Christelijk studentenwerk: terugblik en vooruitzien
Studenten hebben in het verleden vaak de aanzet gegeven tot nieuwe initiatieven in het zendingswerk.
Studenten hebben in het verleden vaak de aanzet gegeven tot nieuwe initiatieven in het zendingswerk. De geschiedenis leert dat het student zijn en het bedrijven van zending bij elkaar horen. Daarom zijn studenten wel eens 'de stoottroepen voor het Koninkrijk Gods in de universitaire wereld' genoemd.
Naast hoogtepunten waren er in de geschiedenis van het christelijk studentenwerk ook dieptepunten. In dit artikel willen we proberen deze ontwikkelingen globaal in kaart te brengen. Maar het gaat ons ook om méér: lering trekken uit het verleden. Lessen die gelden voor de huidige christelijke studentenverenigingen, maar ook voor de Kerk als geheel. Deze verenigingen zijn geen gemeente op zich (zie het vorige week gepubliceerde artikel van drs. C. Blenk), maar maken als een arm deel uit van het lichaam van Christus' gemeente. 'Arm van de Kerk' zijn betekent ook: verlengstuk van de kerken in de studentenwereld. De verantwoordelijkheid voor 'dit zendingsveld naast de deur' gaat daarom niet buiten u en jou en ons om.
Hoe is het vervolg van dit artikel opgebouwd? Eerst schetsen we de globale ontwikkeling van het ontstaan van de eerste studentengroepen tot aan de wereldwijde overkoepelende studentenorganisaties. Na dit 'internationale' gedeelte richten we de schijnwerper op de situatie in Nederland vanaf het Réveil.
De eerste studentengroepen
In landen waar de Reformatie doorwerkte, ontstonden al spoedig groepjes mensen die samenkwamen voor bijbelstudie en gebed, ook aan de universiteiten, die een belangrijke bakermat vormden voor de Reformatie. Om een indruk te geven van het ontstaan en de bezieling van deze vaak baanbrekende studenteninitiatieven een enkel voorbeeld.
In het begin van de achttiende eeuw ontstond in Duitsland één van de eerste zendingsorganisaties. Tijdens zijn studententijd stichtte graaf Nicolaus Ludwig von Zinzendorf samen met een vijftal medestudenten een groep ter verdieping van het persoonlijk geloofsleven en om onder hun medestudenten te getuigen van Jezus Christus. Al spoedig richtte hun aandacht zich op het brengen van het Evangelie aan mensen in overzeese gebieden, die nog nooit van Jezus Christus gehoord hadden. Vanuit dit studentengroepje ontstond de Hernhutterbeweging, die veel zegenrijk zendingswerk heeft verricht o.a. in Suriname.
Deze studentengroepen kenmerkten zich door een zeer toegewijde levenshouding. Ze kwamen regelmatig bijeen voor bijbelstudie en gebed, waarbij een sterke nadruk lag op een persoonlijke relatie met God. Opvallend is, dat er een sterk zendingsbesef leefde.
De drang om het Evangelie te verkondigen richtte zich niet alleen op de heidenen in de koloniën, maar ook op de eigen landgenoten. Zo werd in 1827 door een vijftal studenten in Engeland een zondagsschool opgericht. Deze zondagsschool werd bezocht door zo'n tweehonderd kinderen, die daar o.a. bijbelteksten leerden schrijven - bestrijding analfabetisme! - en opzeggen. Verder leerden a.s. predikanten de bijbelse waarheden op een eenvoudige en duidelijke manier door te geven. Studenten probeerden dus in woord en daad een zoutend zout en een lichtend licht te zijn.
Tegen het einde van de negentiende eeuw ontstonden aan alle universiteiten en hogescholen in Engeland dergelijke groepen. Echter, met het groeien van het ledental deden ook andere theologische visies hun intrede. Aanvankelijk overheerste de orthodoxe visie, gepaard gaande met een grote ijver om het Evangelie aan alle studenten bekend te maken. Al spoedig moest dit 'Evangelical' karakter - wat onze begrippen reformatorisch en evangelisch omvat - plaatsmaken voor een meer vrijzinnig theologische gezindheid. Dit bleef niet zonder gevolgen. De sterke aandacht voor zending en evangelisatie verminderde. Een belangstelling voor onderwerpen op sociaal, politiek en oecumenisch terrein kwam op.
