De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

De relatie student-gemeente in de praktijk

Theologie studeren aan een rijksuniversiteit

12 minuten leestijd

Elke student, die gaat studeren aan een universiteit komt in aanraking met bruut ongeloof, met een wetenschapsbeoefening, waarin geen enkele christelijke wortel meer te vinden is.

Sol iustitiae, illustra nos. Zon der gerechtigheid, verlicht ons. Het is nog niet eens zo heel lang geleden, dat deze bede als een zinvolle samenvatting van heel het wetenschappelijk gebeuren boven een academiegebouw geschreven kon worden. Het is nog niet zo lang geleden, dat de theologie aan een rijksuniversiteit als de moeder van alle wetenschappen gelden mocht.

Een gesaeculariseerd wetenschapsbedrijf

Maar die tijd is voorbij. De bede om verlichting met het zonnelicht van Gods gerechtigheid is in de academische wereld uit de troonrede geschrapt. Elke student, die gaat studeren aan een universiteit komt in aanraking met bruut ongeloof, met een wetenschapsbeoefening, waarin geen enkele christelijke wortel meer te vinden is. De wetenschap leeft grotendeels bij eigen wetten, waarin de autonomie van de menselijke rede en vrijheid in de zin van een volstrekte onafhankelijkheid van het Woord van God toonaangevend zijn.

Dat is totaalbeeld. Daarmee wil niet tekort gedaan zijn aan al die wetenschappers, die in die universitaire wereld hun geloof niet verloren en het ook niet bij de deur van de collegezaal achterlaten, maar bij wie dat geloof in hun doen en laten in de wereld van de academie steeds meeklinkt.

Daarmee wil ook niet tekort gedaan zijn aan het bestaan van theologische faculteiten met rijkshoogleraren aan onze rijksuniversiteiten, waarin een bijbelse wetenschapsbeoefening altijd nog een officiële kans krijgt.

Waar ik in dit artikel de nadruk op wil leggen, is, dat elke student, van welke faculteit of studierichting ook bij zijn entree in de wereld van de wetenschap met bruut ongeloof te maken krijgt. Hij moet dat weten. En zijn godvrezende moeder, die haar handen blijft vouwen voor haar jongen, moet dat ook weten. Zij moeten weten, dat de wereld in zijn vernuftigste vorm gereed staat om het geloof in God in een echt kinderlijke vorm weg te vagen.

Onze plaats in de universitaire wereld

Waarom ik dit schrijf? Bangmakerij? Of om het studeren aan een universiteit zo zwart mogelijk af te schilderen? Nee, ik zou in dit artikel graag iets willen zeggen aan het adres van theologiestudenten. Ik zou juist hen heel dringend willen uitnodigen om nog eens goed na te denken over hun plaats in die universitaire wereld. Laat ik een drietal dingen mogen noemen.

Een theologische faculteit, profetisch gezien

In de eerste plaats de theologische faculteit, één van de vele studierichtingen aan die universiteit zelf. Is dat niet een ietwat vreemde eend in die bijt? De theologie als wetenschap, waarin de Bijbel als het Woord van God de hoofdrol speelt, lijkt zo geheel eigensoortig te zijn, zo radicaal verschillend van alle andere faculteiten, waarin met objectief feitenmateriaal, aantoonbaar door en voor de menselijke rede gewerkt wordt. Wat heeft een theoloog met een veearts, met een jurist of psycholoog te maken? Dat lijkt zo te zijn. Maar het is in feite toch niet meer dan schijn. Want al die faculteiten hebben natuurlijk met elkaar te maken. Alleen al om het simpele feit dat iedere studierichting één bepaalde kant is van heel dat wetenschappelijk bedrijf. En voorts, omdat al die faculteiten samen een gezamenlijke poging doen om een draagvlak te bieden aan het bestaan van de mens op aarde. Maar bovenal hebben al die faculteiten met elkaar te maken, omdat er één geweldige vraag is die voor elke tak van wetenschap een voorvraag is, nl. de vraag, door welke beginselen, door welke visie, door welk geloof men in zijn wetenschapsbeoefening geïnspireerd wordt. Waar liggen de normen van ons wetenschapsonderzoek? Wat is onze wetenschapstheorie?

