De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

Burgerlijke ongehoorzaamheid

In het Kerkblad van de Geref. Kerken (vrijgemaakt) van 3 november schrijft prof. dr. J. Douma over burgerlijke ongehoorzaamheid. Douma pleit primair voor burgerlijke gehoorzaamheid. Daar is wel een grens aan, aangegeven in Hand. 5 : 29. De kerk weet van een hoogste gehoorzaamheid aan God, met bereidheid terwille van het Evangelie te lijden.

‘Ik denk aan de martelaars uit de eerste eeuwen, aan de Hugenoten in Frankrijk, die op hun geheime synoden in de woestijn nóg riepen alles na te laten wat ook maar de schijn van rebellie kon hebben.*) Ik denk aan de Afgescheidenen die inkwartiering van dragonders hebben verdragen. Zij allen hebben geleden en niet gedreigd. Dat is de stijl die de kerk mag vragen van haar leden, zelfs als de overheid haar macht grondig misbruikt.

Deze eigen stijl van de kerk en haar leden betekent overigens niet dat geweld - zelfs gewapend geweld - via politieke instanties altijd uitgesloten is. Het recht van opstand is in de gereformeerde theologie verdedigd, zij het dat de mogelijkheden door de een (Calvijn) beperkter werden ge­zien dan door de ander (John Knox). Onze eigen vaderlandse geschiedenis is niet denkbaar zonder het Plakkaat van Verlatinge van 1581. Leerzaam is het uit dit lange document op te maken dat het verdedigen van de godsdienstvrijheid slechts een onderdeel was van de benadeling van de vrijheid in het algemeen die men aan Filips II verweet en die grond werd om hem af te zweren als vorst. In de lijn van een middeleeuwse traditie, waarin een volk z'n vorst kon ontvangen op condities, contracten en accoorden, die - zo ze gebroken werden door een vorst - het recht gaven zo'n vorst van de heerschappij vervallen te verklaren, is ook de Nederlandse onafhankelijkheid verworven.*) Het zou m.i. niet juist zijn het recht van opstand te beperken tot die gevallen waarin de godsdienstvrijheid geschonden wordt. Ook waar andere (grond-)wettelijke vastgestelde rechten, vrijheden en privileges - met een geestelijke of materiële vulling - bruut en aanhoudend geschonden worden, is het rechtmatig aan opstand te denken.

6. In het voorafgaande heb ik onderscheid gemaakt tussen de houding van de kerk en die van de politiek. Eén kerk kan niet burgerlijk ongehoorzaam worden, als we daaronder verstaan wat ik onder punt 1 geformuleerd heb. Zij kan zeker niet naar de wapens grijpen of revolutionaire bewegingen steunen. Politieke organen, zoals de volksmagistraten (Calvijn) of parlementen kunnen dat in grenssituaties wel. Daarmee blijf ik in het spoor van Calvijn e.a., die het geestelijk rijk van Christus en de politieke orde zeer verschillend achten*). Ik vind dat ook voor de discussies over burgerlijke ongehoor­ zaamheid van groot belang!’

Douma licht dat toe ten aanzien van de houding ten opzichte van de armen. Er zijn er die de armen als maatstaf nemen voor het bepalen van waarde of onwaarde van een overheid. Een overheid die de armen niet tot haar recht laat komen kan, zo zegt men, ook door de kerk de ongehoorzaamheid worden opgezegd. Douma is het hier niet mee eens.

‘Maar de kern van het evangelie is niet dat armen een redelijk tot goed bestaan krijgen. De kern is dat wij, verloren in schuld, gered worden van de eeuwige dood en God loven. Armen blijven arm wanneer zij niet in Jezus Christus als verlosser van hun zonden geloven. Doen zij dat niet, dan vinden we ze in de bijbel op één lijn met de rijken vermeld (b.v. Openb. 13). Doen ze dat wel, dan kunnen ze - hoewel arm - toch reeds rijk genoemd worden (Openb. 7, 9).

