De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

8 minuten leestijd

In het zicht van de landelijke demonstratie tegen de kernwapens (...)

Ethiek en kernwapens

In het zicht van de landelijke demonstratie tegen de kernwapens wordt in dag- en weekbladen veel aandacht geschonken aan de problematiek van de bewapening. Het Centraal Weekblad van 26 oktober geeft in de rubriek 'Ter informatie' aan een gedeelte uit gesprek met minister De Ruiter in het oktobernummer van het orgaan van Pax Christi. Inzake de NAVO en de ontwapening wordt onder andere door de minister gezegd:

'Allereerst spreek ik liever van wapenbeheersing dan van ontwapening. Daarbij weet ik niets beters te bedenken dan dat we het in Oost en West met elkaar moeten oplossen. Ik denk ook niet zo in de tegenstelling eenzijdig-tweezijdig, omdat de bewapeningsarsenalen in Oost en West niet precies tweezijdig zijn opgebouwd. Je moet dan ook naar je eigen inzichten beslissen wat nodig is. Dat hoeft niet het spiegelbeeld te zijn van wat de andere partij heeft. We streven daarbij naar het laagst mogelijke niveau, waarbij onze afschrikkingsstrategie een goede maatstaf is. Ik vind de bijdrage die voortkomt uit het denken in eerste stappen eigenlijk heel klein. De ervaring leert immers dat zo'n stap vanuit de vredesbeweging meteen als waardeloos of nietszeggend wordt weggewuifd. Ik mag herinneren aan het in 1979 genomen besluit van de NAVO om 1000 kernkoppen te verwijderen en de reacties daarop. Die koppen zijn nu weg, maar dat heeft geen tegengebaar opgeleverd en op de vredesbeweging geen enkele indruk gemaakt. Als, wat nog niet vaststaat de regering iets zou gaan doen aan de eigen kernwapentaken, dan wordt dat bij voorbaat door het IKV als alleen maar kosmethiek betiteld. Maar bovendien: wie garandeert mij dat zo'n stap een internationaal proces op gang brengt? En als dat niet het geval is, zitten we dan toch weer niet op het huidige punt: dat we door onderhandelen tot oplossingen moeten komen?'

Inzake zijn visie op de ethiek in vergelijking met die van de vredesbeweging pleitte minister De Ruiter voor een afweging van verschillende belangen en overwegingen en waarschuwde hij voor absolutisme:

'Ik vind het ontzettend jammer dat de vredesbeweging de ethiek met graagte naar voren brengt, maar de eigenlijke ethische vragen ontloopt. Allereerst valt het me op dat de ethische benadering van de vredesbeweging wordt gekenmerkt door een soort abstract absoluut karakter. We waren juist met de ethiek op weg naar iets waarvan je zei: een ethisch oordeel staat nooit op zich zelf. Je kunt het eigenlijk alleen formuleren als je alle feiten en omstandigheden meeneemt. In de vredesbeweging wordt evenwel de aanwezigheid van kernwapens m.i. vaak gezien als een absoluut kwaad, waartegen je - zonder over de consequenties na te denken - neen moet zeggen.

Naar mijn idee is dat helemaal niet ethisch, omdat je dan één vraag niet kunt beantwoorden: als de aanwezigheid van kernwapens nu, in Oost en West, een bijdrage levert aan stabiliteit en, in die zin, vrede (d.w.z. afwezigheid van oorlog); en als eenzijdige ontwapeningsstappen de kans op een oorlog dichterbij doen komen, moet je dan toch kiezen voor de kans op oorlog? Die vraag beantwoordt de vredesbeweging niet.'

Op zich is het een juiste overweging in de ethische bezinning grondig de feiten en om-standigheden te analyseren en verschillende aspecten onder ogen te zien. Het probleem is evenwel: Hoe voorkom je dat je terwijl je de klip van een ethisch absolutisme wilt vermijden niet schipbreuk lijdt op de klip van het relativisme en pragmatisme? Levert de aanwezigheid van kernwapens een bijdrage aan vrede of is het feit van de vrede een zaak die er onder Gods genadig bestel is, ondanks de demonie van de wapens? Natuurlijk moet je de consequenties van stappen overzien, maar ik zou me kunnen indenken dat men zegt: wat zijn de consequenties als de bewapeningsspiraal steeds meer opgeschroefd wordt? En vallen de moderne wapens nog te beheersen? Ik bedoel dat laatste niet fatalistisch. Terecht heeft in de vredeskrant Sjaloom drs. H. de Jong voor dit fatalisme gewaarschuwd en gepleit voor verantwoordelijkheid ook in het omgaan met de wapens. Maar de vraag blijft toch of men ten aanzien van de demonie van het huidige vernietigingspotentieel niet moet spreken van een absoluut kwaad. Waarbij inderdaad de tragiek van sommige vredesbewegingen is dat men onvoldoende oog heeft voor de demonie van totalitaire systemen. Bovendien zal ook het IKV er niet omheen kunnen te moeten erkennen dat het feit dat men kan demonstreren - hoe men dat ook waardeert - politiek gezien alles te maken heeft met het feit dat men in het 'vrije Westen' verkeert. Wordt dat in allerlei protesten tegen de regering en NA­VO niet menigmaal vergeten? Een en ander illustreert hoe verwikkeld en complex de problematiek is.