Als we deze laatste dingen in het vizier houden, hoeft er geen twijfel bij ons te zijn omtrent de zin en het nut van het bestaan van theologische faculteiten aan onze rijksuniversiteiten. Integendeel, juist die gezamenlijkheid van het wetenschappelijk bezig zijn en juist die steeds weerkerende fundamentele vragen naar geloof, visie en norm van ons bezig zijn, zouden een intensief kontakt tussen alle faculteiten tot een zeer gewenste zaak moeten maken. En de theologie, die de pretentie voert gedreven te zijn door een geloof, waarin antwoord gegeven wordt op vragen van de hoogste prioriteit, juist die theologie zou, waar zij samenwoont onder één academisch dak met alle andere faculteiten, een heel wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan heel dat wetenschappelijk bezig zijn. Zij zou als eertijds de profeet onder Israël midden in een ontgoddelijkte en atheïstische cultuurwereld een profetische boodschap kunnen laten klinken. In de vele inferfacultaire kontaktmogelijkheden. Het past een theologische faculteit in elk geval te gaan in schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes. Zij blijve zelf recht godgeleerd, dat is wetenschappelijk en godvruchtig in één adem.

De theologiestudent midden in de crisis van onze cultuur

Maar er is nog een tweede ding, waarop ik wil wijzen. En daar gaat het mij nu eigenlijk meer om. Een theologiestudent, die zich laat inschrijven bij een theologische faculteit aan een rijksuniversiteit, kiest deze weg heel vaak om 'verbi divini minister' dienaar van het Goddelijk Woord of althans kerkelijk medewerker in de gemeente van Christus te kunnen worden omgevormd en toegerust te worden tot de vervulling van een roeping in kerk en wereld, waartoe hij zich van Godswege bewogen weet. Ik laat even terzijde, dat een aantal theologiestudenten om andere redenen theologie studeert. Het gaat mij nu vooral om hen, die de theologische wetenschappelijke vorming begeren met het oog op een taak in de gemeente. En mijn vraag aan hen is: begeert u werkelijk zulk een theologisch wetenschappelijke vorming? Anders gezegd: is de theologiestudie voor u meer dan het nemen van een noodzakelijke hindernis om tot uw begeerde doel te geraken? En dat vraag ik dan deze keer niet, omdat u bij de theologiebeoefening nogal eens komt te staan aan de snijtafel van de bijbelkritiek in historisch kritisch Bijbelonderzoek waarmee veler kinderlijk Godsvertrouwen in de praktijk vaak een geduchte knak krijgt. Ik vraag het ook niet, omdat ik u wil opwekken om die hindernis onbevreesd te nemen en in Gods Naam zowel de uitgangspunten als de resultaten van de Schriftkritische theologiebeoefening ernstig onder de loup te nemen, opdat u straks met recht zou kunnen zeggen: 'Ik heb het geloof behouden'. Dat is altijd een Godswonder. Maar ik wil u nu in alle ernst vragen, of u werkelijk wat ziet in een theologisch wetenschappelijke vorming. Ziet u er wat in om op het terrein van de wetenschap theologisch bezig te zijn?

