De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De poort naar het paradijs!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De poort naar het paradijs!

9 minuten leestijd

'Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.' (Romeinen 1 vers 17)

'Toen werden deze woorden voor mij de poort naar het paradijs...' Zo schrijft Luther later over deze tekst. In de crisis van zijn geloofsleven, waren deze woorden gaan stralen als een helder licht. Al jaren liep Maarten Luther rond met die ene vraag: Hoe krijg ik een genadig God? Als Augustijner monnik was hij helemaal vastgelopen. Hij had gedacht om in het klooster goed en vroom te kunnen leven. Maar het bracht geen rust in zijn ziel. Want God is rechtvaardig, en eist een volkomen gehoorzaamheid. Moet hij dan toch omkomen onder Gods rechtvaardig oordeel?

Hoe krijg ik een genadig God? Is dat ook uw levensvraag geworden? Laten we eerlijk zijn: wat staat dat van nature ver van ons af. Ja zeker, we weten het wel: sterven is God ontmoeten; voor Gods rechterstoel rekenschap afleggen van uw leven. Maar u schuift het voorlopig nog van u af. Het leven is zo druk en vol. Uw aandacht wordt opgeëist voor andere dingen. Of u probeert zelf een antwoord, te geven op die vraag naar een genadig God. U probeert zelf een stuk gerechtigheid voor God op te bouwen. Door een leven vol activisme of eigen gemaakte vroomheid. Maar u blijft bezig, en u vindt nooit werkelijk rust.

Tot dat de Heere u stil zet, en u helemaal vast laat lopen met u zelf. Bij het ontdekkend licht van Gods Woord en Geest gaat u zien, dat het beste van uw leven niet voor God kan bestaan. Omdat het alles zonde en ongerechtigheid is, en een gruwel in Gods oog. En de angstige vraag dringt zich op, evenals bij Luther: Hoe zal ik dan nog behouden worden? Wel, dan wil de Heere u antwoord geven, juist vanuit dit tekstgedeelte. Luther was met deze woorden bezig geraakt, omdat hij college moest geven over de uitleg van de Romeinen-brief. En via deze meditatie komt deze boodschap ook tot u en tot jou. Laten we maar eens nagaan, wat er precies staat:

Paulus schrijft deze brief, omdat hij het plan heeft opgevat om de christelijke gemeente in Rome te bezoeken. Ook in deze dynamische wereldstad wil hij het Evangelie gaan prediken. 'Want ik schaam mij voor het Evangelie van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft, eerst den Jood, en dan ook den Griek (vs. 16). En dan gaat Paulus in vers 17 verklaren, waarom het Evangelie een kracht Gods tot zaligheid is: 'Want in hetzelve (dus in het Evangelie) wordt de rechtvaardigheid Gods geopenbaard...'. Daar kwam Luther eerst helemaal niet uit. 'Ik hield niet op te bonzen tegen dat woord', zo zegt hij later, 'want dat woord vervloekte mij, verdoemde mij'. Luther meende eerst, dat hier de eisende rechtvaardigheid van God bedoeld werd. Zoals Hij de zonde straft naar Zijn rechtvaardig oordeel. En nu is dat er ook! Aan de volle ernst daarvan mogen we niet voorbij gaan. De Bijbel spreekt telkens met twee woorden: wet én evangelie, oordeel én genade, dood én leven. Leest u maar verder in vers 18: 'De toorn van God wordt geopenbaard van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen...'. En wie zal dan bestaan? Maarten Luther niet. U niet en ik niet.

Maar nu het wonder van Gods ontfermende liefde. In de nacht van uw leven komt Hij met het licht van het Evangelie. Dat is de heerlijke boodschap van vers 17. In het Evangelie komt Gods rechtvaardigheid in een heel ander licht te staan. Want het Evangelie is openbaring van Jezus Christus. Gods eigen lieve Zoon, die Hij gegeven heeft om als Middelaar vijanden met Zichzelf te verzoenen. Christus: de schuld-overnemende Borg! Wat is dat groot: Christus Jezus, Die Zelf volkomen rechtvaardig was, heeft Zich gesteld in het gericht van God. En de volle toorn van God over de zonde heeft Hij gedragen. Tot in de helse Godverlatenheid. En zo heeft Hij nu een volkomen gerechtigheid aangebracht voor al de zijnen. Jezus Christus, Hij is een volkomen Zaligmaker. U kunt bij Hem terecht met uw verloren leven. Want Hij biedt Zichzelf aan: Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven!

Zie, dat is het Evangelie van Gods rechtvaardigheid. Sion zal door recht verlost worden! Aan de voet van het kruis mag die zalige ruil geschieden: Christus neemt mijn ongerechtigheid voor Zijn rekening. En Zijn gerechtigheid wordt aan mij toegerekend en geschonken. En zo kan ik nu bestaan voor het gericht van God. Bekleed met de gerechtigheid van Christus mag ik de vrijspraak ontvangen. Ik mag leven, terwijl ik de eeuwige dood verdiend had. Of zoals de Catechismus dat zegt: God ziet mij aan, alsof ik nooit zonde gehad of gedaan, ja als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft!

