De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther als reformator

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther als reformator

8 minuten leestijd

Luther was niet de activistische, eigenmachtige hervormer, maar wist zich veeleer de passieve, ontmachtigde hevormde! Niet de drijver, maar de gedrevene.

Reformator

Luther, de reformator. We zijn zo vertrouwd met deze benaming, dat we vreemd opkijken als iemand er een vraagteken achter zet: was Luther wel Reformator? En toch, er zijn redenen voor dat vraagteken. Natuurlijk zijn die er óók voor een uitroepteken. Luther, de reformator! Zonder schroom en zonder twijfel mogen we hem zo (blijven) noemen. Immers, verschijning en optreden van Luther hebben reformerend gewerkt. Op allerlei terrein en in menigerlei opzicht heeft hij hervormde, vernieuwende sporen getrokken: voor kerk en staat, theologie en taal, lied en liturgie, gezin en huwelijk, kunst en beroep, onderwijs en school... Een reformator: dat is hij, in het oog van ons, late telgen van het oude reformatorische geslacht. En dat was hij ook, naar de schatting van geestverwante tijdgenoten.

Tijdgenoten

Als zijn hartsvriend Melanchthon hem na zijn dood herdenkt, doet hij dat niet zonder diep respect en zelfs met een vleugje lyriek: 'Laat ons God danken, de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus, dat het Hem behaagd heeft, door de dienst van Martin Luther het Evangelie van smet en gif te reinigen, en de zuivere leer der kerk weer te herstellen. Alle vromen van de ganse aardbodem moeten, wanneer zij dit bedenken, hun gebeden en zuchten verenigen en met een vurig hart smeken, dat God moge bevestigen wat Hij in ons gewerkt heeft, omwille van Zijn heilige tempel'. Het valt te verstaan dat deze 'geliefde Philippus' zijn college onderbroken had, toen het overlijdensbericht van Luther hem bereikte, om uit te roepen: 'Ach, heengegaan is de menner en de wagen Israels, die de kerk in dit laatste tijdsgewricht der wereld heeft geleid. Want niet menselijke scherpzinnigheid heeft de leer van de vergeving der zonden en van het geloof in Gods Zoon ontdekt, maar God Zelf heeft haar door deze aan hem geopenbaard... Zo laat ons dan in ere houden de gedachtenis aan hem èn aan zijn leer, op zulk een wijze als hij haar ons heeft overgeleverd.' Verwante klanken horen we uit Bugenhagen's mond - eveneens een collega en zielevriend van Luther - . In zijn lijkpredikatie luidt het: 'Deze hoge leraar en profeet en van God gezonden reformator (!) der kerk heeft God ons nu ontnomen! Ach, hoe kunnen wij het treuren en wenen achterwege laten? Maar hoewel zijn persoon in Christus is verscheiden, de machtige, zalige, goddelijke leer van deze ons dierbaar geworden man leeft evenwel nog allerkrachtigst voort. Want hij was zonder twijfel de engel, waarvan in Openbaring 14 vers 6 sprake is.' Luther, de engel met het eeuwige Evangelie!

Leer en leven

Ik denk dan ook, dat er wel af te dingen is op de stelling van H. A. Oberman - die overigens een aangrijpend en spannend boek heeft geschreven over 'Luther, mens tussen God en duivel' (1982) - : 'Nooit heeft hij zich als heelmeester van de kerk opge­worpen en nooit de vernieuwing van de kerk als zijn opgave gezien' (S. 20). Dat eerste zal waar zijn: Luther wierp zichzelf niet op! Maar het tweede klopt niet met de feiten. Het komt me voor, dat K. Exalto het bij het rechte eind heeft, als hij - evenwichtiger dan Oberman - zegt, dat Luther weliswaar in eerste instantie hervormer van de theologie wilde zijn en pas in tweede instantie van de kerk, maar dat dit tweede wèl in het velengde van het eerste ligt (Luther en het gereformeerd protestantisme, 's Gravenhage 1982, blz. 24 tot 28). Dat moest toch ook wel? Luther was nu eenmaal geen huisbakken kamergeleerde. Zijn theologie zweeft niet rond in de regionen van de speculatie, maar staat in voortdurend rapport met het leven (der kerk!). En dan is het zeker waar, dat zijn eerste front de theologie was, de leer! Dat zegt hij trouwens zelf en daarin is hij niet mis te verstaan: Vóór mij is er ook wel kritiek geuit op de kerk, maar dat betrof ten diepste altijd het leven (de buitenkant), maar de leer moet aangepakt, dat is pas de gans in de kraag grijpen! Het Woord, de leer is immers bron en norm, grond en grens van de kerk. 'De kerk is schepping van het Woord'. Vandaar Luther's fundamentele inzet en aanpak vanuit de heilige leer! Maar dat blijft niet zonder ingrijpende gevolgen voor het kerkelijk leven. Wij blijven Luther met een gerust hart noemen: reformator der kerk.

