Tekst en preek
Het is mij slechts één keer overkomen, dat een ouderling vroeg: Hoe bent u tot deze tekstkeuze gekomen?
Het is mij slechts één keer overkomen, dat een ouderling vroeg: Hoe bent u tot deze tekstkeuze gekomen? Maar als je op catechisatie eens een keer praat over de kerkdienst en met name over de preek, dan hebben de jongelui wel meer dan één vraag. Het blijft trouwens niet bij vragen, er komen ook vele opmerkingen! En vaak cirkelen de vragen en opmerkingen rondom het thema ‘tekst en preek’.
Tekstkeuze
Er is heel wat geschreven over de kwestie van de tekstkeuze. Onlangs bood het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een boekje aan onder de titel 'Transponeren', waarin dit onderwerp ook ter sprake komt. Enkele jaren geleden verscheen 'Homiletische hulplijnen' van J. Thomas, waarin deze kwestie weer op een heel andere wijze wordt benaderd. Toch is het nodig ook daarvan kennis te nemen. Het is goed om de eigen visie eens kritisch te laten doorlichten om te zien wat er van over blijft! We moeten voorop stellen, dat soms geen sprake is van tekstkeuze. Er zijn kerken - vooral ook in het buitenland - waar een perikopenrooster geldt. Voor elke zondag wordt daarin een bepaald Schriftgedeelte vastgesteld. Elke predikant preekt op een bepaalde zondag over een zelfde gedeelte uit de Heilige Schrift.
Het is natuurlijk ook mogelijk om jezelf te binden aan een bepaald rooster. Je kunt b.v. in de morgendiensten preken over teksten die in een postille worden aangereikt. Sommigen houden een min of meer uitgebreide serie preken over enkele Bijbelse figuren of over een brief van Paulus. Het is ook mogelijk om b.v. één van de kleine profeten in een serie preken te behandelen. Er is keuze genoeg. En het bevordert de kennis van belangrijke gedeelten van de Bijbel.
Persoonlijk ben ik voorstander van de vrije tekstkeuze, waarin ook plaats is voor seriepreken. De vrijheid mag echter niet worden tot losbandigheid. We moeten dus voortdurend letten op de gang van het kerkelijk jaar. En we mogen de catechismus-prediking niet vergeten!
Hoe komt het nu tot een bepaalde tekstkeuze? Dat kan op allerlei manieren gebeuren. De meest 'gewone' manier is wellicht de best: de voortdurende omgang met het Woord en het gebed om de verlichting met de Heilige Geest en de gemeente in haar situaties op het hart. Maar ook een vraag uit de gemeente, een pastoraal gesprek, een ingrijpende gebeurtenis kan ons in de richting van een bepaalde tekst of pericoop dringen. Als we maar tijdig tot een keuze komen. Wijlen prof. Wisse zei eens: Een preek moet vroeg in de oven om doorbakken te kunnen zijn!
De tekst
De tekst voor de prediking kan bestaan uit een enkel vers, zelfs uit een gedeelte van een vers, maar ook uit meerdere verzen of een hele pericoop. Uit een onderzoek, waarmee ik mij bezighoud, is mij gebleken dat in de kring van de Gereformeerd Bond de tekst varieert van een half vers tot 13 verzen. Gemiddeld komt het neer op ruim twee en een half vers. Opvallend is dat in meer dan 90% van de preken een thema wordt gebruikt en dat slechts bij 22% van de preken gebruik gemaakt wordt van een puntenverdeling. Het zou interessant zijn om na te gaan waarom de puntenverdeling achterwege wordt gelaten. Gebeurt dat uit vrees voor het opleggen van een eigen gedachte aan de tekst of zijn er andere oorzaken?
Het verdient aanbeveling om als tekst voor de prediking één of meer verzen te kiezen, die het hoofdmoment vormen van het gelezen Schriftgedeelte. Ook wanneer men de gewoonte heeft om meerdere gedeelten uit de Schrift te lezen, is het met name voor de gemeente duidelijker wanneer men slechts uit één der Schriftlezingen de tekst kiest. Wel dienen de verschillende lezingen relatie tot elkaar te hebben. De nieuwere opvatting dat de Schriftlezingen een aparte plaats in de liturgie dienen in te nemen, dus in veel gevallen los van de te kiezen tekst, wijzen we af. Schriftlezingen, tekst en prediking dienen één geheel te vormen.
