De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leefwereld van de student anno 1983 (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leefwereld van de student anno 1983 (1)

10 minuten leestijd

Meer en meer zien studenten hun levensvervulling liggen in het alleen maar consumeren van wat de (universitaire) sameleving op hun bord schuift.

Een oude klasgenoot van me deed onlangs belijdenis. Ik las het in de krant. Openbare belijdenis. In een samenkomst van schrijvers, toneelkunstenaars en journalisten gaf hij getuigenis hoe hij van het christelijk geloof afscheid had genomen. Niet met wrok of walging, helemaal niet. Godsdienst was een fase in de ontwikkeling van zijn leven. Een fase waarin men nog niet zoveel weet, waarin men nog niet zo diep nadenkt over de dingen, waarin men meer op gevoel leeft dan op inzicht. Een interessante fase, maar nu voorgoed voorbij. Wie grondig kennis heeft genomen van de wetenschap en de cultuur, kan niets meer beginnen met de dwaze sentimentaliteit die men van thuis heeft meegekregen. En God? Misschien is God er nog wel, maar dan bestaat hij alleen in de gedachten van de mensen; ieder mens schept zich tenslotte een god naar zijn eigen beeld en gelijkenis. Of mischien is hij aanwezig als een levenskracht in de natuur. Hoe dan ook, het is in ieder geval niet verstandig om veel over het bestaan van zo'n god te fantaseren.

Op een nieuw spoor

De belijdenis-van-het-ongeloof van deze goed kerkelijk opgegroeide vriend is niet opzienbarend. Hoeveel jonge mensen zijn hem al voorgegaan, zijn vooral in hun studententijd op dat spoor terecht gekomen. Misschien heeft u het zelf meegemaakt in uw familie- of kennissenkring. Vaak gebeurde het door een diepe geestelijke crisis heen. Wat ze van thuis hadden meegekregen, bleek niet meer te handhaven in de draaikolk van theorieën, meningen en levenswijzen. Ze zagen de tweespalt tussen leer en leven bij degenen die ze als kind altijd hadden vertrouwd. In de traditionele levenssfeer van het gezin en de kerk werden hun vragen niet meer beantwoord. Hartstochtelijk zochten ze naar waarheid, in hun eigen leven en in de samenleving. Het oude geloof maakte op den duur plaats voor een nieuw geloof. Hun nieuwe inzichten en ervaringen ontmaskerden het oude kruisevangelie als een kinderlijke dwaasheid. Ze voelden scherp aan dat Christus niet thuishoorde aan de universiteit en niet kon wonen bij mondige mensen. Het zijn niet de oppervlakkigste mensen die zo'n geestelijke omwenteling meemaken. Ze denken na over het leven en zijn zeer betrokken bij alles wat er zich in deze tijd afspeelt. En de huiveringwekkende kilte van de geest van de tijd hebben ze tot op het bot gevoeld. Laten we hen maar niet al te snel veroordelen. 't Heeft bij hen blijkbaar niet erg diep gezeten.' Wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle.

In een nieuwe wereld

Als je je vestigt in de universiteitsstad, misschien ver van huis en wellicht na lang zoeken naar een kamer, gaat er een nieuwe wereld voor je open. Met gespannen verwachting werp je je op de studie, op weg naar een goede positie in de samenleving. Je hebt er veel voor over om straks een eervolle en goed betaalde baan te bezitten. En dan merk je dat er ook nog leven is naast de studie. Een bonte reeks van mogelijkheden dient zich aan ter ontplooiing van lichaam en geest. Je hebt letterlijk alle mogelijkheden om een sport te beoefenen. Wekelijks zijn er toneelstukken en films te bekijken. Je kunt je geest verruimen met yoga. Allerlei oosters-mystieke groeperingen zullen je met open armen ontvangen. Lezingen op de universiteit die je op de hoogte houden van allerlei ontwikkelingen in de samenleving. En wil je wat meer contact, dan sluit je je aan bij een studentengezelligheidsvereniging. Je hebt dan ook de mogelijkheid om geregeld tot diep in de nacht te feesten. Alles wat je hart begeert ligt voor het grijpen. Je hoeft er geen offers voor te brengen, je hoeft er zelfs geen 'ontgroening' meer voor over te hebben. En je kunt ook niet zeggen dat je als gemiddelde Nederlandse student slecht bij kas zit. Ook al moet je soms een kamer huren tegen een woekerprijs en zijn de collegegelden hoog. Eigenlijk valt het allemaal erg mee, student zijn. In deze nieuwe fase van vrijheid en zelfstandigheid valt er veel te beleven en veel te genieten. De universitaire samenleving is zo kwaad nog niet. Iedereen wordt er in z'n waarde gelaten. En als je radicaal en consequent voor je geloof uitkomt, wordt je best gerespecteerd. Je hebt tenminste een overtuiging. En persoonlijke overtuigingen zijn heilig, hoe absurd ze ook mogen zijn.

