Luther als pastor
Tussen Luthers theologie en zijn pastoraat bestond geen spanning.
Thema's
In verband met de Lutherherdenkingen van dit jaar verscheen onlangs in Duitsland de tweede druk van een boekje van Theodor Brandt, getiteld Luther als Seelsorger (Luther als zielszorger). In dit werkje, bescheiden van omvang, vindt men een aantal pastorale thema's waarover Luther, in Brieven en Tafelgesprekken het zijne te zeggen heeft gehad. Over ziekte en dood, over aanvechting en vertroosting, over huwelijk en gezin, over het beroep en de heiliging in het dagelijkse leven, kortom over alles wat onder het pastoraat valt, heeft Luther ettelijke malen zich uitgesproken, veel meer dan in weinig bladzijden kan worden samengevat. In dit artikel willen wij volstaan met slechts aan te duiden enkele in het oog vallende trekken in Luthers pastorale bezigheid.
Dezelfde Luther
Wij willen er dan eerst op wijzen, dat de Luther van het pastoraat geen andere is geweest dan de Luther die preekte en theologie bedreef. Wat hij op de kansel de gemeente in haar geheel voorhield dat legde hij in zijn pastoraat de mensen persoonlijk na aan het hart. Tussen Luthers theologie en zijn pastoraat bestond geen spanning. Zijn theologie was niet een hoog zogenaamd wetenschappelijk bedrijf, waar de gewone man niet bijkan; zij was niet ee abstracte zaak, ver buiten het leven staande; zij was volop praktisch van aard. Zij had met de Bijbel en met levende mensen te doen. Zij diende beide: Gods openbaring en het geloof. In zekere zin was dan ook heel Luthers theologie niet anders dan pastoraat. In elk geval; de grens tussen beide was vloeiend. Als theoloog was hij pastoraal bezig, en als pastor was hij theologisch bezig.
Aanvechtingen
Wij zien in Luthers brieven aan gemeenteleden of aan collega's die in moeilijke zaken of in aanvechtingen hem raadpleegden, dan ook steeds de thema's van Luthers theologie terugkeren. Hij spreekt over de Heere Jezus Christus en de troost die in Hem is; hij spreekt over de genade, die een heilsweg is die staat tegenover de heilsweg der werken; hij spreekt over de rechtvaardiging die alleen uit het geloof is; hij spreekt over lijden en kruis, welke, naar Gods wil, het deel is van Gods kinderen en dienaren; hij spreekt over de duivel, die niet ophoudt de gemeente Gods aan te vechten; hij spreekt over de goede ordeningen Gods, in huwelijk en beroep; en hij spreekt over de 'lieve jongste Dag' die ophanden is.
Luther ten voeten uit
We wezen zojuist op het boekje van Brandt. We zouden ook nog kunnen wijzen op een boekje dat al vorig jaar in Duitsland verscheen, onder de titel Vom getrosten Leben, samengesteld door Gerhard Blail. Het biedt een aantal van Luthers 'Trostbriefe' (troostbrieven). Vooral in dit boekje vindt men Luther als pastor ten voeten uit. Wat wist hij, in zijn brieven, machtige troostwoorden te vinden voor arme broeders en zusters die leden onder de verzoekingen en aanvechtingen van den boze, en voor stervenden, zijn eigen vader en moeder, maar ook anderen. Luthers troostwoorden hebben, naar mijn gevoelens, een onvergankelijke waarde. Hier kan men heden nog net als in zijn eigen tijd het hart aan ophalen. Ik geef daarvan nu enkele voorbeelden.
Agricola's vrouw
Ons is bewaard gebleven een briefje dat Luther geschreven heeft aan de vrouw van een van zijn collega's. Die collega was Johannes Agricola, die predikant was in Eisleben, Luthers geboorteplaats. Zijn vrouw, Elisabeth, door Luther heel vertrouwelijk Elsa genoemd, hij was nl. met het gezin zeer vertrouwd, leed onder een ziekte die eigenlijk meer psychisch dan lichamelijk van aard was. Luther zei: Haar ziekte is niet een Apothekerkrankheit, zij heeft meer de kracht van Gods Woord nodig dan medicijnen. Op 10 juni 1527 schreef Luther haar onder andere het volgende: Lieve Elsa, ge moet niet zo kleinmoedig en bang zijn, maar bedenken dat Christus nabij is en u helpt in het dragen van uw leed. Want Hij heeft u niet verlaten in die mate als uw vlees en bloed u wijsmaakt. Ik weet maar dit ene: Roep Hem van harte aan, en wees er zeker van dat Hij u verhoort, en dat het zijn gewone handelswijze is om te helpen, te sterken, te troosten allen die dat van Hem begeren. Wees dan getroost en bedenk dat Hij zelf veel meer geleden heeft voor u dan u ooit zoudt kunnen lijden om Hem. Wij zullen God ernstig bidden dat Hij in zijn zoon Christus u wil aanzien en u in uw zwakheid naar ziel en lichaam wil sterken. Wees hiermee Gode bevolen. Amen.
