Gebed om arbeiders
Broeders, ligt ons leven, ons gezin en ook ons werk niet in Gods hand. Waar wij ook ter wereld wonen en werken.
Er is in de afgelopen tijd in diverse kerkelijke bladen al heel wat geschreven over de grote toeloop van candidaten en ook over het feit, dat de gemeenten 'vol' raken. Ook wanneer wij ons oor te luisteren zouden leggen in de wandelgangen van de Theologische Faculteiten dan denk ik, dat veel gesprekken van de theol. studenten gaan over het al of niet krijgen van een beroep. Ook kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat velen deze grote toeloop van jonge dienaren in de kerk als 'zorgelijk' bestempelen. 'Hoe moet dat in de toekomst', hoor je dan. En ook 'Het beroepingswerk wordt veel minder'. Maar is dit alles reden tot bezorgdheid? Het is niet te ontkennen, dat het zowel voor gemeente als voor de predikant, wel eens goed kan zijn, dat er geregeldertijd een wisseling is. Maar aan de andere kant kan het voor de predikant tesamen met de kerkeraad heerlijk zijn om jaren achtereen in prediking en pastoraat zich intensief te wijden aan de geestelijke opbouw van de gemeente, zonder na vier jaar direct weer weg te gaan. Wij weten uit de kerkgeschiedenis, dat velen jaren lang in een gemeente gestaan hebben en daar hun sporen - getrokken in het Woord Gods - hebben nagelaten. Dat is vandaag aan de dag in vele gemeenten nog merkbaar.
Maar ik zou ook op een ander aspect willen wijzen. Het woord 'candidatenoverschot' is een woord, dat binnen de christelijke gemeente niet thuis hoort. Mogen wij juist nu niet zeggen: Wat is het een zegen voor de kerk, dat de Heere zovele jonge mensen aan Zijn kerk geeft. Hoe heeft niet wijlen ds. G. Boer en met hem anderen, niet iedere keer in geschrift, in prediking en in de voorbede er om gevraagd (gesmeekt!) of de Heere God in deze godverlaten goddeloze tijd meer jonge dienaren zou willen geven aan Zijn kerk.
En ziedaar. God is getrouw - ze zijn gekomen en komen nog. Wat een mogelijkheden voor kerk en zending. Dit voor onze kerk in Nederland. In de Waarheidsvriend van jl. 6 oktober wijst ds. Van Brummelen er al op, dat zovele predikanten overbezet zijn en dat juist nu het vestigen van 'een twintigtal predikantsplaatsen meer niet onmogelijk zou zijn'. En ook mogen wij zeggen: wat een mogelijkheden voor de zending! Graag zou ik daarover ook een hartelijk woord voor willen spreken. Via onze eigen G.Z.B, is onlangs weer een dringend appèl gedaan op predikanten en candidaten om zich beschikbaar te stellen voor het werk overzee. Er zijn nu enkele vacatures en dat zal over enkele jaren niet anders zijn. Steeds blijven er ook in het zendingswerk mensen nodig. Zou het geen aanwijzing kunnen zijn nu er zovelen beschikbaar zijn, dat de Heere ons allen wil doen zien, dat de opdracht eens aan zijn discipelen gegeven ook nu nog geldt voor al Zijn dienaren: 'Gaat dan henen, onderwijst al de volken.. .' en dat in Nederland en ver weg, bijv. Indonesië, Peru, Chili, Kenya en in andere landen. Soms denk je wel eens: wat is het toch, dat zovelen tegenhoudt zich beschikbaar te stellen voor het werk der zending. Natuurlijk is het beslissendste te weten, dat de Heere je roept, zoals dat voor ieder beroep geldt, dat een predikant of candidaat ontvangt. Maar laten wij eens eerlijk zijn: is het ook niet vaak de heimelijke gedachte: 'Ik weet nu wat ik heb en wanneer ik later terug kom in Nederland, wie garandeert mij dan, dat ik dan nog een gemeente krijg?' Er kunnen ook andere overwegingen zijn en ongetwijfeld zijn er verschillenden die heel serieus voor Gods aangezicht deze dingen hebben overwogen. Maar ik zou ook willen zeggen: Broeders, ligt ons leven, ons gezin en ook ons werk niet in Gods hand. Waar wij ook ter wereld wonen en werken. Zal Hij, Die voor ons zorgt ook dan niet zorgen. Wij hebben de garantie Gods!
Persoonlijk vonden wij het meest ontmoedigende - toen wij in Nederland gehoor meenden te moeten geven aan de roeping Gods om hier in Kenya te gaan werken - dat verschillende collegae zeiden: 'Weet je wel wat je doet, voor je gezin en dan een mooie gemeente te verlaten, nu weet je wat je hebt'. Het is waar, bij zo'n beslissing komt er veel op je af maar mogen wij niet geloven, dat Hij, Die roept getrouw is en het ook doen zal. En wanneer dan de tijd komt wanneer je terug gaat naar Nederland, zal dan de Heere niet dezelfde zijn? Moeten wij niet in alles wat meer crediet hebben op de Heere, dat Hij niet laat varen het werk dat Hij begon.
Laten wij er toch in alles voor waken niet te zakelijk bezig te zijn met getallen als: zoveel candidaten te veel en zoveel predikanten zijn er die dan en op die tijd met emeritaat gaan.. Maar veel meer móet ons bezighouden de aantallen van hen, die Christus niet kennen en die ten dode wankelen. Wie vertelt ze van de Heere Jezus, Die gekomen is om het verlorene te zoeken!
Daarom doorgaan met het gebed of de Heere getrouwe dienaren wil geven aan Zijn kerk in Nederland en op andere plaatsen op de wereld. Opdat er door de prediking van het heerlijke evangelie nog velen worden toegebracht. Tot eer van God en tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk.
J. Kommers
Zendingspredikant te Kenya uitgezonden namens de G.Z.B. (Oost-Afrika).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's