De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkscheidende factoren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkscheidende factoren

9 minuten leestijd

Organisatorische zaken, zaken betreffende de inrichting van de kerkelijke structuur, kunnen ook kerkscheidend zijn.

Enkele jaren geleden vroeg het hervormd synodelid W. Jansen, diaken te Heemstede, de Combi-synode van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken uit te spreken, dat er geen principiële kerkscheidende factoren meer waren, die hereniging van beide kerken in de weg stonden. Tot die uitspraak kwam het niet. Zó ver was het kennelijk nog niet, hoewel het proces voortgang moest vinden. Later werd vanuit het hervormd moderamen gezegd, dat de discussie rondom de zogeheten ecclesiologische consensus - de overeenstemming inzake het kerkbegrip - beslissend zou zijn voor het samengaan van beide kerken.

* * * De laatste week is er kennelijk 'rumor in casa', zoals dat heet, er is rumoer in het geval. Het lijkt of zich nu schermutselingen gaan afspelen, die al bij voorbaat de discussie over het type kerk, dat er komen moet, inluiden. Drs. K. A. Schippers liet in een vrij uitdagend artikel in het blad Evangelisch Commentaar, een blad onder hervormde en gereformeerde redactie, dus al een voorloper van Samen op Weg, weten dat hij gelooft dat 'de topleiding van de Hervormde Kerk bijna alles doet om het herenigingsproces te vertragen en zelfs te blokkeren'. De punten - zo signaleert hij - die tussen beide kerken 'niet bespreekbaar' zijn, zijn de kwestie van de herstructurering van de Hervormde Kerk, die aan de gang is (versterkte bevoegdheid van het moderamen en verminderde bevoegdheden van de organen van de bijstand), de kwestie van de geboorteleden, en de nu al aan de gang zijnde concentratie van hervormde gebouwen. De vragen, die de gereformeerden op deze punten stellen, worden niet serieus genomen, aldus Schippers. En hij besluit met de suggestieve vraag 'Van de welwillende lezer wordt het uiterste gevraagd om zich in te leven in het beleid aan hervormde zijde op landelijk niveau. Is daar echt de bereidheid om Samen op Weg te gaan? '

*** Even later meldde de pers 'De crisis in Samen op Weg'. Het moderamen van de gereformeerde synode heeft drs. E. Hazeleger, de algemeen secretaris van de Gereformeerde Kerken, op diens verzoek, teruggetrokken uit de stuurgroep voor landelijke organisatie, die ingesteld is door de Hervormde Kerk maar waarin (vanwege Samen op Weg) een gereformeerde vertegenwoordigd is. Deze stuurgroep, die de reorganisatie van de landelijke Hervormde Kerk uitstippelt, doet - zo zeggen de gereformeerden nu - afbreuk aan Samen op Weg.

Het lijkt om zakelijke kwesties te gaan. Maar organisatorische zaken, zaken betreffende de inrichting van de kerkelijke structuur, kunnen ook kerkscheidend zijn. Ik treed hier nu niet in een beschouwing over de betreffende punten als zodanig, maar constateer dat de kerkscheidende factoren, die er op dit moment zijn, hier aan het licht komen. In ieder geval ligt de zaak nog moeilijk genoeg. De heer Th. L. van Hazel, secretaris van de algemene kerkvoogdijraad van de Hervormde Kerk, signaleert in dit verband aan hervormde zijde intussen een 'tweesporenbeleid'. Enerzijds aandacht voor Samen op Weg, anderzijds afscherming 'omdat men repercussies van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging verwacht'.

Er zijn ook scheidende factoren binnen de Hervormde Kerk - daarin onderstreep ik wat de heer Van Hazel zegt - en die factoren bepalen mede de kerkscheidende factoren tussen de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Maar er zijn ook kerkscheidende factoren, die het gehéél van de Hervormde Kerk en het gehéél van de Gereformeerde Kerken raken. En daarom, twee kerken met een zo eigen traditie samenvoegen is nog zo eenvoudig niet, nog afgezien van alle principiële verschillen', die er zijn tussen de kerken (maar die werken immers vaak ook scheidend binnen de afzonderlijke kerken).

