De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aspecten in de prediking (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aspecten in de prediking (1)

9 minuten leestijd

Exegese, exegese, exegese, mijne heren

Na enige inleidende opmerkingen, willen wij graag iets schrijven over een aantal aspecten die van belang zijn voor de geestelijke leiding in de prediking.

Wanneer wij handelen over de prediking komt eerst de vraag naar voren: wat is prediken? Het woord dat in het Nieuwe Testament gebruikt wordt om dit werk aan te duiden, doet denken aan het werk dat eertijds de herauten deden. In zijn tweede brief aan Timotheüs noemt Paulus zich een heraut. Het zal ons allen bekend zijn, dat een heraut tot taak had de boodschap van zijn meester luid uit te roepen. Prediken wil dus zeggen: luid uitroepen en openlijk verkondigen wat de Meester ons opdraagt. De opdracht van de Meester vinden wij in Zijn Woord. Het Woord moet gepredikt worden, het Woord moet bekend gemaakt worden. In het Woord gaat het om het Evangelie, om de blijde boodschap, dat alzo lief God de wereld gehad heeft, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Ten diepste gaat het in het Woord om Christus. Hij moet gepredikt worden als de Borg en de Middelaar Die ons met Zijn Vader verzoent. Doch waarom spreken wij van gereformeerde prediking? Is het niet voldoende, wanneer wij alleen van 'prediking' spreken? Helaas niet! Sommigen noemen zich predikers zonder dat zij onvoorwaardelijk buigen onder hun Meester. Zij zijn geen herauten van de Meester. Zij brengen een eigen boodschap, naar eigen snit en maat. Zo is er b.v. een maatschappij-kritische prediking, die niet in overeenstemming is met het Woord van de Meester. In zulk een prediking is niet een voorwaardelijk buigen voor het Woord Gods. De gereformeerde, d.i. de Bijbelse prediking zal onvoorwaardelijk willen buigen onder God en Zijn Woord. Gereformeerde prediking is Schriftuurlijke prediking. Deze prediking wordt gekenmerkt door vier aspecten die geen van vieren gemist kunnen worden, wil zij de pretentie hebben geestelijke leiding te geven aan de gemeente Gods.

Exegese

Een eerste aspect van de prediking en de geestelijke leiding daarin is de exegese (uitleg). Zonder een grondige uitleg van de tekst gaat het niet. Iemand heeft eens de opmerking gemaakt, dat de kansel een van de gevaarlijkste plaatsen in de wereld is. Hierin schuilt een kern van waarheid. Het is namelijk helemaal niet uitgesloten, dat wij op de kansel ons eigen woord laten horen in plaats van Gods Woord. In het hart en in het hoofd van iedere prediker dient daarom gegrift te staan: niet ik heb het woord, maar het Woord heeft het Woord op de kansel. Dat 'ik' van ons moet er geheel buitenvallen. Wij zijn, om met Calvijn te spreken, slechts 'mannetjes uit het stof verrezen'. Zelfkennis is om die reden erg belangrijk. De Heere wil ons gebruiken. Meer niet. Wij zijn in dienst van het Woord en staan in dienst aan het Woord. De dienst aan het Woord vraagt een grondige uitleg. Wie zich met recht 'verbi divini minister' wil noemen, zal de Schrift tot op de naad en de draad dienen te bestuderen. Anders is hij de titel 'dienaar van het Goddelijk Woord' niet waard en draagt hij deze ten onrechte. Op de kansel gaat het om de ware en levende stem van God. In de uitleg van de tekst(en) dienen wij heel dichtbij de Heere te staan. De adem van Zijn Geest als het ware te gevoelen. Wanneer het goed is dient het 'de Heere heeft gesproken' samen te vallen met het 'de Heere spreekt' in het hier en nu.

Het zal duidelijk zijn, dat de prediking haar uitgangspunt en inhoud alleen in het Woord des Heeren vindt. Wij schrijven dit eigenlijk met enige opzet. Want soms schijnt het alsof dit gereformeerde d.i. schriftuurlijk prediking is waarin het geestelijk leven beschreven wordt en waarin allerlei fantasieën uit de geest van de mens naar voren komen. Om in het laatste geval nog niet van erger te spreken: hallucinaties. De beschrijvende preek heeft en doet geen kracht. Zij kent geen adres en het appèl uit Gods Woord klinkt er niet in door. Als het goed is, blijft er derhalve bij ons als predikers een zekere vrees, dat er door ons niet voldoende wordt gezegd wat de Heere zegt.

In een van zijn colleges heeft Karl Barth zijn studenten eens voorgehouden: 'exegese, exegese, exegese, mijne heren'. En ofschoon wij het met de theologische conceptie van Barth volstrekt niet eens zijn, menen wij toch deze woorden van hem te moeten onderstrepen. Want wanneer wij de tekst niet laten spreken, niet duidelijk zeggen wat de Heere daarin en daarmee bedoelt te zeggen, ook in de contekst waarin de tekst staat, kunnen wij de gemeente Gods misleiden, zo niet bedriegen. Als dienaren van én aan het Woord moeten wij maar niet vergeten, dat het Woord een levendwekkend Woord is, maar ook dat wij dit Woord van zijn levendwekkende kracht kunnen beroven door er dingen in te lezen die er in 't geheel niet staan en dus niet aan de Heilige Geest, doch aan onze verdorven geest zijn ontsproten. Steeds weer zullen wij in de studeerkamer moeten luisteren naar wat de Heilige Geest door het Woord te zeggen heeft. Als dienaren zullen wij ook zelf innerlijk bij het levendwekkende Woord betrokken dienen te zijn. In het Woord zullen wij zelf moeten horen de toorn Gods over alle ongerechtigheid, ook over die van onszelf, maar niet minder zullen wij daarin moeten vernemen de liefde Gods in Christus geopenbaard. De dienaar dient zelf te weten, dat het bloed van het Lam Gods aan de deurpost van zijn hart is gestreken. Dan zal het bloed van het Lam Gods - naar een woord van Calvijn - ook in de bediening der verzoening druppen.

