Stille verwondering... !
De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen, ja een schone erfenis is mij geworden.. (Psalm 16 : 6)
U hebt het vast wel eens gezien: ergens in een weiland zijn de landmeters bezig. De rood-witte paaltjes worden uitgezet. Het meetsnoer wordt gespannen: straks zullen hier wegen worden aangelegd en nieuwe huizen worden gebouwd. Dat beeld gebruikt David in psalm 16. In het voorgaande heeft hij zijn hart reeds open gelegd voor God en de mensen. Hij wil niet meedoen met hen, die de afgoden dienen. De Heere is mijn erfdeel! Naar Hem gaat mijn hart uit. In Hem vind ik het leven voor mijn ziel. En als hij dan mag zien op de rijkdom van Gods genade, dan zingt hij in blijde verwondering: de snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen, ja, een schone erfenis is mij geworden. De snoeren: daarmee bedoelt David het meetsnoer. David denkt ook hier aan de verdeling van het land Kanaan. We lezen daarover in Jozua 14. Als het volk Israël in het land Kanaan is gekomen, gaan Jozua, de leider van het volk, en Eleazar, de priester, het land verdelen onder de stammen van Israël. Daarbij werd het meetsnoer gebruikt, om de stukken land af te meten. En zo ging dat later ook nog wel. Als er door een erfenis een stuk grond verdeeld moest worden, kwam het meetsnoer er aan te pas. Welnu, dat beeld gebruikt David om te zingen van Gods genade: de snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen: het is als een mooi stuk land. Ja, een schone erfenis is mij geworden! Let u op dat kleine woordje 'ja'. Daaruit spreekt een stuk verwondering. Het is een uitroep van verrukking: daar heb ik niet voor gewerkt. Dat heb ik niet verdiend. Ik heb het zomaar voor niets gekregen. Ik heb het als een schone erfenis ontvangen. Dat zullen de Israëlieten ook gezegd hebben, toen ze Kanaän in bezit mochten nemen. Het was immers een land, overvloeiende van melk en honing. Denkt u maar eens aan de druiven Eskol, die de verspieders meenamen als een voorsmaak van het beloofde land. En zo mag David dat nu ook ervaren, als hij opziet naar de Heere. Hij heeft niet met een karige God te doen. Maar de Heere is een God van overvloeiende genade. En dat voor een zondaar zoals hij; die het elke keer weer verknoeit door zijn zonden. En toch, wat was de Heere goed voor hem. In zijn dagelijks leven. De Heere had hem altijd doorgeholpen. Ook toen het ging door tijden van grote zorgen en moeilijkheden. En dat mocht hij vooral ervaren in zijn geestelijk leven. Wat was de Heere rijk in barmhartigheid. Een God die menigvuldig vergeeft! Bij wie telkens weer nieuwe kracht en troost te vinden was. En daarom: als de Heilige Geest zijn ogen opent voor de rijkdom van Gods genade, dan roept David uit: de snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen, ja, een schone erfenis is mij geworden! En nu mogen deze woorden, bij het licht van het Nieuwe Testament, voor ons nog een diepere en rijkere klank hebben. Immers, als we verder doordenken: hier wordt over een erfenis gesproken. Maar wie is dan de eigenlijke erfgenaam. Dat is toch niemand anders dan de Heere Jezus, de eeuwige Zoon van God. Hij is de wettige erfgenaam van alle rijkdom, die er in de Heere is. Maar nu verkondigt het Evangelie, hoe deze Erfgenaam Zijn schone erfenis heeft verlaten. Hij is naar deze donkere aarde gekomen, hij is de weg van diepe vernedering gegaan, tot in de hel van de Godverlatenheid. Tot in de dood aan het kruis. En dan lees ik in ons Avondmaalsformulier: En heeft eindelijk met Zijn dood en bloedstorting het Nieuwe en eeuwige Testament besloten, toen Hij zeide: 'Het is volbracht'. Daar wordt dus gesproken over een testament. U weet, dat gebeurt vandaag aan de dag ook wel. Er wordt een testament opgesteld, waarin te lezen is, wie de erfgenamen zijn, en welk deel van de erfenis zij mogen ontvangen. Zo'n testament wordt dan geopend bij de dood van de erflater. Welnu, zo is het ook bij de dood van Christus. Dan wordt het testament geopend. Het Testament, dat geschreven is met het bloed van Christus. Waarin de Hemelse Vader Zijn duurgekochte kerk tot erfgenamen verklaart. Allen, die door een waar geloof Christus zijn ingelijfd. Zondaren in zichzelf. Toch mogen ze delen in de rijke erfenis van Christus. Omdat er verzoening is aangebracht. En nu draagt de Heere er Zelf zorg voor, dat Zijn kinderen die schatten zullen ontvangen. Het is immers Pinksteren geweest. De Heilige Geest is uitgestort en werkt voort tot op vandaag. De Heilige Geest werkt juist daar, waar het Woord van God verkondigd wordt, en de sacramenten worden bediend. De Heilige Geest geeft u deel aan Christus, en aan al zijn schatten en gaven. En vraagt u dan, aan wie deze rijke erfenis wordt uitgedeeld? Aan mensen, die met lege handen staan. Aan verloren zonen, die zelf het erfdeel van de Vader hebben doorgebracht in de zonde. En die het nu leerden belijden: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U. Ik ben niet meer waard om Uw kind genaamd te worden; maak mij als een van Uw knechten. Is dat reeds de nood van uw leven geworden? Dat u zichzelf moet