MEMORANDUM betreffende het verloop van het proces Samen op Weg
Het is gebleken dat enkele zaken in verband met het proces Samen op Weg verduidelijkt moeten worden.
Onderstaand memorandum was door het moderamen van de synode opgesteld voor de synode, waar Samen op Weg een telkens terugkerend agendapunt is (voortgaande rapportage).
Het is gebleken dat enkele zaken in verband met het proces Samen op Weg verduidelijkt moeten worden.
Er wordt wel eens gezegd, dat het moderamen veel aandacht vraagt voor de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging. Het lijkt wel of niet iedereen daarmee gelukkig is. Toch moet het duidelijk zijn, dat een moderamen van een kerk als de Hervormde tot taak heeft het geheel van de kerk te overzien en ervoor te zorgen dat bij het proces van Samen op Weg de gehele kerk betrokken wordt en blijft. Het is een misverstand te menen dat het bij de verschillende stromingen in onze kerk om een randverschijnsel gaat. Als dit al een vertragende faktor zou blijken te zijn, moet ieder die dat proces ter harte gaat dit kunnen verstaan. Het is voor de komende vernieuwde kerk een levensvoorwaarde, dat er ruimte blijft bestaan voor de verschillende nuances van kerkelijk leven. Dit hangt ook nauw samen met ruime grenzen voor die kerk, waarmee administratief-technische konsekwenties gemoeid zijn (SMRA!).
De ‘geboorteleden’
In juni 1970 behandelde de synode een rapport over de 'geboorteleden'. De synode besloot toen tot de instelHng van drie kommissies, t.w. een voor de administratieve, een voor de pastorale en een voor de theologische aspekten. De beide eerstgenoemde kommissies besloten gezamenlijk te rapporteren. Hun rapport werd in februari 1972 door de synode aanvaard. Het rapport van de theologische kommissie werd behandeld in november 1973 en voorts na een verdere bewerking te hebben ondergaan, in november 1974.
De synode besloot dit rapport niet als een weergave van haar standpunt te beschouwen, maar achtte het toch van betekenis dat de kerkeraden zich over deze materie zouden buigen om hun mening aan de synode bekend te maken. Op 24 februari 1975 werd het rapport toegezonden aan alle kerkeraden. Het aantal binnengekomen antwoorden stelde teleur. Van de plm. 1400 kerkeraden reageerden er 78. Hiervan betuigde ongeveer de helft in grote lijnen instemming met het rapport, terwijl de andere helft bezwaren naar voren bracht en de gesuggereerde tekst van artikel II der Kerkorde of afwees of met grote aarzeling beschouwde.
Vaste konklusies konden derhalve niet worden getrokken. Hoogstens kan men zeggen dat de kerkeraden in overgrote meerderheid het niet de moeite waard vonden om te reageren en dus kennelijk geen behoefte hadden aan een ingrijpende verandering van de kerkorde.
Het moderamen heeft de hele zaak destijds uitvoerig met het gereformeerde moderamen besproken en op 4 april 1977 het rapport ter verdere overweging toegestuurd aan de Kommissie Kernen van Belijden van Samen op Weg.
De lokalisatie van de Haagse kantoren
De vier Haagse kantoren zijn overwegend gevestigd in gebouwen die niet meer voldoen aan de eisen die gesteld moeten worden. Er zijn enkele jaren geleden mogelijkheden geopperd voor een centrale huisvesting in Oegstgeest. Op financiële gronden konden deze plannen geen doorgang vinden. Uit deze gang van zaken blijkt echter dat Den Haag niet zonder meer als de vestigingsplaats bij uitstek werd beschouwd. Dit is dus zoals uit de praktijk reeds is gebleken niet onbespreekbaar. Wij herinneren in dit verband aan het besluit van de synode van november 1980.
Thans doet zich de situatie voor dat de Haagse kantoorgebouwen niet langer meer zijn te handhaven, mede wegens brandveiligheidsvoorschriften. Daarom dient er thans te worden gezocht naar een oplossing, die eventueel kan gelden als een tussenoplossing, wanneer het lokalisatiebeleid van de vernieuwde kerk dit met zich mee zou brengen.
