Globaal bekeken
De joodse rouwtijd omvat één jaar en is verdeeld in vier perioden die alle hun eigen functie hebben.
Twee weken geleden plaatsten we in deze rubriek een brief uit de oorlogsjaren van een zoon aan zijn ouders, geschreven aan de vooravond van zijn fusillering. Aangezien ons de naam van de briefschrijver geheel onbekend was, vroegen we of lezers soms informatie konden verstrekken. Van drie kanten ontvingen we die informatie. De bewuste brief is kennelijk in die tijd verspreid in groter of kleiner kring. Uit twee andere kopieën, die ik ontving, blijkt in ieder geval dat de brief werd overgeschreven om deze zo verder door te geven. In de verschillende teksten treffen we namelijk kleine afwijkingen vanwege het hand-kopiëren.
Uit de informatie blijkt in ieder geval dat de schrijver van de brief was Leendert van Leeuwen uit Sassenheim, die met Gustaaf Joekes in de herfst van 1941 uit bezet Nederland wegtrok om via België, Frankrijk en Zwitserland Engeland te bereiken. Leendert van Leeuwen, die sergeant-adelborst was, werd samen met zijn drie compagnons (er waren namelijk ook nog bij Jacobus van Assenbergh en Willy Olland) aan de Frans-Zwitserse grens gearresteerd en door een Duitse militaire rechtbank wegens 'Feindbegünstigung' ter dood veroordeeld en op 17 februari 1942 In Dyon gefusilleerd. De informatie is afkomstig van het 'Rijksinstituut voor Oorlogsdokumentatie'.
***
Al tientallen jaren woedt in Rusland de strijd van het communistische atheïstische systeem tegen de religie. In boeken voor de scholen en op plakkaten, die allerwegen te vinden zijn, wordt de godsdienst karikaturaal afgebeeld of bespot. Het blad 'Glauben in der Zweiten Welt' (G2W) geeft regelmatig, temidden van een veelheid van informatie over gebeurtenissen achter het ijzeren gordijn, zulke afbeeldingen door. Hieronder volgt een prent uit 1920, voorstellende 'kameraad Lenin', die de aarde van 'onraad reinigt'.
***
In hetzelfde nummer van G2W troffen we onderstaande statistiek aan met betrekking tot emigratie van de Joden uit de Sowjet Unie. Men ziet hieruit hoe langzaam maar zeker de emigratiekraan is dichtgedraaid. (Zie origineel)
***
Het is bekend dat de Joodse orthodoxie een veelheid van geboden en verboden en van rituelen kent. De 'wet in inzettingen bestaande' geldt er nog volledig. In het blad Ter Herkenning troffen we een korte beschrijving van de hand van Willem Zuldema over 'de fasen van het joodse rouwproces'. Het lijkt ons interessant om dit aan de lezers door te geven.
'De joodse rouwtijd omvat één jaar en is verdeeld in vier perioden die alle hun eigen functie hebben, nl. "aninoet" en de drie fasen van aveloet, hieronder aangegeven onder 2.1, 2.2 en 2.3.
1. Aninoet - de periode van verslagenheid en ontreddering voor de begrafenis, waarin de rouwende vrijgesteld is van alle religieuze verplichtingen, behalve wat persé nodig is voor de regeling van de begrafenis. Hij mag zich verder "uitzinnig" gedragen. Niemand mag hem troosten of kalmeren ("Troost uw vriend niet zolang zijn dode nog voor hem ligt''. Misjna , Spreuken der Vaderen, IV, 18). Hij mag zijn uiterlijk verwaarlozen. Niemand mag hem groeten of hem aanspreken. Initiatief moet van hem uitgaan. Tora-studie en sexueel verkeer zijn verboden. Wel is er de familie of zijn er de naastbestaanden, die door hun aanwezigheid het emotionele isolement waarin de rouwende terechtkomt, enigermate verzachten. Waar mogelijk neemt een "Chevra Qadiesja" (Heilig Genootschap, een vereniging van vrijwilligers, die de dode verzorgen; het is een hoge eer er lid van te mogen zijn) aan de rouwende de zorg uithanden. Het is normaal dat de rouwende zichzelf wanhopige vragen stelt en zich schuldig voelt. Niemand heeft het recht hem dat uit het hoofd te praten, ook niet in de volgende fasen. Het verrichten van de "Qeriya", het inscheuren van de kleding, wanneer men bij het sterven van een directe bloedverwant aanwezig is, of op het moment dat men ervan verneemt is "de uitdrukking van een diepe woede door middel van een gecontroleerde daad van vernietiging''. Ze gebeurt soms ook pas aan het graf.
