Het Woord van God is niet gebonden
Uitgaven van de Heilige Schrift
Op 21 oktober ll. werd in Driebergen het eerste exemplaar aangeboden van het eerste van twee delen 'Bijbel en Prent', getiteld 'Boekzaal van de Nederlandse Bijbels'. Een dergelijk boek werd voor het eerst uitgegeven in 1732 bij Hendrik Vieroot, 'boekverkoper op de Dam' te Amsterdam. Het heette toen 'Boekzaal der Nederduytse Bijbels' en was samengesteld door Isaäc Ie Long. Alle toenmalig bekende en gedrukte bijbels worden erin beschreven, met achterin een register van alle bijbeluitgaven. In 1878 heeft prof. J.I. Doedes dit register aangevuld met ruim 80 uitgaven. Hij schreef toen evenwel, dat een volledige bibliografie van de in de Nederlandse taal gedrukte Bijbels, Testamenten of gedeelten daarvan, al was het slechts tot het jaar 1850 niet al te lang meer op zich mocht laten wachten. 'Een zoo beschaafd volk als het Nederlandsche, moet op zijn lijst, op zijn Chronologische Register van Bijbeluitgaven in de volkstaal kunnen wijzen.' Thans is het dan zover gekomen. Wilco C. Poortman heeft in dit boek thans dat chronologische register gegeven tot ongeveer 1850 en uit de periode van 1850 tot heden nog enkele bizondere uitgaven vermeld. De titel van het geheel is 'Bijbel en Prent'. Uitvoerig wordt aandacht gegeven aan de vele prenten in Bijbeluitgave. In het tweede deel wordt één van de twee onderdelen besteed aan 'Boekzaal van de Nederlandseprentbijbels', terwijl het tweede onderdeel heet 'Boekzaal van de Nederlandse uitgaven van de werken van Flavius Josephus'.
Tal van uitgaven
Als men bedenkt, dat het chronologisch register van de bijbels, testamenten en bijbelboeken in de Nederlandse taal ongeveer zestig pagina's beslaat met op elke pagina ongeveer 25 uitgaven, dan wordt duidelijk hoe bevoorrecht ons land is geweest in de rijke geschiedenis, dat telkens weer het Woord Gods op allerlei wijze onder het volk kon worden gebracht. De Reformatie gaf het volk Hèt Boek weer in handen en drukkers en uitgevers zorgden ervoor, dat dit ook metterdaad kon geschieden. In Poortmans prachtige boek wordt geschreven over het schrift-en schrijfmateriaal bij oude beschaafde volken en over geschreven bijbels in later tijden, maar de boekdrukkunst heeft er toch vooral voor gezorgd, dat de Bijbel binnen bereik van velen kon komen. Hoezeer ook de boekdrukkunst een oceaan van leesproducten heeft opgeleverd, die niet tot eer van God waren, door de boekdrukkunst werd letterlijk waar, dat het Woord van God niet is gebonden, maar breed verspreid kon worden.
Statenvertaling
Men vindt in deze uitgave ook uitvoerig vermeld de geschiedenis van de Statenvertaling, de belangrijkste uitgaven daarvan en de Statenbijbels, die door iets bizonders waren gekenmerkt. 'Ten diepste gaat het erom dat men ook in de Nederlandse taal God zal kunnen horen spreken', verklaarde Johannes Bogerman, de voorzitter van de Dordtse Synode. Op drie zaken moest men letten, zegt Poortman.
1. Bij het vertalen was het zaak zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande vertalingen, voorzover dit geen tekort deed aan de waarheid en de zuiverheid van de Schrift, maar verder moest men zich nauwgezet houden aan de oorspronkelijke tekst. Eigenaardige hebreeuwse en griekse zegswijzen moesten overgenomen worden, indien de duidelijkheid er niet onder leed en het nederlandse taalgebruik het toeliet. Wanneer zulks niet mogelijk was, moest in de kanttekening de letterlijke uitdrukking worden geplaatst. De toevoeging van aanvullende woorden moest zoveel mogelijk worden beperkt, met andere letter gedrukt en tussen haakjes geplaatst. Boven elk boek en hoofdstuk moest een beknopte, maar nauwkeurige beschrijving van de inhoud worden vermeld, op de kant de gelijkluidende teksten worden aangegeven en bij duistere plaatsen een korte verklaring worden toegevoegd.
2. Bij de keuze der vertalers moest men zorgvuldig te werk gaan, en niet alleen letten op gedegen kennis, maar ook op het leven en het geloof van degenen die tot dit werk zouden worden beroepen.
3. Bij de Staten-Generaal moest worden aangedrongen dat zij de kosten van dit grote werk zouden dragen, waardoor ze 'een eeuwighe, onsterfelijcke lof bij alle nakomelingen' zouden verwerven.
De Statenvertaling is zo geworden een historisch document, tot vandaag bekend en gebruikt. De Statenvertalers hebben ongetwijfeld de genoemde 'lof' mogen bevorderen en door hun grote nauwgezetheid voor een letterlijke (en intussen taal-bevorderende) Bijbelvertaling gezorgd.
