De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekenen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekenen

7 minuten leestijd

De vereniging 'De Nederlandse Gideons' beijvert zich voor verspreiding van Bijbels in hotelkamers. Het jaarverslag 1982 van de vereniging vermeldt de volgende bijdragen uit de verschillende kerken. De cijfers spreken hun eigen taal.

Zie origineel

***

De Gereformeerde Zendings Bond is verheugd dat in een tijd van 'inleveren' de inkomsten stabiel blijven. In de 'Kontaktbrief' van september 1983 werd het volgende staatje van ontvangsten t/m juli gegeven. Me dunkt dat, hoe we ook in moeten leveren, het een eerste opdracht is om het kerkewerk in eigen gemeente, in eigen land en ook overzee, in zending en werelddiakonaat, ongehinderd voortgang te doen vinden. In vergelijking met de meerderheid van de wereldbevolking geven we altijd nog van onze overvloed.

***

In 1932 werd bij uitgeverij J. N. Voorhoeve in Den Haag een boekje uitgegeven met een 'Drie-uren-toespraak over God, zonde en verlossing' van de Japanner Paul Kanamori, die op een Japanse school, gesticht door een Amerikaans zeeofficier Janes, door bijbelonderricht en de liefderijke levenswandel van deze kapitein Janes, tot het christendom bekeerd werd en daarna als zendeling werkte. In een drie-uur-durende toespraak, die hij in Amerika, in Japan en in Hawaii meer dan 800 maal voor meer dan 300.000 mensen hield, sprak hij het eerste uur over God, het tweede uur over de zonde, en het derde uur over de verlossing. In dat derde uur geeft hij een concreet voorbeeld van 'de kracht der liefde'. Hier volgt het stuk.

'Laat mij de kracht der liefde om de harten der mensen te doen smelten, toelichten door een voorbeeld, waarover ik vanavond gaarne spreek. Gij zult, denk ik, allen weten, dat de eerste president van de Dosjisja-Universiteit in Kyoto dr. Josef Neësjima was. Hij wordt geteld onder de drie grote opvoeders van het tijdperk van Meiji. (De regering van de vorige keizer.)

Foekoezawa Oekitsji, Nakamoera Keinoe en Josef Neësjima, dat waren de drie, en ik vertel met blijdschap, dat ik al die drie grote leraars persoonlijk heb gekend. Maar van de drie was ik het intiemst bekend met dr Neësjima. Ik was student aan zijn school in die vroege dagen van Dosjisja. En later werd ik door hem teruggeroepen om zijn assistent te zijn en in zijn school onderwijs te geven. Vele jaren heb ik met hem samengewerkt tot de dag toe, dat hij heenging naar het betere land. U ziet, dat ik hem wel goed moet kennen. Ik kan zeggen, dat niemand hem beter kende dan ik.

Dr. Neësjima was een groot man, maar zijn grootheid lag niet in zijn kennis noch in de kracht van zijn verstand. Hij was niet bijzonder welsprekend. Hij was geen buitengewoon schrijver. Geen enkel boek heeft hij nagelaten. Zijn grootheid lag in zijn verheven karakter. Hij was een grote persoonlijkheid. Hij had een groot hart, vol liefde. Zijn studenten had hij lief, alsof het zijn eigen kinderen waren. Inderdaad, hij was een liefhebbende leraar. In zijn grote liefde tot zijn studenten lag zijn grootheid. (...)

Het gebeurde gedurende het presidentschap van dr. Neësjima, dat er grote opwinding ontstond aan de Dosjisja-universiteit, ten gevolge van een verschil van mening tussen leraren en studenten. De gehele school kwam in verwarring. Er kwam een grote staking onder de studenten. De president deed al zijn best om de beide partijen tot elkaar te brengen. Maar ook hij kon de verzoening niet tot stand brengen. Toen alle hoop om de school weer tot rust te brengen, vervlogen was, werd als laatste redmiddel besloten, de hinderlijke elementen van de school te verwijderen. Er bleef niets anders over dan de toevlucht te nemen tot dit laatste tuchtmiddel.