Laat ik proberen te zeggen, wat ik erin zie. Is heel dat theologisch wetenschappelijk bezig zijn er niet op gericht om ons een instrumentarium aan te reiken, waarmee we straks onze roeping in kerk en samenleving op een waardige wijze kunnen vervullen? En dan denk ik o.a. aan de vele literaire, exegetische, kerkhistorische, dogmatische en ethische vragen, waarmee u in aanraking komt en die u helpen moeten om te preken, te catechiseren, pastoraat te beoefenen, te evangeliseren. U komt straks in aanraking met het eenvoudige geloof der gemeente. Maar ook staat u straks midden in die wereld van mondige en gevormde mensen, midden in een wereld, die in een ernstige cultuurcrisis is geraakt, waar mensen met vele wonden rondlopen en waar vele heelmeesters zijn, die net als u therapieën aanreiken. De psycholoog, de socioloog, de politicus, de huisarts, de jurist en ga zo nog maar even door. Daarom alleen al is het ongewenst om slechts theologie te studeren in het geïsoleerd en veilig beschut hokje van een theologische faculteit, los van alle andere faculteiten. Daarom zou ik u eigenlijk graag willen uitnodigen om tijdens uw theologiestudie ook breedvoerig naar al die andere faculteiten te kijken en althans de geur op te snuiven van de werksfeer, waarin uw medestudenten bezig zijn. En dat niet alleen. U zou ook meer dan oppervlakkig moeten kennisnemen van literatuur, die u inzicht geven kan in de grote vragen van onze moderne cultuurwereld. En dat niet alleen. Maar het zou, om slechts één ding te noemen, ook bepaald geen kwaad kunnen, als u zich b.v. eens grondig oriënteerde in de vraag, met welk mensbeeld gewerkt wordt in de verschillende vakwetenschappen zodat u straks althans enig vermoeden hebt, vanuit welke achtergronden gewerkt wordt door de arts, de psycholoog, de ingenieur, die u op uw weg zult ontmoeten. Het past een theologiestudent in elk geval te gaan in de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes. En het Evangelie kent geen domein in deze wereld, waar het niet als een licht wil schijnen.

Isolement of gemeenschappelijkheid?

Mij dunkt, dat deze instelling met zich meebrengt, dat een theologiestudent er moeite voor doet om met de hem gegeven mogelijkheden tijdens zijn studiejaren intensief met studenten van andere faculteiten om te gaan. En dat is het in de derde plaats, wat ik wil zeggen. Hoe verrijkend kan al niet een ontmoeting zijn tijdens de maaltijd of koffiepauze in het universiteitsgebouw. Waarom zouden we daarbij altijd de kleine kring van de eigen vrienden opzoeken? Maar hoe verrijkend is vooral ook het kontakt tussen studenten van a en b faculteiten binnen het geheel van een studentenvereniging? En hoe waardevol is dat kontakt vooral, als we elkaar daar ontmoeten mogen rondom de Bijbel en het geloof van de kerk?

Hebben we elkaar, juist in onze tijd, waarin zoveel vragen op ons afkomen, waarmee wij vaak geen raad weten, niet heel hard nodig? Als wij straks in de maatschappij, waar wij ons plekje hopen te vinden en waarin wij samen en ieder voor zich met één en dezelfde mens bezig zijn, elkaar opnieuw ontmoeten, staan wij dan samen niet soms wat sterker in onze strijd tegen de alles verwoestende tijdgeest en vooral ook in een wezenlijke opbouw van de samenleving, waarin Gods Woord en de normen daarvan haast niet meer meetellen? Geschoeid met het schoeisel van de bereidheid van het Evangelie des vredes.

Meer dan handen vol werkik weet het, het is voor een theologiestudent - om bij hem nu maar te blijven - niet gemakkelijk om dat alles waar te maken, al ziet hij, dat hier een roeping voor hem ligt. Er is immers binnen zijn eigen 'vakgebied' al zoveel, dat zijn aandacht vraagt. En de kontakten met studiegenoten van de eigen studierichting vergen al zoveel tijd van hem. Hoe moeilijk valt het hem zelfs om binnen het samengeperste studieprogramma van een twee-fasenstructuur nog tijd te vinden voor een bredere oriëntatie in de theologie zelf. Daar komt nog bij, dat hij aan zichzelf en aan zijn eigen geloofsleven niet voorbij moet hollen. Hoeveel boeken staan er in zijn kast, die op de lijst van de te bestuderen literatuur voor tentamens en examens niet voorkomen, maar waar hij toch wel graag kennis van neemt. Hij zou toch minstens Calvijns Institutie gelezen moeten hebben, voordat hij de pastorie ingaat. Hij mag zich (wat mij betreft) ook gerust meer dan oppervlakkig bezighouden b.v. met de Erskines en met Kohlbrugge. Prof. M. van Rhijn raadde ons indertijd aan om zich vooral te werpen op de groten uit de kerkgeschiedenis: Augustinus, Luther, Kierkegaard... En moet diezelfde theologiestudent bij alles, dat reeds op zijn programma staat, dan nu ook nog al dat andere doen, waar ik boven over schreef?

