Boekbespreking
Dr. L. Floor: De Doop met de Heilige Geest; uitg. J. H. Kok, Kampen 1982; 239 pag.; prijs ƒ 34, 50.
De schrijver van dit boek was voorheen Chr. Geref. predikant te Almelo, thans hoogleraar in de nieuwtestamentische vakken aan de universiteit van Potchefstroom. In dit boek wordt een zeer belangrijke bijbels-theologische bijdrage geleverd over het werk van de Heilige Geest. Onder andere komen de volgende onderwerpen aan de orde: Christus en de Geest; de Heilige Geest als Paracleet; De Handelingen van de Heilige Geest; de Doop met de Heilige Geest bij Paulus; De vervulling met de Heilige Geest; De inwoning van de Heilige Geest; De Geest als Gave van de eindtjd, terwijl ruim aandacht geschonken wordt aan de gaven van de Heilige Geest en de verscheidenheid in genadegaven. We krijgen hier heel wat exegetische stof te verwerken. Als ik mij niet vergis wil de schrijver serieus ingaan op bepaalde opvattingen uit de kringen van de Charismatische Beweging en Pinkstergemeenten. Naar mijn vermoeden heeft hij daarom zijn boek de titel gegeven 'De Doop met de Heilige Geest’.
Toch gaat hij een andere kant uit dan men in die kringen wil. Want hij ziet de Doop met de Heilige Geest niet als een aparte geestelijke gave in het geloofsleven, maar als de persoonlijke wedergeboorte of de geestelijke opname in de gemeente van Christus. De Doop met de Heilige Geest is een éénmalig gebeuren, terwijl de vervulling met de Heilige Geest een doorgaande en voortgaande werkelijkheid is.
In zijn paragraaf over de verzegeling met de Heilige Geest, waarbij Efeze 1 vers 13 ter sprake komt, ziet de schrijver deze verzegeling ook niet als een aparte geestelijke ervaring, maar bij het geloof behorend. Wie de gave van het geloof ontvangt, krijgt de Geest als zegel méé. De schrijver volgt hier prof. dr. J. A. C. van Leeuwen, die zegt: 'Objectief kan de verzegeHng met de Geest niet van Christus en subjectief niet van het geloof losgemaakt worden'. De gelovigen zijn in Christus met de Geest verzegeld. Hieraan hangt mede de zekerheid van het heil.
Doordat de schrijver op komt voor de éénheid van de Heilige Schrift, ook in de leer van de Heilige Geest, geeft hij een zéér plausibele exegese. Steeds geeft hij blijk de onderscheidingen en de verbanden te zien. Zó zegt hij o.m. dat de Doop met de Heilige Geest niet identiek is met de vervulling met de Heilige Geest. De laatste ligt meer op het vlak van het heilsordelijke en individuele. De Doop met de Heilige Geest staat volledig in het kader van de indicatief van het heilshandelen van God, terwijl de vervulling met de Heilige Geest ook als imperatief aangeduid wordt.
Wat de gaven van de Geest betreft, deze dienen tot opbouw van de gemeente. De gave van de glossolalie is niet gericht op de opbouw van de gemeente, maar bedoeld voor de opbouw van het persoonlijk geloofsleven; in de gemeente moet er dan ook de uitleg bij komen. Paulus wil haar slechts op beperkte schaal toelaten in de gemeente.