De tekst mag nimmer dienen als kapstok. We bedoelen daar vooral twee dingen mee. In de eerste plaats mag de tekst niet dienen als vlag om de tevoren bedachte preek te dekken. En in de tweede plaats moet de tekst niet zo nu en dan eens genoemd worden in de preek, maar zij dient in haar verband hardgrondig te worden uitlegd. Het Woord - ook het Woord van de tekst - moet ons te lief en dierbaar zijn om er oppervlakkig mee om te gaan. De tekst is uitgangspunt en wezenlijke inhoud van de prediking. Het is een vreselijk oordeel als van onze prediking wordt gezegd: Hij heeft het over alles gehad behalve over de tekst.
Het voorwerk
Onder 'voorwerk' verstaan we alle arbeid die dient te geschieden voordat de preek wordt uitgeschreven of de preekschets wordt gemaakt. In de bekende handboeken kan iedereen de véle raadgevingen vinden. We sommen ze dan ook niet op. We leggen alleen de vinger bij enkele belangrijke momenten.
Alles begint bij het hoofdstuk of de pericoop, waarin de tekst staat. We lezen dat in de gebruikelijke vertaling en in andere vertalingen, maar we vergeten het meest belangrijke niet: de grondtekst. Exegese is exegese van de grondtekst. De kleur van de woorden en zinnen uit de grondtekst dienen - zonder een geleerd vertoog van woorden - in de preek naar voren te komen. Dat maakt o.a. de preek voor de gemeente verrassend. Verrassend, omdat wijzelf en de gemeente vaak andere gedachten koesteren over de betekenis van de tekst!
Niemand mene dat deze exegestische vóórarbeid in een enkel uur gedaan is. Het studeren en mediteren, het denken aan de gemeente kost meer tijd. We gaan niet denken aan de gemeente, als de exegetische vóór-arbeid achter de rug is. Nee, de gemeente staat a.h.w. altijd voor ons. Dat betekent dat we ook nu reeds aantekeningen maken bij de diverse onderdelen van de exegese, van de toepassingen van de tekst. Wat zegt de tekst mij? Wat zegt de tekst de gemeente? De gemeente in haar geloof en ongeloof, in haar strijd en aanvechting, in haar geestelijke leven en in haar gewone leven. We vergeten ook niet dat de gemeente bestaat uit ouderen en jongeren, uit academici en eenvoudigen, uit werkgevers en werknemers, uit verstandelijk gerichte typen en gevoelsmatige typen, uit zwijgers en praters, uit werkers en werkelozen, uit gepensioneerden, enz. enz. We moeten er aan denken dat de tekst niet alleen toegepast wordt op geestelijke situaties, maar ook op het gewone leven. Men leze b.v. eens na het commentaar van Calvijn bij Psalm 23! Maar altijd moet de toepassing - door de preek heengeweven - uit de tekst en haar verband opkomen. Dan zijn er ook altijd weer andere toepassingen. Het engere voorwerk wordt gevolgd door het bredere voorwerk. We bedoelen dit: Volgens welke methode gaan wij de tekst uitleggen of toespitsen? En daarna ook: Welke hoofdlijnen en hoofdgedachten moeten in de preek voorkomen? Daarvan maken we een schets, die straks gebruikt wordt bij het uitschrijven van de uiteindelijke preekschets of preek.
Methoden
Een methode is alleen goed, wanneer zij de gemeente op weg helpt om de prediking te verstaan. Prediking dan wel te verstaan als de uitleg en toepassing van een gedeelte van het Woord van God.
We zullen het niet hebben over de wat vrijere compositie, die door J. Thomas wordt bepleit. Zij bestaat uit een beginfase, een middenfase en een eindfase in de preek. Wel vragen we aandacht voor twee methoden, die zo denk ik, onder ons gebruikelijk zijn.
In de eerste plaats kennen wij de synthetische methode. Hierbij wordt de hoofdgedachte van de tekst kort samengevat in een thema. Daarna worden puntsgewijs diverse aspekten van de tekst belicht en toegepast. Deze methode kan goed functioneren als de diverse punten inderdaad het geheel van de tekst duidelijk in hun onderling verband aan de orde stellen. Anders worden het op zichzelf staande waarheden, die de bedoeling van de tekst onjuist ofte beperkt weergeven.
De methode is dus wel goed hanteerbaar, maar moet niet gezien worden als de enige mogelijkheid.