Ik geef geen algemeen recept. Ik wil er best op wijzen, dat men niet tijdens de studiejaren zoveel om handen moet hebben, dat men aan theologie studeren amper meer toekomt en de studietijd daardoor uitzichtsloos vertraagt. Maar ik meen tegelijk, dat iedere theologiestudent de bredere verbanden, waar ik zojuist op wees, niet moet vergeten. En dan zijn er bij een goede planning en met de gegeven mogelijkeden meestal toch nog wel kansen om iets waar te maken van wat ik in dit artikel op het oog heb.

‘Panoplia’ - dus schoenen van bereidheid des Evangelies

Zomaar bij wijze van illustratie denk ik tenslotte nog aan twee dingen. Ik denk aan de naam van de Leidse C.S.F.R., waar ik een keer was om te spreken over het thema: De student en de gemeente. 'Panoplia' is de naam. Dat Griekse woord duidt op een complete uitrusting van een zwaar geharnaste soldaat: helm, zwaard, harnas, schild... Over zo'n soldaat in volle wapenrusting wordt door Paulus geschreven in Efeze 6. Inderdaad, wij kunnen er ook als studenten onderling onnoemelijk veel aan doen om elkaar te vormen en toe te rusten tot het staan in de volle wapenrusting Gods. Het tweede, dat in mijn gedachten komt, is de zondagavond-bijbelstudiekring, die de Wageningse studenten van C. S. F. R. en Ichthus indertijd hadden in het gebouw van het I.A.C., het internationale centrum voor landbouw, een instituut, waar het hele jaar door 150 tot 200 buitenlanders uit twintig verschillende ontwikkelingslanden verkeerden voor bijscholing. Mensen, die in hun thuislanden sleutelposities innamen of zouden innemen. Een spannend en inspannend stukje evangeliewerk vanuit de studentenwereld onder de vreemdelingen en bijwoners van ons land. Opdat zij zouden weten, dat het Nederlandse volk ook een Bijbel is toevertrouwd. En omdat studenten de overtuiging hadden, dat je niet studeren kunt zonder tegelijk ook te evangehseren. Bij de volle wapenrusting Gods horen ook de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes.

Zon der gerechtigheid, verlicht ons

Het zou fijn zijn, als niet alleen theologiestudenten, maar ook alle gemeenteleden en vooral ook de ouders van onze studenten het bovenstaande nog eens wilden overwegen. En het zou vooral heel goed zijn, als er 's zondags in het midden van de gemeente in de voorbeden voor allen, die betrokken zijn bij het wetenschappelijk onderwijs, ook steeds weer zou worden gedacht aan onze jongens, die midden in die wetenschappelijke wereld staan met al de uitdagingen, met al de mogelijkheden, met al de gevaren van ontsporing, met alle open deuren, die God op Zijn tijd geeft.

Sol iustitiae, illustra nos. Zon der gerechtigheid, verlicht ons.


Bijgaand treffen de lezers het derde artikel in de serie over relatie student-gemeente. Ds. C. den Boer, die als studenten-secretaris van de Gereformeerde Bond ook kontakten onderhoudt met studenten in de theologie, gaat in op de specifieke plaats van de theologie-opleiding aan de Rijksuniversiteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De relatie student-gemeente in de praktijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's