Bonte veelvoud en verwarrende tegenstrijdigheid (2)
Dogmatiek in de huidige tijd
Bij Berkhof ligt te veel accent op de vragende mens, zijn situatie en ervaring.
Dogmatiek in de huidige tijd
De verhouding tussen Openbaring en ervaring
Dat het prijs geven van het gezaghebbende en altijd overmacht hebbende Woord van God ook gevolgen heeft met betrekking tot de verhouding tussen Openbaring en ervaring ligt voor de hand. Want zo wordt de Openbaring van God niet meer in doorslaggevende zin gerelateerd gezien aan het geschreven Woord van God, en Zijn geestelijke kracht, maar aan de ervaring en de menselijke situatie.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Berkhof, om maar iets te noemen, de reformator Maarten Luther meer probeert te verstaan en te verklaren tegen de achtergrond van zijn tijd, dus vanuit de situatie van zijn tijd, en het levensgevoel in zijn dagen, dan in het licht van de openbaring, of beter gezegd: als een mens, gekomen in de bevrijdende greep van de God van de openbaring, de God van de Bijbel, Die een God is, Die tot mensen door Zijn Woord en in de kracht van de Geest vernieuwend spreekt.
Dit lijkt op een ecclesiologie (Kerkleer) van 'Beneden'. Ook op een pneumatologie van 'Beneden'.
Maar het geheim van de Kerk, de Kerk van de eeuwen, het geheim van de Reformatie, het geheim van een man als Luther, is toch niet uit het algemene te verklaren? Luther is toch immers niet een verbijzondering van de mensen zoals zij in die tijd dachten en zichzelf en hun tijd beleefden, ervoeren? Luther is de grote uitzondering tussen al zijn tijdgenoten. Vanuit het algemene is Luther niet te verklaren. Het geheim ligt ergens anders. Het ligt 'Boven' of anders geformuleerd: in de openbaring en niet in de ervaring.
Maarten Luthers gelovige stellingname is niet geworteld, zoals Berkhof schrijft, (althans, het ligt in zijn woorden opgesloten) in een verandererd levensgevoel, waardoor Luther God in zijn openbaring anders leerde kennen dan tot voorheen, maar in het Woord. Via het Woord kwam Luther tot een vernieuwd inzicht in het geloof. Niet via een analyse van het levensgevoel in zijn dagen. Hoevelen hadden daarvoor toen geen antenne, maar er kwam en was slechts één Luther.
Dat is vanuit het kader van 'Beneden' niet te verklaren, alleen vanwege het kader van 'Boven', vanwege een God, Die in de tijd en de ruimte, overmachtig en gebiedend, levenwekkend en vernieuwend spreekt.
Dat Berkhof Luther, en ook andere grote mannen in de geschiedenis van de Christelijke Kerk zo benadert en belicht, hangt dat ook niet samen met zijn pneumatologie? Ziet hij niet in alles een uiting van het absolute, de Geest?
Wordt niet bij Berkhof de Geest, en dan niet de Geest als derde Persoon van de Triniteit, de Geest in Zijn immanentie, maar de Geest als uitgestorte Geest, de Geest in de bijzonderheid van Zijn uitstorting en inwoning, de Geest van het heilsfeit van Pinksteren, de inwendige grond van de schepping, en komt hij Hem daarom niet in alles en overal tegen?
En dan spreekt de Geest ook vernieuwend tot ons als tijdgeest, en vanuit de context van de tijd, de maatschappelijke situatie en het cultureel historische moment. Maar de Heilige Geest, de Geest van Pinksteren, is toch gebonden aan het Woord, werkt alleen via het Woord en is er toch alleen in Zijn bijzonderheid? Vanuit die bijzonderheid is er wel de beweging naar het algemene, de tijd, de situatie, de ervaring, en het moment in de wereld en cultuurgeschiedenis waarin wij verkeren. Maar bij Berkhof ligt te veel accent op de vragende mens, zijn situatie en ervaring. Dreigt deze openheid in zijn theologie, het bijzondere, het unieke van de Openbaring, de Bijbel, het Evangelie, de Geest, en Christus niet weg te dringen?
Nieuwe vragen
Het kan zijn dat de tijd waarin wij leven of de situatie waarin wij verkeren ons voor nieuwe en onuitwijkbare vragen stelt. Maar dan dienen wij toch de Schrift, onder het aanroepen van de Heilige Geest erop na te lezen, om te horen, wat de Bijbel, eigenlijk, God, de Heere, ons in dezen te zeggen heeft; om te horen wat ons te doen staat. Dan is er wel de beweging van de ervaring naar de Openbaring, maar dan zal toch de Openbaring in de gestalte van het Woord van God het laatste, en voor alles gezaghebbende, ja verlossende en richtinggevende Woord dienen te spreken. Met andere woorden: ook als wij niet van de Openbaring, methodisch of praktisch willen uitgaan, zullen wij toch altijd bij de Openbaring terecht moeten komen, want anders hebben wij vanuit het christelijk geloof onze tijdgenoten niets te zeggen, althans niets bijzonders, niets verrassends.