Algemene tendens

Als ik nu even Samen op Weg laat voor wat het is dan moet dunkt me in het algemeen gezegd worden, dat het de problematiek van de gescheidenheid der kerken is dat, óók daar waar men principieel dicht bij elkaar staat, bij gesprekken van samengaan of hereniging kerkscheidende factoren immer gezocht én gevonden worden.

Ik schreef kort geleden in dit verband nog eens over de Gereformeerde Gezindte. Het was nadat ik met ds. B. J. Aalbers, de secretaris van Samen op Weg, gesproken had op de hervormde classis Breukelen over Samen op Weg. Aalbers zei, dat in de tijd dat hij nog in de Flevopolder predikant was, hij hartstochtelijk had geprobeerd, gewoon gemeentelijk, om samenwerking binnen de Gereformeerde Gezindte te effectueren, met name met de Christelijke Gereformeerde Kerken. Maar het was niet gelukt. Na die classis vergadering stuurde een broeder mij een vooroorlogs geschrift, dat over het (niet) samengaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken handelde. In 1892 was het immers niet gelukt één kerk te vormen van de kerk uit de Afscheiding en de kerk uit de Doleantie. De Christelijke Gereformeerde Kerken waren afzonderlijk, als voortzetting van de kerk der Afscheiding, zelfstandig blijven voortbestaan. Er waren kennelijk kerkscheidende factoren. In het genoemde geschrift - een synodaal rapport - wordt gegeven 'een breeder omschrijving van de gronden, waarop het antwoord van de Christelijke Gereformeerde Kerk, syn. 1934, aan de Gereformeerde Kerken rust'.

De synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken had in 1934, in antwoord op een verzoek van Deputaten van de synode der Gereformeerde Kerken om samensprekingen, gesproken van een kerkrechtelijk, een confessioneel en een praktisch bezwaar tegen deze samensprekingen. Deze drie argumenten worden nu in dit rapport, dat van 1937 is, nader ontvouwd, om zo uit te spreken 'hetgeen ons gescheiden houdt'.

* * * Wat onder het deel 'praktische bezwaren' gezegd wordt, laat ik hier letterlijk volgen.

'Als de Christelijke Gereformeerde Kerk uitspreekt, dat zij heden bezwaren heeft tegen een eventueele vereeniging met de Gereformeerde Kerken, in betrekking tot het practische leven, dan heeft zij voor deze uitspraak goede gronden. Wijlen professor H. Bavinck schreef in zijn "Roeping en Wedergeboorte", bladzijde 7, reeds:

"Het is toch van algemeene bekendheid, dat er in de plaats van de oude, gewone voorsteling der heilsorde in de laatste jaren eene andere beschouwing is voorgedragen, die op onderscheidene punten van de vroeger algemeen heerschende afwijkt en er ten deele ook mede in strijd komt". En op bladzijde 9:

"Wanneer men althans in de gemeenten komt, of ook van sommige leden brieven ontvangt, waarin aan oprecht gemoedsbezwaar en ernstige bezorgdheid lucht wordt gegeven, dan kan men zich niet ontveinzen, dat er in al deze leergeschillen nog volstrekt geene overeenstemming is verkregen".

Nu weten wij wel, dat dr. Bavinck dit voor 1905 schreef, maar een ieder, die eerlijk oordeelt, weet, dat deze uitspraken nog haar volle kracht behouden. En dat deze verschillen gevolgen hebben voor de levenspractijk, toonde dr. Bavinck aan door te schrijven, blz. 9, v.:

"En aan den anderen kant komen er vele klachten in, dat het bij de tegenwoordige bediening des Woords haast schijnt, alsof er geen onwedergeborenen in de kerk meer zijn en alsof iemand toch nog voor wedergeboren moet gehouden worden, al leeft hij jaren lang nog in onbekeerden toestand voort".

Dit raakt dus de kwestie van de heilsorde, de verbondsbeschouwing, de leerverschillen. Daarbij komen nog andere zaken. Er zijn artikelen door de Gereformeerde Kerken in de Kerkenorde opgenomen, die hier niet onbesproken mogen blijven. Wij moeten ook nagaan of een en ander met elkaar in verband staat.