Eten, drinken en niet eens meer vrolijk zijn

Tientallen jaren geleden gaf de ontwikkeling van de wetenschap zin en betekenis aan het leven. Daarna veroverde een algemeen wantrouwen de (universitaire) samenleving, een wanhoop aan zichzelf, aan de resultaten van de wetenschap en aan de zin van het bestaande. Er ontstond een diepgewortelde haat tegen de gevestigde orde en de marxist Marcuse was hiervan de profeet.

Tien tot vijftien jaar geleden stonden studenten in West-Europa op de barricades, demonstreerden en protesteerden, bezetten het Maagdenhuis in Amsterdam. Ik herinner me hoe fel men was in het begin van de zeventiger jaren. Massale protesten tegen de verhoging van het collegegeld. En wie niet meedeed werd meteen als verrader of als spelbreker gebrandmerkt. Dat was mijn allereerste kennismaking met het studentenleven. Discussies waren er elke dag. Ik heb er door geleerd om voortdurend rekenschap te kunnen geven van de dingen die je doet of die je juist niet doet. Nu lijkt het erop dat men zich nergens meer druk om maakt. Er is hier of daar nog wel eens een protest, nu en dan bezet men nog wel eens een afdeling. Maar er zijn geen idealen meer om voor te vechten. Er heerst een geest van lauwheid. Blijken de structuren toch onveranderlijk? Is het reactie op de wanhopige kritiek en het doemdenken van de laatste tien jaar? In ieder geval lijken veel studenten nu op de inwoners van Jeruzalem ten tijde van de profeet Jesaja. Die zeiden: 'Laten we nu nog maar eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen is het toch afgelopen als de vijand de stad binnendringt'. Vandaag hebben we genoeg aan onze surfplank, vriendin, en de vakantie aan de Middellandse Zee, en het is de vraag of we er nog echt vrolijk bij kunnen zijn. Natuurlijk op tijd je vakken halen, maar verder niet moeilijk doen over levensvragen of de ethische achtergronden, van het vak dat je studeert.

Zeker, de 'gemiddelde' student heeft wel aandacht voor Midden-Amerika of voor de kernwapenproblematiek, maar dat is vaak een door de samenleving opgedrongen aandacht. Iedereen geeft er zijn of haar mening over ten beste, maar weinigen zijn echt op de hoogte. Men weet over een heleboel dingen weinig af en moet er toch een mening over hebben. Door hun specialistische opleiding weten studenten véél over een klein onderdeel: hun eigen vakgebied. Maar het wonderlijke is dat men zich daar nauwelijks een mening vormt. Een aanstaande dokter doet erg veel kennis op; 'technisch' is hij of zij uitstekend op de hoogte. Maar als er straks een meisje van 14 om de pil komt buiten weten van haar ouders, weet hij niet zo gauw wat hij zal doen. Hij geeft haar wat ze verlangt. In de drukte van zijn praktijk beseft hij in een vluchtig moment dat ieder mens recht op zelfbeschikking heeft, dat ze toch wel ergens anders terecht kan als hij zou weigeren en dat hij tenslotte geen kinderpsycholoog of pedagoog is. Hoe kan iemand advocaat of rechter zijn zonder dat hij heeft nagedacht over de normen achter de wetgeving? Wat zal er worden van een drs. in de theologie als hij de diepten van de menselijke ziel niet kent en zijn studie niet heeft getooid met de praktijk der godzaligheid?