Spalatinus
In juni 1530 maakten Luthers vrienden zeer spannende en moeilijke dagen door. Zij stonden voor de keizer, Karel V, te Augsburg, en werden bijkans gedwongen hun reformatorisch geloof prijs te geven. Het vuur werd hen zeer na aan de schenen gelegd. Luther, die op de Coburg verbleef, moedigde hen aan door troostvolle brieven. Zijn vrienden hadden dat ook wel nodig. Melanchton, maar ook Georg Spalatinus, de hofprediker van de keurvorst Frederik de Wijze. De brieven die Luther in deze dagen aan Melanchton geschreven heeft, hebben algemene bekendheid gekregen. Wat hij schreef aan Spalatinus is minder bekend. Daarom geven wij nu een passage uit een brief van Luther aan hem. Het is het volgende: Genade en vrede in de Heeren. Dat koningen, vorsten en volken onder ons woeden en tekeer gaan tegen de Gezalfde des Heeren, dat houd ik voor een goed teken; veel beter dan wanneer zij ons met mooie woorden zouden paaien. Immers, - op deze woorden volgt (in psalm 2): Die in de hemel woont zal lachen. Onze Koning lacht dus om hen; en ik weet niet waarorn wij dan zouden wenen. Weet wel, Hij lacht niet omwille van hemzelf, maar omwille van ons, opdat wij des getrooster zouden lachen om hun nietig voornemen. Geloof, dat is het enige wat nodig is; bij een geloofszaak behoort geloof! Hij die dit werk (Luther bedoelt: het werk der Reformatie) heeft aangevangen, heeft niet, toen Hij begon onze raad of hulp gevraagd; en tot hier toe heeft Hij dat werk beschermd boven en buiten onze raad en onze hulp. Hij nu is het ook die het ten uitvoer brengen en voleinden zal; buiten en boven onze raad en hulp. Ik twijfel hier niet aan.
Hieronymus Weller
Zomer 1530 schreef Luther een brief aan Hieronymus Weller. Luther zat op de Coburg, en Weller woonde bij Luther in huis. Weller en zijn zuster, Barbara Lisskirchen, waren beide aangevochten mensen. Een brief aan Barbara hebben wij al eens eerder in De Waarheidsvriend laten afdrukken, nu gaat het over een brief geschreven aan haar broer. In deze brief komen wij onder andere het volgende tegen: Lieve Hieronymus, wees er toch van overtuigd dat uw aanvechting van de duivel komt en dat ge om geen andere reden zo geplaagd wordt dan omdat ge in Christus gelooft. Beste Hieronymus, over een aanvechting van de duivel als deze zoudt ge u moeten verheugen, want zij is een gewis teken, dat ge een genadig en barmhartig God hebt. Ik weet wat ge zegt: Deze verzoeking is te zwaar, ik kan haar niet verdragen; ge vreest dat zij u zal stuk breken, zodat ge in vertwijfeling en Godslastering valt. Deze list van de duivel ken ik. Wanneer het hem bij een eerste aanval niet lukt om iemand te overweldigen, dan probeert hij hem op de lange duur af te matten en te vermurwen. Daarom is mijn raad dat u zo vaak u door de duivel aangevallen wordt, u er voor hoedt met hem een dispuut aan te gaan. Want dat is niet anders dan aan de duivel toegeven en verliezen. Ge moet veel meer u inspannen, om met alle krachten zulke door de duivel ingegeven boze gedachten te negeren. Verachting is bij dit soort van aanvechtingen het beste en eenvoudigste middel om de duivel te overwinnen. Lach, de vijand uit. Mijd de eenzaamheid want de duivel zoekt u te verschalken als u alleen bent. Speel een spelletje en let niet op de duivel, dan wordt hij overwonnen. Maak grapjes met mijn vrouw en met anderen en doe met hen een spelletje; zo verdrijft ge de duivelse gedachten en krijgt ge goede moed.
Margarete Eschat
Margarete Eschat, de vrouw van de burgemeester van Wittenberg, had op zekere tijd een bezwaard geweten. Zij had zich een verwensing laten ontvallen. Dat zat haar ontstellend hoog. Zij leed eronder. Luther schreef haar toen een brief, het was op 11 januari 1543. Lieve mevrouw Margarita. Uw broer Johannes heeft mij verteld, hoe een boze geest uw hart daarmee bezwaart, dat een lelijk woord uit uw mond is uitgegaan. Lieve Margarita, ge voelt en belijdt dat het de boze geest is die dat woord u ingegeven hebt, weet dan dat hij een vader der leugenen is. De duivel zegt dat ge nu van hem zijt. Maar dat heeft Christus u niet ingegeven. Weet ge, wat ge tegen de duivel zeggen moet? Heb ik gezondigd, het zij zo, het doet mij leed; maar daarom wil ik toch niet vertwijfelen, want Christus heeft al mijn zonden gedragen en weggenomen, ja de zonden der gehele wereld, tenminste als zij haar zonden belijdt, zich betert en in Christus gelooft, die bevolen heeft bekering en vergeving van zonden te preken in zijn naam onder alle volken. Lieve Margarita, geloof toch niet uw eigen boze gedachten en die van de duivel, maar geloof ons predikers, aan wie God bevolen heeft de zielen te onderwijzen, te troosten en te absolveren (vrij te spreken). Wij predikers van het Evangelie spreken u vrij in Christus' naam en op zijn bevel, en niet alleen van deze ene zonde, maar van alle zonden die u aangeboren zijn van Adam af, en die zo groot en zovele zijn dat God ze ons in dit leven niet eens allen wil laten zien en voelen, laat staan toerekenen, als wij in Hem geloven, want dat zouden wij niet verdragen kunnen. Weest dan getroost: Uw zonden zijn u vergeven, verlaat u daarop. Christus zelf zegt het. Veracht deze troost niet.