De Christelijke Gereformeerde Kerk heeft dus bezwaren tegen de vereeniging in betrekking tot het practische leven, omdat de bepaalde voorstelling des heilsorde ernstige gevolgen openbaart in de practijk. In de tweede plaats zijn er door de Gereformeerde Kerken bepalingen in de Kerkenorde opgenomen, welke de bezwaren tegen een eventueele vereeniging vermeerderen.

Dit deel van het rapport bespreekt dus bezwaren, die raken:

a. De gevolgen der verbondsbeschouwing, zooals die in de Gereformeerde Kerken wordt geleerd.

b. Enkele artikelen door genoemde Kerken in de Kerkorde opgenomen.'

We hebben intussen wèl te bedenken, dat het hier in die tijd ging om twee kerken, die in het handhaven van de confessie op hetzelfde standpunt stonden. En toch: vele kerkscheidende factoren! Blijkens het bovenstaande zowel van praktische als van principiële aard. En zijn die er niet telkens gebleken als de Christelijke Gereformeerde Kerken, die zelf in zekere zin centrum van de Gereformeerde Gezindte buiten de Hervormde Kerk zijn, zelf ook tot samensprekingen wilden komen (b.v. met Gereformeerde Gemeenten, Vrijgemaakte Gereformeerden en thans ook Nederlands Gereformeerde Kerken)?

* * * Enkele weken geleden stelde ik in mijn artikel de vraag of kerken van gereformeerde signatuur (buiten de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken), samen tot een ecclesiologische consensus zouden kunnen komen. Ik denk dat het teveel gevraagd is en dat gemakkelijker zal zijn om rapporten op te stellen over kerkscheidende factoren tussen diverse kerken.

Praktisch wèl?

Intussen moet mij één ding hier nog van het hart. Praktische samenwerking kan vaak wel, als het maar niet strikt kerkelijk is. Van praktische samenwerking maken we echter dunkt me al te vaak een alibi om aan de verantwoordelijkheid tot kerkelijk samen spreken te ontsnappen. Op de terreinen van onderwijs, de media, de politiek, de hulpverlening, de dienstverlenende sectoren moet kunnen wat kerkelijk niét kan. Ik zeg niet dat het niet móét kunnen. Maar eigenlijk kan het niet!

Laat ik een heel praktisch voorbeeld geven. Prof. dr. W. H. Velema heeft bij het tienjarig bestaan van de Stichting Woord en Daad de gedachte gelanceerd van een collecteplan voor de Gereformeerde Gezindte. Hoe sympathiek die gedachte ook lijkt, ze zal in de praktijk als er kerkelijk over beslist moet worden al stuk breken op onwil van allerlei kerken om elkaar echt te vinden in één doel. Maar belangrijker is de vraag - en het ging hier dan om de vraag van de hulpverlening - wat het inhoudelijk betekenen moet dat individuen elkaar vinden of zég dan maar gemeenten van verschillende kerken elkaar vinden in één collectenplan, terwijl de kerkelijke organen voor diezelfde hulpverlening elkaar niet ontmoeten, Iaat staan elkaar vinden. Ik acht deze oplossing - prof. Velema vergeve mij het woord - kerkelijk te goedkoop. Het zou zelfs een weg openen tot verminderd kerkelijk besef, als het gaat om participatie in kerkelijke organen. Ik wil best bekennen, dat we in dit opzicht als Hervormden nog al eens van tweeën gedrongen worden. Hoe verhoudt zich onze kerkelijke verantwoordelijkheid tot wat aan inbreng (met name financieel en wat betreft leden, begunstigers, etc.) van hervormd gereformeerden wordt gevraagd en ook gekregen? Vele doelen zijn sympathiek. Maar terwijl we gezamenlijk (maar in feite als individuen samen) goede doelen nastreven, groeien we kerkelijk al verder uiteen, neemt zelfs de polarisatie allerwegen toe.

* * * De kerkscheidende factoren wegen kennelijk zwaar. De organisatie-scheidende factoren wegen licht(er). Maar de breuk zou zo wel eens op het lichtst kunnen worden geheeld. In waarachtige gezamenlijke verootmoediging, schuldbelijdenis en kerkelijke zelfverloochening ligt de enige echte begaanbare weg.

Dan zal blijken waar de echte kerkscheidende factoren liggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerkscheidende factoren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's