Eenzaamheid

Meer en meer zien studenten hun levensvervulling liggen in het alleen maar consumeren van wat de (universitaire) sameleving op hun bord schuift. Er is eigenlijk alleen maar aandacht voor het cultiveren van de eigen geest en het eigen lichaam. De student van vandaag heet Narcissus, de jongeman uit de Griekse oudheid die nooit genoeg kreeg van zichzelf. De zin van het bestaan wordt door surrogaten bepaald en een grenzeloze eenzaamheid doemt aan de ho­rizon op. Er zijn wel contacten, maar alleen oppervlakkige. Men volgt wel colleges en practica en zit wel op een sportclub of gaat regelmatig op de mensa eten, maar niemand lijkt echt belangstelling voor je te hebben. En als een student niet makkelijk vriendschappen maakt, kan hij of zij zich snel gedeprimeerd voelen en in een spiraal van toenemende eenzaamheid terecht komen. Er zijn studentenflats met op elke woonlaag 10 tot 20 kamers-met-kookgelegenheid. De enige gemeenschappelijke ruimte is het trappenhuis met liften. Kunt u zich enigszins voorstellen hoe mensen daar vereenzamen temidden van tienduizenden? Konden de ontwerpers destijds niet vermoeden dat uit deze blokkendozen mensen regelmatig hun dood tegemoet zouden springen?

We proberen tenslotte nog een keer de balans op te maken van het leven en werken in de samenleving van universiteit of hogeschool. In het hele wetenschappelijke bedrijf is er steeds meer de roep naar het nut. Iets is goed of verantwoord, als het zinvol gebruikt kan worden, als het werkt. Het gaat er ook meer om wat je doet, presteert dan om wat je bént. 'Wetenschappelijk' is de toetssteen van alles wat we doen en laten. En wetenschap houdt zich niet op met de waarde van de mens, er is geen plaats voor zonde en schuld, oorsprong en zin van het bestaande. Wetenschap verdoezelt zelfs de ethiek. Zo wordt bijv. in de discussie over abortus met voornaam klinkende termen het grofste onrecht gecamoufleerd.

In de zeventiger jaren kon de kille wetenschappelijke bezigheid de studenten weinig voldoening schenken. Men zoch een tegenwicht in alternatieve levensvormen. Toen ik in 1971 ging studeren werd samenwonen echt mode, en nu is het een getuigenis op zich als een studentenpaar trouwt. Men vond ook meer en meer z'n heil in (oosterse) mystiek, op zoek als men was naar échte ervaringen. Antroposofie was 'in', de oecologische beweging en de alternatieve voedingsleer kwamen op. Al die uitwegen naar een zinvol bestaan zijn wijd over onze samenleving heen gewaaierd. En nu, in de tachtiger jaren grijpt lauwheid en gezapigheid om zich heen die gepaard gaat met een overdreven aandacht voor het eigen ik en een buitensporige lichaamscultus.

Misschien vindt u het tot nog toe een pessimistisch verhaal. U hebt gelijk. Het is ook geen volledig beeld wat hier is geschetst. Er is niet gesproken over de eerlijke beoefening van de wetenschap en de vreugde die daarin ligt. En ook niet over de vele studenten die positief-kritisch aan hun studie deelnemen en verantwoordelijkheid willen dragen in de universitaire samenleving en daarbuiten. Ook ging het niet over de vruchten van studie en onderzoek. Dat zij zo.

Het komt er op aan dat wij en onze kinderen God dienen in déze tijd. Zoals Daniël midden in de cultuur van de Perzische astrologen stond en tegelijk God met zijn hele hart diende en eerde. Laten we onophoudelijk bidden om Daniels in de centra van cultuur en wetenschap, laten we bidden om bewaring als die bronnen mochten veranderen in leeuwenkuilen en om het afleggen van de goede belijdenis voor het forum van de wijzen van deze eeuw. Maar daarover de volgende keer meer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Leefwereld van de student anno 1983 (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's