Toen gebeurde het op een morgen, toen alle leraren en studenten vergaderd waren in de kapel, dat de president binnenkwam met een stok in de hand. "Wat nu", werd er gefluisterd, "de president met een stok? Komt hij de kapel binnen met een stok?" Zodra hij binnengekomen was, ging hij voor de vergadering staan en zei: "Heren, het spijt me, dat er zulk een verwarring is in de school. Dat is een schande voor Dosjisja. Maar daar deze verwarring onstaan is, moeten we de persoon of de personen straffen, die er voor verantwoordelijk zijn. Ik wil dus deze morgen de schuldige straffen”.

Natuurlijk dacht ieder, dat de president de aanvoeders van de opstand straffen zou. Doch hij vervolgde: "Maar heren, ik kan de verantwoordelijkheid niet leggen op een van de studenten en evenmin op een van de leraren. Wie is verantwoordelijk? Indien noch de studenten noch de leraren verantwoordelijk zijn voor deze onrust, op wie moet ik dan de verantwoordelijkheid leggen. Ik zal het u zeggen. De persoon, die de volle verantwoordelijkheid draagt voor deze grote verdeeldheid in Dosjisja, dat is Josef Neësjima, de president. Het is de plicht van een president, de school te besturen en in goede orde te houden. De president Neësjima is er echter niet in geslaagd, de orde in zijn school te bewaren: hij heeft gefaald in de uitoefening van zijn plicht en heeft zodoende deze grote onrust in Dosjisja veroorzaakt. Die rustverstoring heeft niet alleen aan de studenten nadeel berokkend en de leraren groot verdriet gedaan, maar ze heeft ook schande gebracht over de school. Dat alles is het gevolg geweest van de onbekwaamheid van de president om de school zo te besturen als hij behoorde te doen. De gehele verantwoordelijkheid moet dus op hem worden gelegd: hij moet ze dragen en hij moet gestraft worden”.

Toen hij uitgesproken had, hief hij de stok op in zijn rechterhand, stak de linkerhand uit en begon ze uit alle macht te slaan, keer op keer. Hij sloeg zijn hand zó sterk, dat tenslotte de stok in drie stukken brak, en wat er met zijn hand gebeurde, kunt u zich wel voorstellen. Ze begon te bloeden, en de ganse school stond ontzet toe te zien. Dat konden ze niet langer aanzien.

Een van de studenten snelde op de president toe, greep zijn arm en kreet: "O, mijn leraar, mijn leraar!" Die kreet sleepte de gehele school mee. Leraren en studenten barstten in tranen uit en weenden overluid. Het was werkelijk een wonderbare aanblik. De president met zijn bloedende hand en de wenende school! Waarom strafte hij zichzelf? Was er in zijn gedrag iets, dat zulk een behandeling verdiende? Een man vol liefde, met een hart vol vaderlijke genegenheid voor zijn studenten, zo getrouw mogelijk dag en nacht werkende voor het welzijn van de school? Wat voor schuld kon in zulk een man worden gevonden? Nee, wij konden geen schuld in hem vinden. Hij was werkelijk geacht en geëerd en bemind door de gehele school. De studenten waren in opstand, doch niet tegen de president; het was tegen de leraren van de school. Inderdaad, de president had met het oproer in het geheel niets te maken gehad, en dat wist de gehele school. Hoe kon dan hij, de onschuldige, ten aanzien van de gehele school zichzelf zo straffen? Dat had geen uitleg nodig. leder begreep, dat de president migawari pleegde; dat hij zich in de plaats stelde van de studenten. De studenten hadden de wetten van de school overtreden. Dat wisten ze. En overtreders moesten gestraft worden. Toepassing van strenge straf op de oproerige studenten was de enige weg om de orde in de school te herstellen. Daarom moest hij als president van de school hen straffen en hen verwijderen. Er was geen andere weg. Maar dr. Neësjima was niet alleen de president, de bestuurder van de school. Hij was in belangstelling en genegenheid de vader van zijn studenten, die hij liefhad als zijn eigen kinderen. Hoe kon hij zijn geliefde kinderen slaan, zelfs om ze te straffen? Zo kwam hij tussen twee vuren te staan: gerechtigheid en liefde. En liefde won de strijd. Hij besloot gewond te worden om hun overtredingen, verbrijzeld te worden om hun ongerechtigheden, de straf voor hun zonden op zich te nemen. En zo werden hun wonden genezen door zijn striemen. (...)’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekenen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's