Aspecten in de prediking (2)
Van uitermate groot belang is, dat de dienaren des Woords weten, met hun hart weten, de plaats en de betekenis van de wedergeboorte, van het geloof, van de rechtvaardigmaking en de heiligmaking.
Een vorig keer schreven wij iets over de theologische bezinning als tweede aspect voor de geestelijke leiding in de prediking. In dit artikel willen wij hierop nog wat voortborduren. Immers wie uitdeler van de menigerlei genade Gods wil zijn, behoort de schatkamer te kennen de schatten die hij daarin vindt en ziet uitstallen voor en verkondigen aan de gemeente Gods.
Triniteit
Als predikers zullen wij ons goed bewust moeten zijn van de triniteitsopenbaring. Dat wil zeggen de openbaring van de Vader, van de Zoon, van de Heilige Geest. Van de Vader Die het heil beschikt heeft. Van de Zoon Die het heil verworven heeft. Van de Heilige Geest Die het heil aan én in de mens toepast. Verkondigend zullen de grote werken van deze drieënige God uitgedragen worden. Ds. J. van Sliedregt schreef in dit verband: 'dan treedt aan de dag, wat dit in voorwerpelijke en onderwerpelijke zin voor de gemeente betekent, dat zij met zulk een God te doen heeft. Die een zeer overvloedige fontein aller goeden is'. Wanneer de grote werken Gods verkondigd worden, wordt in het licht daarvan de zonde ook werkelijk zonde, d.i. vijandschap tegen God; maar de genade ook ten volle genade. Het spreken met twee woorden is daarom geboden. Ook moeten wij niet menen, dat er een tegenstelling is tussen Christo-centrisch preken en trinitarisch preken. Paulus horen wij zeggen, dat hij van niets anders wil weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd. De hoofdinhoud van het Evangelie is, zoals wij reeds eerder schreven, Christus en Zijn werk als Borg. Doch terecht merkt ds. W. van Gorsel in Kerk en prediking (Pilaar en Kandelaar) dit op: 'Maar vóór het verlossingswerk van de Zoon ligt de eeuwige raad en erachter ligt het eeuwige Rijk van God. En tussen die twee in, tussen de eeuwige raad en het eeuwige Rijk in, is de Vader bezig zondaren te trekken uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, is de Zoon bezig Zich een gemeente te vergaderen tot het eeuwige leven, en is de Heilige Geest bezig mensen te vernieuwen naar het beeld van Christus'. Deze drieënige God is ons een God van volkomen zaligheid. Zijn heerlijk werk gaat uit naar de mens. Zijn heerlijk werk is voor de mens. Zijn heerlijk werk wordt verklaard in en aan de mens. In alles is deze Drieënige God de eerste: zowel voorwerpelijk als onderwerpelijk. Laten wij evenwel niet vergeten, dat het voorwerpelijke in de prediking altijd voorop gaat. Het onderwerpelijke zou er bovendien niet eens zijn, wanneer het voorwerpelijke er niet aan vooraf was gegaan.
Hierbij komt ook nog, dat wij beducht moeten zijn om één van de Goddelijke Personen op de voorgrond te stellen. Het gevaar is werkelijk niet denkbeeldig, dat wij in de prediking vervallen in een Jezu-monisme, waardoor het werk van de Vader en de Heilige Geest op de achtergrond wordt geplaatst of verwaarloosd. Dan gebeurt niet minder in een Patro-centrische prediking waarin alle accent valt op het willen en werken van de Vader. In zulk een prediking wordt de Zoon en de Heilige Geest naar de achtergrond gedrongen. Zulk een prediking kan leiden tot starheid en koel conservatisme. Zij kan zelfs actieve lijdelijkheid in de hand werken. Uit het verleden en het heden zijn hiervoor wel bewijzen te leveren. Onze prediking dient op een evenwichtige wijze trinitarisch te zijn al naar gelang de tekst en de contekst voor de verkondiging dit aangeeft.
Heilsordelijk
Naast trinitarisch zal onze prediking ook een heilsordelijk karakter dienen te dragen. Er is een orde des heils. Is het een onjuiste constatering, wanneer wij opmerken, dat in de laatste tien jaar het heilsordelijke minder aan bod komt in de verkondiging dan vroeger? Wij oordelen niet, wij signaleren slechts! Let wel: wij zijn er geen voorstander van, dat de orde des heils op een schematische wijze wordt gebracht. Ook niet op een methodistische manier, zodat er geen wrikken of bewegen meer aan is. In ons pastoraat hebben wij teveel mensen ontmoet die hierdoor in de klem geraakt waren. Zij zaten zo verstrikt en vast in het schema, dat alleen een Godswonder ze hiervan heeft kunnen verlossen. Dus alstublieft geen schema, althans niet in de strakke en enge zin van het Woord. Niettemin pleiten wij wel voor een heilsorderlijk karakter in de prediking. Hiermee bedoelen wij - en wij citeren de woorden van de christelijk gereformeerde hoogleraar Kremer, dat de gegevens der openbaring zoals die tot ons heil geschonken zijn, moeten worden gezien en gelaten in de orde, waarin God ze Zelf gesteld heeft. In de prediking wordt de gemeente rondgeleid in het paleis der waarheid. In dat paleis worden haar 'zaken' getoond als vermaning, waarschuwing, ontdekking, geloof, hoop, liefde, blijdschap, zekerheid, etc. Maar dat doen wij niet als op een veiling. Wie wel eens een veiling heeft meegemaakt, weet dat de spullen daar vaak door elkaar staan. Het is er soms een complete chaos. Niemand zou willen wonen in zo'n vertrek waarin alles op of naast elkaar is gezet. Doch zo is het ook met het paleis der waarheid. De zaken daarin moeten ordelijk voorgesteld worden, d.w.z. in de orde waarin de Koning van het paleis ze heeft uitgestald. Precies als op een veiling is er veel te verkrijgen. Evenwel met dit onderscheid dat in het paleis der waarheid alles om niet (genade) is te ontvangen en men het daar stuk voor stuk ontvangt. De Heere geeft geen blijdschap als er geen bekering noch geloof is. Van uitermate groot belang is daarom, dat de dienaren des Woords weten, met hun hart weten, de plaats en de betekenis van de wedergeboorte, van het geloof, van de rechtvaardigmaking en de heiligmaking. Ook welke plaats de goede werken in het geloof innemen, door wie zij gedaan worden en wanneer zij gedaan worden en niet minder dat deze werken door de Heere Zelf zijn voorbereid. Wie dit alles maar wat door elkaar hutselt, zal de gemeente Gods niet bouwen. Integendeel zelfs. Men is de oorzaak van geestelijke verwarring. Men brengt een grote chaos teweeg, en doet én de gemeente én het Koninkrijk Gods schade aan.