We kennen ook de analytische methode. Dat is over het algemeen het op de voet volgen van de tekst of teksten. Daarbij kunnen wel degelijk nadrukken gelegd worden op de meest belangrijke facetten van de tekst in haar verband. Soms wordt als bezwaar geuit, dat er geen eenheid in de preek zit. Dat lijkt ons wat overdreven. De tekst staat niet voor niets in de Bijbel zoals hij er staat. Wij geloven dat de Geest van God de tekst zo heeft gegeven als boodschap ook voor onze tijd. Waarom zouden we die tekst dan ook niet zo prediken? Ook zo gepreekt, kan de tekst vol verrassingen zitten. Nu behoeven wij elkaar geen methode aan te praten. Bovendien is er variatie mogelijk. Toch staan wij over het algemeen gesproken achter de uitspraak van A. Noordegraaf: 'Persoonlijk bevredigt een volgen van de tekst op de voet mij het best' (Gods Bouwwerk, p. 73). Voor alles geldt - bij welke methode ook - houdt u aan uw tekst!
De preek
Na alle voorwerk, het overwegen van de methode en het in het kort noteren van een schets, begint het uitschrijven van de preek. Onder preek verstaan we of een geheel uitgeschreven preek of een preekschets. Onder prediking verstaan wij de verkondiging van het Woord in het midden van de gemeente.
Homileten adviseren over het algemeen de preek de eerste jaren geheel uit te schrijven en eventueel daarna over te gaan tot het maken van een preekschets. Maar dat is geen wet. En de gemeente moet ook niet denken dat een uitgeschreven preek minder zou zijn dan een preekschets. Wel moeten we trachten te voorkomen om de preek voor te lezen. Niemand mag echter een prediker verachten, die niet in staat is los van het boekje te preken. Het gaat om het Woord.
Belangrijk bij het prediken - en dus ook bij het maken van de preek - is ons taalgebruik. Het is bekend dat velen zich niet goed in de Nederlandse taal kunnen uitdrukken. Met het taal-en woordgebruik is het - ook onder academici - niet best gesteld. Ook veel predikanten hebben moeite met de taal. We denken hierbij niet alleen aan verouderd taalgebruik, aan woorden die men niet meer kent en aan lange ingewikkelde zinnen. We denken vooral aan het springen van de hak op de tak. Het ontbreekt zo vaak aan een logische gedachtenontwikkeling. Daar is wel iets aan te doen. Hoe? Door veel te lezen. Niet alleen de vakliteratuur, maar ook eens een goede roman. En lees vooral, als het budget het toelaat, regelmatig een goed periodiek en b.v. N.R.C. Handelsblad. Het komt allemaal de gemeente ten goede. Want taal is communicatiemiddel, maar onze taal kan ook blokkerend werken.
Het goede taalgebruik mag niet in mindering worden gebracht op de inhoud van de preek. En ook omgekeerd. Onze taal en onze voordracht mogen niet dienen om de magereheid van de inhoud te dekken, maar de rijke inhoud mag ook niet door een slecht taalgebruik worden verduisterd. Het gaat er om dat Gods Woord uitgelegd en toegepast wordt in een taal, die de mensen kunnen volgen.
De meeste mensen hebben moeite om lang te luisteren. Het concentratie-vermogen is door allerlei omstandigheden de laatste jaren verminderd. Men kan dat betreuren, maar het is niet anders. Preek daarom niet te lang. Het zit 'm niet in de kortheid, maar ook niet in de lengte. Maximaal veertig minuten. Het is beter dat de gemeente min of meer verrast wordt door het 'amen', dan dat zij er zuchtend naar zit te verlangen. Als de preek een keer wat korter uitvalt, breng dan uzelf en de gemeente niet in verlegenheid door te gaan herhalen wat reeds lang is gezegd. Niets is zo vervelend dan om weer het zelfde te horen.
Tenslotte. De preek moet praktisch zijn. Of zo u wilt: toepasselijk. Toegespitst op het godsdienstige en geestelijke leven van gemeente en enkeling. Ook toegespitst op het gewone leven van alle dag. Sturend en bijsturend, opwekkend en vermanend, liefdelijk en scherp, zodat het aan duidelijkheid niet ontbreekt. Zo wordt het rijk van satan afgebroken en het rijk van Christus opgebouwd. Door de Heilige Geest, die onze gebrekkige woorden in Zijn dienst stellen wil.
P. Buitelaar Lic. Theol.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's