Luthervertaling
Toch blijkt ook zonneklaar, dat het Woord van God ook niet gebonden is geweest door welke vertaalmethode dan ook. Luthers Bijbelvertaling is anders van opzet geweest dan de Statenvertaling. Maar de kerkhervorming zou in Europa nooit zo'n grote vlucht hebben genomen, wanneer Luther de Bijbel niet in het Duits had vertaald. Prof. W. J. Kooiman zegt in 'Luther en de Bijbel': 'De Duitse taalgeleerden noemen de verschijning van de Lutherbijbel de grootste letterkundige gebeurtenis in de zestiende eeuw, die een grote invloed heeft uitgeoefend op de ontwikkeling van de wordende Hoogduitse taal'. Luther wilde intussen de taal gebruiken die het volk sprak. 'Wanneer je wilt weten wat de taal is die het volk spreekt, dan moet je naar de markt, naar de huisvrouw, naar de kinderen op straat... Daarnaar moet je vertalen, want dan verstaan ze het en merken dat je Duits met hen spreekt, dan zal het evangelie de mensen het best aanspreken'. Je kunt geen Duits spreken met een griekse of hebreeuwse tong, zei Luther. En daarom gaf Luther toch eerder een wat vrijere vertaling, dan een al te letterlijke.
Poortman zegt: Wanneer Luther bezig is met de vertaling van Openbaring 21, waar de fundamenten van het Nieuwe Jeruzalem worden beschreven: Het eerste fundament was diamant, het tweede lazuursteen, enz., wil hij graag de edelstenen die hier bedoeld zijn, zien en daarvan de duitse namen weten. Daarvoor roept hij de hulp in van Spalatinus, die er voor zorgt dat de kroonjuwelen van het hof aan Luther worden getoond en hem de namen worden genoemd, die er in het Duits aan worden gegeven. Wanneer hij de waarde van de munten wil weten, die in de bijbel worden genoemd, gaat hij naar een kenner van munten en nadat hij de exacte waarde van de munten heeft vernomen, geeft hij de bijbelse munten de duitse namen. Op dezelfde manier gaat hij te werk met de maten en gewichten.
Intussen was het resultaat, dat Luthers Bijbelvertaling, m.n. de uitgave van het N.T. (waarvoor hij de vertaling in elf weken voltooide) door geleerden en ongeletterden werd gekocht en de eerste oplage (5000 exemplaren) in 21/2 maand was uitverkocht. Cochlaüs, de grote tegenstander van Luther, zei dat deze door 'kleermaker en schoenmaker, door vrouwen en eenvoudigen, die nauwelijks konden lezen, werd gelezen'. Terwijl de prijs (25 Mark) de prijs was, die men toen voor een paard betaalde. Dat de Bijbel de mensen lezen heeft geleerd is behalve voor de Statenvertahng zeker van toepassing op Luthers vertaling van het Nieuwe Testament.
Voor de vertaling van het Oude Testament had Luther overigens heel wat meer tijd nodig, te weten 12 jaar. Het viel hem zwaarder de schrijvers van het Oude Testament 'Duits te laten spreken' dan die van het Nieuwe Testament. Vooral over de vertaling van het boek Job klaagde Luther. Soms zocht hij drie weken naar één woord of uitdrukking. Luther schreef aan zijn vriend Wencel Link: '... wat is het een zwaar en verdrietig werk de hebreeuwse schrijvers te dwingen Duits te spreken. Hoe verzetten ze zich en weigeren hun hebreeuwse aard te verlaten en het groffe Duits te volgen. Het is als moest een nachtegaal zijn liefelijke melodie prijsgeven en de koekoek nazingen'. (Kooiman in 'Luther en de Bijbel'). Intussen, toen Luther in 1546 stierf, waren er 200.000 Bijbels verkocht. Het Woord van God is niet gebonden. En ook Luthers vertaling verduurde de tijd. Honderden jaren is deze de enige Bijbel voor de protestanten in Duitsland geweest.
Niet gebonden
Ik deed slechts een greep uit het prachtige boek van Poortman en gaf met nadruk wat extra aandacht aan Luthers vertaling, naast die van de Statenvertaling. Luther zei in zijn 'tafelgesprekken': 'de Heilige Schrift is een uitgestrekt, geweldig woud, maar geen boom erin, die ik niet met mijn hand heb geschud'. Luther had de Schrift lief en wilde intussen zo duidelijk vertalen, dat het volk die Schrift ook lief zou krijgen. Opdat het Woord zijn loop zou hebben. Me dunkt, dat dat voor elke tijd uitgangspunt moet zijn. Enerzijds recht doen aan wat er staat in de grondtekst en die niet overwoekeren door onze al of niet Schrift-critische vertaalmethoden. Anderzijds de Bijbel dicht bij de mensen brengen, zonder onnodige taalbarrières op te werpen. Hoezeer Luther de Bijbel ook dicht bij het volk wilde brengen, hij zei ook dat het Hebreeuws veel woorden bevat voor heilige zaken. Heilige zaken mag men ook niet vatten in profane taal, wel in duidelijke taal. Dat was Luthers worsteling. Dat zal vandaag ook de worsteling van taalgeleerden zijn, die de Bijbel voor het eerst bij en onder bepaalde volkeren moeten brengen. Dat zal ook de worsteling moeten zijn van ieder, die het Woord, op welke plaats dan ook, vandaag bij het volk, ook het Nederlandse volk, moet brengen.
N.a.v, Wilco C. Poortman, 'Bijbel en prent', deel I 'Boekzaal van de Nederlandse Bijbels', uitgave Boekencentrum, 's Gravenhage, 270 pag., ƒ 165, —.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's