Dit betekent dat de bespreking van de meest geschikte lokalisatie van de synodale kantoorgebouwen van de hernieuwde kerk altijd mogelijk blijft. Hiermee wordt thans reeds rekening gehouden.
De herstrukturering van de organisatie
De herstruktureringskommissie, ook wel 'Stuurgroep' genoemd, werd ingesteld als gevolg van het besluit van de synode, die in juni 1980 met 28 tegen 23 stemmen een motie-Becht-Jansen-Van Oosten aannam. Deze motie werd ingediend naar aanleiding van een opmerking in het jaarverslag 1979 van de Generale Financiële Raad over de organisatie. Zij werd door het moderamen ontraden, omdat er reeds een organisatie-onderzoek aan de gang was. De motie bepaalde dat er zo spoedig mogelijk een kommissie van synodeleden en deskundigen moest komen, die zich bezint op voorstellen met betrekking tot herijking, herstrukturering en hervestiging van de raden van de synode. Het breed moderamen van 4 april 1981 bepaalde nader dat in de kommissie tevens enkele leden zitting zouden hebben uit de kring van de Algemene Kerkvoogdij raad en het Generaal Kollege van Toezicht. Deze organen hadden zich namelijk reeds herhaaldelijk zeer kritisch uitgelaten over de organisatie van het synodale apparaat der kerk, o.a. in het rapport van 17 november 1979.
Aan de vergadering van de kommissie nam op uitnodiging van de synode drs. E. Hazelaar, sekretaris van het Deputaatschap P, F & O van de Gereformeerde Kerken, als waarnemer deel (synodebesluit van 10 juni 1982).
Het tweede voortgangsrapport van de herstruktureringskommissie werd door de synode op 9 juni 1983 behandeld. De heer Hazelaar had dit rapport van de kommissie van zulke aantekeningen voorzien, dat deze het karakter hadden van een minderheidsnota. De kommissie achtte opneming van deze aantekeningen bij haar rapport niet gewenst, omdat dit niet strookte met het uitgestippelde en door de synode reeds goedgekeurde beleid van de kommissie.
De voorstellen van de kommissie zijn wel bekritiseerd om de centraliserende tendens die zij zouden hebben. Hiertegenover moet echter worden opgemerkt, dat alle voorstellen van juni 1983 zich geheel en al bewogen in het kader van de kerkorde. Zij bewogen zich in geen enkel opzicht daarbuiten.
Gesteld is ook, dat de voorstellen niet sporen met de synodale organisatie van de Gereformeerde Kerken. Deze konstatering is juist, er zijn niet onaanzienlijke verschillen in de struktuur van de beide organisaties. In de diskussies in het kader van Samen op Weg is echter nog op geen enkele wijze een beslissing genomen, welke de toekomstige struktuur van de herenigde kerk zal zijn. De vraag of deze struktuur sterke overeenkorhsten zal vertonen met de huidige hervormde of gereformeerde organisatie dan wel een geheel nieuw gezicht zal vertonen, is nog geheel open.
Het moderamen betreurt het zeer, dat het moderamen van de gereformeerde synode gemeend heeft de heer Hazelaar op diens verzoek te moeten terugtrekken uit de herstruktureringskommissie, uit de kommissie ad hoc voor de herziening van ord. 16 (financiën) en ord. 18 (toezicht) en uit de kommissie voor een gezamenlijk financieringsplan. Dit is des te meer te betreuren omdat deze kommissies nog met het voorbereidende werk bezig waren.
De brief aan de classicale vergaderingen
Ons kwam de suggestie onde ogen dat het moderamen de brief aan de classicale vergaderingen, waarin werd aangedrongen op een gesprek met de gereformeerde classes niet zou hebben willen verzenden, althans deze verzending moedwillig zou hebben vertraagd. De betrokken brief, gedateerd 4 mei 1983 en ondertekend door de beide synode-praesides werd nog in de maand mei verzonden. Van enige vertraging was geen sprake.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's