2. Aveloet - de tweede fase begint met de begrafenis. Eerst verzamelen familie, vrienden en kennissen zich in het Metaheer-huis op de begraafplaats, waar vroeger ook de lijkwassing (taharà) wel plaatsvond. Daar wordt de rouwtoespraak (hespeed) gehouden. Het sterke accent op de goede kanten van de overledene maakt duidelijk hoe groot het verlies is dat geleden is. Bij het graf aangekomen, laten de dragers de kist zakken, waarna de mannelijke aanwezigen ieder drie scheppen aarde in het graf scheppen, te beginnen bij de allernaaste familieleden. De werkelijkheid van het afscheid is duidelijk voelbaar. Maar juist dit is nodig om weer terug te kunnen keren naar het leven. De rouwenden zeggen nu aan het graf Kaddiesj, een lofgebed tot God als de God van het leven. Daarna gaan de aanwezigen in twee rijen staan. Terwijl de rouwenden ertussendoor lopen, zeggen zij, als ze langskomen, zacht in koor: "De Heer trooste u onder de overige rouwenden van Tsion en Jeroesjalaim". Daarna begint de "sjiwwe", de diepe rouwtijd die eindigt na het morgengebed van de zevende dag.
2.1. "Sjiwwe zitten" (sjiwwe is 7) - Verboden zijn voor de naastbestaanden: haarknippen, scheren, kleren wassen, zichzelf opmaken of verzorgen, sexuele gemeenschap, schoenen dragen, werken, Torastudie (behalve treurige stukken), zitten op bedden, divans, makkelijke stoelen, groeten, vragen naar iemands welstand, en indien mogelijk moet men het gezicht bedekt houden. Kortom, men doet niets wat enige vreugde geeft. Een gevoel van vervreemding komt over de rouwende en uiterlijk en gedrag zijn daarmee in overeenstemming. In vroeger tijd was ook offeren niet toegestaan: de relatie mens-God was immers door het gebeuren verstoord. Dat moest de tijd hebben.
De rouwenden zitten op de grond of althans laag bij de grond. Zoveel mogelijk zijn er 10 man aanwezig om het morgen-, middag-en avondgebed te doen. Daarbij worden die gebeden weggelaten die pijnlijk kunnen zijn (bijv. jubelpsalmen). Men begint geen gesprek met de rouwende. Hij heeft het recht om te beginnen, en ook om te laten merken dat hij liever heeft dat men hem met rust laat. Er zijn parallellen met de Grote Verzoendag. Zonder over schuld te spreken, ervaart men in het sjiwwe-zitten iets zuiverends en verzoenends. De rouwenden maken niet hun eigen voedsel klaar. Dat doen de buren (de buurt). Als het niet-werken grote schade oplevert, vangt de gemeenschap die op. Op sjabbat vervalt de rouw grotendeels, althans de publieke aspecten.
2.2. Sjelosjim (is 30; d. w.z. 30 dagen vanaf de begrafenis). Men gaat weer aan het werk. Het verbod van knippen en scheren en van het dragen van nieuwe of pas geperste kleren blijft. Men woont geen feesten bij trouwt niet. Men begint ook geen belangrijke zaken. Sommige van deze dingen gelden bij rouw over ouders één jaar.
2.3. Tot elf maanden na de begrafenis gaat men dagelijks naar de synagoge om Kaddiesj te zeggen ter gedachtenis van de overledene. Na afsluiting van het rouwjaar doet men dat eenmaal per jaar op de sterfdag van de overledene ("jaartijd"), gerekend naar de joodse kalender. Het gehele jaar door wordt een nagedachtenislampje (nér tamied, d.w.z. eeuwig licht) brandende gehouden. Op de jaartijd van ouders vasten de kinderen, geheel of ten dele, en zegt de zoon Kaddiesj, in de synagoge, wanneer er minjan (10 man) aanwezig is. Het leven heeft verder weer zijn gewone gang hernomen.
Bij al deze gebruiken zijn kinderen niet buitengesloten. Al betekent het niet dat zij ze ook allemaal moeten voltrekken. Dat komt pas voor hun rekening als zij de leeftijd bereikt hebben waarop zij aansprakelijk zijn voor het vervullen van de mitswot (opdrachten).'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's