelijke beginselen de wereld in te slingeren, want dat is het. Ik moest van de beginselen naar het Woord terug, óók terwille van de gesprekken. De christelijk-economische beginselen zijn niet levend, maar Gods Woord, hetwelk Hij spreekt, en als Hij spreekt is het er. Ik geloof dat de funktie van christelijke economie hoogstens kan en mag zijn om een 'weg te bereiden' voor de komst van Jezus in een gesprek. En bewijst de geschiedenis dat ook niet? Daarmee kom ik op de Reformatorische Wijsbegeerte (oftewel: Wijsbegeerte der Wetsidee, die nog immer zo onterecht en ergerniswekkend wordt genegeerd in onze kringen. Gedurende reeds vijftig jaren lang is zij werkzaam en heeft ze, ook voor ons als jonge mensen, zoveel goede literatuur opgeleverd, ook al zou dr. Noordmans er nogal kritisch over zijn. Is het niet jammer dat in Utrecht, waar toch vele Hervormde stu denten verkeren, relatief zo weinigen de kolleges van prof. Dengerink bezoeken? En is het niet eveneens te betreuren dat dr. Tukker in diens artikel met één opmerking de immense arbeid van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte, zeg maar, passeert? Doch om het maar bij de economie te houden: er is over dit vakgebied vrij veel verschenen uit die hoek. Maar 't is ongeordend, er zit weinig lijn en vooruitgang in. Leert dit niet dat het uiterst moeilijk is een eigen theoretisch bouwwerk te ontwerpen? De la Saussaye schijnt gelijk te hebben: 'Er is in alle menschelijke sferen nooit meer dan dit: het evangelie werkt er in. En dit is reeds veel, al wat mogelijk is' ('Geestelijke Stroomingen', p. 354). En de wijsbegeerte van Dooyeweerd is voor de economie een goed hulpmiddel daarbij. Maar 'creationistische economie' is toch een holle kreet? Wat moet men zich daarbij voorstellen? En trouwens, wat dr. Tukker op de EH over geschiedenis vertelde is toch niet 'creationistisch' te noemen? De geschiedenis leert dat het reeds handenvol werk geeft om in het eigen vakgebied een kritisch en peilend geluid te laten horen. Zó moeten we op de rijksuniversiteiten getuigen en strijden en misschien pas in tweede instantie, bijv. op een ICU, proberen zélf iets te ontwikkelen. Want de ICU ondergraaft nu ook de missionaire taak van de christen in de wetenschap! Waarvoor werden wij anders gewapend?
Ter afronding: EH, ICU, de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte en alle christen-studenten zij wijsheid gewenst. Wat is het steeds weer nodig die Epiclese uit te spreken: 'O Geest, o Geest, breek door, breek door!' (O. Noordmans, 'Gestalte en Geest', p. 238).'... de tijd is kort... Want het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen' (1 Kor. 7 vers 29 en 31). De kerk is, aldus Noordmans, de ark waarin men behouden kan blijven als de cultuurwereld ten onder gaat. Daarom gaan wij van cultuur naar kruis. Ik ben dr. Noordmans diep dankbaar dat hij voor mij een richtingwijzer was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's