Vijandsbeeld

Dat maakt het nemen van stappen ook zo moeilijk. Hoe dienen we een principieel neen tegen het kwaad van de moderne oorlog en de oorlogswapenen politiek-militair te vertalen? Want als men niet de kant van het volstrekte pacifisme op wil, blijft dit toch ook voor de vredesbewegingen de eigenlijke vraag? We dienen dan ook in alle nuchterheid vast te stellen dat de verschillen tussen de vredesbewegingen niet vastzitten inzake de taxatie van de moderne nucleaire bewapening. Want daarover zijn voor- en tegenstanders van het IKV het eens: Deze wapens vormen een duivelse bedreiging. Maar hoe kom je tot juiste stappen inzake beheersing of ontwapening. Dan kun je niet volstaan met een simplistische oplossing. Een voorbeeld van dit simplisme vond ik in de opmerkingen van mevr. Strikwerda-van Klinken in Mensen:

'Geëmotioneerd zegt ze op een later moment: "Ik denk niet dat ik zal meemaken dat die dingen er niet meer zijn. Daar ben ik niet bang van of zo, maar wel ontzettend woedend. Dat zo'n Luns echt gelooft dat je de vrede dient door te gaan bewapenen met kruisraketten. Dat ik met klamme handen zit te kijken naar zo'n Navo-generaal Rodgers op televisie die de mensen op een huichelachtige manier bescherming aanbiedt, wanneer per hoofd van de bevolking 33 gulden per jaar méér wordt besteed aan defensie. Dat is toch pure misleiding. Want waartegen moeten we dan worden beschermd? Mensen hebben toch geen idee hoe Russen of Chinezen leven. Dacht je nou echt dat het grootste deel van die bevolking ons ziet als vijanden. Nee toch zeker. Nou, laten wij dat dan ook niet doen en laten we vooral niet klakkeloos dat vijanddenken van een klein groepje Navo-generaals overnemen".'

Let wel: Ik ben overtuigd van de goede trouw en oprechtheid van de schrijfster.

Met haar geloof ik ook niet dat de grote massa van russische of chinese burgers ons als vijanden ziet. Maar daarmee kan men de zaak niet afdoen! Pas de redenering van mevr. Strikwerda eens toe op het verleden van 1933/1945. Zou men toen kunnen zeggen dat de duitse bevolking in meerderheid ons als vijanden zag? Ik denk van niet. Maar het feit blijft wel dat dit volk in de greep van een demonisch en totalitair systeem meegesleept is en meegegaan is. Hadden de geallieerden toen ook moeten zeggen: Ach, laten we de nazi's toch maar niet als onze vijanden beschouwen? Hadden zij toen in neutraliteit moeten volharden? Ik weet wel: Men is dan veelal geneigd een scherp onderscheid te maken tussen nazisme/fascisme en de russische staatsdictatuur. Maar is dat reëel? Men denke aan de reacties op het neerschieten van het koreaanse vliegtuig in Rusland, aan het onderdrukken van de vrije vakbond in Polen, aan Afghanistan, aan de positie van de joden in Rusland. Wie in het kamp van de Navo-generaals heeft ooit beweerd, dat alle Russen of Chinezen onze vijanden zijn? M.i. niemand! Maar mogen we in het communistische systeem in de Oostbloklanden met zijn geheime politie en totalitair regiem geen vijand zien en een bedreiging van onze vrijheid? Dat heeft niets te maken met een blind-vijanddenken, maar wel met een reële kijk op wereldverhoudingen. Daarom acht ik de redenering van mevr. Strikwerda, alle goede bedoelingen ten spijt, simplistisch en karikaturaal ten opzichte van wat zij denigrerend noemt 'dat groepje Navo-generaals'. Bovendien lijkt er de onuitgesproken gedachte achter te zitten dat het ethisch besef aan de kant van de vredesbeweging zit en dat alle generaals en militairen verstoken zijn van een redelijk geweten. En dat lijkt me voor een eerlijke en zindelijke discussie niet bevindelijk. Geen klakkeloos vijanddenken, o nee, maar nog minder een versimpeling, die Wind is voor de gevaren van regiems die wel degelijk onze vrijheid bedreigen. En behoort het niet mede tot de overheidstaak op te komen voor vrijheid en gerechtigheid? Alleen binnen dat raam kan dan het gesprek gevoerd worden over al of niet ontwapenen, niet als men bij voorbaat de overheid of het militaire apparaat afschildert als een gewetenloze vijanddenker. Het lijkt me dat de visie van mevr. Strikwerda ook in het licht van de Schrift moeilijk te handhaven is. Ik denk aan Rom. 13 waar de overheid een taak wordt toegekend in de bescherming van de zwakken tegenover de dreigingen van boosdoeners. En het is niet goed op dit punt Rom. 13 uit te spelen tegen de Bergrede of omgekeerd. Immers het gebod tot liefde jegens de vijand laat de in Rom. 13 genoemde overheidstaak onverlet. Overigens versta de lezer mij niet verkeerd. Wanneer we waarschuwen tegen de dreiging die er uitgaat van het Oostblok betekent dat niet, dat we niet dankbaar zouden zijn voor kleine tekenen van ontspanning die de koude-oorlog-mentaliteit kunnen verminderen. Met name contacten tussen de kerken in de landen van het Westen en de Oostbloklanden kunnen op dit punt een goede bijdrage leveren. Want het Evangelie van Hem, Die de vijandschap jegens God verzoend heeft in Zijn dood, slaat bruggen over kloven heen. Naast alle politieke activiteiten van overheden is dat de vredesdienst van de kerk in gehoorzaamheid aan het Evangelie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's