Daarmee zeg ik niet dat wij in deze wereld de armen wel arm kunnen laten, of met de bijbelse honger in de Sahel en de uitbuiting in Latijns-Amerika kunnen bestrijden. Maar ik denk aan de roeping van de kerk en in overeenstemming daarmee aan de taak van theologen. Als zij het betrekkelijke - het recht van de armen - verabsoluteren, spreken zij horizontalistisch en humanistisch. Dan krijgen we wel de boodschap van Marx (incl. die over ongehoorzaamheid en revolutie), maar niet die van het evangelie van Jezus Christus. Dan krijgen we een verpolitiekte kerk die voor het geestelijk rijk van Christus waarin arm of rijk niet binnenkomt zonder schuldbelijdenis en wedergeboorte, geen oog meer heeft. En dat is tot grote schade voor de wereld, ook voor de arme wereld.'

De discussies rondom burgerlijke ongehoorzaamheid worden vaak bemoeilijkt doordat men aan deze term een vaak verschillende invulling geeft. Juridisch is, zoals Schuyt en Maneschijn steeds weer betogen, dit begrip door regels begrensd. Denken over burgerlijke ongehoorzaamheid zal m.i. moeten inzetten bij een positieve houding ten aanzien van het ambt van de overheid. Ik weet, dat ten gevolge van het secularisatieproces een dergelijke spreekwijze bij velen vreemd overkomt. Toch meen ik dat met name in een theologische bezinning op betekenis, omvang en grenzen van het overheidsgezag de inzet bij de ambtsgedachte belangrijk is. Zo alleen kunnen we dit gezag ook afgrenzen van verabsolutering. Immers, wie een ambt ontvangt is daarmee tegelijk ook dienaar en regeert niet krachtens eigen volmacht, maar krachtens een verleend gezag.

***

Evangelie en cultuur

In het jongerenblad Daniël van 16 sept. trof ik een gesprek aan met ds. C. Sonnevelt, zendingspredikant in Izi. Het gesprek ging voornamelijk over Evangelie en cultuur. Op de vraag of het Evangelie iets doet met zo'n cultuur of omgekeerd, antwoordt ds. Sonnevelt; ik denk allebei.

‘Het Evangelie doet iets met de kultuur, omdat het Evangelie de kultuur aangrijpt in het hart. Het hart van een kultuur is de godsdienst of de afwezigheid daarvan. Door de verkondiging van het Evangelie komt er een inwerking op het hart van de mens. En van daaruit wordt de hele kultuur geraakt.

Aan de andere kant is het ook waar dat de kultuur wel eens iets met het Evangelie doet. De kultuur kan de bijbelse boodschap verminken. Denk aan het synkretisme: de vermenging van christelijke en heidense elementen. Soms kan een kultuur ook positief inwerken. Een kultuur kan bepaalde facetten van het Evangelie aan het licht brengen. Je kunt het Evangelie vergelijken met een diamant met allemaal vlakken die schitteren. Je moet zo'n diamant dan wel van verschillende kanten bekijken. Zo kan het gebeuren, dat je, als je in een heel andere kultuur komt, dingen gaat zien in het Woord van God die je nog nooit gezien hebt. Laat ik opnieuw een voorbeeld geven. 'k Heb me altijd afgevraagd waarom in het Lukas-evangelie van Elizabet en Zacharias vermeld staat, dat zij rechtvaardig waren voor God en wandelden in al de geboden en rechten des Heeren. Wij zoeken dan een verklaring; ze waren in zichzelf zondig, maar rechtvaardig voor God door Christus. Dat is wel waar, maar in Izi is me opgevallen dat er wat bij staat, namelijk dat Elizabet onvruchtbaar was. Als een vrouw in Izi onvruchtbaar is, betekent dat per definitie dat ze onrechtvaardig is. Daarom is ze door de goden geslagen met onvruchtbaarheid. De kultuur in Izi staat veel dichter bij die van de Bijbel dan de onze. Lukas heeft door dit te vermelden willen voorkomen dat de lezers zouden gaan denken dat Elizabet onvruchtbaar was. Er was geen konkrete zonde aan te wijzen waarom ze onvruchtbaar was.’

