Kerkvisitatie (I)
Kerkvisitatie kunnen we omschrijven als het brengen van een bezoek, waarbij onderzoek gedaan wordt naar de kerk, naar haar toestand en naar haar leden.
Bijbelse gegevens
Allereerst kunnen wij ons afvragen - en dat is in de kerk altijd een zeer zinvolle vraag - zijn er bijbelse gegevens, die ons op het spoor van de visitatie zetten? Deze vraag kan heel duidelijk met ja beantwoord worden.
Het woord visitatie zult u overigens tevergeefs in de Bijbel zoeken. Dit woord is afgeleid van het Latijnse woord visitatio, waarvan ons woord visite ook afgeleid is. Voor het woord visitatie zouden wij ook kunnen invullen: het bezoek, of het onderzoek. Kerkvisitatie kunnen we dan ook omschrijven als het brengen van een bezoek, waarbij onderzoek gedaan wordt naar de kerk, naar haar toestand en naar haar leden. Daarmee zijn de apostelen al begonnen.
Meermalen heeft Paulus de door hem geplante gemeenten bezocht, om naar haar welstand te vernemen, om het kwade tegen te gaan en om de gemeente op te bouwen in het geloof. Van Petrus lezen wij hetzelfde. Zie o.a. Handelingen 9 en 15 t/m 18. Paulus en Petrus deden dit zonder dat een kerkorde hen dat opdroeg; in Handelingen lezen wij, dat de Heilige Geest zelf hen hiertoe dreef.
Geschiedenis
Het ligt voor de hand dat de opvolgers van de apostelen in hun voetsporen verder gingen. In de Oosterse Kerk was de visitatie zo ontwikkeld, dat de bisschoppen zelf of hun gezanten hun diocesen bezochten.
Ook in de Middeleeuwen nam de visitatie een belangrijke plaats in. In West-Europa werd oorspronkelijk de visitatie uitgevoerd door de bisschop en door de archi-diaken, de aartsdiaken, die de plaatsvervanger was van de bisschop. Als de bisschop in het dorp kwam, vond hij het volk bij de kerk verzameld. Eerst hield hij dan een preek en diende hij het vormsel toe. Daarna ging hij de kerkelijke gebouwen bezichtigen, de wandel der geestelijken onderzoeken, de dwalenden onderwijzen en zondaren bestraffen. Ook probeerde hij de overblijfselen van het heidendom tegen te gaan. En elk jaar herhaalde deze hoogwaardigheidsbekleder zijn gang door de gemeenten.
Zo rond de zevende eeuw trad er een verandering op in het visitatiewerk. Het onderzoek naar de zonden van de leden en de bestraffing daarvan werd van het gewone visitatiewerk gescheiden. Er ontstond een hele kerkelijke rechtspraak (sendgerichten) en de vonnissen, die eerst bestonden uit kerkelijke straffen, werden later veranderd in geldboetes. Toen de bisschoppen, doordat hun bisdommen te groot werden en doordat ze ook rijksvorsten waren, steeds minder tijd hadden voor het wezen van de visitatie, kwamen er allerlei misbruiken. Degenen die de sendgerichten moesten uitvoeren, kregen steeds meer macht, en uiteindelijk was het voornaamste wat van de hele visitatie overgebleven was de kerkelijke rechtbank, waarvoor overigens de adel en de steden niet hoefden te verschijnen. In de steden ontwikkelde zich daarop de burgerlijke rechtbank. Veel bisschoppen konden beter hun zwaard gebruiken, dan de gemeenten geestelijke bijstand geven.
De kerkelijke boetedoeningen waren helemaal verdwenen, en de straffen werden vaak afgekocht door geldsommen die ten bate van de sendheren en schepenen kwamen. Luther schrijft later dan ook in zijn voorrede tot onderrichting van de visitatoren, dat van visitatie niets overgebleven was, dan dat de geestelijke rechters met belastingbrieven de lieden plaagden en niemand bezochten.
De Rooms-Katholieke Kerk heeft op het concilie van Trente (1545-1563) het recht van de kerkvisitatie - althans in naam - weer aan de bisschop toevertrouwd, hoewel de sendgerichten pas in de 18e eeuw afgeschaft werden.
Reformatie
De kerk der reformatie nam het instituut der kerkvisitatie over. Luther gaf in 1525 reeds de stoot daartoe in Duitsland. Calvijn heeft in Geneve de kerkvisitatie ingevoerd in 1546. In de Schotse Kerk was het John Knox, die in navolging van Calvijn 'visitors' voorstelde. Toch vulde men qua uitvoering in de verschillende landen de visitatie verschillend in. Calvijn stelde dat de visitatie geen gerechtelijk onderzoek of gericht mag zijn. In zijn ogen zijn visitatoren geen politieagenten, maar broeders, die namens de kerk onderzoek doen en die dwalenden terechtwijzen. De gereformeerden, die net bevrijd waren van het juk van de roomse hiërarchie, wensten geen hoger ambt in de kerk, dat over de andere ambten zou heersen. In artikel 1 van de besluiten van de synode van Embden (1574) stond: 'Geen kerk zal over andere kerken, geen dienaar over andere dienaren, geen ouderling of, diaken over andere ouderlingen of diakenen enige heerschappij voeren, maar een iegelijk zal zich voor alle suspiciën en aanlokking om te heerschappen wachten.'
