De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther en de kerkmuziek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther en de kerkmuziek

10 minuten leestijd

De verkondiging van dat Woord was voor Luther niet alleen een zaak van het gesproken woord, maar niet minder een zaak die geschiedde door lied en muziek.

Een nieuw lied

Op 1 juli 1523 vond op het fraaie marktplein van Brussel de terechtstelling plaats van Henricus Voes en Johan van den Esschen. Veroordeeld door de inquisitie vanwege hun afwijking van de roomse kerkleer, weigerden zij hun inzicht in het Evangelie te herroepen, ondanks de aandrang van biechtvaders die tot op het schavot toe poogden de afvalligen tot herroeping te bewegen. Toen het vuur ontstoken werd en de vlammen hen begonnen te naderen begonnen de beide martelaren te zingen, de lofzang 'Wij loven u, o God' en het smeekgebed 'Here Jezus, Zoon van David, erbarm U over ons', totdat hun stem verstikte in rook en vuur. Prof. Kooiman vertelt in zijn boek Luther, zijn wegen werk (blz. 119) dat de dood van deze martelaren een diepe indruk maakte in heel Europa. Luther zelf was er ook diep door geschokt. 'Ik dacht, dat ik de eerste had zullen zijn, die om der wille van het Evangelie gemarteld zou worden, maar ik ben het niet waard geweest' schrijft hij in die dagen. In deze periode dichtte Luther zijn eerste lied, 'Een lied van de twee martelaren Christi'. 'Zijn dichtvuur is ontstoken aan die brandstapel te Brussel in de Nederlanden' aldus Kooiman. De eerste en de laatste strofe van dit lied luiden:

Een nieuwe lofzang heffen we aan.
Zo wil het God de Here.
Wij zingen wat Hij heeft gedaan,
Zijn grote naam ter ere.
Te Brussel in Zuid-Nederland
heeft God twee jongelingen geholpen
met zijn sterke hand
en door zijn zegeningen
versierd met rijke gaven.

Laat ze maar liegen, altijd door,
't is vruchtloos ondernomen.
Wij danken God de Heer daarvoor,
Zijn Woord is weergekomen.
De zomer staat nu voor de deur,
de winter is vergangen.
De tere bloemen breken door:
Die dit heeft aangevangen,
die zal het ook voleinden.

Dit dichterlijke ballade-achtige lied is geen kerklied, eerder een volkslied. Maar de lezer ontdekt een aantal voor de Reformatie kenmerkende motieven. 'Zijn Woord is weergekomen.' En de verkondiging van dat Woord was voor Luther niet alleen een zaak van het gesproken woord, maar niet minder een zaak die geschiedde door lied en muziek. Ook door het zingen moest het Woord onder het volk blijven. In datzelfde jaar 1523 en het daarop volgende jaar zijn ongeveer driekwart van de liederen ontstaan die Luther geschreven en getoonzet heeft. De behoefte aan kerkliederen is vooral ontstaan door het optreden van Thomas Müntzer, de radicale dweper. Müntzer, die zich gaandeweg van Luther gedistantieerd heeft, voerde in 1523 in zijn gemeente Allstedt de gemeentezang in. Dat heeft stellig de vaart, waarmee Luther zich aan het vertalen en dichten zette versneld. Het kerkvolk had liederen nodig.

Gemeentelied

Van de 37 liederen van Luthers hand zijn er dertien ingegeven door een schriftgedeelte, bijbelliederen dus. Zeven zijn berijmingen of bewerkingen van een psalm. Verder zijn er een aantal liturgische gezangen bij zoals vertalingen van het Onze Vader, de Geloofsbelijdenis, het Te Deum enz. Zucht naar originaliteit was Luther vreemd. Hij wilde ook met deze kerkliederen de gemeente dienen. In vele gevallen zocht hij aansluiting bij de traditie van de kerk der eeuwen. Wat was het doel en de functie van deze liederen? We kunnen spreken van een meervoudige functie. Voorop stond het element van de lofprijzing. 'Halleluja immers is de altoosdurende roep van de gemeente, zoals ook altoosdurend is de gedachtenis van Christus' lijden en overwinning'. Daarnaast vervult het lied ook een catechetische functie. De jeugd moet onderwezen worden in de leer des heils. Het volk moet vertrouwd gemaakt worden met het Evangelie van de genade van Christus. Dat bepaalt de toonzetting en de inhoud van deze liederen. Luther wilde nauw aansluiten bij de Schrift en bij de belijdenis van de kerk. Hij bezingt de grote daden van God om zo de gemeente te dienen. 'Het lied was niet minder dan de catechismus een spoor, waarlangs het Woord zich een weg naar hart en geheugen kon banen' (J. T. Bakker, Luther in de spiegel van zijn liederen, blz. 14v).

