De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zending... waarheen? (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending... waarheen? (1)

7 minuten leestijd

Overal heen waar volken wonen die de stem van het evangelie nog niet hebben gehoord.

De volken en wij

Het antwoord op de vraag op wie het evangelie in deze wereld afgaat kan voor niemand een probleem opleveren: Matth. 28 vers 19 noemt als het adres van de zendingsboodschap alle volken, en zo zijn ook wij, door Gods genade, aan het evangelie gekomen. Om zo op onze beurt, als kerk die uit de verkondiging van het evangelie ontstaan is en van de boodschap van de zending leeft, dit evangelie voort te dragen. Zending... waarheen? Overal heen waar volken wonen die de stem van het evangelie nog niet hebben gehoord. Daarenboven naar volken waar het evangelie wellicht vroeger doorheen is getrokken: denken we aan de gemeenten in Klein-Azië uit de eerste hoofdstukken van de Openbaring aan Johannes. Begint zich ook niet bij óns af te tekenen, dat het evangelie 'op zijn retour' is, of, bijbelser gezegd, dat het op doortocht is? Heeft onze Kerkorde in art. 8 nog een duidelijk onderscheid kunnen maken tussen enerzijds de arbeid der zending onder de volkeren en anderzijds die van de kerstening van het eigen volksleven, dit onderscheid wordt zwaar aangevochten door de feiten. Nederland begint óók zendingsgebied te worden, en het zijn waarlijk niet alleen de grote steden die daar model voor staan.

Onontwijkbaar is hiermee gegeven dat ook de spitsen van het zendingswerk bezig zijn van richting te veranderen, en mede op het eigen volk gericht dienen te worden. In de novembersynode van 1983 werd een nota behandeld die van de Raad voor de Zending uitging, genaamd 'Visie en Werkelijkheid', waarin de ontkerstening van Nederland - voor het eerst in de zendingsgeschiedenis - zware nadruk kreeg. Ook voor de Gereformeerde Zendingsbond zal deze accentverschuiving van grote betekenis blijken te gaan worden, niet in het minst in zijn toekomstige verhouding tot de Bond voor Inwendige Zending, en ik denk dat men daar dit huiswerk al op zijn bureau zal weten te liggen.

De structuren

Zendingswerk krijgt niet alleen met volken en mensen te maken, maar vroeg of laat ook altijd met structuren, nl. met die waarin het evangelie 'landt'. Zendingsarbeiders gaan niet plompverloren tussen hutten staan evangeliseren, maar men bouwt een ziekenhuis, een school. Men gaat niet op het zand de Naam van de Heere Jezus uitroepen, maar graaft eerst een waterput.

Het, hierboven genoemde, kerkorde-artikel spreekt dan ook van 'kerstening', van structuur-verandering die de verkondiging teweeg brengt, hetzij daaraan voorafgaand en naar de verkondiging toeleidend, hetzij erop volgend, maar in beide gevallen er als vrucht uit opkomend. Hoe kan het anders? Niet alleen in de Zending van Zijn Zoon - de Gezondene van de Vader - maar ook in de zending van mensen door Woord en Geest is het de Heere te doen om het heil van de hele mens, naar ziel én lichaam - in de lijn van Zondag 1 van de Heid. Catechismus en zodoende is de confrontatie met de structuren van de samenleving waarin we die mens aantreffen onontwijkbaar.

Wanneer we nu bedenken dat wij ook zelf als volk zendingsgebied aan het worden zijn, zal men moeten aanvaarden dat kerkelijke zending zowel de opdracht als het geestelijk recht heeft óók de vraag te stellen in hoeverre er in eigen samenleving wetten of wetmatigheden zijn, die de voortgang van hét evangelie belemmeren dan wel de goede bedoelingen van de wet Gods met de mens weerspreken.

Zo dient de zending, zowel naar buiten als naar binnen, critisch te zijn, zelfs maatschappij-critisch, maar dan niet in de zin van tegen-de-bestaande-structuren-gericht, maar deze wél toetsend op de vraag of zij de voortgang van het evangelie en het welzijn van het mensenleven dienen.