Verschillende synodes, die gehouden werden vóór de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), hebben zich over het visitatiewerk gebogen. De Synode van Middelburg (1581) vond het onnodig. In 1586 vond de Nationale Synode van Den Haag dat elke classis het zelf maar moest uitzoeken. Pas op de synode van 1618-'19 werd het een voorgeschreven regel in de kerkorde. In artikel 44 van de Dordtse kerkorde is omschreven hoe men de visitatie moet inrichten.
Elke classis werd verplicht: 'ten minste twee van de oudste, ervarenste en geschiktste te autoriseren, om in alle kerken' - aldus art. 44 - 'elk jaar visitatie te doen en toe te zien of de leraars, kerkeraden en schoolmeesters hun ambt trouwelijk waarnemen, bij de zuiverheid der leer verblijven, de aangenomen orde in alles onderhouden, en de stichting der gemeente, mitsgaders der jonge jeugd naar behoren, zoveel hun mogelijk is, met woorden en werken bevorderen, teneinde zij diegenen, die nalatig in het een of ander bevonden worden intijds mogen broederlijk vermanen, en met raad en daad alles tot vrede, opbouwing, en het meeste profijt der kerken en scholen helpen dirigeren.'
Ook in de ons omringende landen had men soortgelijke omschrijvingen. Steeds kwamen deze dingen naar voren: leer en leven van predikant en gemeente. Hierop moest toegezien worden. In verschillende regelingen werd verordend, dat de predikant der gemeente in tegenwoordigheid van de visitatoren een preek moest houden. Ook komt in verschillende verordeningen de opdracht naar voren, waarin blijkt dat visitatoren moeten nagaan hoe het zit met de bediening van de sacramenten, met het catechiseren, opdat bevorderd wordt, dat Gods Woord zuiver gepredikt en beoefend wordt. De kerkorde van Wurtemberg voegt er dan aan toe dat de visitatoren moeten nagaan of de predikant niet een hond is die niet blaft, zoals in Jesaja 56 staat, en helpt de mensen hun zonden toe te dekken en ze niet bestraft. De visitatoren werden dus niet zonder duidelijke opdracht op rondreis gestuurd. Juist in de tijd van de Hervorming is dit van zo groot belang geweest.
Doordat de kerkvisitatie elk jaar uitgevoerd werd, werd er gewaakt over de prediking en over de sacramentsbediening. Zo kon over leer en belijdenis gewaakt worden. Zo heeft in de tijd van de Reformatie de kerk haar eenheid in het geloof gevonden en behouden, zoals dat al eerder gebeurd was in de Oude Kerk.
Toestanden op de Veluwe
In de tijd van de Reformatie ging het vaak minder goed dan wordt verondersteld. Dit blijkt wel uit enkele grepen uit de notulen van de classis Harderwijk van rond 1600. Men had toen volgens deze notulen o.a. te maken met onbekwame en onbetrouwbare dominees; met gemeenteleden die predikanten op roomse feestdagen wilden laten prediken; de dominee van Barneveld, die nog nooit het Heilig Avondmaal heeft zien bedienen wordt naar Nijkerk gestuurd, om het daar mee te maken, zodat hij het in Barneveld ook kan doen. De dominee van Heerde wordt door de classis voorgedragen om afgezet te worden omdat leer en leven beide niet kloppen. Verder kwamen toen dingen aan de orde als opruiming van de altaren, noodzakelijkheid van een huwelijkswetgeving, predikantendrinkebroers, lijkpredikaties, sabbatsschending, weigerachtige doopouders, tucht, preekkritiek en nog vele andere zaken. Het waren geen geringe zaken, waar de visitatoren mee te maken kregen. En als we visitatieverslagen opslaan, dan blijkt dat er de eeuwen door veel zaken waren die correctie nodig hadden.
Doleantie
ln de eeuwen na de Reformatie veranderde het karakter van de visitatie. Vooral in de vorige eeuw ging het geestelijk opzicht steeds meer op de achtergrond verdwijnen en werd het steeds meer een papieren en financiële aangelegenheid. De controle op besteding van gelden, jaarrekeningen, kerkeraadsnotulen werd steeds belangrijker. Dr. Abraham Kuyper schreef naar aanleiding van het slecht functioneren van de kerkvisitatie in 1868, 18 jaar voor de Doleantie, zijn boekje 'Kerkvisitatie te Utrecht in 1868, met het oog op de kritieke toestand onzer kerk'. Naar aanleiding van moeilijkheden wees de kerkeraad van Utrecht, waarvan Kuyper predikant was, de synode erop dat de visitatie, zoals in die tijd gebruikelijk, een aanfluiting was. De kerkeraad weigerde de schriftelijke kerkvisitatie. Men vond het onjuist dat het geestelijk karakter aan de kerkvisitatie ontnomen was.
Uiteindelijk liep het conflict tussen de synode en de kerkeraad van Utrecht zo hoog op, dat de kerkeraad formuleerde, 'zich niet in staat te achten op de vragen bij de kerkvisitatie gedaan, te antwoorden, omdat deze vragen hem gedaan worden namens een synode, met wier tegenwoordige waardigheidsbekleders de kerkeraad geen gemeenschap des geloofs en der belijdenis heeft.' Dit was al het voorspel van de Doleantie.
Veel gemeenteleden weten niet goed wat ze eraan hebben, wanneer in het kerkblad aangekondigd wordt, dat er binnenkort kerkvisitatie zal worden gehouden. Ook kerkeraadsleden en predikanten vragen zich soms af, wat dit voor gebeuren is. Het komt zo af en toe voor, dat visitatoren gebeld worden door de predikant van de te visiteren gemeente, omdat hij er niet zo goed raad mee weet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's