De apostel Paulus heeft zelf dit wonder van Gods genade leren verstaan, toen hij op de weg naar Damascus al zijn eigen gerechtigheid moest verliezen. En daarom wil hij dat Evangelie van Christus' gerechtigheid met alle klem prediken aan de joden die nog leven bij de gerechtigheid van de wet. En dat was ook de grote bevrijding voor Maarten Luther, toen in de torenkamer van het Augustijner klooster te Wittenberg het licht van het Evangelie begon te stalen. Deze woorden werden voor hem 'de poort naar het paradijs'. En toen móest hij er van getuigen in zijn kerk, die nog leefde bij de leer van de goede werken.

En dat mag nog de grote bevrijding zijn, voor een ieder, die met zichzelf aan een eind kwam, en nu leert leven uit de gerechtigheid van Christus. Kan dat ook van u gezegd worden? De Heere roept u, ook op dit moment. Houdt toch op met al die pogingen om een eigen gerechtigheid op te bouwen. Zie toch van u zelf af, en kom tot de Heere Jezus! Om u als een goddeloze zondaar te laten zinken op zijn gerechtigheid. En dat wil de Heilige Geest u ook leren. Want het Evangelie van Christus is een kracht Gods tot zaligheid. Een kracht die door alle weerstanden heenbreekt, zodat u als een verloren zondaar 'amen' leert zeggen op deze heerlijke boodschap!

En dat is nu het geloof, waarover dit tekstgedeelte spreekt. Het valt op: drie keer komen we het woord geloof tegen: Uit geloof tot geloof, want de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Uit geloof van wie het Woord prediken, tot geloof van wie het horen. Je zou kunnen zeggen: het is van het begin tot het eind geloof. Dat is de weg, om deel te krijgen aan de gerechtigheid van Christus. Wie iets anders wil, wie iets meer wil, gaat niet in de weg van het Woord. Het komt aan op het geloof. En dan niet in die oppervlakkige zin, zoals er dikwijls over gesproken wordt. Maar geloof in zijn volle Bijbelse betekenis.

Maar wordt er dan toch een voorwaarde gesteld, zo vraagt u? Is dat geloof een prestatie, die ik van mijn kant moet aandragen. Integendeel: er wordt hier over geloof gesproken, om aan te geven, dat juist iedere voorwaarde en verdienste wordt uitgesloten. Zoals Efeze 2 dat zegt: Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave. Daar mag u de Heere dan ook om bidden, juist als u zichzelf altijd weer moet beschuldigen van kleingeloof en ongeloof. Want de Heere betoont zijn welbehagen, aan hen, die nederig naar Hem vragen! De Heilige Geest werkt het geloof door de verkondiging van het Evangelie. Dan wordt het geloof de levende echo op de boodschap van Gods genade. U kunt niet anders meer. In de nood van uw zonde en schuld leert u de lege hand van het geloof uit te strekken naar Christus, om zijn gerechtigheid te ontvangen.

Uit geloof tot geloof! Calvijn wijst erop, dat er in deze uitdrukking ook een bepaalde voortgang zit. Want we hebben het niet in handen. Je kunt niet zeggen: ik heb eens geloofd, en nu zit het wel goed. We worden telkens weer geroepen tot geloof. Midden in de aanvechting en de strijd telkens weer terugvallen op het Evangelie. En zo mag er ook groei in het geloof zijn. Het komt - steeds vaster te liggen in hem. O, zeker in u zelf steeds armer, steeds schuldiger. Maar dan wordt de Heere Jezus ook steeds groter, steeds heerlijker. En u vindt steeds meer houvast in zijn woord. Zodat u met Paulus leert zeggen: Ik weet, in Wien ik geloofd heb. Ja, dan mag u leven uit Hem! En dat klinkt nu ook door in het laatste van dit tekstgedeelte: 'Gelijk geschreven is; maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven' . Paulus haalt een woord aan uit de profetieën van Habakuk. Hij wil laten zien, dat de gelovigen van het Oude Testament diezelfde weg moesten gaan. Vertrouwen, niet op zichzelf, maar op het heil van Israels God. En dat woord mag nu bij het licht van het Nieuwe Testament helder gaan stralen. De rechtvaardige, dat is dus de zondaar aan wie de gerechtigheid van Christus is geschonken, die zal uit het geloof leven. Leven uit Hem, terwijl ik nog midden in de dood lig. Een leven van vrede met God. Een leven als kind van de Vader. Een leven, niet meer krampachtig en angstig, omdat ik zelf zoveel moet doen. Maar een leven van diepe verwondering en blijdschap. Een leven van vreugde in God door Christus. Kent u iets van dat leven uit Hem? Laat u waarschuwen: alles wat buiten Christus ligt, brengt u de dood. En wie in ongeloof doorgaat heeft slechts de eeuwige dood te wachten. Maar het leven uit Christus is reeds een beginsel van het eeuwige leven. Het wordt voor u de poort naar het paradijs: de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Eenmaal gaat het geloven over in aanschouwen. De eeuwige morgen breekt aan. Straks zal Gods Kerk staan voor de troon van God. En dan hoor ik in Openbaringen 7 een vraag: Deze, die bekleed zijn met de lange witte klederen, wie zijn zij, en van waar zijn ze gekomen? En dan klinkt het goddelijk antwoord: 'Deze zijn het, die uit de grote verdrukking komen, en zij hebben hun lange klederen gewassen, wit gemaakt in het bloed van het Lam'. En dan zal er een eeuwige lofzang klinken:

'Mijn God, U zal ik eeuwig loven omdat Gij het hebt gedaan'. (Ps. 52 vs. 7)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De poort naar het paradijs!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's