Hoe zien wij de mens?
In de theologische bezinning die van belang is voor de geestelijke leiding in de prediking gaat het ook om de vraag: hoe zien wij de mens? Wat is de theologische plaats van de mens? Zien wij ze allen als onbekeerd? Zien wij ze allen als ongelovigen? Of zien wij ze allen als bekommerden? Wij zullen ons hierover steeds opnieuw moeten bezinnen. Wie deze bezinning niet kent, zal in de liefdesbrief van God (de preek) geen adres kennen. De preek moet immers aan allen, maar ook tot een ieder heel persoonlijk gericht zijn. Een ieder moet weten: ik word bedoeld! Met beschrijvende preken komt men niet zo erg ver. Daarin blijft doorgaans een ieder buiten schot. Als predikers zullen wij er ook op dienen te letten, dat wij niet vastraken in één of ander theologisch systeem. Het kan een gevaarlijke ziekte zijn, wanneer wij ons een theologisch systeem laten opdringen. Een gevaarlijke ziekte met ernstige gevolgen voor de gemeente die aan onze handen is toevertrouwd. Men lijdt aan die gevaarlijke ziekte, wanneer men het Verbond Gods overschat, op het Verbond alle nadruk gaat leggen alsof er niets anders of niets meer in het paleis der waarheid zou zijn. Voor overschatting, trouwens ook voor onderschatting, moge de Heere ons bewaren. Dat geldt evenzeer voor de verkiezing. Wanneer altijd en overal alle accent wordt gelegd op de verkiezing Gods en het Verbond Gods nooit eens naar voren komt, vervallen wij in een Patro-centrisme, waardoor van een evenwichtige trinitarische prediking geen sprake meer is. Ieder theologisch systeem is er de oorzaak van dat grote delen van de Schrift nooit ter sprake komen, omdat deze in het systeem niet passen. Over Schriftkritiek gesproken! Nodig is en blijft, dat wij als predikers steeds opnieuw de Heere Zelf in Zijn Woord ontmoeten. Dan mag van ons gelden Spreuken 13 : 7b: 'Een trouw gezant is medicijn'.
Gereformeerde prediking is confessioneel
Een derde aspect van de gereformeerde prediking is, dat zij door de confessie bepaald wordt. Met dit neer te schrijven is niet bedoeld, dat wij de inhoud van de prediking ontlenen aan de confessie (belijdenis). Hoe hoog wij de belijdenis ook achten, maar de belijdenis van de kerk is niet onze bron voor de prediking. Sola scriptura, het Woord alleen is onze bron. Uit deze bron behoort door ons alleen geput te worden. Met de confessionele bepaaldheid van de prediking hebben wij in dit verband evenmin op het oog, dat de prediking zich in dogmatisch opzicht binnen de kaders van de belijdenis van de kerk heeft te bewegen. Wie de belijdenis liefheeft, omdat men het Woord liefhebt, voor die is dat geen vraag.
Wat wij met confessionele gerichtheid of bepaaldheid in de prediking bedoelen is dat de belijdenis van de kerk er oog voor heeft, dat de gemeente uit heel verschillende leden bestaat. Men spreekt niet van een vergadering van gelovigen die allen precies hetzelfde zijn. Het is niet alles koekoekéénzang. Of om het enigszins vulgair te zeggen: de leden van de gemeente dragen niet allen één en hetzelfde confectiepak. Neen, onze belijdenis heeft oog voor de gemeente in haar totaliteit, maar niet minder voor de enkeling in de gemeente. En onder die enkelingen kent zij een eindeloze variatie. De Heidelberger spreekt bv. over hypocrieten, over hen die zich niet van harte bekeren, en over hen die een waar(achtig) geloof kennen. Wie de Dordtse Leerregels naarstig bestudeert, zal ontdekken, dat in dat geschrift wordt gesproken over de kenmerken van een oprecht christen, maar ook over de verscheidenheid onder hen zoals die in stand en maat van het geloof naar voren treden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's