Uit onvrede met deze ontwikkelingen hielden reformatorische en evangelische studenten in 1934 een conferentie in Oslo. Dit vormde een belangrijke aanzet tot de oprichting van de International Fellowship of Evangelical Students (IFES), de internationale gemeenschap van evangelische studenten. Eén van haar doelstellingen was de evangelisatie onder medestudenten in samenwerking met de plaatselijke kerken, gericht op het lid worden van een plaatselijke kerk. Volgende week zal er in deze kolommen aandacht zijn voor de activiteiten van deze IFES.
Nederland
Deze ontwikkelingen gingen niet aan ons land voorbij. Onder invloed van een Zwitserse groep theologiestudenten werd in 1843 in Utrecht een genootschap opgericht met de naam 'Sechor Dabar', Gedenk het Woord. Dit genootschap stelde zich ten doel theologiestudenten in contact te brengen met het Réveil, opdat ze later als predikant in die geest zouden leven. Evenals in het buitenland bestonden activiteiten uit zondagsschoolwerk, armenbezoek en bezinning op zending. Bij tijdgenoten wekte deze studentengroep, die in verzet kwam tegen de in die dagen algemeen aanvaarde vrijzinnige theologie, de spotlust op, wat resulteerde in scheldnamen als 'de gebedsclub' en 'de vrome kring'. Hieraan was ongetwijfeld hun toegewijde levenshouding debet!
In 1896 bezocht een aantal Nederlandse studenten een internationale zendingsconferentie in Engeland. Na hun terugkeer richtten ze in Nederland een christenstudentenvereniging op (NCSV), die ook hier de aandacht voor de zending wilde stimuleren.
Na de tweede wereldoorlog echter verloor deze vereniging haar (sterke) aandacht voor zending en evangelisatie en concentreerde de aandacht zich steeds meer op maatschappelijke problemen en op de oecumene. Inmiddels is haar ledental fors gedaald (in de dertiger jaren was nog 10% (!) van de studenten lid van de NCSV) en heeft ze de leuze 'christenen voor het socialisme' in het vaandel. De geschiedenis herhaalt zich!
Een tegenreactie kon niet uitblijven. Mede vanuit Nederland werd in 1948 de eerder genoemde IFES opgericht. Van dit begin afzijn er Nederlandse studentengroepen lid geweest. In 1959 formuleerde deze Nederlandse tak van de IFES, de zg. Commissie Nederland IFES (CNI), haar doelstelling als volgt: 'Het persoonlijk geloof in de Heere Jezus Christus trachten op te wekken en te verdiepen en het evangelistiewerk onder studenten te bevorderen.'
Huidige situatie
De grote christelijke en gereformeerde studentenverenigingen gingen in de vijftiger jaren theologisch een andere koers varen. Dit was de oorzaak van het ontstaan van twee nieuwe studentenverenigingen: de reformatorische studentenvereniging CSFR en de evangelische studentenvereniging Ichthus. In het begin van de zestiger jaren sloten CSFR en Ichthus zich bij de CNI aan. In de activiteiten van deze beide verenigingen staat de wekelijkse bijbelkring centraal. Bij Ichthus staan deze kringen nadrukkelijk open voor buitenstaanders. Evangelisatie gebeurt daar vanuit deze bijbelkringen, maar ook door bijbelstudiezeilkampen en evangelisatie-acties.
CSFR-leden hielpen het Dabar-evangelisatie-recreatiewerk opzetten. Nog steeds is het zo dat tientallen CSFR-leden 's zomers deel uitmaken van Dabar-teams. Hoewel op de CSFR zelf doordenking van actuele vragen centraal staat (lezingen, conferenties, studiekringen), is er ook - groeiende - belangstelling voor evangelisatie onder medestudenten.