Verder lijkt het ons dat het meer met de aard van de dogmatiek in overeenstemming is, om qua principe en methode, uit te gaan van de Openbaring van God, van God in Zijn Openbaring, God Die tot ons spreekt in Zijn Woord, het Woord dat ons de Openbaring van God betuigt. Hoewel ook Bavinck in zijn 'Gereformeerde Dogmatiek' niet tijdloos heeft willen zijn, maar het christelijk geloof in rapport heeft willen brengen met het moderne bewustzijn.
In de prediking daarentegen en vooral in het pastoraat kan worden gestart bij de ervaring en de situatie, of de vragende mens. Jonker noemt dat in zijn laatste boek: insprekingspunten.
Als wij maar bij de God, Die gezaghebbend in Zijn Woord spreekt, uitkomen en vooral laten uitkomen dat de God van de Bijbel zaken aan de orde stelt waar wij uit onszelf nooit opkomen, nl. zonde en schuld, bekering en wedergeboorte, oorsprong en bestemming van mens en wereld, en zin van het leven.
Altijd gaat het er in de prediking en het pastoraat uiteindelijk om, zo niet in de eerste dan toch in de laatste plaats, de waarheid aan de mensen voor te houden. Een waarheid, die ze niet zoeken, niet willen, omdat het de waarheid van God, over God, de waarheid over mens en wereld is. Een waarheid haaks op hun zoeken en verlangen, wensen en denkbeelden. En deze waarheid is zowel ontdekkend als bevrijdend.
Het is niet de bedoeling het boek van Berkhof zonder meer, alleen maar negatief te belichten. Integendeel. Telkens laat hijzelf blijken nog volop tastend en zoekend zijn weg te vinden, en de vragen die hij stelt zijn van het grootste gewicht, waard om ernstig te worden genomen. Berkhof weet zelf ook maar al te goed waar dogmatisch de wrijfpunten zich voordoen, en wij ons op een kruispunt bevinden, en dan maar één weg kunnen inslaan, niet twee, laat staan alle. Het frappante en ook het teleurstellende van zijn werk is dat hij op het kruispunt van dogmatische wegen functioneert als een politieman. Je kunt hem de weg vragen, en hij vertelt je precies, waar een weg die je inslaat heenvoert, en hij wenst je ook nog een goede reis, waarheen je ook gaat, ook op een weg die hijzelf liever niet gaat. Hiertegen richt zich nu juist ons bezwaar. Het lijkt ons het tegenovergestelde van gereformeerd. Want volgens gereformeerd besef gaat het in dogmatische zaken om de waarheidsvraag. Hieraan bewijst het boek van Berkhof geen dienst, of zelfs een slechte dienst.
Nu mag je van een boek dat een inleiding wil zijn niet te veel vragen, maar de inleiding van Berkhof heeft veel weg van een omleiding, zelfs verleiding en wij zijn beducht voor de invloed die Berkhofs wijze van dogmatiseren ongetwijfeld zal hebben, vooral in een open-oecumenisch-experimentele ervarings- en vernieuwingstheologie.
Het is bepaald niet ondenkbaar dat Berkhof een aanzet geeft tot een nieuwe manifestatie van eigentijdse vrijzinnigheid, die op weg naar de jaren '90 pas echt goed baan zal breken, vooral als modern. Hervormd en modern Gereformeerd in één kerkformatie de krachten zullen bundelen, gesteund door al wat modern Rooms-Katholiek is.
Samenvatting
Berkhof houdt open huis, iedereen is welkom, je mag in- en uitlopen, en dan zie je dat alle soorten theologen en theologieën acte de presence geven. Berkhof heet hen allemaal bij de deur hartelijk welkom, en zegt: 'Fijn, dat je er bent, dat jij er ook bent', Calvijn, Sölle, Augustinus, Terschegget, Charismatische Beweging en Theologie van de Hoop, de mannen van de Nadere Reformatie en de materialistische exegese. Maar ik ben zo bang, dat, als dat hele bonte gezelschap, dat Berkhof bij elkaar brengt, gaat praten, en vooral doorpraten, er zich een enorm gekrakeel zal voordoen, en dat de een na de ander verbolgen wegloopt.
En dan zie ik Berkhof voor mij, die hoofdschuddend alles ondergaat, en niet begrijpt dat ze het niet met elkaar kunnen vinden, en hij wil sommigen bij de deur nog terughalen om hen tot andere gedachten te brengen, want hij vindt hen allen even aardig, nou ja, de één meer, de ander minder. Maar hij weet het gezelschap niet bijeen te houden.
Zo ongeveer onderga ik zijn inleiding. Deze heeft veel weg van een allesbrander, en alles verbrandt ook, en de as die je overhoudt, is de as van de volstrekte theologische nivellering van de Waarheid, waarbij alles en iedereen evenveel recht van spreken heeft.
Wij voor ons zien daar niets in. Integendeel. Wij dienen, opnieuw ter Zake te zijne, en bij de Zaak te blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's