'Er heiszt Jesu Christ'

Deze regel uit het meest bekende lied van Luther 'Een vaste burcht': Vraagt gij zijn naam, zo weet dat Hij de Christus heet' vertolkt treffend waarom het inhoudelijk in Luther's kerkliederen gaat. Ik citeer nogmaals Bakker, die in de hierbovengenoemde rede op blz. 34 zegt: 'De grondregel die Luther voor zijn liederen opstelde dat Christus onze lofzang is en wij niets anders moeten willen zingen of zeggen dan Jezus Christus onze Heiland' is meer dan een zin uit een voorwoord, het heeft de kracht en functie van een criterium. Ook in het lied is Luther de vertolker van de theologie van het kruis, prediker van het Evangelie van de zalige ruil. Ik wijs op een strofe uit het bekende kerstlied 'Gelobet seist du, Jesu Christ'

Hij God uit God van eeuwigheid
die een mens wordt in de tijd
Hij voert ons uit de duisternis
naar waar de hemel open is.

Zeer schoon vinden wij deze lofzang op de genade van God in Christus vertolkt in het bekende lied 'Nun freut euch, lieben Christen gmein' (Verheugt u, christenen, te zaam):

Mijn werken brachten mij geen baat
hun grond was boos begeren
mijn vrije wil was niets dan haat
tegen de wil des Heren.
Zo raakte ik in angst en nood
in wanhoop, erger dan de dood
ter helle moest ik varen.

Toen zag God in de eeuwigheid
mijn mateloze ellende,
en haastte zich, te rechter tijd
mij, arme, hulp te zenden.
Mijn Vader, - want Hij wendde mij
zijn hart vol liefde toe, ja Hij
liet het zich 't liefste kosten.

Maar de grondtoon is de vreugde. Want tegenover de vijanden zonde, dood, duivel, de aanklacht van de wet, de angst voor de hel staat Hij die in onze nood is afgedaald, Hij die zegt: 'Ik heb mijn leven veil voor u. Ik zelf zal voor u strijden'. Die vreugde klinkt ook door in Luthers Paaslied 'Christ lag in Todesbanden'

Die in de dood gebonden
lag om ons en onze zonden
is opgestaan met groot gezag
Christus heeft overwonnen!

Zo concentreren Luthers liederen zich op de kerkmomenten van het geloof: vleeswording, verzoening, opstanding, pinksteren, rechtvaardiging en eeuwig leven. In de muziek heeft Luther deze kernmomenten van het Evangelie hoorbaar willen maken.

Vrouwe Musica

Luther heeft de muziek hoog gewaardeerd. Hij prijst de 'Musica' onmiddellijk na en samen met de 'Theologia'. Hij was zelf een groot muziekliefhebber en beoefenaar, zong, dirigeerde, schreef koralen en componeerde ook enige meerstemmige werken. Heftig kon hij uitvaren tegen lieden die niet eens fatsoenlijk hun mond opendeden bij het zingen. 'Godvrezende mensen komen niet in de kerk om daar te blaten of te murmelen, maar om er te bidden en te danken. Willen jullie brullen, brommen, knorren en morren, dan ga je maar naar de koeien en varkens, die zullen wel antwoorden; maar laat de kerk in vrede.' Een schoolmeester die niet kon zingen, keek hij eenvoudig niet aan. Muziekverachters kregen er van hem danig van langs. Als lummels, aan wier theologie(!) iets haperde. Want dat mag ons niet ontgaan - Luther heeft geleidelijk aan vanuit zijn nieuw verstaan van het Evangelie ook het laatmiddeleeuws-humanistisch ideaal inzake muziekbeoefening gecorrigeerd. Tegenover de vrijheidsdrang van de humanisten stelt Luther ook op het terrein van de muziek het ideaal van de vrijheid in dienstbaarheid (W. Mudde in Rondom het Woord, herfst 1983 blz. 22). Alle kunsten, maar vooral de muziek wilde Luther in dienst stellen van Hem die haar gegeven en geschapen heeft. Met andere woorden: Luthers visie op de muziek wordt gedragen door het eerste geloofsartikel: 'Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde'. Geen kunst om de kunst, maar muziek als vrije dienstmaagd, nl. als dienares van het Woord. Op deze basis rust het feit dat in de Lutherse eredienst de beoefening van de kerkmuziek zo'n grote plaats inneemt. De kerkmuziek zette een dikke streep onder het Evangelie. 'Muziek is voor Luther klankgeworden vreugde en die vreugde is de gestalte van het Evangelie' (Bakker, a.s. m. blz. 24).