Het waren niet alleen christelijke studentenverenigingen die in de greep van voortschrijdende ontkerstening terecht kwamen. Ook het studentenpastoraat moet hier helaas genoemd worden. Het studentenpastoraat ontstond eigenlijk in 1937, toen de zendingsdeputaten van de Gereformeerde Kerken een beroep uitbrachten op dr. J. Verkuyl. Hij werd hiermee de eerste studentenpastor in ons land en richtte zich vooral op in ons land verblijvende Aziatische studenten. Ook uit hervormde kring werd een jaar later een pastor aangesteld. Dit studentenpastoraat is opgezet om studenten van niet-kerkelijke huize in contact te brengen met het Evangelie. Deze aandacht verschoof geleidelijk naar het pastoraat onder de eigen jongeren. In vele plaatsen werken hervormde, gereformeerde en rooms-katholieke studentenpastors samen in zg. studentengemeenten. Het studentenpastoraat heeft een voortrekkersrol gespeeld in de verandering van het denken over theologie. Schriftbeschouwing, oecumene en ethische en maatschappelijke vraagstukken (b.v. Wiersinga en Kuitert).
Nieuwe initiatieven
Eén van de meest recente initiatieven vanuit de IFES-Nederland is de oprichting van de christelijke HBO-studentenvereniging 'Alpha'. Tot voor kort was er weinig aandacht voor deze grote groep (zo'n 140.000!) studenten die aan een instelling voor hoger beroepsonderwijs (b.v. hts of sociale academie) studeren. Het afgelopen jaar zijn er in acht plaatsen groepen ontstaan. Met nog vier andere plaatsen zijn er contacten gelegd . Ook hier staat de bij belkring centraal, die meestal één keer in de veertien dagen gehouden wordt.
Van het verleden naar het heden
Geschiedenis. Een opsomming van dorre feiten? Misschien. Maar achter feiten gaan mensen schuil, die zich gedreven wisten door het Evangelie. Ze wilden nieuwe wegen gaan. Nieuwe wegen die ons tot nadenken moeten stemmen.
De studentengroepen hebben door hun volharding in gebed, bijbelstudie en praktisch handelen een grote, positieve invloed uitgeoefend op de kerken. Juist in tijden die zich kenmerkten door het loslaten van de bijbelse leer, hebben ze zich tegen de heersende opvattingen verzet. Veel christen-studenten zijn in woord en daad getuige geweest in hun directe omgeving: de studentenwereld. Ondanks dat ook dit werk onvolmaakt was, heeft God het tot Zijn eer willen gebruiken en zegenen.
Maar bepaald niet alles verdient navolging. Van een aantal studentengemeenten kunnen we b.v. leren dat een te sterk kritische houding tot vervreemding van de eigen kerk kan leiden. Ook leidt het alleen maar aandacht besteden aan maatschappelijke vraagstukken tot grote eenzijdigheden. Voortdurende studie van Gods woord, dat gezag heeft over ons gehele leven, is nodig. Persoonlijk, maar ook met elkaar. Daarom het grote belang van bijbelstudiekringen.
Internationale contacten, tenslotte, blijken een positieve stimulans te kunnen vormen voor een bezinning op het eigen functioneren. Hierdoor kwam en komt men voortdurend in contact met de bezielde en toegewijde levenshouding die men in vele buitenlandse zusterorganisaties aantreft. Mede door deze contacten blijft er aandacht voor zending en evangelisatie. Door nationale en internationale contacten mogen we als christenen de grenzen van culturen en verenigingen overstijgen. Zo mogen we de rijkdom ervaren van het deel uitmaken van een wereldwijde gemeenschap van reformatorische en evangelische studenten. Het 'samen met al de heiligen' uit Efeze 5 wordt zo door Gods genade realiteit.
Anne-Marie Kool, Utrecht
Johan Ruitenburg, Delft
Al vele eeuwen bestaan er universiteiten, en dus ook studenten. Was er in vroegere tijden ook al sprake van christelijke studentenverenigingen? Wat was hun invloed op kerk en samenleving? Hoe zijn de huidige studentenverenigingen ontstaan? Vanuit hun jarenlange betrokkenheid bij het Nederlandse studentenwerk trekken Anne-Marie Kool en Johan Ruitenburg lijnen van het verleden naar het heden.
Anne-Marie en Johan hebben voor de CNI, het samenwerkingsverband van christelijke studentenverenigingen in ons land, deze artikelenserie in 'De Waarheidsvriend' uitgewerkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's