Ik zei: naar buiten èn naar binnen. Naar buiten geldt: als zendende kerk exporteren wij niet de Europese of de Westelijke cultuur, maar het evangelie. Wat het binnenlands gebruik betreft: in een steeds pluriformer wordende samenleving komt de kerk voor de vraag te staan of zij uit naam van het evangelie grondwettelijk wil vasthouden aan datgene wat uit de christelijke traditie stamt, dan wel uit naam van rechten van mensen zal aandringen op ruimte voor ieder, ongeacht de morele wending die dit voor de wetgeving meebrengt.

Zo is zowel voor de Raad voor de Zending als voor de Gereformeerde Zendingsbond een geweldig probleemveld neergelegd, gegeven met het feit dat het evangelie zich op de hele mens richt, en het zou wel eens kunnen zijn dat de standpuntbepalingen gaan uiteenlopen. De nota van de Raad voor de Zending is in deze duidelijk: het ontplooiingsrecht van mensen gaat boven alles. Wij komen erop terug.

De mens centraal

Voor de structurele problemen die zich in zendingssituaties voordoen bestaat geen algemeen recept. Wél vallen er telkens terugkerende praktische doelstellingen te noemen: preventieve gezondheidszorg, ziekenzorg, armoede-bestrijding, practicaal onderwijs, gericht op het dagelijks leven en overleven, theologisch onderwijs. Daarbij kan dan de confrontatie met de structuren zich melden: verzet tegen het mond-dood maken van mensen, tegen uitbuiting, tegen het laten-begaan van verpaupering, tegen de monopolie-positie van een industrieel complex dat mensen opzadelt met dingen die schaden. Nogmaals, wie hier de confrontatie uit de weg gaat, verliest zijn geloofwaardigheid als zending, sterker nog, staat die van het evangelie in de weg.

Nogmaals echter: voor deze confrontatie is géén recept. Wie van te voren vaststelt welke structuren de enige goede zijn, en wat voor de structuren de enige goede maatstaf is, dreigt juist de mens over te slaan. Hij indoctrineert, en zelfs de zo sympathieke en waarheid-bevattende formule 'mensenrechten' kan nooit inhoud van de zendingsboodschap zijn, een inhoud die over de hele linie zou gelden. Dan maakt men de mens tot materiaal voor een ideaal, in plaats van bij de concrete mens in te zetten. Confrontatie ter wille van de ontplooiing van mensen kan en zal vaak nodig zijn, maar Midden-Afrika is Europa niet en Indonesië is Zuid-Amerika niet. En als het conflict met structuren onontwijkbaar blijkt, dan nóg zal de wijze waarop men te werk gaat in dit conflict het belang van mensen niet in de weg mogen staan: schipperen kan een teken van geloof en wijsheid zijn.

Om twee redenen schrijf ik dit. De eerste is dat we moeten begrijpen dat er voortdurend nieuwe vragen op de bureaux te Oegstgeest en Zeist terechtkomen, die eigenlijk alleen beantwoord kunnen worden vanuit grondige kennis en in-rekeningbrengen van de plaatselijke situatie. De tweede is deze dat ik begeer duidelijk te maken dat ik met de in de nota van de Raad voor de Zending zo centrale gedachte van mensen-tot-hun-recht-doen-komen niet op die wijze uit de voeten kan.

Herijking

In plaats van voor een nieuwe, aan oecumenisch denken ontleende, visie op het zendingswerk pleit ik dan ook voor voortgaande ijking: zending geschiedt in een voortdurend zichzelf corrigerend proces, waarbij men van zijn fouten en uit het verleden leert, en al naardat mogelijkheden zich openen dan wel deuren op slot blijken, veranderen telkens de concrete korte-termijn doelstellingen.

Slechts één ding blijft bij dit alles zichzelf: de boodschap van verzoening en verlossing in de bekendmaking van de Naam van de Onvergelijkbare, Christus Jezus, en van de wet Gods als goed voor het mensenleven. Op de vraag of de voortgang van dit getuigenis gediend wordt zal iedere koerswijziging of beleidscorrectie getoetst moeten worden, sterker nog: werkwijze, fronten, tactiek en doelstellingen van de zending moeten voor deze voortgang de kanalen zijn.

Met opzet heb ik dit alles zo positief mogelijk geschreven, omdat het om zaken gaat die de achtergrond vormen van zware kritiek die ik in een volgend artikel op de nota van de Raad voor de Zending wel móet uitbrengen. Mijn achtergrond: het negatieve, de afwijzing, zal er moeten zijn ter wille van het positieve.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Zending... waarheen? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's