Tegen de aanvechting

In dit verband wijs ik er ook op dat Luther aan zang en muziek een macht toekent als de aanvechting over ons komt. Dan blijkt pas hoezeer ze een kostelijk geschenk van God is. Luther wijst dan op David, spelend op de harp voor Saul. In de vertwijfeling, de aanvechting en de wanhoop is er het Evangelie in het gewaad van de muziek als bemoediging van Godswege. In een brief aan Hieronymus Weller schrijft Luther: 'Daarom, als je treurig bent en de droefheid het wil winnen, zeg dan: vooruit, ik moet voor mijn Here Christus een lied spelen op het orgel, een Te Deum, of een Benedictus, want de Schrift leert me, dat Hij graag een vrolijk hed zingt en snarenspel hoort. Grijp maar flink in de toetsen en zing er op los, tot de boze gedachten vergaan, zoals David en Elisa deden. En komt de duivel terug en dompelt je in de zorg en de duistere gedachte, verweer je dan fris en zeg: weg duivel, ik moet nu mijn Here Christus spelen en zingen'. Er zouden vele voorbeelden te noemen zijn uit brieven en tafelgesprekken waarin Luther uiting gaf aan de macht der muziek, als wapen in de aanvechting, omdat in het lied het heil als 'van gene zijde' wordt toegezegd en toegezonden. Ook dit nieuwe lied blijft evenwel - Bakker wijst daar op - lied onder het kruis. Alle triomfalisme is Luther vreemd geweest. De concentratie op Christus, de Here Zebaoth, bewaart voor de valse toon.

Luthers erfenis

Groot is de betekenis van Luther voor de protestantse kerkmuziek. Wij zouden een reeks dichters en componisten kunnen noemen uit de tijd van en na de reformatie die in het spoor van Luther verder zijn gegaan. We noemen Paul Gerhardt, Michael Praetorius, Nikolaus Herman. Wij denken aan Heinrich Schütz, 'componist van de Bijbel'. Maar wij willen hier vooral noemen de naam van de grote Thomascantor uit Leipzig, Johann Sebastian Bach. Zijn cantates en pasionen, zijn koraalbewerkingen en motetten staan in de traditie van Luther, al zijn er bij Bach ook andere invloeden aan te wijzen. De bekende Bachkenner, Alfred Dürr, wijst op de betekenis van Luthers theologie voor de kerkmuzikale ontwikkeling van Schütz tot Bach. Wie de cantates van Bach bestudeert ontdekt hoe Bach zich in vele gevallen aansloot bij de voorgeschreven lezingen in de Lutherse eredienst. Bijbelwoord en koraal nemen een grote plaats in. Bach staat in de Lutherse traditie van een aandacht die cirkelt rondom kruis en opstanding en die het christologisch midden onderstreept: de Zoon die om ons en onze zaligheid mens geworden is. 'O Mensch, bewein dein Sünden gross'... 'Er (nl. Christus) wolt der Mittler werden' zingen de jongensstemmen in de Mattheüs-Passion. Christus de Middelaar; theologie van het Kruis, vertolkt door de Lutheraan Bach. Na de eerste wereldoorlog zien we de herontdekking van Luther gepaard gaan met een opnieuw ontdekken van Luthers kerkmuzikale erfenis, die vanaf de dagen van de Verlichting onder het stof begraven lag.

Nu schrijven wij 1983. Wij herdenken Luther. Hedenken is meer dan het verleden vereren. Herdenken betekent ook een opdracht. In een tijd waarin de christelijke cultuur van het Westen hevig aangevochten wordt, doen wij er wijs aan zorgvuldig om te gaan met deze kerkmuzikale traditie. Laat deze erfenis geen dood kapitaal worden. De Musica als gave Gods en als dienares... het zijn typeringen die ook vandaag vruchtbaar gemaakt willen zijn. Heeft het gereformeerd Protestantisme voldoende oog voor Luther als man van het kerklied? Zou de grote waarde die Luther toekende aan het lied om de gemeente het belijden van de kerk te leren en haar te wapenen voor de aanvechting onder ons niet meer aandacht mogen moeten krijgen? Het is mijn overtuiging dat we hier het een en ander hebben in te halen. Wanneer de Lutherherdenking 1983 ons er toe brengt om ernst te maken met deze vragen en er toe leidt, dat wij de schatten, die ook op dit punt in Luthers erfenis verborgen liggen, vruchtbaar maken, dan is deze herdenking niet te vergeefs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Luther en de kerkmuziek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's