Jonas van Stockhausen
Jonas van Stockhausen was een levensmoe mens. Hij liep rond met zelfmoordgedachten. Toen schreef Luther hem een brief, 27 november 1532.'"Lieve vriend, ik heb gehoord dat de boze vijand u aanvalt met levensmoeheid en begeerte naar de dood. Het is hoog tijd, lieve vriend, dat ge ophoudt met te luisteren naar uw eigen gedachten, en dat ge luistert naar anderen, die niet zulke aanvechtingen hebben. Ja bind uw oren aan onze mond, en laat ons woord ingaan in uw hart, dan zal God u door ons woord troosten en sterken. Weet dan ten eerste, dat ge schuldig zijt God te gehoorzamen. Welnu, God heeft u het leven gegeven en Hij wil nog niet dat u dood bent. Laat uw gedachten dan wijken voor Gods wil en wees Hem gehoorzaam. Ook voor onze Heere Jezus Christus was het leven moeilijk en bitter, en toch wilde Hij niet sterven zonder de wil van zijn Vader; Hij ontvluchtte de dood en zei: Mijn ure is nog niet gekomen! Elia, Jona en andere profeten begeerden de dood, maar God eiste van hen dat zij hun leed droegen, tot hun stervensuurtje komen zou. Ge moet eens goed kwaad worden op uzelf en zeggen: Neen, jongen, al zou je nog zo graag sterven, je moet leven, zo wil mijn God het; weg boze gedachten van de duivel, verdwijnt in de hel, daar is uw plaats, hier heb ik niets met u te maken. Zet de tanden op elkaar en toon om Gods wil een harde kop, wees nog halsstarriger dan een boze boer, ja harder dan een aambeeld. En zie, dan zal God u helpen. Hiermee beveel ik u in de hoede van onze lieve Heere, onze enige Heiland en de ware Siegmann (Overwinnaar) Jezus Christus. Hij sterke en trooste u. Doctor Martinus Luther.
Wolf Heinze
Wolf Heinze in Halle had zijn vrouw door de dood verloren. Zijn verdriet was groot. Luther schreef hem een troostbrief. Haar inhoud is als volgt: Dr. Jonas heeft mij zojuist voorgelezen, wat u aan hem vanuit Halle geschreven hebt, nl. dat uw lieve Eva tot God gegaan is. Ik kan heel goed gevoelen, hoe dit verlies u ter harte gaat en uw harteleed is ook mij waarlijk leed. Ge weet immers, dat ik u in waarheid liefheb en trouw ben. En ge weet ook dat uw God u liefheeft, immers: gij hebt zijn Zoon Jezus lief, en juist daarom roert uw leed mijn hart zozeer. Nu, wat moeten wij doen? Waarom zou er in dit leven zoveel ellende zijn, waarom anders dan opdat wij zouden leren dat al deze ellende niet opweegt tegen de eeuwige ellende, waarvan Gods Zoon ons verlost heeft, in Wie wij de allerbeste schat hebben, die eeuwig blijft, terwijl al het tijdelijke en wijzelf moeten vergaan. Onze lieve Heere Christus, dien gij liefhebt en wiens Woord ge eert, die zal u troosten en deze aanvechting doen gedijen tot uw bestwil en tot zijn eer. Uw lieve vrouw is er beter aan toe waar zij nu is, dan toen zij nog bij u was. God helpe u en ons allen zalig te mogen worden, ofschoon het niet zal gaan zonder tranen en verdriet.
Reformatorisch pastoraat
Hier houden wij op. We deden maar een kleine greep uit een overstelpende hoeveelheid. Maar dat weinige dat wij boden, zegt al veel. Met Luther en de Reformatie is ook het pastoraat veranderd, wezenlijk veranderd. Christus kwam in het middelpunt te staan en de troost van de vergeving der zonden. De mens werd niet meer terugverwezen naar eigen krachten, maar zijn oog werd gericht op Hem die waarlijk helpen kan, de grote Herder der schapen, de ware medicijnmeester. Ik, de Heere, ben uw Medicijnmeester. Dat was de hoofdinhoud van Luthers herderlijke, pastorale arbeid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's