Vraagteken

Maar, vanwaar dan toch dat vraagteken, dat we opperden? Dat hangt samen met twee overwegingen. De eerste is deze: niet Luther was de hervormer, maar God. De tweede: ten diepste zag Luther niet uit naar (voorlopige) hervorming van de kerk op aarde, maar naar uiteindelijke verheerlijking en Christusgelijkvormigheid bij de Wederkomst. Bij beide overwegingen een enkele kanttekening.

Gód reformeert

Luther was geen reformator, eenvoudig omdat hij heel diep besefte niet te kunnen reformeren. Als iemand ooit geweten en geloofd heeft en beleefd heeft, zélf van dag tot dag te moeten wórden gereformeerd, dan Luther! Hij was dan ook niet de activistische, eigenmachtige hervormer, maar wist zich veeleer de passieve, ontmachtigde hevorm-de! Niet de drijver, maar de gedrevene. Steeds weer, vanaf zijn kloosterintocht tot in de vroeginvallende avond van zijn leven, zag hij zich overweldigd en meegevoerd naar oorden die hij niet had gezocht. Diep heeft hij dat ook theologisch verwoord, toen hij het gewaagde en onvergetelijke beeld gebruikte van het rijdier: de mens is een rijdier, óf door de duivel óf door God bereden en geleid. Hij wist trouwens evenzeer van de tweespalt in dit opzicht... Leem was hij in Gods hand. 'Wie ik ben en op welke wijze ik in al deze dingen betrokken ben geraakt, dat laat ik over aan Hem, die weet dat dit alles niet gegaan is naar mijn eigen vrije wil, maar naar Zijn wil!' Daar stond hij; hij kón inderdaad niet anders! Luther noemde zichzelf dan ook bij mijn weten nooit 'reformator'. Prediker, doctor, professor, soms profeet... dat wel. Benamingen waarin Luthers zelfheid helemaal schuilgaat achter het goddelijke Woord. Spreekbuis wilde en moest hij zijn. Het Woord zelf is het, dat werft en werkt, wast en wint.

Dit geeft aan Luthers optreden die aanstekelijke onbevangenheid, keerzijde van zijn gedrevenheid! 'Ik wilde niet graag dat mijn ziel in mijn eigen hand stond. Want dan had de duivel haar ogenblikkelijk te pakken, zoals een gier een kuikentje...' En temidden van hoge spanningen schrijft hij aan zijn Kathe, in die heilige humor van het geloof dat zich 'ont-eigend' weet: 'Ik heb een betere verzorger dan jij en alle engelen zijn: Hij ligt in de kribbe en hangt aan Maria's borst'. God doet het: zorgen en zaligen. 'Dit is de ganse Heilige Schrift, dat de zaak van de christen en de christenheid alleen door God moet worden uitgericht. Er is ook nog nooit een christenzaak op aarde door mensen terecht gebracht'. Dat alle streven van de mens die meent dat hij wat kan en wat moet, een voze waan is, heeft Luther goed geweten. 'Het enige juiste is daarom, God te laten regeren, en bidden dat Zijn Rijk kome...' (Vgl. W. Aalders, Luther en de angst van het Westen, blz. 55v). Nee, Luther was zo bezien geen reformator. Hij had er Eén!

God komt

Luthers geloof, zijn theologische en kerkhervormende arbeid worden bij de voortduur geflankeerd door twee metgezellen: ' enerzijds is daar de aanvechting die hem bestookt - smartelijk maar heilzaam - , anderzijds is er de hoop op de komst van 'die lieve Jongste Dag'. En Luthers hoop is uit het goede hout gesneden: zij heeft wel een lange adem, maar hunkert toch naar vervulling op korte termijn. Want eerst dan, bij Christus' Wederkomst, dan zal de kerk hervormd zijn in definitieve zin. Tot zolang - moge het kort zijn - blijft de kerk een groot zieken-en armenhuis: herstellende, niet hersteld. Oberman taxeert Luther helemaal juist: 'Teleurgesteld zou hij geweest zijn, als hij vermoed had dat de laatste intocht Gods, de wederkomst van Christus op de jongste Dag, nog zó lang op zich zou laten wachten dat het tot de viering van zijn 500e geboortedag op aarde komen moest' (a.w., blz. 21). Luther leefde niet met de idee van een geleidelijke vooruitgang en ontwikkeling der geschiedenis, maar met de werkelijkheid van de apocalyptische eindtijd, in de schaduw van de morgen der eeuwigheid. Reformatie was voor hem geen kerkelijk bedrijf, geen program en geen geschiedproces, maar - veel Geestelijker en radicaler - : doorbraak van de laatste dingen en afbraak van de oude aeon; aftocht van de dood, intocht van Hem Die de Laatste is en onze doortocht tot Diens Koninkrijk. Dat gaf hem, door alle levensernst heen; dat hijgend verlangen naar het eind van de reis. Want dit eind was hem einddoel en voleinding, voor hem en allen die Christus' verschijning hebben liefgekregen, door Hem die ons eerst heeft liefgehad en weldra de grote Reformatie schept.

Daar kon hij van zingen:

De zomer staat vlak voor de deur,
de winter is voorbij,
de tere bloemen springen open.
Die dit heeft aangevangen
Die zal het wel voleinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Luther als reformator

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's