Wij mogen ons gelukkig prijzen, dat wij voor de vertolking van Gods Woord enige regels aangereikt hebben gekregen door onze universitaire studie. Toch zijn deze regels niet het belangrijkste, al kunnen zij niet gemist worden. Voor de uitleg van de Schrift is meer nodig. Daartoe is Gods Geest nodig. Daartoe is nodig een biddend wachten op de opening van het Woord.

Naar wij memen heeft Bavinck eens gezegd, dat er in de studeerkamer 'een uur des Geestes' behoort te zijn. En let wel: wij zullen de Geest Gods tijd en gelegenheid moeten geven om te komen. Wij gaan hierop nu verder niet in. Wij verwijzen u slechts naar de artikelen 'Wat heeft de voorrang' in de afgelopen weken. Nodig is in het goddelijk aangezicht van de tekst te zien. Dan vallen de schatten als vanzelf open. Dan ontbreekt het niet aan voedsel voor het geestelijk leven van de gemeente. Dan zal ook niet de tekst roepen om de preekstoel, doch dan roept de preekstoel om de tekst. Wil onze prediking exegetisch gefundeerd zijn, dan zullen wij de betekenis van de tekst woord voor woord moeten nagaan. Wanneer wij zeggen, dat de Schrift is geïnspireerd, d.w.z. door de Heilige Geest te boek gesteld, dan geldt dit evenzeer van de woorden en woordvormen. Nauwkeurig moeten wij daarom nagaan, waarom de Heilige Geest in een tekst een bepaald woord of een bepaalde vorm geeft. Voor de uitleg is dit van uitermate groot belang. De uitleg kan een gemeente geestelijk leiden, doch ook misleiden. Het naarstig bestuderen van de grondtekst is uitermate belangrijk. Onze vaderen hebben hierop grote nadruk gelegd. Evenals zij, hameren wij op hetzelfde aambeeld. Predikers zijn in de grond der zaak schatgravers. Zij boren een goudmijn, d.i. het Woord, aan en delven daaruit oude en nieuwe schatten. Wie zo onder leiding van Gods Geest als een schatgraver te werk mag gaan, wordt voor allerlei spectaculaire vondsten bewaard. Spitsvondigheid is hem vreemd. Hij haalt naar voren wat het Woord naar voren brengt. En wat het Woord naar voren brengt is al spectaculair genoeg. Wij hoeven daarin geen buitenissigheden te leggen. De opening van Gods woorden geeft licht.

Theologische bezinning

Nu wij in het bovenstaande uiteengezet hebben van hoeveel belang de exegetische fundering is om geestelijk leiding in de prediking te geven, komen wij tot een tweede aspect, nl. de theologische bezinning. De prediking behoort theologisch te zijn. Hiermee willen wij aanduiden, dat alles wat in de prediking aan de orde komt in geen geval ontleend mag zijn aan ons denken. Want wat is ons denken helemaal? Van ons denken moeten wij het bepaald maar niet verwachten. Neen, de openbaring, het Woord Gods is de enige norm. Het Woord bepaalt ons denken. Binnen de kaders van het Woord dient ons denken te blijven. Wanneer het daarbuiten treedt wordt het gebied van speculaties onafzienbaar. Daarom blijve iedere dienaar van het Woord binnen de kaders van de openbaring. En dan de gehele openbaring. Geen gegeven daaruit mag verwaarloosd of weggemoffeld worden. Wanneer men de pretentie heeft geestelijke leiding te geven in de prediking zal men uitlegger en 'een van God geleerde' moeten zijn. Het valt ons op, dat de Heere Jezus in Jo­hannes 16 vers 13 tot Zijn discipelen zegt, dat de Heilige Geest ze in al de waarheid zal leiden. Onze Heere legt hier nadruk op het geheel van de waarheid. Het werk van de Heilige Geest zal theologisch inzicht in het geheel van de Schrift schenken. Dit inzicht bewaart ons er voor, dat wij wel 'waarheden', soms zeer eenzijdig, verkondigen, maar dat wij het geheel van de waarheid uit het oog verliezen. Calvijn heeft er reeds op gewezen, dat wij de theologische bezinning en tengevolge daarvan het theologisch inzicht niet moeten onderschatten. Letterlijk schrijft hij: 'de Heere onderricht ons in Zijn Woord niet slechts ter helfte, maar Hij biedt ons daarin een alleszins volmaakte en complete wijsheid aan'. De vruchten van Calvijns theologische bezinning en inzicht vinden wij o.a. terug in zijn Institutie.

Wij willen met dit alles slechts zeggen, dat het ons om het geheel der waarheid moet gaan. En dat theologische bezinning dringend nodig is en blijft. Doch hierover een volgend keer meer.


Op 15 september werd in Elspeet een bemoedigingsdag voor predikanten gehouden. Het referaat dat drs. W. C. Hovius daar hield over 'Ons Pastoraat' werd reeds in ons blad geplaatst. Op dezelfde ontmoeting refereerde ds. G. S. A. de Knegt te Huizen over 'Onze prediking'. Onder de titel 'Aspecten van de prediking' plaatsen we zijn bijdrage in vier afleveringen.

Red.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Aspecten in de prediking (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's