veroordelen, vanwege uw zonde en schuld? Wel, dan mag ik u wijzen naar de Heere Jezus. Hij is een rijke Zaligmaker. Hij biedt zich aan: zie hier ben Ik. Ik ben uw heil alleen. Of, zoals Calvijn zegt in zijn verklaring: 'Hij, die volkomen samenvatting van alle goed in Zich bevat, Hij geeft zichzelf aan ons te genieten'. Ik heb voor u een rijkdom van genade verworven, een schone erfenis. En daar wil Ik van uitdelen. Houd uw lege hand maar op..! En dan kunt u ook niet anders meer. Want waar de Heilige Geest u arm gemaakt heeft in u zelf, omdat al uw eigen gerechtigheid uit handen geslagen werd; en waar de Heilige Geest uw ogen opent voor de rijkdom in Christus, daar wordt het geloof werkzaam! Dan leert de Heere om die lege hand maar op te houden. En om dan te ontvangen, wat de Heere u schenkt. Uit genade. Zodat u met David mag zeggen: Een schone erfenis is mij geworden. En dan zetten we een streep onder dat woord: geworden. Want hier telt eigen verdienste niet mee. Hier is het enkel genade. Maar dat maakt het juist zo heerlijk. Als je dan die schone erfenis mag overzien in het geloof: wat ligt er toch veel in dat middelaarswerk van Christus. Want door Zijn bloed is er vergeving voor mijn zonden. Door Zijn dood en opstanding is er leven voor mijn dode ziel. En om Christus’ wil mag ik, die toch een verloren zoon was, een vijand, verdoemelijk voor God, toch worden aangenomen tot een kind van God. En ik mag het tot mijn diepe verwondering gaan zien: daar was een eeuwige liefde bij de Vader. In Christus uitverkoren van voor de grondlegging der wereld. In Zijn beide handpalmen gegraveerd. Mijn zaligheid ligt vast in Hem. En nu kan ik ook verder, met Hem. Want in Christus ligt er de kracht, telkens nieuwe kracht om als christen in deze wereld te staan. Om te strijden tegen de zonde. Om met vreugde mijn weg te gaan, ziende op de Heiland. En ik mag uitzicht krijgen, midden in de strijd van dit leven. 'Want indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods, en mede-erfgenamen van Christus, zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden' (Rom. 8 : 16). Eenmaal krijg ik deel aan de volle erfenis. Want de Heere zal zijn beloften volkomen vervullen. Daar staat het werk van Christus garant voor. Ziet u, dat David niet teveel heeft gezegd: en schone erfenis is mij geworden. En hoe meer u er gelovig en biddend werkzaam mee wordt, des te meer gaat die erfenis voor u open. Wat een liefelijke plaatsen, waar u Zijn gezegende nabijheid mag ervaren. En waar de rijkdom van Zijn Woord voor u wordt uitgestald. En waar u steeds meer houvast krijgt in het werk van Christus. Niet alleen voor anderen, maar ook voor mij! Ja, een schone erfenis is mij geworden. Dan blijft er, evenals bij David, alleen maar stille verwondering over. En dat is dan een persoonlijke vraag aan u en aan jou: kent u iets van die verwondering over Gods genade? Weet u, als dat ontbreekt, dan mag u zichzelf wel eens ernstig onderzoeken voor Gods aangezicht. Want dan vrees ik, dat u niet verstaat wat genade is. Want u staat nog veel te hoog bij u zelf. U bent nooit werkelijk zondaar voor God geworden. U wilt zichzelf nog handhaven in uw zondige weg. Wel, dan roept de Heere u tot bekering. Vraagt u maar veel om de doorwerking van Gods Heilige Geest. Opdat u als een arme zondaar aan de voeten van Christus terecht mag komen. Want juist daar, op die lage plaats, wordt de verwondering geboren. Als ge met een verbroken en verslagen hart leert zien op Christus. En dat blijft nodig op de weg van het geloof. Want als het aan ons ligt dan zijn we weer zo gauw uitgekeken op die schone erfenis. Ons zondige hart trekt naar andere dingen. En dat wonder van Gods genade verbleekt. U kunt er niet meer in komen. U denkt misschien met weemoed terug aan momenten, die al weer zo lang geleden zijn. Toen was het zo goed! Toen mocht ik dicht bij de Heere leven. Toen was er die stille verwondering. Maar nu? Het is zo donker en zo koud in uw hart.
Dan is er maar één weg. Zoek opnieuw die stille ogenblikken van gebed en meditatie. Luister eerbiedig naar het Woord van God. En belijd opnieuw uw zonden en afdwalingen. Dan zult u niet beschaamd uitkomen. Want dan wil de Heere opnieuw u die schone erfenis laten zien. Zodat er opnieuw de verwondering mag zijn, misschien nog meer verdiept. Wat is Gods genade groot: ik zou die erfenis al lang kwijt geraakt zijn. Maar nu is het een on verderfelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen wordt bewaard voor mij. En in de kracht Gods word ik bewaard voor die erfenis (1 Petrus 1 : 4). En nu mag ik hier al een voorschot van die erfenis ontvangen. Op de woestijnreis van dit leven mag ik reeds de druiven van Eskol eten. Om zo van kracht tot kracht voort te gaan. Op reis naar het hemels Kanaän. Om dan eenmaal door Gods genade het land van de eeuwige rust in te gaan. En dan zal er een eeuwige verwondering overblijven. Wat is de Heere groot en goed. Want de snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen. Ja, een schone erfenis is mij geworden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's