Men zou zich kunnen afvragen of in de zendingssituatie ten aanzien van het door Sonnevelt gesignaleerde verschijnsel de houding die het Oude Testament in deze inneemt niet iets te zeggen heeft. Ook Sonnevelt wijst er op dat de Heere onder Israël polygame verhoudingen een tijdlang toegelaten heeft, terwijl in de Schrift het monogame huwelijk als instelling van God ziet.

Gerechtigheid en samenleving

Ook deze aspecten kwamen in dit gesprek ter sprake. Op een vergadering in Utrecht had Sonnevelt gezed dat de kerk en de zending zich wat de de politiek betreft terughoudend moeten opstellen. Anderzijds poneerde hij dat de kerk moet aandringen op gelijke inkomensverdeling en gerechtigheid voor de armen. De interviewer vraagt-: Staat dat dan niet haaks op elkaar?

‘Dat eerste heb ik met name bedoeld voor westerse mensen, voor de zendingsmenden dus. Wij moeten niet gaan zeggen hoe het in Afrika moet. Denk aan onze tol in het verleden (heerszucht en kolonialisme). Tegenover de hoogmoed en het misbruik in het verleden past ons nu alleen maar ootmoed en dienst. De negeriaanse kerk zelf moet echter wel spreken over de maatschappelijke problemen. In Nigeria is een schrijnende tegenstelling tussen rijk en arm. Het salaris wordt gekoppeld aan opleiding en status en niet zo zeer aan prestaties. Wie rijk is, heeft macht en ten diepste geldt het recht van de sterkste. De kerk moet daar tegen ageren. Het betekent naar binnen toe dat je met de mensen in de Bijbel nagaat wat de Heere van ons vraagt. Als je bijvoorbeeld in de regentijd (het "hongerseizoen") nog rijst in voorraad hebt, dan zou je er veel geld van kunnen maken. Maar dan moet juist blijken dat je iets verstaan hebt van gerechtigheid en naastenliefde.'

We trekken de lijn weer even door naar Nederland. Er zijn, ook in onze kringen, nogal wat jongeren (en ouderen!) die zich aangesproken voelen door liberaal kapitalistische opvattingen Zien wij het verkeerd als wij veronderstellen dat u, gelet op uw opmerkingen, zich daar niet in kunt vinden?

'Ja, ja, wat is kapitalisme? In Nigeria zie je het nog in de meest grove vorm. Ik denk aan de multi-nationale bedrijven, maar ook aan de wantoestanden in het binnenland zelf. In Nederland, dat een verzorgingsstaat is, is de situatie heel anders. Wel zullen we moeten waken tegen het liberale denken, dat ook in onze kringen veel breder is dan we willen weten. De PvdA zegt: de aarde en haar volheid is van de gemeenschap. De VVD lijkt dichter bij ons te staan, maar komt uit dezelfde wortel voort: de aarde en haar volheid is van mij. De Bijbel leert ons: de aarde en haar volheid is des Heeren! Ik zie het met ongerustheid aan dat veel jongeren zich de laatste jaren aangetrokken voelen tot de VVD. Ik vrees dat de kerk in het verleden ook te veel de zijde gekozen heeft van de rijke bovenlaag. De kerk moet echter juist aandacht hebben voor degenen die in de hoek zitten waar de meeste slagen vallen. Dat vind je ook bij de Nadere Reformatoren. Denk bijvoorbeeld ook een aan de preken van Smijtegelt over de rijke man en de arme Lazarus.’

Ik meen dat hier belangrijke dingen gezegd worden die niet alleen voor de Gereformeerde gemeente van betekenis zijn, maar ook voor ons. Afwijzing van staatsspecialisme mag niet betekenen een vlucht in het liberalisme. De prediking van de gerechtigheid legt andere accenten. De kritische vragen die Sonnevelt stelt, zijn waard ter harte genomen te worden. Het is goed deze stem uit de praktijk van het zendingswerk te besluisteren. Want christenen hier kunnen leren van de ervaringen daar. Zo krijg je iets van wederzijdse assistentie en gemeenschap tussen jonge en oude kerken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1983

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1983

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's