In het N.T. komen wij verschillende charismata tegen. In 1 Kor. 12 brengt Paulus zelfs een rangorde aan. Een onderscheiding tussen gewone en bijzondere gaven kent Paulus niet. Het Charisma is nodig om het ambt te kunnen vervullen. Maar niet alle charismata zijn ambten. De ambten moeten leiding geven aan het opbouwwerk. Ten aanzien van de charismata waarschuwt Paulus voor wildgroei en wanorde. Volgens Calvijn zijn bepaalde gaven als apostolaat en glossolalie verdwenen. Maar hij laat de mogelijkheid open, dat God weer opnieuw, wanneer dit nodig zou zijn, bijzondere gaven kan uitdelen. Hij wil bij zondere gaven niet geheel afwijzen, maar acht die dan nodig om de zuivere léér te herstellen. Dit zijn zo enkele grepen uit dit toch wel pittige boek. Wat mij bij het lezen wél opviel is, dat de schrijver hier en daar wat in herhaling valt. De dingen, die genoemd zijn komen soms in letterlijke bewoordingen terug. Ook aan de bronvermelding ontbreekt hier en daar wat. Ik bedoel daarmee, dat soms een schrijver genoemd wordt, zonder vermelding waar het citaat te vinden is.
Wat mij ook trof is, dat nogal een zwaar accent op het Pinkstergebeuren in Hand. 2 gelegd wordt. Dat is bijbels legitiem, gezien de voortschrijding van de Godsopenbaring. Toch had ik wat meer uit het Oude Testament willen horen. Al is er onderscheid in de bedeling, ook de Oudtestamentische gelovigen hadden de Geest. Al is er een duidelijk verschil in de bediening (Calvijn spreekt van administratie), al Gods kinderen zijn (en worden) toch door één Geest geleid. Deze opmerkingen bedoelen_niet af te doen van de waarde van deze belangrijke studie. Een uitnemend boek voor ambtsdragers, maar ook voor belangstellende gemeenteleden. Dus: hartelijk aanbevolen!
J. Vos
Dorothee Sölle, Kernwapens doden, ook zonder oorlog. Ten Have/Baarn, 125 pag., ƒ14, 90.
Dit boekje ontleent zijn titel aan het eerste opstel. Het grondthema ervan - en van heel deze bundel opstellen - is, dat de mens die bezig is de vrede op aarde veilig te stellen door de voortdurende en cumulerende aanmaak van kernwapens, bezig is zichzelf te doden. Iets dat door deze - kapitalistische - wereld wordt voortgebracht, kan nooit de naam van vrede dragen. De vrede van de bijbel daarentegen (Filippenzen 4 vers 8) manifesteert zich als een innerlijke en per definitie politieke kracht, die een breuk betekent met de machten die deze wereld beheersen. Voor Sölle is het begrip macht zoals het gehanteerd wordt binnen de bestaande machtsverhoudingen dan ook een niet-redelijk begrip en absoluut verwerpelijk.
De grondtoon van dit boekje is radicaal spiritualistisch: uit naam van de Geest - welke geest? - wordt ieder compromis verworpen met de bestaande orde, en een solidariteit bepleit die uiterst selectief is: niet één met gegroeide verhoudingen of in de geschiedenis verworven waarden, maar uitsluitend één met alles wat kwetsbaar is en met de gekwetsten. Het boekje ademt dan ook een revolutionaire geest.
Soms laat het niet na te ontroeren en dwingt Sölle haar gelijk af, maar dit geschiedt dan altijd op onderdelen, nooit op de gang van het betoog: haar gedrevenheid in bijbels niet onderbouwd; de feiten zijn alleen de feiten zoals deze in haar interpretatie voorkomen; de schuldvraag wordt voortdurend psychologisch afgehandeld en men weet van te voren waar het oordeel terecht zal komen. Alleen hij kan zich echt door dit boekje laten stichten - want eigenlijk zijn het meer ontboezemingen en ontladingen en stelligheden dan overwegingen waarbij men ook het eigen denken onder kritiek stelt - die eerst de cirkel waarbinnen Sölle zichzelf gezet heeft als de zijne heeft aanvaard. En: deze cirkel is de schriftcirkel niet. Het boekje zal wellicht mensen bevestigen, overtuigen zal het niet. En: moet nu alles wat iemand, die iets voorstelt, te zeggen heeft of hééft gezegd, ook worden uitgegeven?
S. M.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's